Aantekeningen hoorcollege 1 – Inleiding Systeemtheorie: Alles hangt met alles samen.
Jaren 50: individueel georiënteerde therapeuten liepen tegen probleemverschuiving; bijv.: kind gezin vertoont
gedragsproblemen, pak je aan, dan ander kind uit gezin gedragsproblemen. Daarom focus van hulpverlening
individu naar interacties en patronen binnen gezinnen. Samenhang zie je in alles, ook natuur etc.
Circulaire causaliteit: verandering in 1 subsysteem (bijv gezinslid) beïnvloedt hele systeem; is wederzijds! Bijv:
operation CATDROP: in Borneo was malaria plaag, toen kwam WHO aan met spray om die muggen te doden,
maar doodde ook andere beesten waardoor bepaalde insecten bleven leven, daken instortten, katten
doodgingen en muizenplaag ontstond.
Invloed context; gevoelens/gedragingen zijn in context. Je gedraagt je anders bij verschillende mensen.
Context bepaalt ook in hoeverre gedrag als normaal gezien wordt, vaak match/mismatch tussen gedrag
en context wat bepaald of gedrag gezien wordt als probleemgedrag.
Systeemdenken vs persoonlijkheidsdenken; we zijn geneigd om in termen van persoonlijkheid te
denken in plaats van bepalende context. Vanaf oudheid → hippocrates vier soorten persoonlijkheden
obv lichaamssappen (veel gele gal is prikkelbaar/opvliegend, veel bloed optimistisch en gepassioneerd,
zwarte gal is melancholisch en veel slijm (flegma) is flegmatisch kalm). Tegenwoordig veel nieuwe
theorieën, bijv. Big Five: vijf dimensies bepalen samen persoonlijkheid (extraversie, emotionaliteit,
meegaandheid, openheid, consciëntieusheid). In onze cultuur/wetenschap erg gefocust op ‘ik’. Input
voor (door)ontwikkeling systeemtheorie: WO II → hoe kon dit gebeuren, hoe kan dat zo veel joodse
mensen vermoord zijn en veel mensen conformeerden aan groepsdruk? > zie je terug in wetenschap.
1951: Solomon Asch, group pressure and conformity; welke lijn even lang als referentielijn? Acteurs gaven
verkeerde antwoord, en in 33% gevallen ging proefpersoon mee in groepsdruk, terwijl alleen <1% fout.
Kritiek experiment Solomon: ethisch: proefpersonen in ongelukkige situatie, kan ze aan zichzelf laten
twijfelen etc. Lage ecologische validiteit, staat te ver af van dagelijkse leven. Onder groepsdruk zou je
minder snel dit duidelijke effect terug zien, omdat vaak niet zo zwart wit goed en fout antwoord is.
Effectchild of its time> conformisme wordt verwacht. Tegenwoordig waarschijnlijk niet zelfde uitkomst.
Stanley milgram: schok experiment. Mensen gevraagd schok toe te dienen wanneer mens antwoord fout had,
met uiteindelijk zo’n hoge voltage dat leerling gedood zou worden. Vrijwel alle mensen dienden schok toe.
Systeemdwang: gedragsbepalende invloed die van systeem en autoriteiten uit gaat (bijv. persoon witte
jas). Persoonlijkheid/’ik’ is afhankelijk van omgeving. Volgens Milgram liet experiment systeemdwang
goed zien. Waarheid; hij wilde beroemd worden, waardoor hij beetje gesjoemeld heeft met
resultaten> waren 23 varianten experiment, en hij heeft enkel versie gepubliceerd met hoogste
percentage gehoorzaamheid. Als je alle onderzoeken samen neemt, heeft 57% niet gehoorzaamd
(niet dodelijke schok toegediend). Banaliteit van kwaad: -Hannah Arendt. Slaat niet zozeer op
gedachteloze gehoorzamen, maar meer dat in kleine stapjes gebeurd waardoor makkelijker te
accepteren valt. Rutger bregman: banaliteit van goede> kan ook anders, vb Denemarken (artikel).
Kortom: meeste participanten Milgram gehoorzaamden niet. Zij die wel deden, deden het niet uit
onderwerping aan autoriteit maar omdat ze dachten dat ze goede deden (wetenschap vooruit helpen).
En eichmann was geen gedachtenloze robot die alleen opdrachten uitvoerde, maar fanatieke ideoloog
die dacht dat hij goede deed. In nazi Duitsland en in Nederland was het slechte langzaam maar zeker
normaal geworden (het ging steeds stapje verder) = banaliteit van het kwaad.
Stap van WO II naar gezinnen: kracht van systemen. Gezinnen bestaan en ontwikkelen zich ook
langdurend en hebben hun eigen normaal. Vaak is dit gezond eigen normaal, maar soms niet.
Systeemdwang: systeem bepaald deels gedrag. Wat betekent dat voor hulpverlening aan gezinnen?
Kind is onderdeel (gezins)systeem. Oog voor functie gedrag binnen systeem. Er ontstaat evenwicht/
homeostase , vaak niet gezond evenwicht (bijv. anorexia als machtsmiddel in de strijd om autonomie)
Andere voorbeelden systeemdwang: acteurfamilies, ouders willen dat kinderen nadoen. Koninklijke
familie: weinig vrijheid. Mode: mensen gaan trend achterna. Prestatiedwang: ‘haal beste uit jezelf!’
Systeemverschuiving; meten is weten. Sinds 1980 veel meer wetenschap dan pedagogiek (ook
systeemwang). Orthopedagogiek steeds belangrijker en groter en boven wetenschappelijke termen.
,Werkterrein systeemgerichte professional (h1 boek)
Over patronen in tussenruimte (wat gebeurt tussen twee personen?) In tussenruimte ontstaan waarden
en omgangcodes. Patronen ontstaan in verwikkeling mensen en geschiedenis die zij samen doormaken.
Definitie systeem: eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen, waarbij niet alleen gaat om
delen op zich of geheel, maar om doelgerichte circulaire betrekkingen tussen dit alles. Als
systeem leef je niet in vacuüm, maar altijd interactie met omgeving → open systeem: krijgt
input vanuit die omgeving. Je gebruikt deze, doet er iets mee in throughput en krijgt output.
Deze koppel je terug naar input door feedback. Systemen staan in interactie, zien we als
positief.
Entropie: systemen afgesloten van omgeving> niet gezond voor systeem, je beweegt af van gezondheid.
Negentropie: “negatieve entropie” → is positief! Afsluiting opheffen, en juist bewegen naar gezondheid.
Zijn veel subsystemen binnen gezinnen; bv. oudersysteem, kinderen-systeem, subsysteem per geslacht.
Alle subsystemen meenemen, en bekijken hoe werken deze. Welke zijn close etc.
Circulair causaal verband: beide interacties versterken elkaar.
Suprafamiliaire systeem: bloedverwanten tot 4e lijn: Eerste (ouders, kinderen), tweede (grootouders,
kleinkinderen, broers, zussen), derde (overgrootouders, achterkleinkinderen, neven en nichten, ooms
en tantes) en vierde graad (betovergrootouders, achterneven en nichten, oudooms en oudtantes).
Positieve punten suprafamiliaire systeem: familieberaad, eigen kracht conferenties, netwerkpleegzorg
Negatieve punten: roulerende rekening: door eigen beschadigingen kun je niet zo goed voor anderen
zorgen, ongezonde patronen blijven bestaan> intergenerationeel trauma.
Omgeving als systeem: beïnvloed gezin; buurt, huis, buiten spelen? sociale steun in de omgeving?
Dit samen vormt systeempentagram:
Niet een van deze gebieden is belangrijker dan andere, hebben allemaal evenveel aandacht nodig! Het
is ook goed om van jezelf kennis te hebben, waar heb je kennis van, hoe zag jouw achtergrond eruit?
Jullie weten nu; dat we mogelijk ons IK overschatten. “We zijn zo vertrouwd geraakt met opvatting dat
talenten en tekortkomingen in onszelf zitten, dat we soms vergeten dat ze vooral in interactie met
anderen tot stand komen”. Wat systeemdwang is. Dat ook in gezinnen zich dwingende patronen
kunnen ontwikkelen. Dat er veel af te dingen is op conclusies van Milgram experiment. Wat definitie
van systeem is en dat het in voortdurende wisselwerking staat met omgeving. Met welke systemen een
systeemgerichte professional te maken heeft. Dat je als orthopedagoog (ook) je eigen instrument bent.
Literatuur bij college 1:
Hoofdstuk 1: werkterrein van systeemgerichte social worker
1.1 – inleiding: Systeemgericht - vaak direct met gezinsgericht werken verbonden. Kennis en aandacht
voor gezin is cruciaal, veel hulpvragen houden direct verband met gezin. Gezinsleden beïnvloeden
cliënt, etc. Systeemgericht werken betekent niet dat dat je met hele gezin of omgeving cliënt werkt,
maar beoogt meer visie te zijn van waaruit we kijken naar cliënt en onszelf als hulpverlener. Deze visie
resulteert in manier van werken en heeft betrekking op bepaalde uitgangspunten als communicatie,
interactie, wederkerigheid, circulair proces, regels, rollen, taken, intergenerationele patronen, context,
etc.
, Systematische benadering legt nadruk op ‘patronen in tussenruimte’, verklaart gedrag niet door
psychologische of biologische factoren, maar let op verwikkelingen mensen en op geschiedenis die zij
met elkaar doormaken. Centraal staan relaties en interacties. We gaan er vanuit dat mens enkel gezien
en begrepen kan worden in context van zijn relaties.
1.2 - wat is systeem? verschillende beschrijvingen, ook in verschillende contexten anders gebruikt. In
boek: ‘begrip systeem wijst op eenheid, opgebouwd uit deelverhoudingen; gaat niet alleen om delen
op zich, ook niet om geheel, maar doelgerichte circulaire betrekkingen tussen dit alles.’
Systeemgerichte werker moet daarom overzicht over geheel behouden ipv zich te concentreren op
afzonderlijke onderdelen zonder te overwegen welke rol deze in grotere geheel spelen. Systeemgericht
werken kan op verschillende manieren opgevat. Drie betekenissen: verwijzing therapievorm waar
cliënt, maar ook personen uit directe omgeving aanwezig zijn bij behandeling of deel ervan. Het heeft
betrekking op inhoud of doel behandeling. Doel is hierbij functioneren gezinssysteem verbeteren en
niet enkel individuele hulpvraag oplossen. Ook betrekking op circulariteit, wederzijdse beïnvloeding en
niet op ‘oorzaak en gevolg’ gedachte.
1.3 - individuele systeem: menselijk lichaam met zijn cellen en organen vormt samen met geest
eenheid van de mens. Deze met innerlijke subsystemen, is voortdurend in interactie met zichzelf,
innerlijke boodschappen. Binnen algemene systeemtheorie alle levende wezens gezien als open
systemen: continu in interactie met omgeving. Systeem krijgt voortdurend feedback, en deze wordt
gebruikt om systeem te veranderen, verbeteren of stabiliseren. Bij gesloten systemen, geen
uitwisseling omgeving. Bestaat niet echt, dus systeem als gesloten gezien wanneer beperkte interactie
is. Gezondheid wordt ingevuld vanuit systeemtheorie. Ziekte en gezondheid worden geplaatst op
continuüm van systeemtheoretische begrippen negentropie en entropie. Negentropie; energie
beschikbaar, systeem beweegt richting gezondheid. Bij entropie meer energie nodig dan beschikbaar,
systeem beweegt in richting van afnemende gezondheid, of ziekte. Zelfstabilisatie= mechanisme
waarbij mens zich aanpast aan omgeving of aanpassingen in zijn omgeving bewerkstelligt. Bij
zelforganisatie past systeem zichzelf niet aan, maar wijzigt het zich structureel.
1.4 - subsysteem: kleinste sociale subsysteem bestaat uit twee personen> dyadisch subsysteem.
Binnen gezin kennen we subsystemen: ouders, opvoeders, partners en subsysteem kinderen.
Afhankelijk van gezinssituatie kan ook subsysteem oudere en jongere kinderen zijn, of in
samengestelde gezinnen kunnen kinderen van verschillende biologische ouders ook gezien worden als
aparte subsystemen. Om tot bepaald subsysteem te behoren moet je deelnemen aan communicatie
en interactie. Afhankelijk van rol, taken en te vervullen functie kunnen binnen gezin enkele
subsystemen onderscheiden worden met eigen functie: partner-subsysteem vervult functie intimiteit
en seksualiteit, opvoeder-subsysteem vervult functie van opvoeden en kind-subsysteem van geven.
1.5 - suprafamiliare systeem: ‘familie’, bloedverwanten tot in vierde lijn. Gaat binnen familie als
systeem niet om verschillende gezinssystemen en individuen, maar om doelgerichte betrekkingen
tussen die gezinssystemen en individuen. Persoonlijk sociale netwerk kan belangrijke functie vervullen
als steunbron voor gezin of individuele gezinsleden. Vaak heeft familie ook goed zicht op problemen
die zijn in gezin of met gezinslid dat als cliënt is aangemeld. Familie kan positieve bijdrage leveren aan
individuele cliënt en hulpverleningsproces, maar ook conflicten meebrengen. Je moet als social
worker niet op zoek gaan naar ‘de’ waarheid, die is er niet. Ga vooral met respect om met ieders
waarheid, en werk vanuit meerzijdige partijdigheid.
1.6 - omgeving als systeem: omgeving gedefinieerd: ‘bestaat uit alle interne en externe factoren of
invloeden die gezinssysteem omgeven, relatie tussen gezinssysteem en omgeving is wederkerig,
beïnvloeden elkaar. Uitwisseling tussen gezinssysteem en omgeving in vorm van input, output en
feedback is dus circulair van aard’. Vaak komen problemen van gezin naar buiten via omgeving.
Consultatiebureaus of scholen trekken aan bel als er problemen zijn met kind of vermoedens van
problemen met ouder.
1.7 - systeempentagram: systeemgerichte social worker heeft te maken met al deze vijf voorgaande
systemen. Er moet aandacht kunnen uitgaan naar al deze verschillende systemen, hier is geen
hiërarchisch onderscheid. De cliënt blijft centraal staan, maar moet aandacht zijn voor alle systemen
(zie afbeelding ster uit PP).