Beleid = containerbegrip (verschillende betekenissen)
Afsprakenkader, planning, procedure…
In onze opleiding:
1. regelgeving en organisatiestructuren in voorzieningen op mesoniveau.
Bv. beleid van een voorziening in een kwaliteitshandboek
2. (Politieke) beslissingen en regelgeving op macroniveau van het orthopedagogisch
grondplan.
Bv. drugsbeleid van verschillende Europese landen.
Beleid op meso- en macroniveau heeft impact op de cliënt, op ons als PGO en op de voorziening!
PGO EN BELEID OP MESONIVEAU
Mesoniveau: de visie van de dienst/voorziening is bepalend voor hun beleid.
Organisatiestructuur = manier waarop medewerkers zich organiseren om de visie te
realiseren
Binnen de organisatiestructuur zijn er verschillende functies! Wij als PGO moeten deze
functies kennen in functie van begeleiding cliënt en eigen welbevinden op werkvloer.
Kwaliteitszorg = manier waarop ze de kwaliteit van hulpverlening bewaken
(Veel voorziening omschrijven heel wat beleid in het kwaliteitshandboek – wij als PGO voeren deze
procedures uit en evalueren ze + bijsturen waar nodig)
Opmerking: kwalificaties (wat een orthopedagoog moet kunnen om te functioneren in het werkveld)
verschillen op basis van onderwijsniveau:
- Master = VK7
Verwachting: aan diagnostiek doen
- Bachelor = VK6
Moet niet aan diagnostiek doen
Verwachting: autonoom werken, verantwoordelijkheid nemen en leiderschap tonen
(meer dan verwacht van een graduaatstudent)
Hier is inzicht op mesoniveau voor nodig.
- Graduaat = VK5
Opmerking: deze competenties worden bepaald door de Vlaamse overheid en zijn vastgelegd in
domeinspecifieke competenties (leerresultaten) = DLR’s = beleid op macroniveau
Je kan deze vinden in het grondplan, op ECTS-fiches en in de kwalificatiedatabank.
In het grondplan:
Beleidsgerelateerde opdrachten (in voorzieningen – mesoniveau):
Voorbeelden:
- DLR 8: PGO’s werken preventief en signaleren knelpunten op organisatieniveau (meso) en
beleidsniveau (macro) = preventie in het grondplan
- DLR 9: PGO’s functioneren in en leveren een bijdrage aan de visie en het beleid van de
organisatie. = visie-ontwikkeling in het grondplan.
1
,DUS:
Wat is meso- en macroniveau:
- Functioneren in een voorziening = mesoniveau
- Het beleid rondom de nodige competenties bepaald door Vlaamse overheid = macroniveau
Als orthopedagoog werk je op:
- Microniveau: er zijn voor de cliënt, relatie treden met cliënt om tot begeleiden te komen…
Zonder organisatie waruit je kan werken (=mesoniveau), is microniveau onmogelijk.
- Mesoniveau: je bent mee verantwoordelijk voor de organisatie van de voorziening.
- Macroniveau: zie volgend deeltje
PGO EN BELEID OP MACRONIVEAU
Beleid op macroniveau = politieke beslissingen en regelgeving door overheden en hun
administraties (die impact hebben op de cliënt, PGO, voorziening en ruimere samenleving).
Beleidsbeslissingen kunnen positief of negatief zijn uitvallen.
Negatief effect op leefsituatie van doelgroep/cliënt? = een structureel probleem
= probleem dat niet op te lossen valt in de begeleiding van de cliënt en zijn cliëntsysteem op
microniveau. De oorzaak van het probleem ervan ligt immers in Beleid op meso- en/of
macroniveau.
= Het probleem zal zich hierdoor herhalen bij mensen in dezelfde situatie. Een structureel probleem
is dus cliëntoverschrijdend.
= Een structureel probleem kan mensonwaardige situaties en onderbescherming veroorzaken,
alsook sociale onrechtvaardigheid. De praktijkgericht orthopedagoog is vaak een van de eerste
getuigen bij het optreden van structurele problemen. Hij/zij/x wordt in de confrontatie met
mensonwaardigheid, onderbescherming en sociale onrechtvaardigheid gewaarschuwd door zijn
verontwaardigingsgevoel.
Structureel probleem oplossen: verandering nodig op macro- en/of mesoniveau
Daarvoor neemt PGO signaalfunctie op:
signaleren = informeren van bevoegde/verantwoordelijke personen/instanties op
macroniveau (bv. agentschap opgroeien) of mesoniveau (bv. directie van de
voorziening)
Je signaleert op constructieve manier! (structurele zijn meestal niet vanuit intentie)
Geen effect na signaleren?: structuurgerichte acties (later aan bod in het vak)
DE PGO EN TENDENSEN
Beleid is dynamisch! Constant aan het evolueren…
Waarom is beleid nooit ‘af’?
2
, Politieke keuzes (bv. bij de verkiezingen): deze keuzes gaan ook over hulpverlening
Beeldvorming en visies bij de bevolking hebben dus impact op beleid
Wetenschappelijke kennis: innovaties uit de praktijk kunnen de blik op hulpverlening
ook wijzigen.
(=ontstaan van nieuwe tendensen uit de wetenschap)
(beeldvorming)
Beleid is dus nooit af en bijgevolg ook nooit perfect, waardoor structurele problemen kunnen blijven
ontstaan.
Als PGO: reflecteren over de beleidstendensen (observeren + kritisch nadenken)
Bij een nieuw beleid: positieve of negatieve impact
Wij als PGO zien dit als eerst in praktijk
We hebben daarom een verantwoordelijkheid: bepaalde doelgroepen zijn niet bewust
van de impact van beleid (macroniveau), als PGO heb je een signaal- en
structuurgerichte functie te vervullen.
CONCLUSIE
Beleidsgerelateerde opdrachten van een PGO: preventief werken, signaleren, bijdragen aan visie en
organisatie, structuurgericht werken aan betere positie voor cliënten…
Inzicht in meso- en macroniveau van het grondplan nodig
DE PGO ALS DEEL VAN DE ORGANISATIE, ONDERNEMING EN SECTOR
VOORZIENING ALS DOELGERICHTE ORGANISATIE
Organisaties zijn opgericht met een specifiek doel (enkele personen die samen hulp bieden aan een
doelgroep zijn dus geen organisatie)
Organisatie = samenwerkingsverband tussen meerdere personen om specifieke doelen te
bereiken.
Doel = breed te interpreteren – visie van dienst of voorziening op mesoniveau (= de doelen van de
organisatie)
Missie = bestaansgrond van de voorziening – beschrijft wat de opdracht is en bepaalt ook de
identiteit van de voorziening
Missie blijft meestal ongewijzigd
Missie moet gekend zijn door medewerkers
De missie biedt een antwoord op volgende vragen:
- Wie zijn we?
- Wat doen we?
- Wat is onze doelgroep?
- Aan welke noden komen onze diensten tegemoet?
- Welke eindresultaten willen we hiermee bereiken?
Verschil missie en doel:
3
, Het fundamentele verschil is dat een missie de 'waarom' (bestaansreden) en identiteit van een
organisatie beschrijft, terwijl een doel een concreet, meetbaar resultaat is dat op korte of
middellange termijn behaald moet worden om die missie te realiseren.
Waarden = iets dat nastrevenswaardig is + geven richting aan het gedrag van wie deel uitmaakt
van de organisatie + bepalen hoe organisatie de missie uitvoert en de visie realiseert.
Ook richtinggevend voor manier waarop men omgaat met stakeholders
Voorbeelden: rechtvaardigheid, inclusie, empowerment…
Visie = verduidelijkt/omschrijft het toekomstbeeld van de voorziening zelf in relatie tot haar
omgeving en de functie die zij in deze omgeving wil vervullen.
Opgelet: Vlaamse overheid verwacht van ondernemingen (in zorg- en welzijnssector) dat ze in hun
visie rekening houden met principes van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
= ondernemingen moeten bewust nadenken over de effecten van hun bestaan op de maatschappij
en het milieu – aandacht voor mensenrechten, sociale, ethische en milieukwesties.
= door maatschappelijk verantwoord te ondernemen, dragen organisatie bij aan
duurzaamheid/duurzame ontwikkeling
Duurzaamheid/duurzame ontwikkeling = ontwikkeling die tegemoetkomt aan de noden van
het heden zonder de behoeftevoorziening van de toekomstige generaties in het gedrag te brengen.
Denk aan het OLOD recht - De Sustainable Development Goals (SDG's) zijn 17 mondiale
doelstellingen van de Verenigde Naties om van de wereld een betere, eerlijke en duurzame
plek te maken vóór 2030
Opgelet: er kunnen verschillen zitten jouw visie en die van de voorziening + de visie, missie en
waarden van een voorziening hebben een impact op de werking van de voorziening
Opdrachtverklaring: de missie, visie en waarden zijn hier deel van – het heeft 5 functies:
1. Kadergevende functie = zorgt voor samenhang tussen doelen en taken in de organisatie
+ helpt prioriteiten stellen
2. Onderscheidende functie = geeft de organisatie een duidelijk imago + toont hoe de
organisatie uniek is t.a.v. andere voorzieningen.
3. Evaluerende functie = opdrachtverklaring als toetssteen waarmee organisatie haar
werking, beslissingen en gedrag kan evalueren.
4. Motiverende functie = opdrachtverklaring werkt motiverend doordat de missie, visie en
waarden aansluiten bij de waarden van de medewerkers + opdrachtverklaring daagt
medewerkers uit
4