Aardrijkskunde (ruimte) – Els
3.1 weer en klimaat – syllabus
3.1.1 inleiding
Het weer bepaalt:
1. Vrijetijdsbesteding (beste skiërs komen uit sneeuwgebieden)
2. Landschappen (vb. naaldbomen in sneeuwgebieden => makkelijk sneeuw van
naalden)
3. Voeding (slecht weer kan leiden tot misoogsten en hoge prijzen)
Weerkundigen maken LT verwachtingen waar boeren zich op kunnen baseren
Burgerwetenschap = wetenschappelijk onderzoek (o.a.) door burgers onder begeleiding
(in samenwerking) van (met) wetenschappers
Voordelen:
o Motiverend
o Stereotyperingen doorbreken
o Linken met andere scholen
o Bron van didactisch materiaal
o Wetenschap dichter bij kinderen
3.1.2 Verschijnselen in de atmosfeer
Rond aarde = atmosfeer/ dampkring
Beschermt en verwarmt aarde
Motor : de zon
Samenstelling : een unicum (uniek) (zie foto)
o 78% stikstof
o 21% zuurstof
o 1% uit CO 2 , argon, helium…
Opbouw : verschillende lagen, met pauzes van elkaar gescheiden => gebaseerd op
temperatuur => hoe hoger, hoe lagere temperatuur behalve in de stratosfeer =>
warmer door ozonlaag (warmte stijgt tot die grenst aan nog warmer stuk = warmte
kan niet weg en er vormt zich een laag)
Nut :
o Bescherming tegen schadelijke straling
o Bescherming tegen meteorietinslagen
o Behoud van warmte => broeikaseff ect
o Reguleren van weer en klimaat
o Zuurstof voor ademhaling
Buiten atmosfeer = meteoroïde
in atmosfeer = vallende ster = meteoor
inslaat op aarde = meteoriet
Komeet = vuile sneeuwbal aan de
rand van ons planetenstelsel
Dichter bij zon? = ijs
smelten => staart zie je
Troposfeer :
Weer en klimaat
temp. neemt af
12km hoog
, Dunste
80% van alle lucht
Lucht voortdurend in beweging
(horizontaal en verticaal)
Weersverschijnselen
Energie van de zonnestraling
1. Legt lang traject af,
slechts deel bereikt
aardoppervlak die de
aarde opwarmt
2. Aarde zendt
warmtestraling uit
3. Troposfeer neemt energie
op
3.1.3 Verschil weer en klimaat
Defi nitie weer = de werkelijke toestand van de troposfeer voor een beperkt gebied en voor
een korte duur. Het weer wordt bepaald door de eigenschappen van de troposfeer te meten
op een bepaald moment en op een bepaalde plaats
= veranderlijk in tijd en ruimte
Vastleggen: temperatuur, vochtigheid, wind… meten
Defi nitie klimaat = de gemiddelde
weertoestand van de troposfeer voor een uitgestrekt gebied over meerdere jaren. Deze
gemiddelde toestand wordt afgeleid uit de gemiddelde waarden van waarnemingen over een
periode van 30 jaar. Het klimaat wordt beschreven door de gemiddelde eigenschappen van
de troposfeer over een lange termijn te berekenen voor een uitgestrekte regio
= weer over een langere periode (min. 30 jaar) vb. gemiddelde maandelijkse
regenval of combinatie van gegevens over bevolkingsgraad, richting wind, sterkte
zonlicht…
Hierbij ook kijken naar externen en hoe vaak deze voorkomen
Samenvattend:
,3.1.4 Weerelementen
3.1.4.1 weerelement temperatuur
Isotherm = een lijn die plaatsen met dezelfde temp. voor eenzelfde periode verbindt.
Vb. januari-isotherm
= isothermenkaart
Wat je vooraf moet weten
…over het warmtebudget van de aarde
Kortgolvige lichtstraling wordt omgezet
naar langgolvige straling die de lucht en
bodem verwarmt = warmtestraling
Licht naar warmte vraagt tijd
Warmte komt dus via aarde en
niet rechtstreeks via zon!!
Die 30% gerefl ecteerde straling =
albedo
= het weerkaatsingsvermogen van een
object
Hangt af van kleur/ materiaal
Aarde = albedo tussen 37 en 39%
, Hoezo is de warmtebalans van de aarde in evenwicht?
Energie die verloren gaat is gelijk aan energie die het aardopp. en atmosfeer
ontvangt
Dankzij broeikaseff ect
…over de bewegingen van de aarde
De aarde = voortdurend in beweging
1 dag om aardas = aardrotatie
o Kijken naar sterren, zon… => dan gaan die van oosten, over het zuiden naar
westen en lijkt het alsof zij om de aarde draaien
MA AR dit is een schijnbare beweging want de aarde draait rond een as van
west naar oost
o Gevolgen : schijnbare beweging en afwisseling dag en nacht
o As = schuin (66graden)
Door invalshoek van zonnestralen verschilt temperatuur en daarom
hebben we seizoenen
1 jaar rond de zon = aardrevolutie
o De aarde draait in een ellipsvormige baan rond de zon waardoor deze niet
altijd even ver staat van de zon
Noordelijk halfrond = zon in winter dichtst
Afstand is geen oorzaak van temperatuurverschillen tussen winter en
zomer!
o Het is eigenlijk 365 dagen 5 uur 48 minuten en 46 seconden
DUS we hebben 6 uur te kort per jaar waardoor we om de 4 jaar 1 dag erbij
doen
= schrikkeljaar (zonder schrikkeljaren zouden we na 100 jaar 25 dagen later
beginnen met de zomer)
MA AR dan 11 minuten te veel
DUS eeuwenjaren zijn geen schrikkeljaren
MA AR dan komt het nog niet helemaal uit
DUS eeuwenjaren zijn wel schrikkeljaren als ze deelbaar zijn door 400
Luchttemperatuurverschillen door variaties van invallende lichtintensiteit
a) Invloed van de afstand tot de evenaar
Zonnestralen komen evenwijdig toe op de aarde
Aarde is bol dus hoe hogere breedteligging hoe kouder en bij de evenaar warm want
moet een kleiner oppervlak vullen
Stralen naar evenaar moeten kortere weg afl eggen dus minder kans op verstoring
b) Invloed van het moment in het jaar