Saponines Fytinezuur
Organisch zuur
Spinazie, rabarber, bieten, noten, cacao, aardappelen en thee Glycosiden, schuimvormende eigenschappen
Primaire opslagvorm van fosfor in zaden, granen,
Chelatie van kationen -> onoplosbare oxaalzouten -> slechte opname darm. Deel van Peulvruchten, quinoa, aardappelen, spinazie en haver
peulvruchten, noten en oliehoudende zaden. Zemelen van de kiem van granen.
oxaalzuur wordt via urine uitgescheiden -> neerslaan als calciumoxalaat -> • Binding aan cholesterol in membranen -> ↑ permeabiliteit -> lekken/
Sterk geconcentreerd in ongeraffineerde, volkorenproducten
kristalvorming en nierstenen lyse
Vrij resistent tegen vertering (mens mist het fytase enzym). Chelatie van
Acute: GI-klachten. ZZ: oxalaatvergiftiging -> hypoCa²⁺ , hartritmestoornissen, • Binding aan voedingsstoffen en enzymen -> verlaging absorptie
kationen (Fe, Zn, Ca²⁺ en Mg²⁺) -> onoplosbare complexen = fytaten die niet
convulsies en overlijden • Immsysteem prikkelen, productie cytokines beïnvloeden
kunnen worden opgenomen in de dunne darm. Remmen SVS-enzymen zoals
Chronisch: calciumoxalaatstenen urinewegen. Risico op osteoporose of anemie. • Bittere smaak -> eetlust verminderen
amylase, trypsine en pepsine -> verminderde vertering zetmeel en eiwitten
Positief: vrije radicalen neutraliseren. Acute: GI-problemen. Hemolyse RBC (vaak beperkt door
Acute: SVS-klachten
Koken in ruim water en vervolgens afgieten, voldoende water drinken. Oxalaatrijke detoxificatieprocessen in de darm)
Chronisch: aanhoudende mineraaltekorten -> anemie, osteoporose of
voeding met Ca²⁺ combineren -> complexen die via faeces uitgescheiden worden Chronisch: verminderde opname macro- en micronutriënten
groeivertraging. Ondervoeding
Positief: verminderen opname cholesterol. Apoptose tumorcellen stimuleren en
Positief: vrije radicalen binden en vetperoxicatie tegengaan -> beschermt tegen
Glucosinolaten tumorgroei remmen. Vaccin: adjuvans want immuunrespons versterken.
oxidatieve stress. Lagere postprandiale glucosepiek -> verlaagt risico op
Weken, koken en fermentatie. Evenwichtig voedingspatroon!
Zwavelhoudende, secundaire metabolieten DM2. Vorming van calciumoxalaat nierstenen verminderen.
Kruisbloemige groenten (kool, broccoli, spruitjes, bloemkool, mosterd en rapen) Weken, kiemen en fermenteren (zuurdesemfermentatie). Granen en
Geur en smaakbepalend peulvruchten combineren met VitC rijke groenten en fruit om ijzerabsorptie
Vormen biologisch actieve afbraakproducten wanneer ze in contact komen met myrosinase -> te verbeteren
contact ontstaat tijdens vermalen plant (ze bevinden zich beide al in de plant) -> vorming
glucosinolase-afbraakproducten: Tannines
• Isothocyanaten: enzymactivatie in lever en darm die cruciaal zijn voor ontgiftiging. Hoge [] Polyfenolische verbindingen
oxidatieve stress en celbeschadiging (cytotoxiciteit en DNA schade) Thee, wijn, koffie, cacao, noten, druiven, onrijpe bananen
• Nitrilen: hoge [] metabole belasting op lever en nieren -> orgaanhypertrofie Antinutriënten Gaat sterke bindingen aan met proteïnen, polysachardiden en mineralen -> droge mond
• Thiocyanaten: remmen opname jodium in schildklier -> goitrogeen effect
Natuurlijke verbindingen Binding aan voedingsproteïnen en SVS-enzymen -> bemoeilijkte opname
Acuut: irritatie SVS Onoplosbare complexen met Fe, Zn en Ca²⁺ -> geen opname meer mogelijk
Chronisch: langdurige verstoring fysiologische processen zoals hormoonhuishouding. Beschermende functie plant
Acute effecten: GI-klachten, hoofdpijn, lage BD, algemene malaise.
Hyperthyroïdie en struma. Beïnvloeden opname of benutting voedingsstoffen Chronische effecten: verminderde eiwitvertering, lagere benutting essentiële AZ’n. Kans
Positief: activeren detoxificatie-enzymen, kankerverwekkende stoffen neutraliseren. Lager risico Geen maximale limieten op anemie en verminderde botmineralisatie (tekort aan mineralen)
borst,- prostaat,- darm,- en longkanker. Vermindering oxidatieve stress en ontstekingsreacties. Positief: anti-oxidatief, anti-microbieel, anti-viraal, vaat-verwijdend, ontstekingsremmend
Lagere kans op atherosclerose en hypertensie. Gunstige effecten op darmmicrobiota Tannines reduceren door weken, fermenteren en koken
Koken en blancheren: wateroplosbare stoffen zullen uitlogen
NIET stomen: zorgt voor een hoger gehalte aan bioactieve afbraakproducten en behoud van
meer glucosinolaten
Lectines
Amylase-inhibitoren (Chymo)trypsine inhibitoren Eiwitachtige verbindingen
Eiwitachtige verbindingen Eiwitachtige verbindingen, resistent tegen degradatie door pepsine, Peulvruchten, volle granen
Granen, peulvruchten, aardappelen overleven in zure maagomgeving Binden specifiek en sterk aan KHD structuren op celmembraan en
Binden sterk aan SVS-enzym α-amylase -> verhinderen afbraak zetmeel door verhinderen Sojabonen, bonen, linzen, erwten, granen, aardappelen glycoproteïnen.
omzetting in maltose en andere oligosachariden. Kunnen zure maag overleven en effect in Binden aan de actieve plaatsen van de SVS-enzymen trypsine en • Darmwand: verhoogde intestinale permeabiliteit -> |↓ absorptie
darm uitoefenen. Groter deel KHD bereikt het colon -> fermentatie chymotrypsine. Trypsine: hydrofiele residuen, chemotrypsine: hydrofobe • Binding aan voedingscomponenten of SVS-enzymen -> belemmering opname en
Acute: fermentatie in dikke darm (gasvorming). aromatische residuen. Binding inhibeert de proteolytische activiteit van SVS- vertering
Chronisch: gelinkt aan langdurige opname van glucose met daling van calorische enzymen -> verminderde eiwitafbraak darm -> ↓ vrije AZ’n voor opname • Immuuncellen activeren of stimuleren -> ontstekingsreacties maar soms ook
beschikbaarheid. Groeivertraging, gewichtsverlies en vermoeidheid. Acute: SVS-klachten positief effect
Dysbiose Chronisch: eiwittekort, groeivertraging, spierafbraak, ↓ immuniteit, • Fytohemagglutine -> hemagglutinerende werking van rode bonen
Positief: gunstig effect op glucosemetabolisme door verlaging van de postprandiale vermoeidheid, indirect tekort aan mineralen Acuut: GI-klachten, malabsorptie, leaky-gut, koorts, hoofdpijn, hypotensie,
bloedsuikerpieken, relevant voor diabetes type 2 en insulineresistentie. Toegenomen Positief: antitumoraal, ontstekingsremmend, bescherming tegen schadelijke algemene malaise. Hemmaglutinatie RBC -> anemie, orgaanschade
beschikbaarheid van onverteerde KHD kan korteketenVZ’n produceren -> positief effect effecten van een eiwitoverschot Chronisch: deficiënties, groeivertraging, verergering inflammatoire darmziekten
op darmgezondheid. Koken, stomen of roosteren = 80% inactivatie. Weken, kiemen en fermentatie ook Positief: antitumoraal, stimulatie immuuncellen, antimicrobieel, antivraal.
Relatief hittegevoelig -> koken, weken, fermentatie en roosteren. mogelijk Grondige vochtige verhitting: koken weken, fermentatie
, Nieuwe mycotoxines Fumonisines - IARC 2B
Ergotalkaloïden
Beauvericine, enniatine en fusariumzuur door Fusarium spp. Fusarium. Chemisch verwant aan sfingolipiden. Aantasting vnl in het veld
Claviceps (moederkoren)
Beauvericine & enniatine: werkzaam als ionoforen • B-serie (FB): meest toxisch, meest voorkomend
Granen -> donker, compact sclerotium
Fusariumzuur: VD en neuroactieve verbinding. Interferentie ZS • A-serie (FA): derivaten van FB
Structureel verwant aan NT -> vasoconstrictie via α-adrenerge-R. Agonisten voor
door remmen dopamine β-hydroxylase -> verstoring niveau • C-serie (FC): niet zo belangrijk
serotonine-R -> proliferatie BW en ontwikkeling fibrose in hartkleppen en organen
catecholamines. Synergistisch effect met andere mycotoxines • P-serie: (FP): hydrolyseproducten van FB
Acute: ergotisme (Sint-Antonisvuur) = ZZ. Historisch door besmet roggebrood.
Beauvericine & enniatine: chronische cytotoxiciteit in snel Maïs en maïsproducten
Gangraneuze variant, convulsieve variant.
metaboliserende organen (lever en nier). Interfereren met sfinganine-N-acetyltransferase -> abnormale ophoping sfinganine in cellen ->
Chronisch: aanhoudende vasoconstrictie -> perifere doorbloedingsstoornissen en
Fusariumzuur: hoge [] = acute effecten: GI-klachten, daling BD, apoptose en weefselschade (mn lever, nieren en ZS) -> toename ROS in cellen -> oxidatieve stress
weefselnecrose. Cardiovasculaire schade en structurele orgaandefecten
neurotoxische effecten. Acute: snel progressieve fatale ziekten: leuko-encafalomalacie paarden, longschade varkens
Sortering van de oogst. ML’s
Chronisch: vermogen om andere mycotoxines te verstrerken Chronisch: nefro- en hepatotoxiciteit. Verhoogd risic slokdarmkanker. Teratogene effecten.
Nog geen specifieke ML’s Thermostabiel. Resistente maïs cultivars. ML’s
Toename door klimaatverandering en slechte gewasrotatie
Zearalenone Trichotecenen - IARC3
= ZEA. Fusarium. Gematigde tot koude klimaten Fusarium, een van de meest voorkomende contaminanten in granen in koude/
Maïs en granen gematigde klimaten. Deoxynivalenol (DON/vomitoxine) -> meest voorkomend. T2
Oestrogene werking. ZEA bindt zich aan de α of β oestrogeenreceptor Mycotoxines en HT2 zijn veel toxischer.
(ER) -> oestrogene agonist. Hoge affiniteit voor ER-α Granen
Secundaire metabolieten van Aspergillus, Fusarium • Eiwitsynthese remmers door blokkade mRNA -> apoptose cel.
Chronisch: hyperoestrogenisme (varkens) -> reproductiestoornissen
zoals zwelling vulva, prolaps en onvruchtbaarheid. Hoge blootstelling: en Penicillum soorten • DON beschadiging darmbarrière
teratogene effecten (hormonale balans foetus wordt verstoort) Ontstaan door ongunstige groei- of • Oxidatieve stress, induceren ROS en putten glutathion uit -> cytotoxiciteit
Thermostabiel. Resistente gewasvariëteiten. ML’s Acute: misselijk, braken en diarree. T2 en HT2 kunnen ook schade aan huid en
opslagomstandigheden (<15% vochtigheid!)
slijmvliezen veroorzaken
Allemaal: Good argicultural practices GAP; Chronische: immunosuppressie -> leukopenie. Tight junction beschadiging
good manufacturing practices GMP & darmepitheel -> ontstekingen, malabsorptie.
Aflatoxines - IARC1 & 2B T2: toxic alimentary aleukia = pancytopenie -> fatale infecties en inwendige
good hygiene practices GHP
Meest potente carcinogene mycotoxines. Aspergillus bloedingen
Verordening: ML’s, ALARA en officiële controle Thermostabiel. Verwijderen buitenste korrels (zemelen), schimmel stapelt zich hier
AFB1 & B2: vertoont blauwe fluorescentie
op. Gebruik van resistentie gewasvariëteiten. ML’s
AFG1 & G2: vertoont groene fluorescentie
M-groep: hydroxyl derivaten in melkproducten
Granen, pinda’s, noten en maïs Patuline - IARC 3
Het genotoxisch mechanisme is afh van de metabolisatie in de lever. Ze worden omgezet in Penicillium, (Aspergillus)
een reactieve epoxide-metaboliet die zich aan DNA bindt. Ochratoxines - IARC 2B Bedorven fruit (vnl appels en afgeleide producten)
AFB1: meest toxisch en carcinogeen. Epoxide van AFB1 is zeer reactief en bindt covalent Primair neurotoxine -> oxidatieve stress cellen. Gaat binding aan met
Aspergillus en mycotoxines, OTA meest verspreid en meest toxisch.
aan DNA. IARC1 ! SH-groepen van eiwitten en enzymen -> remming glycolyse en ETK ->
Granen, koffie, cacao, gedroogd fruit, specerijen, vlees, kaas
AFG1: cfr AFB1 maar lagere toxiciteit verstoring ATP-synthese -> energetische crisis cel.
Primair nefrotoxine, hoge biologische beschikbaarheid en bindt zich sterk aan
AFB2 en AFG2: verzadigde versies van AFB1 en AFG1, minder toxisch • Binding aan glutathion -> anti-oxidant voorraad van de cel raakt
serumproteïnen -> lang T1/2 en accumulatie (lever, nieren). Verstoort synthese
AFM1: gehydroxyleerde metaboliet van AFB1 dat via de melk in de voedselketen uitgeput -> grootschalige oxidatieve schade -> daling immuniteit ->
van eiwitten, cellulaire respiratie en ATP-productie. Induceert oxidatieve stress in
terechtkomt. Minder toxisch maar zeer streng gereguleerd. IARC 2B apoptose
de niercellen. Mogelijk carcinogeen via niet-genotoxisch mechanisme -> stimuleert
AFM2: gehydroxyleerde metaboliet van AFB2, niet erg toxisch Acute inname: GI-klachten, extreem = bloedingen, oedeem en
celproliferatie en immunosuppressie.
Acute mycotoxicose: leverschade, hepatische necrose -> falen lever -> dood neurotoxische effecten
Chronisch en systemisch: Balkan Endemische Nefropathie en nierkanker bij de mens.
Chronisch: AFB1 belangrijkste risicofactor voor leverkanker, mn pt die besmet zijn met Chronisch: verstoring cellulaire immuunfuncties. Potentieel genotoxisch.
Urotheelcarcinomen. Kan interfereren met de dopamine transmissie -> congnitieve
hepatitis-B. Beïnvloeding van het immuunsysteem, verminderde weerstand tegen infecties en Hoge dosissen: embryotoxiciteit
effecten. Geboorteafwijkingen.
vaccins. Meest hittegevoelig -> pasteurisatie en fermentatie. Gebruik van
Stabiel tijdens verwerking, lange T1/2 in lichaam
Kinderen en AFM1: kwetsbaarheid van jonge lever en mogelijke effecten op de groei ascorbinezuur inactiveert de schimmel. Selectie van grondstoffen, bruine
PREVENTIE!
Hittebestendig, moeilijk te verwijderen. Vermijden van ontwikkeling! Optimaliseren van de delen mogen niet gebruik worden voor verwerking. ML’s!
Strenge ML’s om chronische blootstelling
gewasgezondheid (kweken en opslag). Strikte ML’s voor AFB1 en ML’s voor AFM1 in
te minimaliseren.
melkproducten, zeer strenge normen voor zuigelingen- en peutervoeding.