Jeugdbeschermingsrecht
Jeugdbeschermingsrecht begrip
Begripsomschrijving
- Jeugdbeschermingsrecht sensu lato (algemeen):
geheel van juridische regels die het welzijn en de ontplooiing van jongeren beogen te bevorderen
en te waarborgen
• burgerrechtelijk statuut
• welzijnsrecht
• sociaal recht
• onderwijs
• strafrechtelijke bescherming
heeft betrekking op de juridische organisatie van het gezin en het statuur van de minderjarige en
de wettelijke regeling van algemene maatschappelijke voorzieningen voor minderjarigen en gezinnen,
die niet als zodanig zijn gekoppeld aan welzijnsnormen
- Jeugdbeschermingsrecht sensu stricto (strikt):
Het geheel van juridische regels betreffende de overheidsinterventie, d.m.v. specifieke instellingen
of voorzieningen, met het oog op bijstand aan jongeren wier welzijn of ontplooiing onvoldoende
wordt gewaarborgd door het gezinsmilieu en de algemeen-maatschappelijke voorzieningen.
onderscheid zich door specifieke doelgroep of interventies
wanneer de ontwikkelings- of welzijnsnoden van minderjarigen gebaat zijn met bijkomende of
specifieke interventies
- voorgaande definitie van jeugdbeschermingsrecht => zag jeugddelinquentie als een symptoom van
een onderliggende problematiek van sociale, psychologische of medische aard en die problematiek
noodzaakt een overheidsinterventie
- Twee soorten hulpverlening
buitengerechtelijke/sociale/vrijwillige => wordt op vrijwillige basis verleend door
jeugdhulporganen (jeugdhulpaanbieders, intersectorale toegangspoort en gemandateerde
voorzieningen)
gerechtelijke/gedwongen => rechterlijke beslissing, (jeugdrechtbank, openbaar ministerie en de
sociale dienst bij de jeugdrechtbank)
probleemsituaties => gerechtelijke jeugdhulp
strafbaar feit => jeugddelinquentierecht
- Twee (drie) doelgroepen
VOS’sen (verontrustende situatie) => is een situatie die de ontwikkeling van een minderjarige
bedreigt doordat zijn psychische, fysieke of seksuele integriteit wordt aangetast of doordat zijn
1
,affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen in het gedrang komen. Was vroeger
POS: problematische opvoedingssituaties
MOF’ers (als misdrijf omschreven feit) / jeugddelinquenten => jongeren die vervolgd worden voor
een jeugddelict
- vrijwillige hulpverlening is niet enkel voor VOS, kan ook voor MOF voor zover niet het delict maar de
onderliggende problematiek als aanknopingspunt voor de interventie wordt gehanteerd
- daarnaast kan de jeugdrechtbank ook dwingende maatregelen opleggen wegens VOS => na
doorverwijzing door een gemandateerde voorziening of op rechtstreekse vordering van het OM, in
het geval van dringende noodzaak of een lopend jeugddelinquentiedossier
- kwalificatieswitch => bv. je zit in een VOS, maar het OM start toch een MOF op (vaak omdat je dan
toegang krijgt tot een gemeenschapsinstelling terwijl dat voor VOS niet kan of moeilijker is)
(geesteszieken) => gedwongen observatie of verblijf in een psychiatrische dienst of verpleging in
een gezin
- Twee bevoegdheidsniveaus
federaal
gemeenschappen
- rood is federaal bevoegd
- geel is gemeenschap bevoegd
Jeugdbeschermingsrecht beginselen
Beginselen
1. Recht sui generis
2. Respect voor de rechten van het kind
3. Gezinsgerichtheid
4. Subsidiariteit
5. Differentiatie van de interventies
2
,6. Essentieel hulpverlenend karakter
Recht sui generis
- Geen aparte rechtstak
- Onderdeel publiekrecht
- Band met andere rechtstakken
Strafrecht
Sociaal recht / welzijnsrecht
Verder: burgerlijk recht, procesrecht, mensenrechten …
- jeugdbeschermingsrecht als een functioneel rechtsgebied
- Gevolgen en beperkingen ‘sui generis’-karakter
Zie ook GwH 11 februari 2021, nr. 22/2021 => benadrukt het fundamentele verschil tussen
strafrecht en jeugddelinquentierecht
« Wegens de specifieke aard van de kwesties die in het kader van de rechtsbedeling ten aanzien van
minderjarigen moeten worden behandeld, moet die rechtsbedeling zich noodzakelijkerwijs
onderscheiden van het systeem van strafrechtspleging dat van toepassing is op volwassenen. [Dat]
mag evenwel niet ertoe leiden dat aan (minderjarigen), enkel op grond van het leeftijdscriterium,
fundamentele waarborgen worden ontnomen die door de Grondwet en door de internationale
verdragen die België binden worden toegekend bij een aantasting van de individuele vrijheid. »
heeft ook tot gevolg dat de typisch strafrechtelijke rechtsfiguren in beginsel niet van toepassing
zijn. Ook kan er een verschil zijn in procedureregeling.
Bv. in jeugdbeschermingszaken: mag een alleenzetelende rechter, ook in graad van beroep
- maar toch kan men spreken van een procedureel, materieel en principieel verband
Procedureel => behoudens afwijkingen in het jeugdbeschermingsrecht, geldt het
strafprocesrecht
Materieel => het aanknopingspunt van het jeugddelinquentierecht is het strafrechtelijk
misdrijfbegrip
Principieel => via hefbomen van niet-discriminatie en de toepassing van mensenrechtelijke
bepalingen en algemene (straf)rechtsbeginselen, een aantal strafrechtbeginselen ook
toepassing vinden in het jeugddelinquentierecht
Respect voor de rechten van het kind
- Van rechtsobject naar rechtssubject (met rechten en plichten)
Voorbeeld: van absolute vaderlijke macht naar doelgebonden ouderlijk gezag
- Belang van de minderjarige = eerste overweging (art. 3 Kinderrechtenverdrag) (art. 22bis GW)
veronderstelt dat de betrokken jongeren participeert in de besluitvorming betreffende zijn situatie
evolutie van de beschermingsgedachte naar de participatie en de inspraak van de jongere in het
hulpverleningsproces
3
, Behoud van band met ouders én gezonde ontwikkeling in een veilige omgeving (EHRM, 6 juli 2010)
maar belang van het kind is vaag, evolutief en waardegebonden
De invulling ervan hangt af van de concrete gegevens van elke situatie en van wie bevoegd is
om zich erover uit te spreken
Veronderstelt participatie en behoorlijke rechtswaarborgen
Gezinsgerichtheid
- Gezin = « natuurlijke en fundamentele kern van de maatschappij »
- Gezin = « eerste verantwoordelijke voor opvoeding, ontwikkeling en welzijn van het kind »
- Hulpverlening: gericht op gezinsmilieu
Voorkeur voor minst ingrijpende maatregelen
Plaatsingsmaatregelen worden het liefst vermeden
Toch een plaatsing => dan prefereert pleeggezinsplaatsing boven een plaatsing in een
instelling
Gericht op behoud in / terugkeer naar het gezin
Niet te allen prijze => in uitzonderlijke situaties is het noodzakelijk dat de jongere van zijn
gezinsmilieu wordt gescheden
- Betrekken ouders bij reactie op jeugddelinquentie
- Positieve staatsverplichting die voortvloeit uit art. 8 EVRM
Subsidiariteit
- Opvoedingsverantwoordelijkheid (de ontplooiing van de jongere moet op 3 niveaus worden
gewaarborgd, die ten opzichte van elkaar subsidiair zijn)
1° ouders (& gewone leefomgeving: vrienden, buurt, familie …)
2° algemeen-maatschappelijke voorzieningen (onderwijs …) (de overheid)
3° specifieke jeugdhulp (bijzondere interventies)
- Vrijwillige (aanvaarde) > gerechtelijke hulpverlening
- M.b.t. jeugddelinquentie (jeugdbeschermingsinterventies => moet worden gemotiveerd door een
reëel gevaar voor de jongere)
1° buitengerechtelijke afhandeling krijgt de voorkeur
2° minst ingrijpende maatregelen voor kortst mogelijke duur en moet op geregelde tijdstippen
worden geëvalueerd
3° vrijheidsberoving = ultimum remedium
- negatieve staatsverplichting: het principieel verbod van inmenging in het privé- en gezinsleven,
gebaseerd op art. 8 EVRM
4
Jeugdbeschermingsrecht begrip
Begripsomschrijving
- Jeugdbeschermingsrecht sensu lato (algemeen):
geheel van juridische regels die het welzijn en de ontplooiing van jongeren beogen te bevorderen
en te waarborgen
• burgerrechtelijk statuut
• welzijnsrecht
• sociaal recht
• onderwijs
• strafrechtelijke bescherming
heeft betrekking op de juridische organisatie van het gezin en het statuur van de minderjarige en
de wettelijke regeling van algemene maatschappelijke voorzieningen voor minderjarigen en gezinnen,
die niet als zodanig zijn gekoppeld aan welzijnsnormen
- Jeugdbeschermingsrecht sensu stricto (strikt):
Het geheel van juridische regels betreffende de overheidsinterventie, d.m.v. specifieke instellingen
of voorzieningen, met het oog op bijstand aan jongeren wier welzijn of ontplooiing onvoldoende
wordt gewaarborgd door het gezinsmilieu en de algemeen-maatschappelijke voorzieningen.
onderscheid zich door specifieke doelgroep of interventies
wanneer de ontwikkelings- of welzijnsnoden van minderjarigen gebaat zijn met bijkomende of
specifieke interventies
- voorgaande definitie van jeugdbeschermingsrecht => zag jeugddelinquentie als een symptoom van
een onderliggende problematiek van sociale, psychologische of medische aard en die problematiek
noodzaakt een overheidsinterventie
- Twee soorten hulpverlening
buitengerechtelijke/sociale/vrijwillige => wordt op vrijwillige basis verleend door
jeugdhulporganen (jeugdhulpaanbieders, intersectorale toegangspoort en gemandateerde
voorzieningen)
gerechtelijke/gedwongen => rechterlijke beslissing, (jeugdrechtbank, openbaar ministerie en de
sociale dienst bij de jeugdrechtbank)
probleemsituaties => gerechtelijke jeugdhulp
strafbaar feit => jeugddelinquentierecht
- Twee (drie) doelgroepen
VOS’sen (verontrustende situatie) => is een situatie die de ontwikkeling van een minderjarige
bedreigt doordat zijn psychische, fysieke of seksuele integriteit wordt aangetast of doordat zijn
1
,affectieve, morele, intellectuele of sociale ontplooiingskansen in het gedrang komen. Was vroeger
POS: problematische opvoedingssituaties
MOF’ers (als misdrijf omschreven feit) / jeugddelinquenten => jongeren die vervolgd worden voor
een jeugddelict
- vrijwillige hulpverlening is niet enkel voor VOS, kan ook voor MOF voor zover niet het delict maar de
onderliggende problematiek als aanknopingspunt voor de interventie wordt gehanteerd
- daarnaast kan de jeugdrechtbank ook dwingende maatregelen opleggen wegens VOS => na
doorverwijzing door een gemandateerde voorziening of op rechtstreekse vordering van het OM, in
het geval van dringende noodzaak of een lopend jeugddelinquentiedossier
- kwalificatieswitch => bv. je zit in een VOS, maar het OM start toch een MOF op (vaak omdat je dan
toegang krijgt tot een gemeenschapsinstelling terwijl dat voor VOS niet kan of moeilijker is)
(geesteszieken) => gedwongen observatie of verblijf in een psychiatrische dienst of verpleging in
een gezin
- Twee bevoegdheidsniveaus
federaal
gemeenschappen
- rood is federaal bevoegd
- geel is gemeenschap bevoegd
Jeugdbeschermingsrecht beginselen
Beginselen
1. Recht sui generis
2. Respect voor de rechten van het kind
3. Gezinsgerichtheid
4. Subsidiariteit
5. Differentiatie van de interventies
2
,6. Essentieel hulpverlenend karakter
Recht sui generis
- Geen aparte rechtstak
- Onderdeel publiekrecht
- Band met andere rechtstakken
Strafrecht
Sociaal recht / welzijnsrecht
Verder: burgerlijk recht, procesrecht, mensenrechten …
- jeugdbeschermingsrecht als een functioneel rechtsgebied
- Gevolgen en beperkingen ‘sui generis’-karakter
Zie ook GwH 11 februari 2021, nr. 22/2021 => benadrukt het fundamentele verschil tussen
strafrecht en jeugddelinquentierecht
« Wegens de specifieke aard van de kwesties die in het kader van de rechtsbedeling ten aanzien van
minderjarigen moeten worden behandeld, moet die rechtsbedeling zich noodzakelijkerwijs
onderscheiden van het systeem van strafrechtspleging dat van toepassing is op volwassenen. [Dat]
mag evenwel niet ertoe leiden dat aan (minderjarigen), enkel op grond van het leeftijdscriterium,
fundamentele waarborgen worden ontnomen die door de Grondwet en door de internationale
verdragen die België binden worden toegekend bij een aantasting van de individuele vrijheid. »
heeft ook tot gevolg dat de typisch strafrechtelijke rechtsfiguren in beginsel niet van toepassing
zijn. Ook kan er een verschil zijn in procedureregeling.
Bv. in jeugdbeschermingszaken: mag een alleenzetelende rechter, ook in graad van beroep
- maar toch kan men spreken van een procedureel, materieel en principieel verband
Procedureel => behoudens afwijkingen in het jeugdbeschermingsrecht, geldt het
strafprocesrecht
Materieel => het aanknopingspunt van het jeugddelinquentierecht is het strafrechtelijk
misdrijfbegrip
Principieel => via hefbomen van niet-discriminatie en de toepassing van mensenrechtelijke
bepalingen en algemene (straf)rechtsbeginselen, een aantal strafrechtbeginselen ook
toepassing vinden in het jeugddelinquentierecht
Respect voor de rechten van het kind
- Van rechtsobject naar rechtssubject (met rechten en plichten)
Voorbeeld: van absolute vaderlijke macht naar doelgebonden ouderlijk gezag
- Belang van de minderjarige = eerste overweging (art. 3 Kinderrechtenverdrag) (art. 22bis GW)
veronderstelt dat de betrokken jongeren participeert in de besluitvorming betreffende zijn situatie
evolutie van de beschermingsgedachte naar de participatie en de inspraak van de jongere in het
hulpverleningsproces
3
, Behoud van band met ouders én gezonde ontwikkeling in een veilige omgeving (EHRM, 6 juli 2010)
maar belang van het kind is vaag, evolutief en waardegebonden
De invulling ervan hangt af van de concrete gegevens van elke situatie en van wie bevoegd is
om zich erover uit te spreken
Veronderstelt participatie en behoorlijke rechtswaarborgen
Gezinsgerichtheid
- Gezin = « natuurlijke en fundamentele kern van de maatschappij »
- Gezin = « eerste verantwoordelijke voor opvoeding, ontwikkeling en welzijn van het kind »
- Hulpverlening: gericht op gezinsmilieu
Voorkeur voor minst ingrijpende maatregelen
Plaatsingsmaatregelen worden het liefst vermeden
Toch een plaatsing => dan prefereert pleeggezinsplaatsing boven een plaatsing in een
instelling
Gericht op behoud in / terugkeer naar het gezin
Niet te allen prijze => in uitzonderlijke situaties is het noodzakelijk dat de jongere van zijn
gezinsmilieu wordt gescheden
- Betrekken ouders bij reactie op jeugddelinquentie
- Positieve staatsverplichting die voortvloeit uit art. 8 EVRM
Subsidiariteit
- Opvoedingsverantwoordelijkheid (de ontplooiing van de jongere moet op 3 niveaus worden
gewaarborgd, die ten opzichte van elkaar subsidiair zijn)
1° ouders (& gewone leefomgeving: vrienden, buurt, familie …)
2° algemeen-maatschappelijke voorzieningen (onderwijs …) (de overheid)
3° specifieke jeugdhulp (bijzondere interventies)
- Vrijwillige (aanvaarde) > gerechtelijke hulpverlening
- M.b.t. jeugddelinquentie (jeugdbeschermingsinterventies => moet worden gemotiveerd door een
reëel gevaar voor de jongere)
1° buitengerechtelijke afhandeling krijgt de voorkeur
2° minst ingrijpende maatregelen voor kortst mogelijke duur en moet op geregelde tijdstippen
worden geëvalueerd
3° vrijheidsberoving = ultimum remedium
- negatieve staatsverplichting: het principieel verbod van inmenging in het privé- en gezinsleven,
gebaseerd op art. 8 EVRM
4