anatomie
bot
★ c
ondyl(scharnier)
➔ GROOTTE: gemiddeld 20 mm op 10mm(kleiner dan fossa-> dus zit in te grote holte -> drm discus tss)
➔ VORM: ovaal + convex
➔ H
ISTOLOGIE:
articulaire kraakbeenmatrix op condyl: collageen matten/fibrillen(vnm type 1) die netwerk vormen
met ‘wolpluisjes’ en chondrocyten + proteoglycanen (+ water) in
* articulaire kraakbeen vd condylus heeft heel anderesamenstelling dan meeste andere gewrichten doordat onderkaak en kaakgewricht zich
vormen door intermembranaire ossificatie ipv endochondrale ossificatie ⇒ hierdoor behoudt condyl zijn progenitorcellen wrd continue groei +
herstel + remodelling v condyl mogelijk blijven
⤷weeping lubrification:
proteoglycanen zijn hydrofiel -> trekken water aan => kraakbeenmatrix werkt als soort spons:
→gewricht ontlast-> vullen met vocht
→gewricht belast(kauwen, klemmen) -> vochter uit geduwd ⇒ smering gewricht
STEL ‘s nachts heel veel klemmen/bijten -> alle synoviale vloeistof uit gewrichtsruimte geperst ->
vocht uitgeput -> tijdelijke verkleving vd discus met de fossa / condylus -> ‘s ochtends lijkt gewricht
geblokkeerd (‘startmoeilijkheden’ en gewrichtskraken bij het ontbijt) -> moet eerst wachten dat vocht
zich terug in collageen matten verspreid voor je terug normaal verder kan
⤷veel collageen type 1
⇒ minder gevoelig aan effecten v veroudering -> minder snel afbreken in verloop v tijd
(⇔ hyaliene kraakbeen die vooral type 2 collageen bevat)
⤷avasculair + niet bezenuwd
⇒ geen pijn sign. doorgeven
1
, ⤷bestaat uit versch. zones:
articulaire zone - uitenste functionele oppv.
b
- zone die in contact gaat komen -> moet allekrachtenopvangen
⤷ dens fibreus connectief weefsel: collageenvezels in bundels gerangschikt ->
dicht op elkaar gepakt zodat ze de krachten vd beweging kunnen
weerstaan
⇒ minder gevoelig aan effecten veroudering wrd het minder snel zal
degenereren in de tijd
proliferative zone - celrijke zone: bevat heel veelkraakbeencellen=>zorgt voor regeneratie
f ibrocartilagineuze - heeft heel sterk netwerk aan vezels omkrachten opte vangen
zone
ecalcificeerde
g - estaat uit chondrocyten + chondroblasten
b
kraakbeen zone ⤷ slijtage -> chondrocyten sterven af -> vervangen door botcellen
- hieruitontstaan de cellen
- achter deze zone zit het subarticulair bot
→ heel veel versch. cellen in => makkelijk herstellen (⇔ eminentia, discus)
DUS als botstructuur stuk gaat door (overbelasting, infectie,...) dan kan het bot terug regenereren
★ f ossa mandibularis(holte)
➔ GROOTTE: gemiddeld 23mm op 19mm
➔ VORM: concave holte
➔ HISTOLOGIE: weefsel structuren (heeft impact op pathologie en genezing)
- fibreus + avasculair weefsel
- bevatniet veel kraakbeencellen-> steeds mindernaarmate je ouder wordt
⤷ HOE minder kraakbeencellen, HOE lager regeneratie capaciteit
(dus als het stuk gaat, gaat het moeilijkerherstellen)
★
e minentia articularis(schuifaf waar condyl langsgaat gaan wnr je mond ver open doet)
★
gehoor uitgang
⤷ gewricht zit vlak voor gehoor uitgang ⇒ mensen met last aan kaakgewricht soms ook oorpijn
(oorpijn komt eigenlijk door ontsteking in kaakgewricht)
iscus
d
➔ WAT: kraakbeenschijfje -> zit vast aan kapsel + ligamenten
➔ HISTOLOGIE:
→ kraakbeen met:
- vooral fibreus weefsel
-slechts enkele kraakbeencellen-> heel lageregeneratie capaciteit(eens dat die kapot is, blijftdie kapot)
⤷ MAAR niet erg omdat we ook zonder discus kunnen leven als we belasting systeem↘
2
, → collageenbundels (zijn minder georganiseerd) + wolpluisjes (zorgen mee voor weeping lubrification)
➔ S TRUCTUUR:
-anterieure band-> hangt vast aan spier (m. pterygoideuslateralis)
-intermediaire zone(smaller)
-posterieure band(dikker) -> hangt vast aan ligamenten(tss ligamenten zit bilaminaire zone v Rees)
⤷discus kan hinge-beweging/schommelbeweging maken:discus draait over kaakkop doordat die enkel
aan zijkant vasthangt
⤷v voor dunner dan vanachter -> fungeert als wigom condyl te stabiliseren: onder kracht bewegingen
zetten -> spieren spannen aan en trekken discus als soort wig daartussen -> zo kaakkop fixeren zodat het
niet alle kanten uit kan gaan
➔
FUNCTIE: zorgt voor vloeiend verloop v rotatie en translatie tijdens beweging onderkaak
➔ deelt gewricht op in bovenste en onderste gewrichtsruimte -> beide stukken maken versch. mechaniek en
beweging
➔ bilaminaire zone v Rees(belangrijke zone):
-> bevat een losmazig bindweefsel met veel zenuwuiteinden + BV
⇒ DUS als patiënt pijn heeft komt het uit deze zone
(als we compressie zetten in deze zone doorkaak naar achter te duwen -> kaakkop in zone -> pijn ⇒ zo nagaan of pijn wel echt
vanuit kaakgewricht komt en niet uit spieren, oren,...)
-> plaats waar synoviale vocht gegenereerd wordt => smering gewricht
ligamenten
capsulair ligament (gewrichtskapsel)
= kapsel die volledig rond gewricht gaat
→ FUNCTIE:
- bot onderdelen op hun plaats houden
- synoviaal vocht vasthouden binnen gewricht
- proprioceptie: door bezenuwing geeft het info over positie + beweging vd kaak
→ op versch. plaatsen versterkt via ligamenten:
➔ discale/collaterale ligamenten
→ mediaal + lateraal
→ OPBOUW: uit connectieve collageen vezels -> rekken niet uit
→ FUNCTIE:
- zorgen dat discus stabiel op condyl blijft liggen
- laten rotatie naar anterior en porsterior op condyl toe ⇒ hinge-beweging v condyl tov discus
3
, ➔ t emporomandibulair ligament
→ OPBOUW:
-binnenste ligament(horizontale band)
-> verhindert dat systeem naar achter schiet
-> gewricht slechts door dun stukje bot (fossa) gescheiden v hersenen DUS bij trauma op kaak
waarbij condyl door fossa geduwd wordt zou men in de hersenen zitten
OPLOSSING: ligamenten zorgden ervoor dat wnr er trauma komt op kaak (bv. op kin vallen) ->
fractuur in condylus zodat condyl niet in hersenen zou schieten
-buitenste ligament(schuine band)
-> verhindert dat condyl te ver naar beneden beweegt
-> limiteert rotatie na 2-2,5cm mondopening -> beweging gaat over v rotatie naar translatie
➔ s
phenomandibulair en stylomandibulair ligament
→ kleinere + minder belangrijke ligamentjes
→ FUNCTIE: protrusie vd kaak beperken -> kaak niet oneindig naar voor brengen
→ VERLOOP:
- sphenomandibulair: spina sphenoidalis + mediale banden v kapsel → spinula op mandibula
- stylomandibulair: proc. styloideus → posterieure wand v mandibula ⇒ beperkt protrusie
innervatie
vooral inbilaminaire zone v Rees
⤷ n. trigeminus -> n. mandibularis (V3) -> vertakkingen:
- n. ariculotemporalis -> dorsale + laterale zones
- n. temporalis profuncdus posterior -> mediale + antero-laterale zone
- n. masseter -> anterieur + antero-mediaal
evloeiing
b
a. temporalis superficialis
4
,biomechanica (werking + beweging) kaakgewricht
lege mond beweging / onbelaste beweging
= bewegingen zonder belasting gewrichtsstructuren (geen voedselcontact)
→ bewegingen NIET zuiver -> rotatie + translatie gebeuren gelijktijdig
(MAAR bij bep. behandeling wel oefenen om rotatie en translatie apart te doen)
→ ALS condyl voorbij eminentia schuift => kaakgewricht uit de kom
belaste beweging
= bewegingen met weerstand (kauwen op voedsel, kauwen.)
⤷ ook bij para-/overfuncties: stylobijten, nagelbijten, bruxisme, knarsen,...
5
, ower strokes= voedsel in mond -> mond sluiten ->tanden raken voedsel -> sterke contractie vd m.
p
pterygoideus lateralis -> sterke tractie op discus -> dikkere portie vd discus (achterste band) wordt in
gewrichtsruimte getrokken (discus wordt er tussen getrokken als soort wig) ⇒ zo gewricht stabiliseren
link tanden en gewricht:
➔ maximale occlusie= positie wrb tanden maximaal contactmaken
→ PROBLEEM: stel dat tandpositie niet overeenkomt met gewrichtspositie -> patiënt gaat elke keer
klemmen in verkeerde positie -> ontstaat telkens een shift beweging tijdens sluiten -> discus wordt
daar telkens tussen getrokken -> overbelasting gewricht -> weeping-lubrification uitgeput
➔ bruxisme: bij klemmen of bijten is gewricht constantonder druk -> uitputting weeping-lubrification
⇒ GEVOLG v langdurig veel kracht op gewricht:
→condyl: past zich aan aan belasting (remodelling)-> niet meer mooi ronde
maar afgeplatte condyl
→discus: gaat niet herstellen -> contourverlies(kan alleen maar stuk gaan)
⇨kinesiographie (kaakbewegingen meten):
→ WRM?condylusbaan helling(= hoe steil de hellingvd eminentia is) kan sterk variëren
⤷ afhv hoe steil gaan gewricht en spieren anders bewegen + tanden anders
opstellen wnr je heel nieuw gebit moet zetten
MAAR is dit wel een meerwaarde?
→ METHODEN:
★
digitaal:systeem op kaak zetten -> geeft weer opcomputer wat er in gewricht gebeurt
★ a
rticulatoren:
⤷ stimuleren beweging kaak -> uit de mond kunnen kijken
○ occludator:
eenvoudigste -> gwn open en toe
○ eenvoudige middelwaarde articulator:
kunnen naar voor/achter + L/R bewegen -> MAAR standaardinstelling v condylusbaan helling
○ instelbare articulator:
ingewikkeld -> volledig instelbaar (metingen doen bij patiënt -> in articulator zetten)
○ digitale articulator:
tanden scannen -> in systeem zetten met articulator
(zelf kiezen of je het spec instelt voor patiënt OF gemiddelde waarde gebruikt)
6
, spieren→ die invloed hebben op kaakgewricht
m. temporalis ➔
V ERLOOP: hecht aan op zijkant hoofd → loopt naar beneden op proc. coronoideus
➔ 3 DELEN:
- anterior deel
- middelste deel
- posterior deel: samentrekken -> retrusie (kaak beetje naar achter trekken)
➔ FUNCTIE: sluiten vd mond (+ retrusie)
➔ INNERVATIE: n. trigeminus -> n. mandibularis (V3) -> nn. temporales profundi
➔ BEVLOEIING: a. temporalis anterior + posterior + superficialis
➔ PATHOLOGIE:
spier te veel in contractie(klemmen, bijten,...)⇒hoofdpijnaan zijkant hoofd die naar
frontaal uitstraalt
m. masseter ➔ V ERLOOP:(langs buitenzijde mandibula)jukbook(arcuszygomaticus) → ramus mandibulae +
angulus mandibulae(kaakhoek) -> onderaan vastgehecht(verbindt met m. pterygoideus medialis)
➔ 2 DELEN:
- oppervlakkig deel: samentrekken -> protrusie (kaak beetje naar voor trekken)
- diep deel
➔ FUNCTIE: sluiten vd mond (+ protrusie)
➔ INNERVATIE: n. trigeminus -> n. mandibularis (V3) -> n. massetericus
➔ BEVLOEIING: a. masseterica
➔ PATHOLOGIE: pijn doorklemmen en knarsen(makkelijkpalperen + makkelijk behandelen met kiné)
.
m ➔ V ERLOOP:(langs binnenzijde mandibula)mediale zijdevd laterale pterygoid plaat →
pterygoideus angulus mandibulae(kaakhoek)
medialis ➔ FUNCTIE: sluiten vd mond
➔ INNERVATIE: n. trigeminus -> n. mandibularis (V3) -> n. pterygoideus medialis
➔ BEVLOEIING: a maxillaris -> aa. pterygoideae
➔ PATHOLOGIE: pijn doorklemmen en knarsen(moeilijkerpalperen + moeilijker behandelen met kiné)
7