• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 30 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Systeemtheorie & Gezinstherapie | PABA5246 | RUG | 2025/26 I alle tentamenstof

Document preview thumbnail
Voorbeeld 3 van de 30 pagina's

Uitgebreide samenvatting van hoorcolleges en literatuur voor het vak Systeemtheorie en Gezinstherapie aan de Rijksuniversiteit Groningen. De aantekeningen behandelen fundamentele concepten zoals circulaire causaliteit, systeemdenken versus persoonlijkheidsdenken, systeemdwang en de historische achtergrond van systeemtheorie (WO II, Milgram, Asch). Ideaal voor het begrijpen van basisprincipes en voorbereiding op het eerste college, met praktische voorbeelden uit gezinssystemen en maatschappelijke context.

Voorbeeld van de inhoud

Samenvatting Systeemtheorie & Gezinstherapie (PABA5246)
Aantekeningen hoorcollege 1 – Inleiding Systeemtheorie: Alles hangt met alles samen.
Jaren 50: individueel georiënteerde therapeuten liepen tegen probleemverschuiving; bijv.: kind gezin vertoont
gedragsproblemen, pak je aan, dan ander kind uit gezin gedragsproblemen. Daarom focus van hulpverlening
individu naar interacties en patronen binnen gezinnen. Samenhang zie je in alles, ook natuur etc.
Circulaire causaliteit: verandering in 1 subsysteem (bijv gezinslid) beïnvloedt hele systeem; is wederzijds! Bijv:
operation CATDROP: in Borneo was malaria plaag, toen kwam WHO aan met spray om die muggen te doden,
maar doodde ook andere beesten waardoor bepaalde insecten bleven leven, daken instortten, katten
doodgingen en muizenplaag ontstond.
Invloed context; gevoelens/gedragingen zijn in context. Je gedraagt je anders bij verschillende mensen.
Context bepaalt ook in hoeverre gedrag als normaal gezien wordt, vaak match/mismatch tussen gedrag
en context wat bepaald of gedrag gezien wordt als probleemgedrag.
Systeemdenken vs persoonlijkheidsdenken; we zijn geneigd om in termen van persoonlijkheid te
denken in plaats van bepalende context. Vanaf oudheid → hippocrates vier soorten persoonlijkheden
obv lichaamssappen (veel gele gal is prikkelbaar/opvliegend, veel bloed optimistisch en gepassioneerd,
zwarte gal is melancholisch en veel slijm (flegma) is flegmatisch kalm). Tegenwoordig veel nieuwe
theorieën, bijv. Big Five: vijf dimensies bepalen samen persoonlijkheid (extraversie, emotionaliteit,
meegaandheid, openheid, consciëntieusheid). In onze cultuur/wetenschap erg gefocust op ‘ik’. Input
voor (door)ontwikkeling systeemtheorie: WO II → hoe kon dit gebeuren, hoe kan dat zo veel joodse
mensen vermoord zijn en veel mensen conformeerden aan groepsdruk? > zie je terug in wetenschap.
1951: Solomon Asch, group pressure and conformity; welke lijn even lang als referentielijn? Acteurs gaven
verkeerde antwoord, en in 33% gevallen ging proefpersoon mee in groepsdruk, terwijl alleen <1% fout.
Kritiek experiment Solomon: ethisch: proefpersonen in ongelukkige situatie, kan ze aan zichzelf laten
twijfelen etc. Lage ecologische validiteit, staat te ver af van dagelijkse leven. Onder groepsdruk zou je
minder snel dit duidelijke effect terug zien, omdat vaak niet zo zwart wit goed en fout antwoord is.
Effectchild of its time> conformisme wordt verwacht. Tegenwoordig waarschijnlijk niet zelfde uitkomst.
Stanley milgram: schok experiment. Mensen gevraagd schok toe te dienen wanneer mens antwoord fout had,
met uiteindelijk zo’n hoge voltage dat leerling gedood zou worden. Vrijwel alle mensen dienden schok toe.
Systeemdwang: gedragsbepalende invloed die van systeem en autoriteiten uit gaat (bijv. persoon witte
jas). Persoonlijkheid/’ik’ is afhankelijk van omgeving. Volgens Milgram liet experiment systeemdwang
goed zien. Waarheid; hij wilde beroemd worden, waardoor hij beetje gesjoemeld heeft met
resultaten> waren 23 varianten experiment, en hij heeft enkel versie gepubliceerd met hoogste
percentage gehoorzaamheid. Als je alle onderzoeken samen neemt, heeft 57% niet gehoorzaamd
(niet dodelijke schok toegediend). Banaliteit van kwaad: -Hannah Arendt. Slaat niet zozeer op
gedachteloze gehoorzamen, maar meer dat in kleine stapjes gebeurd waardoor makkelijker te
accepteren valt. Rutger bregman: banaliteit van goede> kan ook anders, vb Denemarken (artikel).
Kortom: meeste participanten Milgram gehoorzaamden niet. Zij die wel deden, deden het niet uit
onderwerping aan autoriteit maar omdat ze dachten dat ze goede deden (wetenschap vooruit helpen).
En eichmann was geen gedachtenloze robot die alleen opdrachten uitvoerde, maar fanatieke ideoloog
die dacht dat hij goede deed. In nazi Duitsland en in Nederland was het slechte langzaam maar zeker
normaal geworden (het ging steeds stapje verder) = banaliteit van het kwaad.
Stap van WO II naar gezinnen: kracht van systemen. Gezinnen bestaan en ontwikkelen zich ook
langdurend en hebben hun eigen normaal. Vaak is dit gezond eigen normaal, maar soms niet.
Systeemdwang: systeem bepaald deels gedrag. Wat betekent dat voor hulpverlening aan gezinnen?
Kind is onderdeel (gezins)systeem. Oog voor functie gedrag binnen systeem. Er ontstaat evenwicht/
homeostase , vaak niet gezond evenwicht (bijv. anorexia als machtsmiddel in de strijd om autonomie)
Andere voorbeelden systeemdwang: acteurfamilies, ouders willen dat kinderen nadoen. Koninklijke
familie: weinig vrijheid. Mode: mensen gaan trend achterna. Prestatiedwang: ‘haal beste uit jezelf!’
Systeemverschuiving; meten is weten. Sinds 1980 veel meer wetenschap dan pedagogiek (ook
systeemwang). Orthopedagogiek steeds belangrijker en groter en boven wetenschappelijke termen.

,Werkterrein systeemgerichte professional (h1 boek)
Over patronen in tussenruimte (wat gebeurt tussen twee personen?) In tussenruimte ontstaan waarden
en omgangcodes. Patronen ontstaan in verwikkeling mensen en geschiedenis die zij samen doormaken.
Definitie systeem: eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen, waarbij niet alleen gaat om
delen op zich of geheel, maar om doelgerichte circulaire betrekkingen tussen dit alles. Als
systeem leef je niet in vacuüm, maar altijd interactie met omgeving → open systeem: krijgt
input vanuit die omgeving. Je gebruikt deze, doet er iets mee in throughput en krijgt output.
Deze koppel je terug naar input door feedback. Systemen staan in interactie, zien we als
positief.
Entropie: systemen afgesloten van omgeving> niet gezond voor systeem, je beweegt af van gezondheid.
Negentropie: “negatieve entropie” → is positief! Afsluiting opheffen, en juist bewegen naar gezondheid.
Zijn veel subsystemen binnen gezinnen; bv. oudersysteem, kinderen-systeem, subsysteem per geslacht.
Alle subsystemen meenemen, en bekijken hoe werken deze. Welke zijn close etc.
Circulair causaal verband: beide interacties versterken elkaar.
Suprafamiliaire systeem: bloedverwanten tot 4e lijn: Eerste (ouders, kinderen), tweede (grootouders,
kleinkinderen, broers, zussen), derde (overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten, ooms
en tantes) en vierde graad (betovergrootouders, achterneven en nichten, oudooms en oudtantes).
Positieve punten suprafamiliaire systeem: familieberaad, eigen kracht conferenties, netwerkpleegzorg
Negatieve punten: roulerende rekening: door eigen beschadigingen kun je niet zo goed voor anderen
zorgen, ongezonde patronen blijven bestaan> intergenerationeel trauma.
Omgeving als systeem: beïnvloed gezin; buurt, huis, buiten spelen? sociale steun in de omgeving?
Dit samen vormt systeempentagram:




Niet een van deze gebieden is belangrijker dan andere, hebben allemaal evenveel aandacht nodig! Het
is ook goed om van jezelf kennis te hebben, waar heb je kennis van, hoe zag jouw achtergrond eruit?
Jullie weten nu; dat we mogelijk ons IK overschatten. “We zijn zo vertrouwd geraakt met opvatting dat
talenten en tekortkomingen in onszelf zitten, dat we soms vergeten dat ze vooral in interactie met
anderen tot stand komen”. Wat systeemdwang is. Dat ook in gezinnen zich dwingende patronen
kunnen ontwikkelen. Dat er veel af te dingen is op conclusies van Milgram experiment. Wat definitie
van systeem is en dat het in voortdurende wisselwerking staat met omgeving. Met welke systemen een
systeemgerichte professional te maken heeft. Dat je als orthopedagoog (ook) je eigen instrument bent.

Literatuur bij college 1:
Hoofdstuk 1: werkterrein van systeemgerichte social worker
1.1 – inleiding: Systeemgericht - vaak direct met gezinsgericht werken verbonden. Kennis en aandacht
voor gezin is cruciaal, veel hulpvragen houden direct verband met gezin. Gezinsleden beïnvloeden
cliënt, etc. Systeemgericht werken betekent niet dat dat je met hele gezin of omgeving cliënt werkt,
maar beoogt meer visie te zijn van waaruit we kijken naar cliënt en onszelf als hulpverlener. Deze visie
resulteert in manier van werken en heeft betrekking op bepaalde uitgangspunten als communicatie,
interactie, wederkerigheid, circulair proces, regels, rollen, taken, intergenerationele patronen, context,
etc.

, Systematische benadering legt nadruk op ‘patronen in tussenruimte’, verklaart gedrag niet door
psychologische of biologische factoren, maar let op verwikkelingen mensen en op geschiedenis die zij
met elkaar doormaken. Centraal staan relaties en interacties. We gaan er vanuit dat mens enkel gezien
en begrepen kan worden in context van zijn relaties.
1.2 - wat is systeem? verschillende beschrijvingen, ook in verschillende contexten anders gebruikt. In
boek: ‘begrip systeem wijst op eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen; gaat niet alleen om delen
op zich, ook niet om geheel, maar doelgerichte circulaire betrekkingen tussen dit alles.’
Systeemgerichte werker moet daarom overzicht over geheel behouden ipv zich te concentreren op
afzonderlijke onderdelen zonder te overwegen welke rol deze in grotere geheel spelen. Systeemgericht
werken kan op verschillende manieren opgevat. Drie betekenissen: verwijzing therapievorm waar
cliënt, maar ook personen uit directe omgeving aanwezig zijn bij behandeling of deel ervan. Het heeft
betrekking op inhoud of doel behandeling. Doel is hierbij functioneren gezinssysteem verbeteren en
niet enkel individuele hulpvraag oplossen. Ook betrekking op circulariteit, wederzijdse beïnvloeding en
niet op ‘oorzaak en gevolg’ gedachte.
1.3 - individuele systeem: menselijk lichaam met zijn cellen en organen vormt samen met geest
eenheid van de mens. Deze met innerlijke subsystemen, is voortdurend in interactie met zichzelf,
innerlijke boodschappen. Binnen algemene systeemtheorie alle levende wezens gezien als open
systemen: continu in interactie met omgeving. Systeem krijgt voortdurend feedback, en deze wordt
gebruikt om systeem te veranderen, verbeteren of stabiliseren. Bij gesloten systemen, geen
uitwisseling omgeving. Bestaat niet echt, dus systeem als gesloten gezien wanneer beperkte interactie
is. Gezondheid wordt ingevuld vanuit systeemtheorie. Ziekte en gezondheid worden geplaatst op
continuüm van systeemtheoretische begrippen negentropie en entropie. Negentropie; energie
beschikbaar, systeem beweegt richting gezondheid. Bij entropie meer energie nodig dan beschikbaar,
systeem beweegt in richting van afnemende gezondheid, of ziekte. Zelfstabilisatie= mechanisme
waarbij mens zich aanpast aan omgeving of aanpassingen in zijn omgeving bewerkstelligt. Bij
zelforganisatie past systeem zichzelf niet aan, maar wijzigt het zich structureel.
1.4 - subsysteem: kleinste sociale subsysteem bestaat uit twee personen> dyadisch subsysteem.
Binnen gezin kennen we subsystemen: ouders, opvoeders, partners en subsysteem kinderen.
Afhankelijk van gezinssituatie kan ook subsysteem oudere en jongere kinderen zijn, of in
samengestelde gezinnen kunnen kinderen van verschillende biologische ouders ook gezien worden als
aparte subsystemen. Om tot bepaald subsysteem te behoren moet je deelnemen aan communicatie
en interactie. Afhankelijk van rol, taken en te vervullen functie kunnen binnen gezin enkele
subsystemen onderscheiden worden met eigen functie: partner-subsysteem vervult functie intimiteit
en seksualiteit, opvoeder-subsysteem vervult functie van opvoeden en kind-subsysteem van geven.
1.5 - suprafamiliare systeem: ‘familie’, bloedverwanten tot in vierde lijn. Gaat binnen familie als
systeem niet om verschillende gezinssystemen en individuen, maar om doelgerichte betrekkingen
tussen die gezinssystemen en individuen. Persoonlijk sociale netwerk kan belangrijke functie vervullen
als steunbron voor gezin of individuele gezinsleden. Vaak heeft familie ook goed zicht op problemen
die zijn in gezin of met gezinslid dat als cliënt is aangemeld. Familie kan positieve bijdrage leveren aan
individuele cliënt en hulpverleningsproces, maar ook conflicten meebrengen. Je moet als social
worker niet op zoek gaan naar ‘de’ waarheid, die is er niet. Ga vooral met respect om met ieders
waarheid, en werk vanuit meerzijdige partijdigheid.
1.6 - omgeving als systeem: omgeving gedefinieerd: ‘bestaat uit alle interne en externe factoren of
invloeden die gezinssysteem omgeven, relatie tussen gezinssysteem en omgeving is wederkerig,
beïnvloeden elkaar. Uitwisseling tussen gezinssysteem en omgeving in vorm van input, output en
feedback is dus circulair van aard’. Vaak komen problemen van gezin naar buiten via omgeving.
Consultatiebureaus of scholen trekken aan bel als er problemen zijn met kind of vermoedens van
problemen met ouder.
1.7 - systeempentagram: systeemgerichte social worker heeft te maken met al deze vijf voorgaande
systemen. Er moet aandacht kunnen uitgaan naar al deze verschillende systemen, hier is geen
hiërarchisch onderscheid. De cliënt blijft centraal staan, maar moet aandacht zijn voor alle systemen
(zie afbeelding ster uit PP).

Inhoudsopgave

  1. 01 Invloed context; gevoelens/gedragingen zijn in context. Je gedraagt je anders bij verschillende mensen. Context bepaalt ook in hoeverre gedrag als normaal gezien wordt, vaak match/mismatch tussen gedrag en context wat bepaald of gedrag gezien wordt als probleemgedrag. 1
  2. 02 Systeemdenken vs persoonlijkheidsdenken; we zijn geneigd om in termen van persoonlijkheid te denken in plaats van bepalende context. Vanaf oudheid → hippocrates vier soorten persoonlijkheden obv lichaamssappen (veel gele gal is prikkelbaar/opvliegend, veel bloed optimistisch en gepassioneerd, zwarte gal is melancholisch en veel slijm (flegma) is flegmatisch kalm). Tegenwoordig veel nieuwe theorieën, bijv. Big Five: vijf dimensies bepalen samen persoonlijkheid (extraversie, emotionaliteit, meegaandheid, openheid, consciëntieusheid). In onze cultuur/wetenschap erg gefocust op ‘ik’. Input voor (door)ontwikkeling systeemtheorie: WO II → hoe kon dit gebeuren, hoe kan dat zo veel joodse mensen vermoord zijn en veel mensen conformeerden aan groepsdruk? > zie je terug in wetenschap. 1
  3. 03 Werkterrein systeemgerichte professional (h1 boek) 2
  4. 04 Systematische benadering legt nadruk op ‘patronen in tussenruimte’, verklaart gedrag niet door psychologische of biologische factoren, maar let op verwikkelingen mensen en op geschiedenis die zij met elkaar doormaken. Centraal staan relaties en interacties. We gaan er vanuit dat mens enkel gezien en begrepen kan worden in context van zijn relaties. 3
  5. 05 1.3 - individuele systeem: menselijk lichaam met zijn cellen en organen vormt samen met geest eenheid van de mens. Deze met innerlijke subsystemen, is voortdurend in interactie met zichzelf, innerlijke boodschappen. Binnen algemene systeemtheorie alle levende wezens gezien als open systemen: continu in interactie met omgeving. Systeem krijgt voortdurend feedback, en deze wordt gebruikt om systeem te veranderen, verbeteren of stabiliseren. Bij gesloten systemen, geen uitwisseling omgeving. Bestaat niet echt, dus systeem als gesloten gezien wanneer beperkte interactie is. Gezondheid wordt ingevuld vanuit systeemtheorie. Ziekte en gezondheid worden geplaatst op continuüm van systeemtheoretische begrippen negentropie en entropie. Negentropie; energie beschikbaar, systeem beweegt richting gezondheid. Bij entropie meer energie nodig dan beschikbaar, systeem beweegt in richting van afnemende gezondheid, of ziekte. Zelfstabilisatie= mechanisme waarbij mens zich aanpast aan omgeving of aanpassingen in zijn omgeving bewerkstelligt. Bij zelforganisatie past systeem zichzelf niet aan, maar wijzigt het zich structureel. 3
  6. 06 1.4 - subsysteem: kleinste sociale subsysteem bestaat uit twee personen> dyadisch subsysteem. Binnen gezin kennen we subsystemen: ouders, opvoeders, partners en subsysteem kinderen. Afhankelijk van gezinssituatie kan ook subsysteem oudere en jongere kinderen zijn, of in samengestelde gezinnen kunnen kinderen van verschillende biologische ouders ook gezien worden als aparte subsystemen. Om tot bepaald subsysteem te behoren moet je deelnemen aan communicatie en interactie. Afhankelijk van rol, taken en te vervullen functie kunnen binnen gezin enkele subsystemen onderscheiden worden met eigen functie: partner-subsysteem vervult functie intimiteit en seksualiteit, opvoeder-subsysteem vervult functie van opvoeden en kind-subsysteem van geven. 3
  7. 07 1.5 - suprafamiliare systeem: ‘familie’, bloedverwanten tot in vierde lijn. Gaat binnen familie als systeem niet om verschillende gezinssystemen en individuen, maar om doelgerichte betrekkingen tussen die gezinssystemen en individuen. Persoonlijk sociale netwerk kan belangrijke functie vervullen als steunbron voor gezin of individuele gezinsleden. Vaak heeft familie ook goed zicht op problemen die zijn in gezin of met gezinslid dat als cliënt is aangemeld. Familie kan positieve bijdrage leveren aan individuele cliënt en hulpverleningsproces, maar ook conflicten meebrengen. Je moet als social worker niet op zoek gaan naar ‘de’ waarheid, die is er niet. Ga vooral met respect om met ieders waarheid, en werk vanuit meerzijdige partijdigheid. 3
  8. 08 1.6 - omgeving als systeem: omgeving gedefinieerd: ‘bestaat uit alle interne en externe factoren of invloeden die gezinssysteem omgeven, relatie tussen gezinssysteem en omgeving is wederkerig, beïnvloeden elkaar. Uitwisseling tussen gezinssysteem en omgeving in vorm van input, output en feedback is dus circulair van aard’. Vaak komen problemen van gezin naar buiten via omgeving. Consultatiebureaus of scholen trekken aan bel als er problemen zijn met kind of vermoedens van problemen met ouder. 3
  9. 09 1.7 - systeempentagram: systeemgerichte social worker heeft te maken met al deze vijf voorgaande systemen. Er moet aandacht kunnen uitgaan naar al deze verschillende systemen, hier is geen hiërarchisch onderscheid. De cliënt blijft centraal staan, maar moet aandacht zijn voor alle systemen (zie afbeelding ster uit PP). 3
  10. 10 Artikel: wetenschap leert nu: beschaving is veel dikkere laag dan gedacht. Auteur: Rutger Bregman 4
  11. 11 Structurele theorie - Salvador Minuchin 5
  12. 12 De strategische of communicatietheorie - Paul Watzalwick 6
  13. 13 De oplossingsgerichte theorie - Steve de Shzer & Insoo Kim Berg 6
  14. 14 2.1 - inleiding 7
  15. 15 2.2 - algemene systeemtheorie 7
  16. 16 2.3 - de structurele theorie 7
  17. 17 2.4 - de strategische of communicatietheorie 8
  18. 18 2.5 - contextuele of intergenerationele systeemtheorie 9
  19. 19 2.6 - de oplossingsgerichte theorie 9
  20. 20 Communicatie; verschillende soorten communicatie: 10
  21. 21 3.1 - inleiding 11
  22. 22 3.3 - de geschiedenis van de gezinsbehandeling 12
  23. 23 3.4 - de gezinskenmerken 12
  24. 24 3.5 - verschillende benaderingen van gezin als systeem 12
  25. 25 3.6 - gezinsfase of levenscyclus van het gezin In groepsdynamica volgende fasen onderscheiden: 12
  26. 26 4.1 - inleiding 13
  27. 27 4.2 - communicatie 13
  28. 28 4.3 - interactie 13
  29. 29 4.4 - vijf axioma’s van Watzlawick 13
  30. 30 4.5 - feedback 14
  31. 31 Goede opmerking literatuur: H5 p181; “Kunnen beter spreken van problematische hulpverleningssituatie dan van multiproblemgezin. In deze terminologie is ook beter te spreken van gezinnen in multiprobleemsituaties.” 14
  32. 32 Foute opmerking literatuur: H5 p174 “Om moeder te motiveren werd doemscenariosessie gehouden”. 14
  33. 33 Termen; Methode: 1 wijze van doen. Methodiek: combinatie verschillende werkwijzen. Interventie: afgebakende vorm hulp specifieke doelgroep. Programma-integriteit: interventie conform voorgeschreven proces. > vooral bij onderzoek (uitspraak werkzaamheid interventie), in praktijk hoop je meer flexibiliteit (discrementaire ruimte). 14
  34. 34 Interventies boek: Family first: acute crisis, dreiging uithuisplaatsing, 24/7 gedurende 4-6 weken, 4 a 5 keer per week, kortdurend en zeer intensief. Ambulante spoedhulp: crisis, meer generalistisch, 4 weken met evt. doorverwijzing. Multisysteemtherapie: jongeren met ernstig antisociaal en delinquent gedrag, uithuisplaatsing dreigt, meer levensgebieden, natuurlijke omgeving, team van behandelaars, 3-5 maanden, intensief. MST-CAN: voor verwaarloosde en misbruikte kinderen, 6 tot 9 maanden, intensief. Multidimensional treatment foster care: getrainde pleegouders (kan als ‘pauze’ voor thuisfront). Multidimensionele familietherapie: jongeren met complexe meervoudige problemen, drugs, gezinstherapie en bemoeizorg (gezin zelf heeft geen behandeling gevraagd maar iemand anders), 6 maanden, 2-3 sessies per week. Functionele familietherapie: jongeren met gedragsproblemen, moeilijke gezinnen, gemiddeld 20 sessies, patronen. Interventie niet uit boek: een taal erbij> visualiseren met playmobile poppetjes. 15
  35. 35 Samenhangende factoren (hoofdstuk 6); Het proces (hulpverleningscyclus). 15
  36. 36 5.1 - inleiding 16
  37. 37 5.2 - methodieken, interventies, methoden, bouwstenen 16
  38. 38 5.3 - evidence based practice en practice based evidence 16
  39. 39 5.4 - kaders van werken 17
  40. 40 5.5 - families first 17
  41. 41 5.6 - ambulante spoedhulp (ASH) 17
  42. 42 5.7 - multisysteemtherapie (MST) 18
  43. 43 5.8 - multidimensionele familietherapie (MDFT) 18
  44. 44 5.9 - functionele familietherapie (FFT) 18
  45. 45 5.10 - systemisch interveniëren bij gezinnen in multiprobleemsituaties 18
  46. 46 5.11 - intersectorale multidisciplinair systeemgerichte ambulante teams 19
  47. 47 6.1 - inleiding 19
  48. 48 6.2 - hulpverleningscyclus (proces) 19
  49. 49 6.3 - de tijd 19
  50. 50 6.4 - leerstijlen 19
  51. 51 6.5 - wie is de cliënt? De hulpvraag en de hulpvrager 20
  52. 52 6.7 - omgaan met weerstand, anders gerichte motivatie 20
  53. 53 Goede opmerkingen literatuur: H7 p232; “Volgens Lange (2006) aantal redenen om af te wijken van eerste gesprek als gezinsgesprek.” Individuele of relatieproblematiek. Als kinderen op hoogte zijn: Lange: vanaf 10 jaar mee. Nabuurs: geen actieve grens bepleiten, afhankelijk kind. H8 p253 “Hulpverleningsproces is maar in beperkte mate maakbaar”. Tegenwoordig moet zorg aantoonbaar effectief zijn voor vergoeding zorgverzekeraars / gemeenten. Pervers effect: moeilijke cliënten/gezinnen weigeren, want eenvoudige situaties zijn makkelijker aantoonbaar effect. 21
  54. 54 Hoofdstuk 7: aanmelding, screening en taxatie 21
  55. 55 Hoofdstuk 8: van doel naar werkplan 21
  56. 56 7.1 - inleiding 22
  57. 57 7.2 - de aanmelding 22
  58. 58 7.3 - het opbouwen van werkrelatie 22
  59. 59 7.4 - de screeningfase 23
  60. 60 7.5 - eerste gesprek: gezinsgesprek 23
  61. 61 7.6 - technieken en instrumenten, er zijn verschillende die gebruikt kunnen worden bij gezinstherapie: 24
  62. 62 7.7 - taxatie 24
  63. 63 8.1 - inleiding 24
  64. 64 8.2 - consensus 24
  65. 65 8.3 - hypothesevorming 24
  66. 66 8.4 - doelformulering 25
  67. 67 8.6 - van hypotheses naar doelen naar acties 25
  68. 68 Hoofdstuk 9 - interactiegericht interveniëren 25
  69. 69 Hoofdstuk 10 - interventies familie en omgeving 26
  70. 70 Hoofdstuk 11 - evaluatie 27
  71. 71 9.1 - inleiding 27
  72. 72 10.1 - inleiding 28
  73. 73 10.2 - achtergrond en doelen 28
  74. 74 10.5 - sociogram 29
  75. 75 10.6 - levenslijn 29

Gekoppeld boek
 image
Uitgever: november 2019 ISBN: 9789006077971 Druk: 3

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
2 juni 2026
Aantal pagina's
30
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€7,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
yckamphuis
3,2
(6)
Verkocht
77
Volgers
0
Items
10
Laatst verkocht
1 week geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen