1. GROEPEN EN TEAMS
1.1. WAT IS EEN GROEP?
Gebruiken woord ‘groep’ dagelijks.
Iedereen behoort op elk moment in zijn leven tot verschillende groepen.
Gedurende leven veranderen groepen waartoe je behoort.
Wanneer noem je verzameling mensen een groep?
David & Frank Johnson verscheidene definities van het woord.
KENMERKEN VAN EEN GROEP:
Gezamenlijk doel
Onderlinge afhankelijkheid
Interactie
Sociale eenheid
Wederzijdse beïnvloeding
Normen en rollen
Enkel groep indien voldaan aan al deze criteria.
EEN DOEL
Groep = verzameling mensen die gezamenlijk een bepaald doel willen bereiken.
Wordt lid van groep door besef dat je met de groep meer kans maakt een doel te
bereiken.
“het geheel is meer dan de som van de individuen”
EEN ONDERLINGE AFHANKELIJKHEID
Groep = verzameling van individuen die op bepaalde manier van elkaar afh zijn.
Nadruk op afh zijn van elkaar.
Bepaalde gebeurtenis vind plaats beïnvloed niet enkel individu, maar de hele groep.
INTERACTIE
Groep = verzameling individuen die directe contacten met elkaar onderhouden.
Accent op interactie die aanwezig moet zijn tss de groepsleden.
,EEN SOCIALE EENHEID
Groep = sociale eenheid die uit 2+ personen bestaat die zichzelf als lid van een groep
beschouwen.
Kan pas spreken van groep als individuen zichzelf zien als deel van die groep.
WEDERZIJDSE BEÏNVLOEDING
Groep = verzameling individuen die elkaar beïnvloeden.
Zonder dit geen groep.
NORMEN EN ROLLEN
Groep = verzameling individuen van wie de interacties door aantal normen en rollen
gestructureerd rollen.
Deze kunnen schriftelijk of mondeling vastgesteld zijn.
CONCLUSIE
Groep heeft duidelijk aantal regels bepalend welk gedrag (on)gewenst is.
Groep geeft aan welk gedrag (ab)normaal gevonden wordt.
Groepsnormen = (doorgaans onuitgesproken) gedragsregels die voor ieder lid gelden.
Overtreding wordt door chiroleden opgemerkt en al dan niet afgekeurd.
REMMERSWAAL
Normen vergemakkelijken het samenwerken en omgang met elkaar in groep omdat
iedereen weet wat van elkaar en zichzelf te verwachten.
Groepen oefenen actieve druk uit op de leden om zichzelf te conformeren aan
ontwikkelde groepsnormen
belangrijkste reden voor conformiteit en uniformiteit in groepen.
Conformiteit = mate waarin groepsleden zich aanpassen aan geldende groepsnormen.
Uniformiteit = verwijst naar met elkaar in overeenstemming zijn, de eenheid of
samenhang.
1.2. WAT IS EEN TEAM?
KOWALSKI & ILGEN:
Team = wnr 2+ individuen waartussen er sociale interactie is en die 1 of meer
gemeenschappelijke doelen hebben.
Deze pers zijn afh van elkaar en iedereen heeft eigen toegewezen specifieke rollen/
functies (aantal kenmerken terugkomend van een groep).
MAAR gaan niet in hier op wederzijdse beïnvloeding en sociale eenheid.
Verschil ‘zomaar groep’ mensen en een ‘team’:
, Team heeft geleerd zich te ‘verbinden’: samen te werken aan bepaald doel.
Binnen team besef bij leden aanwezig dat ze door samen te werken in staat zijn een
doel te bereiken groter dan ieders individuele kracht.
Gezamenlijk doel bindt en verbindt.
KENMERKEN VAN EEN TEAM:
Teambelang gaat voor op eigenbelang.
Er s cohesie
Iedereen draagt bij aan het gezamenlijke doel.
Goede samenwerking.
Iedereen neemt zijn verantwoordelijkheid
Iedereen waardeert elkaar
Communicatie verloopt op een goede manier.
Successen zijn een gezamenlijk resultaat.
Jef Stevens:
team in non-profit secor = team bestaat uit 2+ lede, die in onderlinge afhankelijkheid en
door onderling overleg uit te voeren taken verdelen en coördineren, met oog op of ifv
een gezamenlijk doel, binnen breder organisatorisch verband.
TWEE OF MEER LEDEN MET ONDERLINGE AFHANKELIJKHEID
team bestaat uit =/= teamleden.
Team functioneert altijd (al dan niet minder/ meer zutonoom) in ruimer werkverband.
Teamleden zijn op elkaar aangewezen hun taak te kunnen uitvoeren omdat de volledige
taak hun individuele mogelijkheden te boven gaat.
EEN TAAK VERVULLEN
Leden zijn afh van elkaar.
Taakafhankelijkheid = mate waarin teamlid info, materialen en ondersteuning nodig
heeft en daarvoor afh is van andere teamleden om werk efficiënt te kunnen uitvoeren.
Taakafh groot leden elkaar in grote mate nodig om eigen bijdrage te kunnen leveren.
GEZAMENLIJK DOEL
In team werk je nr gezamenlijk doel/ eindresultaat.
Deze samenwerking vergroot vertrouwen en verbetert de sfeer binnen team wnr ze
dichter bij doel komen.
Elke kleine stap voorwaarts telt!
Brengt team bij elkaar
Leden houden elakar scherp om op efficiënte & effectieve wijze doel te bereiken.
Ifv doel taken & verantwh gedeeld en plannen & afspraken gemaakt om doel te
realiseren.
, ORGANISATORISCH VERBAND
Team maakt meestal deel uit van breder verband.
Functioneert altijd binnen visie & missie van org, regelgeving en procedures.
Team & org beïnvloeden elkaar wederzijds.
Wnr team probeert te onttrekken aan invloed pleegt vluchtmisdrijf en zet zichzelf
buitenspel.
Elk team heeft eigen gezicht omdat eigen doel nastreeft.
Eigen gezicht en eigen doel afgestemd op eigen gezicht van de org en haar globale
doelstellingen.
Org die niet openstaat voor eigenheid van team snijd pas af voor creativiteit en
persoonlijkheid bij realiseren van doelen pleegt aanslag op zichzelf.
EEN TEAM HEEFT GEDEELDE WAARDEN EN NORMEN
Gemeenschappelijke waarden & normen zorgen voor zekere gelijkehid in opvattingen,
doelstellingen & gedragingen die het mogelijk maken beslissingen te nemen vanuit
wederzijds begrip.
1.3. WAT ZIJN VEERKRACHTIGE TEAMS?
NIET KENNEN!
1.4. WAT IS GROEPSDYNAMICA?
= wetenschappelijk onderzoeksdomein gericht op vergroten van inzicht in functioneren van
groepen.
Binnen groepsdynamica kijkt met nr gedrag van groepsleden binnen groepen.
Volgens Johnson & Johnson kijkt men naar:
Gedrag van groepsleden binnen groepen.
Ontwikkeling van groepen.
Interacties tss groepsleden, andere groepen en organisaties.
Structuur van groepen.
3 actoren om rekening mee te houden bij groepen begeleiden:
De groep zelf, je cliënten.
o Doelgroep? Leeftijd? Hun mogelijkheden? Welke ondersteuningsnood?
Onderlinge verhoudingen? Waarden/ normen die in groep leven?
Je team
o Met de verschillende rollen, persoonlijkheden, mate van werkervaring, stijl
van communiceren.