Soort Type Mobiele fase Debiet regelaar Injectiesysteem Kolom met stationaire fase Detectiesysteem Toepassingen Registratie
Gas Chromatografie Gas-vastchromatografie - Inert gas Ventiel Monster= klein , moet snel worden ingebracht - Gepakte kolom - Universele detectoren (reageert op alle organische stoffen die passeren) - Vetzuurprofiel van triglyceriden
(Hoofdzakelijk —> reageert niet met andere comp —> hoe meer open, hoe meer gas - Geijkte microspuit • 1-6m • TCD: thermische geleidbaarheids detector • Verzepen Chromatogram
adsorptie) —> He, N2 doorstroomd ○ Gepakte kolom • 2-4mm ○ 4 filamenten; 2 ref,2 met uitlaat kolom • Onverzeept deel extraheren
GSC - Onder cte gasstroom - Monstersplitter • SF rond inert dragermateriaal ○ Cte T • Aanzuren
- Onzuiverheden elemineren (sporen O en ○ Capillaire kolom • Microspuit gebruikne ○ Gasstroom over de elektrisch verwarmde filamenten wordt continu • Omzetten naar methylesters
water) - Cold-on-column gemeten • Scheiden
○ Capillaire kolom ○ Als gasstroom samenstelling wijzigt: minder afkoeling van het - Steroïden (cholesterol) extraheren
filament—> T stijgt, weerstand stijgt, potentiaal verandert • Zie hierboven
—> derivatisatie= omvormen van chemische stoffen om ze te • FID: vlamionisatiedetector - Analyse van dioxines
kunnen scheiden met gaschromatografie ○ Meest gebruikt • Grote gelijkende structuren
- Silylering ○ Gebaseerd op elektrisch geleidend vermogen van een vlam • Ingewikkelde scheiding
○ H vervangen dr alkylgroep (meer vluchtig, minder ○ Vlam geproduceerd door verbranding van het draaggas en O2 KWALITATIEF
polair, meer thermisch stabiel) ○ Als organische stof in kolom komt—> wordt geïoniseerd dr vlam - Op basis van de retentie tijd te vergelijken
- Acylatie ○ Tussen brander en electrode: spanning —> ionen veroorz een stroom met referentieoplossingen (oplossingen die
○ Vorming van perfluoracylderivaten (meer polair) —> ○ Stroom wordt gemeten —> groote van stroom is in verhouding met maar een van de bepalen componenten
ECD - Capillaire kolom hoeveelheid organische stof bevat)
- Alkylatie/estervorming • Tot 100 m
Gas- ○ Additie van een alkyl aan -OH of -COOH (meer stabiel) ○ Componenten beter scheiden - Specifieke detectoren (detecteren slechts specifieke componenten uit het
vloeistofchromatografie • Kleinere diameter monster)
(Verdeling tss SF(vl) en ○ Minder staal (-)—> monster splitter+ gevoelige • ECD: elektronenvangstdetector
MF (draaggas) detector (FID, TCD en ECD) ○ Draaggas wordt geleid door een beta straal (geprod dr radioactieve
GLC ○ Zeer doorlaatbaar, kleiner drukverval (+) bron) —> wordt gedeeltelijk geïoniseerd
• SF als film op binnenwand vd glazen/metalen capillair ○ Gas wordt geleid tussen twee elektroden —> spanning ontstaat —>
• Splitinjector gebruiken elektronenstroom = continue achtergrondstroom
○ Als in draaggas een org comp is die e- kan opnemen, zal de
achtergronstroom verminderen —> signaal (“dip”)
• MS: massaspectrometer
○ Lagere druk dan draaggas—> via interface druk verlagen
○ Ionisatie: EI (e- impact ionisatie) KWANTITATIEF
§ Dr botsing hoog energetische e- - Op basis van vergelijking van de piek
○ Massa-analyse hoogte of (meer nauwkeurig) de
—> Kolommen bevinden zich in een overn (spiraal) —> T § Gevormde brokstukken worden via een E en B gescheiden in de piekoppervlakte van één/meerdere
programmatie verschillende massacomp standaardoplossingen
○ Gevormde ionen worden gemeten volgens hun massa/lading ○ Ijklijn opstellen opp( c )
verhouding (elektronisch) ○ Concentratie bekomen obv
interpolatie van de opp op deze
HPLC MF heeft een ACTIEVE rol Pomp: zeer hoge constante (maar ook Monster loop - RSV/glas Geen universele detectoren voor HPLC - AZ bepalen met OPA (ortoftaal- ijklijn
= High performance liquid chromatography - NPLC: SF is meer polair dan MF variabele) druk kunnen leveren - Rotor met 6 aansluitingen - 10-30cm Detectoren obv: aldehyde) —> fluorescentie
- RFLC: SF is minder polair dan MF Cte druk = belangrijk! (Snelheid van MF is - Oplossing met microspuit in lus laden (overmaat wordt - 4-10mm - Absorptie/emissie UV/ zichtbaar lich - Wateroplosbare vitaminen: RPIC
(C8/C18 kolommen) afhankelijk van de druk —> bepaald rt) afgevoerd) - Grootte partikels dragermateriaal: 3-10 micrometer - Fluorescerende eigenschappen - Antibiotica, aflatoxines, pesticiden,…
- Na verdraaien van rotor wordt de inhoud van de lus in de - Verandering in brekingsindex
Werken met gradiëntelutie vloeistofstroom gebracht en naar de kolom gevoerd Vloeistof-vloeistof
- SF is geabsorbeerd op inert dragermateriaal
Gassen en stofdeeltjes verwijderen —> - SF is covalent gebonden aan inerte dragermateriaal
- MAAR ijklijn = foutebron door de
ontgassen en filtreren • Stabieler
onreproduceerbaarheid van de
• Gradiëntelutie mogelijk door stabiliteot
monstervolumes (GASCHROMATOGRAFIE)
• SF
○ Verhelpen door gebruik te maken
○ NPLC: SF is polair van IS
○ RPLC: SF is apolair (C8/C18 kolom) ○ Een gekende hoeveelheid met
- Kolom meestal op kamertemperatuur gekende conc wordt toegevoegd aan
de oplossingen
Specifiek voor wateroplosbare vitaminen: RPIC ○ De ijklijn wordt opgesteld obv : opp
= reversed phase ionpairchromatography comp/opp IS ifv c
- Knn afh van PH vd oplossing neutraal of geladen voorkomen ○ Weer via interpolatie de conc
- Ionische vormen gaan geen interactie aan met apolaire SF —> bepalen aangezien staal ook IS bevat
niet neutrale bindingen worden gescheiden
○ Keuze IS:
- PH van MF laag maken —> vit in geprotoneerde vorm § Moet gescheiden zijn van de te
- In aanwezigheid van een counterion (alkylsulfonaat) —> bepalen comp
neutrale deeltes ontsaan dr elektrische interactie
§ Retentietijden moet
- Neutrale deeltjes hebben wel affiniteit voor AP SF verschillen, maar ook niet te
- Staal inbrengen zonder verstoring syst - Verdeling tss MF en SF veel
- Cte injevtie volume
§ IS moet zich tijdens de
- Makkelijk in gebruik voorbereiding analoog
IEC Bevat het tegenion = uitwisselaar met ionen Pomp die voor constate druk zorgt Monster loop SF= geladen hars - Geleidbaarheidsmetingen - Anionen en kationen doseren gedragen aan de comp
(Scheiding obv in interactie tussen de ladingen van hetzelfde teken uit de monsteroplossing - Rotor met 6 aansluitingen - Kationenuitwisselaar: sulfongroep (SO3-) • Geleidbaarheid van MF op einde van kolom meten - Storende ionen en kationen uit
van de SF en de geladen deeltjes in de - Oplossing met microspuit in lus laden (overmaat wordt - Anionenuitwisselaar: tetra alkylammonium (CH2NMe3+) ○ Afh van aanral ionen en aard van de ionen oplossingen verwijderen
monsteroplossing) Gradiëntelutie mogelijk door wijziging van afgevoerd) • Zuivere MF heeft steeds hoge geleidvaarheid dr de aanwezigheid van ionen • Verwijdereren van Cl-, SO4^2- en
PH - Na verdraaien van rotor wordt de inhoud van de lus in de ○ Gebruik maken van suppressie: 3 supressiekolommetjes PO4^3- voor kationenanalyse
vloeistofstroom gebracht en naar de kolom gevoerd § = ionen uit MF “weghalen” (vb: NaOH als MF) • Waterverzachters = ontkalkers
Voorbehandelen door ontgassen en filteren § Kolom 1: in gebruik voor supressie • Bereiding van H2O demi
□ SF: hars met neg ladingen waarop H+ aanwezig is - Analyses om eiwn az, suikers, amines en
□ MF: NaOH nucleïnezuren te bepalen
□ De Na+ uit de OH gaat de H+ vervangen op de hars —>
H2O wordt gevormd
□ Staal: Na+A-
□ Enkel H+ en A- verlaten de kolom (= supressie!)
□ H+ heeft hoge geleidbaarheid dan Na+ —> geleidbaarheid
van onbekende stijgt, geleidbaarheid van MF daalt
§ Kolom 2: regeneratie
□ Na gebruik is kolom verzadigd met (in dit geval) kationen
□ Wordt geregenereerd door een geconcentreerd zuur door
de kolom te laten lopen
§ Kolom 3: spoelen
□ Soepelen van de kolom na gebruik en regeneratie met
Milli-Q water om de overmat zuur te verwijderen
- Staal inbrengen zonder verstoring syst
- Cte injevtie volume
- Makkelijk in gebruik
- Detectie van absorptiespectrofotometrie
• Indirecte UV detectie (daling van A van basissignaal registreren)