INTRODUCTIE
BOUWSTENEN:
1. Proportioneel
universalisme
5. Politiserend Kwaliteitsvolle 2.
werken Leefwereldgericht
basisvoorzieningen
Bouwstenen
4. Geïntegreerd
3. Toegankelijk
werken
1. Proportioneel universalisme:
Het basisprincipe van een universele dienstverlening voor iedereen, die varieert in schaal en intensiteit.
Het is m.a.w. dienstverlening die zich richt naar alle burgers, maar waarbij tegelijk bijzondere aandacht
gaat naar ondersteuningsnoden van zwakkere groepen binnen deze universele dienstverlening. Het doel
is om Mattheüs-effecten tegen te gaan en daardoor gezondheids-, onderwijs en welzijnsongelijkheden
verminderen.
2. Leefwereld gericht:
Dit gaat om het aansluiting vinden bij de problemen, de kwesties en de ervaringen van onrecht die zich
voordoen in de leefwereld van kinderen, jongeren, hun families en lokale gemeenschappen. Deze
ervaringen als sociaal werker leren kennen en te begrijpen. Ervaringen en noden van burgers maar ook
onderzoeken wat de noden zijn in de buurt, regio en de gemeenschap. Een leefwereld benadering mag
echter niet blijven hangen in de leefwereld zelf. Er dient verbinding te worden gemaakt met de
systeemwereld.
3. Toegankelijkheid:
Basisvoorzieningen zijn toegankelijk voor iedereen en maken constant werk om zoveel mogelijk kinderen,
jongeren, families en lokale gemeenschappen proactief te bereiken. Ze denken kritisch na over hun
bereikbaarheid, betaalbaarheid, beschikbaarheid, begrijpbaarheid en bruikbaarheid. Rekening houdend
met Mattheuseffect van dienstverlening, grijpen ze in om verschillende doelgroepen op diverse manieren
te bereiken en te betrekken. Werken aan toegankelijkheid betreft zowel voor de deur als na de deur van de
voorziening.
,4. Geïntegreerd werken:
Integrale zorg legt het perspectief van de persoon met een zorg- en ondersteuningsnood op als
uitgangspunt van de dienstverlening en maakt oude aanbodsgestuurde modellen van zorgverlening
overbodig. Integrale zorg is flexibel, op maat en naadloos. Dit vraagt een goede coördinatie van de
verleende diensten. Weg van het gefragmenteerde welzijns/onderwijs en gezondheidsaanbod waardoor
mensen tussen de mazen van het net vallen.
5. Politiserend werken
Het waarborgen van (de toegang tot) rechten: ervoor zorgen dat mensen daadwerkelijk gebruik kunnen
maken van hun sociale rechten. Mensen zijn vaak niet verantwoordelijk voor hun situatie. De oorzaak ligt
vaak op niveau van de samenleving. Het collectiviseren van maatschappelijke problemen: aandacht
hebben voor die structurele oorzaken van sociale problemen en beleidsmakers erop wijzen dat
structurele uitsluitingsmechanismen moeten worden aangepakt.
ONDERWIJSCONTEXT
HISTORISCH-MAATSCHAPPELIJKE EXPLORATIE VAN DE ONDERWIJSCONTEXT
Om het onderwijs beter te begrijpen moeten we teruggaan naar de 19 de eeuw.
De organisatie van het onderwijs sterk verbonden met de zogenaamde kinderwetgeving die in het begin
van de 20ste eeuw ontstond. (Bouverne-De Bie)
Drieluik kinderwetgeving:
- verbod kinderarbeid (1889)
- de algemene leerplicht (1914)
- kinderbeschermingswet (1912)
→ Burgerlijk beschavingsoffensief als antwoord op de sociale kwestie (dominant disciplineringsdenken,
emancipatorische effect)
→ Heropvoeding arbeiderskinderen, pedagogisch offensief (Depaepe)
Het onderwijs begin 20 ste eeuw was klassengericht en socialisatie speelde een belangrijke rol.
→ lager onderwijs voor de lagere klassen
→ middelbaar onderwijs voor de middenklasse
→ hoger onderwijs voor de elite
Dominante gedachte over onderwijs:
“wie werkt en talenten gebruikt zal het ook waarmaken in de maatschappij”
→ deze gedachte ook nog sterk aanwezig vandaag
Onderwijs zou een belangrijke hefboom moeten zijn tot emancipatie en vele denkers hebben dan
ook deze vanzelfsprekendheid in vraag gesteld.
→ Hoe gaat het eraan toe in het onderwijs?
→ Kan het onderwijs de emancipatorische functie vervullen die van haar verwacht wordt?
Enkele denkers van dichtbij bekeken om deze vragen over onderwijs te kunnen antwoorden.
Bourdieu en Passeron : “La Reproduction”(1970)
,→ wordt gesteld dat onderwijs de sociale verschillen in stand houdt.
→ KAPITAAL neemt een centrale plaats in binnen het werk. (kapitaal wordt dan ook gedefinieerd als een
geheel van middelen waarover een klasse of een individu beschikt om macht en invloed te verwerven om
haar maatschappelijke plaats te verdedigen) Economisch kapitaal ( geld, onroerend goed) sociaal
kapitaal (relaties en lidmaatschap), cultureel kapitaal (opleiding, verworvenheden, gedragingen)
Onderwijs draagt aldus een cultureel kapitaal aan en verwacht dat deze dominante cultuur gevolgd
wordt.
Degenen die dus het meest vertrouwd zijn met deze omgangsvormen, stijlelementen, levensstijl hebben
dus voorrang op degenen die daar niet over beschikken. Arbeiderskinderen beschikken niet over het
culturele kapitaal dat het onderwijs vooropstelt en houden de machtsverhoudingen daardoor mee in
stand.
Bourdieu: Pierre Bourdieu was een Franse socioloog. In eigen land was hij een vooraanstaande linkse
intellectueel, daarbuiten was hij vooral onder sociaal-wetenschappers bekend.
Passeron: Jean-Claude Passeron (geboren 26 november 1930 in Nice ), is een Franse socioloog. Was
opleidingsdirecteur aan de École des Hautes Etudes en Sciences Sociales
Onderwijs wordt gezien:
→ als een neutraal objectief instituut, waardenvrij, met een eigen logica waardoor de feitelijke
ongelijkheid genegeerd wordt.
→ Ideeën worden als dominant en natuurlijk voorgesteld.
→ evoluties binnen onderwijs moeten ook in dit kader begrepen worden. Ideologieën als middel om de
bestaande overheersing te trachten op te leggen aan anderen om die machtsverhoudingen in stand te
houden. Vb hevige schoolstrijden
Ivan Illich (1981):
→ pleit radicaal voor een ontscholing van de maatschappij: Leren hoeft niet, want dat betekent
‘geïnstitutionaliseerd worden’. De aangeboren nieuwsgierigheid van kinderen wordt net afgeleerd door
wetten en regels.School zorgt “voor een indoctrinatie” en doet het zelfstandig denken teniet.
Ivan Illich was een Oostenrijks-Amerikaans-Mexicaans-Duits publicist, denker en priester. 1926 – 2002
Paolo Freire (1972):
→ onderwijs vergelijkt hij als een bankconcept = kennis wordt gedeponeerd en belegt in de hoofden van de
leerlingen. Leerlingen worden afhankelijk van de kennis van de leraar. Onderwijs modelleert het
bewustzijn naar het beeld van de onderdrukker. Effecten hiervan noemt Freire de cultuur van het
zwijgen als een hardnekkig fenomeen waardoor de machteloosheid optreedt.
Paulo Freire was een Braziliaans onderwijshervormer, pedagoog en andragoog, hoogleraar in
Pernambuco en directeur van het departement voor Cultuurverspreiding
Wat moeten we dan doen? De scholen afschaffen? In welke richting slaat de balans door?
Onderwijs houdt een tweestrijdigheid in: enerzijds emancipatie anderzijds discipline. Deze paradox lijkt
eigen te zijn aan onderwijs.
“Programme for International Student Assessement” (PISA-onderzoeken) geeft een beeld over de
Belgische onderwijssituatie in vergelijking met andere landen.
De onderzoeken gebeuren om de 3 jaar. Gestart in 2000 en het laatste situeert zich in 2022.
, In elke cyclus worden dezelfde cognitieve domeinen onderzocht bij 15-jarigen nl leesvaardigheid,
wiskunde en wetenschappelijke geletterdheid.
Daarnaast wordt ook onderzoek gedaan naar de culturele, sociale en economische situatie van de
leerlingen en hun gezin
Grafiek Pisa-onderzoek : onderwijs in Vlaanderen ( afgenomen 2022)
Conclusie voor Vlaanderen:
→ Relatief goed scoort op het vlak wiskunde en wetenschappelijke geletterdheid. Wel jaar na jaar
achteruitgang.
→ Kampioen op het vlak van sociale ongelijkheid.
Deze grafiek legt de schaduwzijde van ons onderwijssysteem bloot: de ondermaatse score inzake sociale
rechtvaardigheid = gelijkheid = eerlijkheid.
Dit betekent concreet dat de resultaten van leerlingen sterk gedetermineerd worden door hun sociale
afkomst.
Cijfers over ongelijkheid zijn erg schokkend. En roept vragen op over deze ongelijkheid.
Wat verstaan we nu onder ongelijkheid?
4 soorten van ongelijkheden:
1. natuurlijke ongelijkheden: ongelijkheden waar nog het individu noch de gemeenschap vat op
heeft. Vb individuele verschillen in genetische aanleg
2. ongelijkheden in omstandigheden: ongelijkheden waar de samenleving wel verantwoordelijk is.
De term verwijst naar sociale omstandigheden of zelfs sociale afkomst. vb ongelijke verdeling van
materiële rijkdom, sociale relaties, gezondheid