SE2
Luna Corbeel
5-6-2026
,Inhoud
Hoofdstuk 1 Algemene begrippen..........................................................................................................1
Hoofdstuk 2 Lichaamssamenstelling......................................................................................................6
Hoofdstuk 3 Energiemetabolisme..........................................................................................................8
Hoofdstuk 4 Koolhydraten....................................................................................................................14
Hoofdstuk 5 Lipiden..............................................................................................................................24
Hoofdstuk 6 Proteïnen.........................................................................................................................30
Hoofdstuk 7 Water...............................................................................................................................41
Hoofdstuk 8 Mineralen en oligo-elementen.........................................................................................44
Hoofdstuk 9 Vitamines.........................................................................................................................53
Hoofdstuk 1 Algemene begrippen
Voedingsleer: Studie van voeding in relatie tot het brede begrip van gezondheid. Omvat kennis van
voedingswaarde (gehalte aan nuttige voedingsstoffen) van verschillende voedingsmiddelen, kennis
van menselijke stofwisseling na voedselinname op het niveau van weefsels (fysiologisch), cellen
(biologisch, biomoleculen en mineralen (biochemisch).
,Levensstijl: Manier waarop een individu leeft.
Voedingspatroon – en gedrag: Alles wat je eet, drinkt op een dag (patroon). Sterk gewoontegedrag,
voedselkeuzes veelal gemaakt via snelle, automatische, minder bewuste processen (gedrag).
Voedingsmiddelen: Alle soorten voedsel die door de mens worden genuttigd.
Voedingsstoffen: Eiwitten, vetten, proteïnen, vitamines.
Voedsel: Wat via de mond naar de maag, darmen gaat. Het geheel van alle voedingsmiddelen.
Voeding: Het kiezen, nuttigen, verwerken van voedingsmiddelen.
Gezondheid: Toestand van fysisch, mentaal, etc.
Optimale voeding: Wat het lichaam nodig heeft voor het metabolisme.
3 groepen voedingsstoffen:
1. Essentiële voedingsstoffen (noodzakelijk voor metabolisme)
Heeft 6 klassen: koolhydraten, proteïnen, vetten, vitamines, mineralen en water.
Noodzakelijk voor groei, onderhoud, herstel van het lichaam.
Figuur 1: indeling nutriënten
2. Non-nutriënten en bio-actieve (potentieel + gezondheidseffect) componenten
Non-nutriënten: geen gekend nadelig effect. Bio-actieve voedingscomponenten: gunstig effect.
3. Xenobiotica en natuurlijke toxines (- gezondheidseffect)
Intentioneel (additieven) - niet intentioneel (onvermijdelijk (pesticidenresidu)) vermijdbaar (kwik,
dioxine) – natuurlijke toxines (solanine, mycotoxines).
Voedingswaarde van voedingsmiddelen: indeling obv de hoeveelheid voedingsstoffen. Een perfect
voedingsmiddel bestaat niet.
‘Belangrijke bron van..’ ~gehalte aan voedingsstoffen ~gebruikshoeveelheid.
Voedingswaarde <-> nutriëntdensiteit (veel micronutriënten, weinig energie).
, ‘gezond/ongezond’ ‘noodzakelijk/niet noodzakelijk’.
Evenwichtige voeding overstijgt het productniveau tot de niveaus maaltijd en eetpatroon.
Figuur 2: voedingsdriehoek: Variatie – evenwicht – eetpatroon
Figuur 3: voedingsmiddelentabel
Bio beschikbaarheid: Inname <-> opname. Inname: opeten, verteren. Opname: thv darm,
opgenomen voor metabole processen thv de weefsels en cellen. Dekking van de behoefte is
afhankelijk van inname via mond, biologische beschikbaarheid in de darm.
Deel van de totale hoeveelheid in % aanwezig in een voedingsmiddel, maaltijd of dagvoeding dat..
- (daadwerkelijk) gebruikt wordt
- Niet in de toilet belandt
Vaak is bio beschikbaarheid laag! Fe (<1-30%), Zn (<15-50%), Ca (25-35%).