DEMOCRATIE
INLEIDING
Nieuwsdiversiteit = burgers komen in aanraking met een veelheid aan denkbeelden die
voor hen toegankelijk worden gemaakt, zodat ze de kans krijgen zich een gefundeerde
mening te vormen over maatschappelijke problemen, zonder ingekapseld te worden door
1 perspectief
3 niveaus om relatie tussen media & diversiteit te onderzoeken:
Productie: Historisch vanuit beleid vooral aandacht voor productie uit vrees voor
mediaconcentratie internet leek oplossing hiervoor want oneindige hoeveelheid
aan info, maar toch niet het geval
Inhoud: mediadiversiteit/nieuwsdiversiteit slagen vaak op de inhoud
o Diversiteit aan onderwerpen: betekent dat alle feiten die relevant zijn voor
het functioneren van een democratische samenleving aan bod moeten
komen in de nieuwsmedia.
o Opiniediversiteit: betekent dat een veelheid aan standpunten aan bod
komt.
o Actordiversiteit: betekent dat de interesses en belangen van alle
geledingen van de samenleving een stem krijgen
Gebruik
o Publieksdiversiteit = diversiteit van daadwerkelijk gebruikte inhoud door
publieksgroepen en individuen ~ groeiende aandacht sinds doorbraak vh
internet
Termen als mediadiversiteit of mediapluralisme verwijzen meestal naar het aantal
mediakanalen en -bedrijven, niet daar de inhoud.
Meer inhoudsdiversiteit leidt niet altijd tot meer publieksdiversiteit
Elk hoofdstuk heeft zelfde paradox: er is tegelijk meer en mindere diversiteit
HOOFDSTUK 1: CONCENTREREN KUN JE LEREN. NIEUWSDIVERSITEIT ALS
ECONOMISCHE PARADOX
Evolutie Vlaamse medialandschap:
Markt wordt steeds meer door minder spelers gedomineerd=
concentratiebeweging: tussen 1950 en 2019 van 14 mediabedrijven naar 5 = Big
Five
o VRT, DPG Media, Mediahuis, Roularta, Telenet
o Parallel met deze concentratiebeweging zakte het aantal dagbladtitels van
14 naar 8 ~ deze 8 zitten geconcentreerd bij 4 groepen
Big Five wordt gecontroleerd door Vlaamse Regulator voor de Media (VRM)
Digitalisering productie & internetplatform leidden tot meer mediadiversiteit
Internationale spelers (Google, Facebook) zorgen voor verschuiving in
advertentiemarkt nieuwe interne gebaseerde nieuwsaanbieders dagen
machtspositie big 5 uit
In dit HF worden verschuivingen en knelpunten van concentratie van het Vlaamse
medialandschap in kaart gebracht
CONCENTRATIE
Concentratie = praktijk van het inkrimpen van het aantal bedrijven door fusies,
overnames en samenwerkingsverbanden
Zorgt voor minder concurrentie tussen bedrijven
1
, o Soms zorgt dit voor vermindering van diversiteit (niet altijd het geval)
o Draagt in theorie bij tot kostenbesparingen die ervoor zorgen dat
productdiversiteit mogelijk wordt gemaakt
3 vormen
o Overnames
o Fusies
o Samenwerkingsverband of joint venture = 2 bestaande bedrijven gaan
naast hun eigen activiteiten samenwerken in een ander bedrijf bv. Streamz
is van Telenet en DPG media
Verschillende politieke niveaus controleren rechtsgeldigheid van
bedrijfsconcentratie en kijken of speler niet te dominant wordt
o Kijken of een bepaalde speler niet te dominant wordt
Bv. vorming van oligopolies= beperkt aantal spelers dat de markt
bedient
Vlaamse nieuwsvoorziening als oligopolie – concentratie kan leiden
tot monopolievorming (= geen sprake meer van concurrentie in
bepaalde segmenten van de markt)
Voor regulering:
o 1ste Belgische Mededingingsautoriteit: maken geen onderscheid tss media-
en andere soorten bedrijven
o 2de VRM: toetst concentratiebeweging in mediasector aan Belgische en
Europese wetgevingen en aan Vlaamse decreten, VRM kan overtredingen
sanctioneren
Gevolgen van concentratie:
o Voor consument: beperkt merkbaar
o Intern in bedrijf: grote gevolgen er wordt bezuinigd door afdelingen
samen te voegen (vaak vermindering in redacteurs, journalisten)= met
minder mensen hetzelfde werk uitvoeren = ‘knippen en delen’
goedkoper
o + zie vb p 15
MEER DAN NIEUWS
Mediabedrijven streven naar marktuitbreidingen en kostenreductie
Concentratie kan bijdragen tot schaal- of synergievoordelen= economies of scale
en economies of scope
o Schaalvoordelen: productiekosten drukken door op grote schaal te
produceren
o Synergievoordelen: met 1 productieapparaat meerdere van elkaar
verschillende producten maken
o Realiseren van beiden kan gepaard gaan met diversificatiestrategieën=
mediabedrijven investeren in producten waarmee ze andere markten
bedienen
Concentratie in 3 verschillende richtingen:
o Horizontaal: wanneer een bedrijf rechtstreekse concurrenten overnemen
o Verticaal: bedrijf neemt andere schakel van hetzelfde eindproduct over
o Diagonaal: bedrijft neemt verschillende producten over (DPG media)
NEOLIBERALISME, DEREGULERING EN GAFA
Deregulering = (communicatie) markt moet bevrijd worden van overbodige regels en
overheidsinmenging vrije markt (neoliberaal concept)
Bestaat uit:
Privatisering: overheidsdiensten worden aan private sector verkocht met als doel
voor te bereiden op liberalisering van de markt
Liberalisering: openen van de markt voor concurrentie
Hangt samen met technologische vernieuwingen (komst van internet, later
popularisering smartphone) want zo nieuwe media-inhouden maar ook nieuwe
mediaconsumptie en -productie
2
, o Concentratiebewegingen op internet leidt tot GAFA (Google, Amazon,
Facebook, Apple)
o GAFA gebruiken gebruiksdata om gerichter te adverteren hierdoor minder
inkomsten voor traditionele media 2 cruciale vlakken in verdienmodel
beschadigd:
Minder populair: kijk- en leescijfers nemen af en zo ook advertentie-
inkomsten
Geven steeds meer geld uit aan advertenties, maar inkomsten
sijpelen steeds meer naar Google en Facebook (80% van Belgische
inkomsten) moeilijk om reclame-inkomsten terug te verdienen
Belgische mediabedrijven wisselen onderling meer en meer
gebruikersgegevens uit om gepersonaliseerde advertenties aan te
bieden
VLAAMSE MASTODONTEN
Onder druk van Amerikaanse concurrentie past Vlaamse media-industrie marktuitbreiding
en kostenreductie toe Vlaamse mediabedrijven kopen lucratieve delen van andere
Europese mediamarkten bv. tussen 2000-2010 bezitten DPG media en Mediahuis 95% va
Nederlandse dagbladenmarkt
Door de steeds grotere macht van steeds minder mediabedrijven overleven
slechts de allergrootsten
De oligopolistische structuur vd Vlaamse mediamarkt leidt ertoe dat kleine spelers
die willen doorbreken, nauwelijks de kans krijgen
o bv. Media.21= koepelorganisatie van zogenaamde online-only, klaagt al
jaren de (online) dominantie vd oude media aan + de federale regering –
want bijzondere steunmaatregelen voor mediabedrijven
o Media. 21 vindt dit te ver gaan en zegt dat eerlijke concurrentie onmogelijk
is
Btw-tarief van 0% op de verkoop van gedrukte kranten, pas sinds enkele jaren
geldt dat ook voor digitale kranten
Mediabedrijven blijven zoeken naar duurzaam verdienmodel
Onvermijdelijk nog meer overnames en fusies internationaal DPG Media en
Mediahuis hier al mee bezig maar kunnen ze op tegen echt grote internationale
spelers?
CONCLUSIE
Vlaamse mediamarkt is laatste decennium op veel vlakken fors veranderd:
Begin bij liberalisering in jaren 1979 en 1980
Popularisering van het internet, gsm, sociale media zorgen voor sterke uitbreiding
en versnippering van media-aanbod
Mediabedrijven moeten zich aanpassen aan nieuwe vormen van nieuwsproductie
en opboksen tegen GAFA
o Google en Facebook die grote brokken uit de digitale advertentie-
inkomsten happen
Internationalisering van de industrie: lokale spelers moeten zich aanpassen om
zelf niet te verdwijnen
Vlaamse mediabeleid volgt 2 sporen:
o Cultureel-politiek mediabeleid: meer diversiteit
o Industrieel beleid: stelt economische motieven voorop (doorslaggevend in
praktijk) concentratie als gevolg
HOOFDSTUK 2: MEER VAN HETZELFDE? KNIP- EN PLAKWERK IN DE VLAAMSE
SCHRIJVENDE PERS
Op twee complementaire manieren reageren op groeiende concurrentie
1. Een innovatief aanbod uit te werken – “digitaal gaan”
3