H1: NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGEN
1. OMSCHRIJVING
Taal is niet neutraal. Hoe we spreken over NBM beïnvloedt hoe ze worden benaderd,
welke rechten ze krijgen en hoe de samenleving naar hen kijkt. “Taal zorgt ervoor dat we
ons als mens onderscheiden. Maar het is ook datgene dat het meest bijdraagt aan de
ontmenselijking van de ander als mens”
NBM zijn in eerste plaats kinderen en jongeren met unieke verhalen en groeipotentieel –
niet louter hun juridische status
1.1 VEEL GEBRUIKTE TERMINOLOGIE
“Het gebruik van terminologie bepaalt mee het discours en het moreel appel dat eraan
verbonden is.”
Termen verschillen naargelang de juridische status, herkomst en de instanties die ermee
werkt. Taalgebruik is niet neutraal: het beïnvloedt hoe jongeren worden benaderd en
welke rechten ze krijgen.
1.1.1 NIET BEGELEIDE MINDERJARIGE VREEMDELING (NBMV)
= Niet-Begeleide Minderjarige Vreemdeling – officiële Belgische term, buiten de EER
De meest gebruikte en officiële term in België. Volgens de Belgische Dienst Voogdij gaat
het om:
Persoon jonger dan 18 jaar
Afkomstig uit een land buiten de Europese Economische Ruimte (EER)
Verblijft zonder ouder of wettelijke voogd op Belgisch grondgebied
Dit kan zowel gaan om jongeren die asiel aanvragen als jongeren zonder geldige
verblijfstitel. De term bepaalt of de jongere recht heeft op een voogd en opvang via
Fedasil.
"Niet-begeleid" = geen ouders of wettelijke voogd. Jongeren die reizen met een oom,
tante of meerderjarige broer/zus worden juridisch ook als niet-begeleid beschouwd, tenzij
die begeleider als wettelijke voogd erkend is
1.1.2 NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGE (NBM)
Steeds vaker gebruiken hulpverleners en organisaties de term NBM, waarbij
‘vreemdeling’ bewust wordt weggelaten. Dit benadrukt het kind-zijn en de
ontwikkelingsnoden, eerder dan de herkomst of verblijfsstatus – in lijn met het VN-
Kinderrechtenverdrag
Andere verouderde termen die niet meer worden gehanteerde in deze curus
NBBM: Niet-Begeleide Buitenlandse Minderjarige
AMA: Alleenstaande Minderjarige Asielzoeker
1.1.3 NIET-BEGELEIDE EUROPESE MINDERJARIGE
1
,Een aparte, minder gekende categorie: jongeren onder de 18 die afkomstig zijn uit een
EER-lidstaat (bv. Roemenië, Bulgarije) of Zwitserland.
Vallen buiten de standaardprocedures voor NBM
Kunnen in bepaalde gevallen wel een voogd toegewezen krijgen
Hebben meestal geen recht op internationale bescherming of opvang via Fedasil,
tenzij er sprake is van ernstige verwaarlozing of risico op mensenhandel
1.1.4 PROCEDURE BETREFFENDE HET VERZOEK OM INTERNATIONALE
BESCHERMING
De termen ‘verzoeker’ en ‘NBM’ worden soms door elkaar gebruikt, maar verwijzen naar
verschillende juridische statussen
Een verzoeker om internationale bescherming = persoon die in België bescherming
aanvraagt via een formeel verzoek tot erkenning als vluchteling of subsidiair
beschermde. Tijdens de procedure heet de persoon officieel "verzoeker". Het CGVS
onderzoekt de aanvraag en neemt de beslissing.
De asielprocedure stap voor stap:
1. Registratie bij Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ)
2. Persoonlijk onderhoud bij het CGVS door een "protection officer"
3. Beslissing door het CGVS: erkenning als vluchteling, subsidiair beschermde, of
weigering
4. Bij weigering: beroep bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (RvV) — die
kan bevestigen, hervormen of vernietigen
Het CGVS weigert bij:
Ongeloofwaardige verklaringen
Ongegronde vrees voor vervolging
Bescherming aanwezig in land van herkomst
Intern vluchtalternatief aanwezig
Geen risico op ernstige schade
Erkend vluchteling (Vluchtelingenverdrag Genève, 1951):
Gegronde persoonlijke vrees voor vervolging
Wegens: ras, nationaliteit, godsdienst, politieke overtuiging of sociale groep
Verblijfsrecht: 5 jaar (hernieuwbaar)
Voorbeeld: iemand vervolgd om politieke mening in een dictatuur
Subsidiair beschermde:
Reëel risico op ernstige schade bij terugkeer door contextuele factoren (oorlog,
genocide, willekeurig geweld)
Meer algemeen gericht, minder op de persoon
Verblijfsrecht: 1 jaar (hernieuwbaar)
Voorbeeld: burger uit Syrië zonder persoonlijk vervolgingsverhaal maar gevaar bij
terugkeer
De drie situaties van een NBM:
2
, 1. NBM is verzoeker recht op opvang via Fedasil, onderwijs, medische zorg en
aangestelde voogd
2. NBM is géén verzoeker, maar heeft wel rechten bv. bij humanitaire of medische
regularisatie; recht op voogd, opvang en begeleiding ondanks onzekere
verblijfsstatus
3. NBM zonder wettig verblijf uitzonderlijke gevallen bij mislukte procedures of
verdwijning
Machtseconomie (Debruyne et al., 2024): Verblijfspapieren zijn niet louter administratie
— ze maken deel uit van een machtseconomie. De overheid beslist wie rechten krijgt,
welke rechten, en wie niet. Wettig verblijf gaat dus niet alleen over papieren, maar over
de erkenning om "er te mogen zijn". De verzoeker zit in een structureel afhankelijke
positie met weinig controle, terwijl beslissingen ook beïnvloed worden door bredere
politieke contexten — niet enkel door neutrale procedures.
1.1.5 BESCHERMINGSPLICHT IN BELGIË
België is wettelijk verplicht om NBM te beschermen en op te vangen, ongeacht of ze een
verzoek indienen. Dit vloeit voort uit het IVRK
Automatische activatie Dienst Voogdij zodra een vermoedelijke NBM gesignaleerd wordt:
1. Opvang in een OOC (Observatie- en Oriëntatiecentrum)
2. Aanstelling van een voogd als wettelijke vertegenwoordiger
3. Doorverwijzing naar Fedasil-netwerk of alternatieven (bv. pleegzorg)
4. Vanaf 15 jaar: voorbereiding op begeleide autonomie → OCMW/LOI
Voor praktijkgerichte orthopedagogen betekent dit: elke NBM heeft recht op zorg en
begeleiding, ongeacht de verblijfsstatus
1.1.6 LEEFTIJDSGRENS: MINDERJARIGHEID EN MEERDERJARIGHEID
Minderjarig = jonger dan 18. Bij twijfel voert de Dienst Voogdij medisch onderzoek uit
Kritiek op leeftijdsbepaling:
Referentiemodellen uit de jaren 1930, gebaseerd op blanke middenklassejongeren
uit de VS → niet representatief
Foutmarge tot 1,5 jaar leeftijdsverschil
EHRM 2025: België veroordeeld wegens schending artikel 8 EVRM — botscans
vóór gesprek is invasief en disproportioneel; gesprek en documentatie moeten
primair zijn
Raad van State 2025: officiële documenten als doorslaggevend bewijs; medische
testen moeten beter gemotiveerd worden
Gevolg van foute leeftijdsbepaling: verlies van toegang tot voogdij, aangepaste opvang
en onderwijs machteloosheid en psychosociale klachten
Bij meerderjarigheid (18j):
Tot 18: niet uitwijsbaar, ongeacht verblijfsstatus
Bij 18 zonder beslissing naar opvangstructuur voor volwassen asielzoekers
Bij 18 zonder verblijfsvergunning verlaat het opvangnetwerk
1.1.7 BELGIË ALS TRANSITLAND: REALITEIT ZONDER STIGMATISERING
3
, Transmigrant = stigmatiserend begrip. Het benadrukt het doorgangsaspect en leidt tot:
Beleidsblindheid: mensen die "toch niet willen blijven" worden sneller uitgesloten
van opvang en bescherming
Ontmenselijking: focus verschuift naar grenscontrole en logistiek, niet naar de
noden van de persoon
Gebruik liever ‘mensen in transitpositie’ of ‘mensen onderweg’
mensenrechtenperspectief blijft centraal
Realiteit België:
Mensen in transitie registreren zich vaak niet uit angst of gebrek aan informatie →
buiten beeld van hulpstructuren
Verhoogde kwetsbaarheid: uitbuiting, geweld, mensenhandel
NBM in transitie verblijven op straat, in kraakpanden of parken (bv. Brussel,
Zeebrugge)
In Calais: minderjarigen in erbarmelijke omstandigheden, blootgesteld aan geweld
en misbruik
1.2 DE ICF-KIJK OP NIET-BEGELEIDE MINDERJARIGEN OP DE VLUCHT
= Bio-psycho-sociaal kader
Doel: zicht krijgen op functioneren van NBM in totaliteit
Gezondheid (angst, stress, stoornissen, ziekte, veerkracht ...)
Functioneren (concentratie op school, zelfzorg, participatie aan onderwijs,
aansluiting met leeftijdsgenoten, ...)
Contextuele factoren (asielprocedure, toegang tot opvang en onderwijs, structuren
en discriminatie, ...)
Persoonlijke factoren (leeftijd, migratiemotief, copingstijlen, ...)
Hulpverlening vanuit het ICF-model voor NBM = Zorg op maat gericht op psychisch
herstel + maatschappelijke participatie en inclusie
2. PREVALENTIE
2.1 NATIONALE EN INTERNATIONALE PREVALENTIECIJFERS
België
Jaarlijks 1.000 à 2.000 NBM geregistreerd
In 2024: 3.981 meldingen, waarvan 1.522 effectief erkend als minderjarig
Meeste jongeren: uit Afghanistan, Syrië, Eritrea, Guinee, Palestina — vaak 16-17
jaar
Trend naar verjonging: steeds meer kinderen van 12-13 jaar (Fedasil bevestigt dit
sinds 2009)
In 2024: 47,2% beschermingsstatus toegekend (onder Europees gemiddelde van
55%)
Schatting ±3.500 NBM zonder formele opvang in België
Internationaal
Wereldwijd ca. 35,5 miljoen kinderen op de vlucht (UNICEF 2024) = 1 op 66
kinderen
4