Inhoudstafel
HOOFDSTUK 0: INTRODUCTIE + OPFRISSING JAMOVI........................................6
0.1 voorkennisactivatie: wat weet je (hopelijk) nog uit statistiek 1?............................6
HOOFDSTUK 1: WAT IS INDUCTIEVE STATISTIEK EN WAT IS HET NUT ERVAN?....8
1.0 introductie.............................................................................................................. 8
1.1 – 1.4 welke plaats heeft statistiek in onderzoek en wat is het kernprobleem van
de inductieve statistiek?............................................................................................... 8
1.5 – 1.6 wat is de rol van kansberekening en toetsen in de statistiek?.....................10
1.7 – 1.8 hoe kan statistiek misbruikt worden en wat doen we daaraan?...................11
HOOFDSTUK 2: WAT MOETEN WE WETEN OVER KANSEN EN KANSVERDELINGEN?
................................................................................................................... 13
2.1 wat is een kansverdeling en hoe kunnen we haar kenmerken berekenen?..........13
2.2 wat is de steekproevenverdeling van het gemiddelde en hoe kunnen we de vorm
van deze verdeling herkennen?.................................................................................15
2.3 hoe bereken je de kans op het voorkomen van een specifiek
steekproefgemiddelde?..............................................................................................17
HOOFDSTUK 3: BETROUWBAARHEIDSINTERVALLEN EN HYPOTHESETOETSING. 20
3.1 wat is een betrouwbaarheidsinterval en hoe bereken je dit?................................20
3.2 hypothesetoetsing................................................................................................ 21
3.3 parametrisch vs non-parametrisch toetsen..........................................................25
HOODSTUK 4: TOETSEN VOOR ÉÉN POPULATIE...............................................26
4.1 de t-toets voor 1 gemiddelde...............................................................................26
4.2 de χ²-toets voor frequenties.................................................................................28
HOOFDSTUK 5: TOETSEN VOOR TWEE POPULATIES........................................32
5.1 de t-toets voor twee onafhankelijke steekproeven...............................................32
5.2 mann-whitney toets............................................................................................. 36
HOOFDSTUK 6: TOETSEN VOOR TWEE POPULATIES BIJ AFHANKELIJKE
STEEKPROEVEN............................................................................................ 39
6.1 de t-toets voor twee afhankelijke steekproeven...................................................39
6.2 de wilcoxon signed rank-toets..............................................................................41
HOOFDSTUK 7: TOETSEN VOOR MEER DAN 2 POPULATIES – ANOVA.................44
7.1 one-way anova..................................................................................................... 44
7.2 two-way anova..................................................................................................... 50
7.3 kruskal-wallis toets............................................................................................... 55
HOOFDSTUK 8: TOETSEN VOOR MEER DAN TWEE POPULATIES – AFHANKELIJKE
STEEKPROEVEN............................................................................................ 57
8.1 anova voor herhaalde metingen (repeated measures anova)..............................57
1
, 8.2 friedman’s anova.................................................................................................. 61
HOOFDSTUK 9: TOETSEN VOOR HET VERBAND TUSSEN TWEE VARIABELEN......65
1. WANNEER GEBRUIKEN WE DE PEARSON CORRELATIE EN WAT IS HET PRINCIPE VAN DEZE TOETS?....65
1. wanneer gebruiken we de pearson correlatie en wat is het principe van deze toets?
................................................................................................................................... 65
2. wat is de determinatiecoëfficient?.........................................................................67
3. Wanneer gebruiken we de Spearman correlatie en wat is het principe van deze
toets?......................................................................................................................... 67
4. Wanneer gebruiken we de Chi-kwadraat toets en wat is het principe van deze
toets?......................................................................................................................... 69
H10: WELKE TOETS GEBRUIKEN WE ALS WE EEN SCORE OP DE AVWILLEN
VOORSPELLEN ADHV 1 OF MEER OV?.............................................................71
1. wanneer gebruiken we enkelvoudige regressieanalyse en wat is het principe van
deze techniek?........................................................................................................... 71
2. hoe checken we de voorwaarden in verband met residuen en outliers?................74
3. hoe rapporteren we over enkelvoudige regressie?.................................................75
10.2 meervoudige regressie.......................................................................................76
HOOFDSTUK 11: HOE KIES JE DE JUISTE TOETS?.............................................79
HOOFDSTUK 0: INTRODUCTIE + OPFRISSING JAMOVI........................................4
0.1 voorkennisactivatie: wat weet je (hopelijk) nog uit statistiek 1?............................4
HOOFDSTUK 1: WAT IS INDUCTIEVE STATISTIEK EN WAT IS HET NUT ERVAN?....6
1.0 introductie.............................................................................................................. 6
1.1 – 1.4 welke plaats heeft statistiek in onderzoek en wat is het kernprobleem van
de inductieve statistiek?.............................................................................................. 6
1.5 – 1.6 wat is de rol van kansberekening en toetsen in de statistiek?.......................8
1.7 – 1.8 hoe kan statistiek misbruikt worden en wat doen we daaraan?.....................9
HOOFDSTUK 2: WAT MOETEN WE WETEN OVER KANSEN EN KANSVERDELINGEN?
................................................................................................................... 11
2.1 wat is een kansverdeling en hoe kunnen we haar kenmerken berekenen?..........11
2.2 wat is de steekproevenverdeling van het gemiddelde en hoe kunnen we de vorm
van deze verdeling herkennen?.................................................................................13
2.3 hoe bereken je de kans op het voorkomen van een specifiek
steekproefgemiddelde?..............................................................................................15
HOOFDSTUK 3: BETROUWBAARHEIDSINTERVALLEN EN HYPOTHESETOETSING. 17
3.1 wat is een betrouwbaarheidsinterval en hoe bereken je dit?...............................17
3.2 hypothesetoetsing............................................................................................... 18
3.3 parametrisch vs non-parametrisch toetsen..........................................................22
HOODSTUK 4: TOETSEN VOOR ÉÉN POPULATIE...............................................23
4.1 de t-toets voor 1 gemiddelde...............................................................................23
4.2 de χ²-toets voor frequenties.................................................................................25
HOOFDSTUK 5: TOETSEN VOOR TWEE POPULATIES........................................28
5.1 de t-toets voor twee onafhankelijke steekproeven...............................................28
5.2 mann-whitney toets............................................................................................. 32
2
,HOOFDSTUK 6: TOETSEN VOOR TWEE POPULATIES BIJ AFHANKELIJKE
STEEKPROEVEN............................................................................................ 35
6.1 de t-toets voor twee afhankelijke steekproeven...................................................35
6.2 de wilcoxon signed rank-toets..............................................................................37
HOOFDSTUK 7: TOETSEN VOOR MEER DAN 2 POPULATIES – ANOVA.................40
7.1 one-way anova..................................................................................................... 40
7.2 two-way anova..................................................................................................... 45
7.3 kruskal-wallis toets............................................................................................... 49
HOOFDSTUK 8: TOETSEN VOOR MEER DAN TWEE POPULATIES – AFHANKELIJKE
STEEKPROEVEN............................................................................................ 51
8.1 anova voor herhaalde metingen (repeated measures anova)..............................51
8.2 friedman’s anova................................................................................................. 55
HOOFDSTUK 9: TOETSEN VOOR HET VERBAND TUSSEN TWEE VARIABELEN......58
1. WANNEER GEBRUIKEN WE DE PEARSON CORRELATIE EN WAT IS HET PRINCIPE VAN DEZE TOETS?
58
1. wanneer gebruiken we de pearson correlatie en wat is het principe van deze toets?
................................................................................................................................... 58
2. wat is de determinatiecoëfficient?....................................................................60
3. Wanneer gebruiken we de Spearman correlatie en wat is het principe van deze
toets?......................................................................................................................... 60
4. Wanneer gebruiken we de Chi-kwadraat toets en wat is het principe van deze
toets?......................................................................................................................... 62
H10: WELKE TOETS GEBRUIKEN WE ALS WE EEN SCORE OP DE AVWILLEN
VOORSPELLEN ADHV 1 OF MEER OV?.............................................................63
1. wanneer gebruiken we enkelvoudige regressieanalyse en wat is het principe van
deze techniek?........................................................................................................... 63
2. hoe checken we de voorwaarden in verband met residuen en outliers?................66
3. hoe rapporteren we over enkelvoudige regressie?.................................................68
10.2 meervoudige regressie.......................................................................................68
HOOFDSTUK 11: HOE KIES JE DE JUISTE TOETS?.............................................71
3
, 4