Inleiding
Omdat slechts vier hoofdstukken van het handboek verplichte leerstof zijn, wil ik jullie niet
verplichten om het handboek aan te kopen. Kopies van deze vier hoofdstukken worden in pdf
ter beschikking gesteld op Blackboard.
● Etymologie: stamt uit het Oud-Grieks: ‘φιλοσοφία’
philos (φίλος = vriend, liefhebber) + sophia (σοφία = wijsheid) àliefde voor de wijsheid,
‘wijsbegeerte’
● Vroeger omvatte de filosofie alle disciplines (wiskunde, wetenschap, psychologie,...), nu
is het een eigen discipline, maar moeilijk te definiëren
● Specifiek aan filosofie = fundamentele vragen stellen (‘The big questions’),
vooroordelen onderzoeken, logisch nadenken, vooronderstellingen aan het licht
brengen à “denken over denken”
● Maar ook: Zelf nadenken! Kennis onderscheiden van geloof en meningen = rationeel en
kritisch nadenken
-> filosofie = emancipatie
Er zijn 4 casussen - we krijgen teksten die we moeten lezen voor de les, in de les gaan we die
analyseren en bekijken. Vaak 2 boeken per casus.
KIJK HOOFDSTUKKEN HANDBOEK OP BB VOOR EXTRA
INFO
1
,Hoofdstuk 1: Ethiek
Deel 1
Begrippen:
● Waarden: algemene morele uitgangspunten, aspecten van het leven die we belangrijk
(‘waardevol’) vinden. Drukken een beoordeling of evaluatie uit:
- bv. “Tolerantie is de basis van onze democratie.”
“Alles staat of valt bij eerlijkheid.”
“Gezondheid is een kostbaar goed.”
“Vrijheid is de hoogste waarde binnen de liberale samenleving.”
“Het komende jaar wil ik meer tijd vrijmaken voor mijn familie en vrienden.”
● Deugden: Waardevolle karaktereigenschappen
- bv. vriendelijkheid, eerlijkheid, bescheidenheid
● Normen: concrete gedragsbepalingen, specifieke regels die ons voorschrijven wat we
moeten of mogen doen
- Drukken een plicht of een permissie of een verbod uit.
- bv. “breek nooit je belofte”
“een leugentje om bestwil is toegestaan”
“je moet de waarheid spreken”
=> Normen zijn een toepassing van waarden op het praktische leven.
Waarden: veiligheid, vrijheid, vriendschap, rechtvaardigheid, integriteit.
Normen: wees eerlijk, werk af waaraan je begint, wees mild voor de anderen.
Vergelijk met nieuwjaarsvoornemens.
Waarden → algemene zaken waar je meer aandacht aan wil besteden, vb. meer tijd
doorbrengen met vrienden, familie.
Normen → concrete gedragsregels om je leven anders in te richten, vb. wekelijks gaan sporten,
stoppen met roken, elke dag een uur klassieke muziek beluisteren.
● Moreel: wat overeenstemt met de heersende waarden en normen
- bv. de zieken verzorgen
● Immoreel: wat de heersende waarden en normen schendt
- bv. uitsluiting o.b.v. racisme
● A-moreel: waarbij geen waarden en normen betrokken zijn
- bv. “De zon komt op in het oosten.”
=> afbakening domein van de ethiek: moreel versus a-moreel
● Moraal: stelsel van normen en waarden, dat betrekking heeft op handelen van mensen
- “In de moraal van de antiek-Griekse cultuur stond dapperheid hoog
aangeschreven.”
2
, ● Ethiek: studie van normen en waarden, die zich richt op de vraag welke normen en
waarden we kunnen rechtvaardigen
= moraalfilosofie
- Bv. “Waarom moeten we gezondheid beschouwen als een belangrijke waarde?”
Moraal: je kan ook onderscheid maken tussen een publieke en een persoonlijke moraal.
Moraal: de normen en waarden die er zijn, die heersen of gelden in een bepaalde cultuur.
Ethiek: de systematische reflectie op die geldende moraal.
Kerntaak van de ethiek
➢ niet beschrijven (descriptief), bv. antropologie, rechtsgeleerdheid
➢ niet verklaren (oorzaken), bv. sociologie, geschiedenis
➢ geldigheid onderzoeken van waarden en normen
Ethiek stelt de vraag hoe het zou moeten zijn + zoekt daar redelijke argumenten voor
Om het anders te stellen: ethiek is niet beschrijvend of descriptief, zij stelt zich niet tevreden
met het beschrijven van de bestaande toestand en het aangeven van de oorzaken daarvan.
Ethiek is normatief. Zij beweegt zich altijd op het niveau van hoe iets zou moeten zijn.
● Descriptief: wat zich beperkt tot ‘wat is’ en die toestand tracht te beschrijven.
● Normatief: wat zich richt op ‘wat zou moeten zijn’ en dat ideaal tracht voor te schrijven.
Hoe rechtvaardig je een norm?
- Niet door oorzaken te formuleren
- Wel door redenen te formuleren voor die norm
Welke normen en waarden kunnen we met goede redenen verdedigen?
Wanneer kunnen we spreken van goede redenen?
=> de ethiek is zelf normatief: ze vormt een oordeel over de geldende normen en waarden en
geeft dus aan welke normen en waarden we zouden moeten naleven (moreel versus immoreel)
Wetenschappelijke discipline (kijk ook experiment van Galileo Galilei)
Analogie met exacte wetenschap:
● systematisch nadenken over moraal
● ethiek streeft naar een vorm van objectieve geldigheid
● geen kwestie van persoonlijke mening
Verschil met wetenschap:
● geen verklaring of loutere beschrijving van fenomenen
● onderzoek of er goede redenen zijn voor een norm
= vraag naar rechtvaardiging
3
, Het Funderingsprobleem
Logische kloof tussen zijn en behoren (moeten)
Uit de constatering dat iets het geval is, volgt niet dat we iets moeten doen (of nalaten).
-> uit een feit kan niet zonder meer een norm worden afgeleid
Bijvoorbeeld:
“vlees eten veroorzaakt leed bij dieren -> we mogen geen vlees eten”
“dit ritueel bepaalt onze identiteit -> we mogen het niet afschaffen”
Niet geldig!
Twee verregaande implicaties
1) Het hele wetenschappelijke instrumentarium van feiten, verklaringen, experimenteel
bewijs, etc. is niet bruikbaar in de ethiek.
2) De hele (exacte) wetenschap kan geen sluitend argument geven over hoe we ons leven
moeten leiden.
Geen ultieme fundering
Een correcte redenering om normen te rechtvaardigen bevat naast feitelijke ook normatieve
argumenten:
a) vlees eten veroorzaakt leed bij dieren
b) we mogen geen leed veroorzaken bij dieren
=> we mogen geen vlees eten
a) dit ritueel bepaalt onze identiteit
b) onze identiteit mag niet veranderen
=> we mogen het ritueel niet afschaffen
MAAR: Wat rechtvaardigt de bewering dat we geen leed mogen veroorzaken bij dieren, of dat
identiteit onveranderlijk moet zijn?
Probleem: elke norm die we aannemen, moet opnieuw gefundeerd worden. Er is in de westerse
samenleving geen algemeen aanvaarde geldige basis of bron voor morele normativiteit (bv. god).
=> ‘regressus ad infinitum’
=> Funderingsprobleem:
Het is onmogelijk om tot een ultieme fundering voor ethische stellingnamen te komen. Dus
zoeken mensen posities:
Tussen objectivisme en relativisme
● Objectivisme: De juistheid van algemene morele uitgangspunten kan bewezen worden.
● Relativisme: Uiteindelijk zijn normen en waarden altijd relatief; het is zinloos om te
proberen ze te rechtvaardigen.
● Tussenweg: Het heeft zin om algemene morele uitgangspunten te onderzoeken en na
te gaan welke morele consequenties ze met zich meebrengen.
We kunnen altijd goede redenen geven, ook al kunnen we die redenen niet funderen.
4