Staatsrecht
2025-2026
Patricia Popelier
UNIVERSITEIT ANTWERPEN
, DEEL 1: HET GRONDPLAN
HOOFDSTUK 1: OVERZICHT VAN DE STAATSRECHTELIJKE
PRINCIPES
1.1 BELGIË IS EEN GRONDWETTELIJKE STAAT
De machtsoverdracht is aan vaste regels onderworpen. Ook de verhoudingen
tussen de staatsmachten en de verhoudingen met de burgers liggen vastgelegd
in vaste regels.
Deze grondwettelijke regels beperken de staatsmacht
Zijn moeilijk te wijzigen!!
Regels staan in formele rechtsbronnen (gw, bijz meerderheidswetten…)
Art 33, lid 2 Gw: alle machten worden uitgeoefend op de wijze bij de Gw
bepaald
Stipuleert de belangrijke positie van de Belgische grondwet
Er zijn geen afzonderlijke grondwetten voor de deelstaten!
Regels mbt institutionele inrichting terug te vinden in federaal recht
!! Deelstaten hebben wel inspraak op federaal recht WANT Senaat moet mee
grondwetsherzieningen en bijzondere meerderheidswetten goedkeuren (let wel:
duitse gemeenschap nauwelijks zeggenschap)
Constitutionalisme: overheid is onderworpen aan materiële grondwettelijke
principes die haar beperken en die overheidswillekeur tegengaan. (bv: principe
van rechtsstaat)
1.2 BELGIË IS EEN DEMOCRATIE
Macht legitimeren door burgers te betrekken bij het overheidsbeleid (= systeem
gebaseerd op vertrouwen)
België is een representatieve democratie met een verkozen parlement
(burgers geven via verkiezingen volksvt een mandaat om te beslissen). (staat
niet in de Gw opgenomen!)
De soevereiniteit ligt bij de Natie, niet bij het parlement. (art 33 Gw)
Probleem 1: enkel de elite had stemrecht
OPLOSSING: België evolueerde verder naar een meerderheidsmodel, hierbij is
deelname aan het beleid een democratisch grondrecht. Stemrecht evolueerde
aldus naar universeel enkelvoudig stemrecht.
1
,EVOLUTIE: De politieke partijen raakten geregionaliseerd. Aldus is er bijna geen
sprake meer van nationale politieke partijen. Bijgevolg treden Vlaamse / Franse
politici voornamelijk op voor hun eigen taalgemeenschap.
Probleem 2: verdeeldheid en minderheden (koningskwestie 1950
Vlamingen wilden koning terug, fransen niet maar vlamingen waren met
meer dus koning terug is niet eerlijk)
OPLOSSING: consensusdemocratie – een democratie waarin structurele
subgroepen in het beleid worden opgenomen.
Franse minderheid werd op federaal niveau beschermd door mechanismen
(bv sommige materies met meerderheid in elke taalgroep, regering paritair
opgesteld) deze mechanismen zorgen voor een verplichting tot overleg
Ook sporen van directe democratie want gewesten mogen volksraadplegingen
houden voor materies van hun exclusieve bevoegdheid.
1.3 BELGIË IS EEN RECHTSSTAAT
De overheid is gebonden aan het recht: vooraf vastgestelde, algemeen geldende
regels.
Maakt overheidsoptreden voorspelbaar
Bescherming tegen willekeur
Rechters belangrijke rol: kijken toe op naleving door overheid en zorgen dat
burgers hun rechten kunnen afdwingen
Smeerkaasarrest HvC: voorrang van het rechtstreeks werkende internationale en
Europese Gemeenschapsrecht. Bijgevolg: alle rechters bevoegd om formele
wetten aan internationale rechtsregels te toetsen.
! oprichting GwH omdat België een federale staat is (zie later)
1.4 BELGIË IS GEBASEERD OP EEN SCHEIDING DER MACHTEN
Montesquieu: Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
Artikel 36 Gw – wetgevende macht bij koning, kamer en senaat
GEEN strikte scheiding – WEL checks and balances
Functies worden verdeeld tussen instellingen die elkaar controleren
Bedoeling om overheidswillekeur te vermijden door machtsconcentratie
tegen te gaan
Aldus NIET mogelijk om overheidsaansprakelijkheid te vermijden door zich hierop
te beroepen – HvC erkent ohah
Scheiding der machten ligt vooral tussen de RM en de WM/UM – hierbij is een
strikte scheiding nodig WANT rechters mogen niet politiek beïnvloed worden
(=onafhankelijkheid rechter). WM en UM zijn niet strikt gescheiden. Verschillende
garanties om rechters te beschermen tegen beïnvloeding:
2
, Beschermd statuut, vastgelegd loon, niet afzetbaar, onverenigbaar
1.5 BELGIË IS EEN FEDERAAL SYSTEEM
Federale systemen in ruime zin, zijn politieke organisaties die overheidsmacht
verdelen tussen het centrale bestuur en territoriale deelgebieden.
Art. 1 Gw België is een gederale staat
2 typen deelstaten: gemeenschappen en gewesten (art. 2 en 3 Gw)
België van eenheidsstaat naar federale staat met confederale kenmerken of zelfs
confederatie.
Waarom federaal systeem?
Bescherming willekeur door verdeling van macht
Meer economische en militaire slagkracht
Efficiënter beheer van grote gebieden
1.5.1 EEN STATISCHE BENADERING
Traditioneel: verdeling staatsvormen: 3 categorieën
Eenheidsstaat Federale staat Confederale staat
Centrale overheid is Machtsdeling tussen een Soevereine staten
soeverein federale en een komen bij verdrag
deelstatelijke overeen dat de
rechtsordening via een confederatie een aantal
bevoegdheidsverdeling materies regelt voor hen
gezamenlijk
Eventuele Autonome deelstaten Soevereine staten met
gedecentraliseerde met zelfstandige zelfstandige staatsmacht
besturen onder toezicht wetgevende en
van centrale overheid uitvoerende
bevoegdheid
Lagere besturen nemen Participatie van Confederale beslissingen
niet noodzakelijk deel deelstaten aan de worden genomen met
aan centrale federale unanimiteit, eventueel
beslissingsmacht beslissingsmacht met gekwalificeerde
meerderheid
Rechtstreekse werking Gelijke rechtskracht van Confederale beslissingen
en voorrang van centrale federale en deelstatelijke moeten omgezet worden
wetten wetten. Meestal in nationaal recht
voorrang van federale
wetten bij concurrerende
bevoegdheden (indien
federale oh en
deelstaten beide
bevoegd zijn voor een
materie)
Aldus: hiërarchie Aldus: 2 autonome Aldus: verdrag,
3
2025-2026
Patricia Popelier
UNIVERSITEIT ANTWERPEN
, DEEL 1: HET GRONDPLAN
HOOFDSTUK 1: OVERZICHT VAN DE STAATSRECHTELIJKE
PRINCIPES
1.1 BELGIË IS EEN GRONDWETTELIJKE STAAT
De machtsoverdracht is aan vaste regels onderworpen. Ook de verhoudingen
tussen de staatsmachten en de verhoudingen met de burgers liggen vastgelegd
in vaste regels.
Deze grondwettelijke regels beperken de staatsmacht
Zijn moeilijk te wijzigen!!
Regels staan in formele rechtsbronnen (gw, bijz meerderheidswetten…)
Art 33, lid 2 Gw: alle machten worden uitgeoefend op de wijze bij de Gw
bepaald
Stipuleert de belangrijke positie van de Belgische grondwet
Er zijn geen afzonderlijke grondwetten voor de deelstaten!
Regels mbt institutionele inrichting terug te vinden in federaal recht
!! Deelstaten hebben wel inspraak op federaal recht WANT Senaat moet mee
grondwetsherzieningen en bijzondere meerderheidswetten goedkeuren (let wel:
duitse gemeenschap nauwelijks zeggenschap)
Constitutionalisme: overheid is onderworpen aan materiële grondwettelijke
principes die haar beperken en die overheidswillekeur tegengaan. (bv: principe
van rechtsstaat)
1.2 BELGIË IS EEN DEMOCRATIE
Macht legitimeren door burgers te betrekken bij het overheidsbeleid (= systeem
gebaseerd op vertrouwen)
België is een representatieve democratie met een verkozen parlement
(burgers geven via verkiezingen volksvt een mandaat om te beslissen). (staat
niet in de Gw opgenomen!)
De soevereiniteit ligt bij de Natie, niet bij het parlement. (art 33 Gw)
Probleem 1: enkel de elite had stemrecht
OPLOSSING: België evolueerde verder naar een meerderheidsmodel, hierbij is
deelname aan het beleid een democratisch grondrecht. Stemrecht evolueerde
aldus naar universeel enkelvoudig stemrecht.
1
,EVOLUTIE: De politieke partijen raakten geregionaliseerd. Aldus is er bijna geen
sprake meer van nationale politieke partijen. Bijgevolg treden Vlaamse / Franse
politici voornamelijk op voor hun eigen taalgemeenschap.
Probleem 2: verdeeldheid en minderheden (koningskwestie 1950
Vlamingen wilden koning terug, fransen niet maar vlamingen waren met
meer dus koning terug is niet eerlijk)
OPLOSSING: consensusdemocratie – een democratie waarin structurele
subgroepen in het beleid worden opgenomen.
Franse minderheid werd op federaal niveau beschermd door mechanismen
(bv sommige materies met meerderheid in elke taalgroep, regering paritair
opgesteld) deze mechanismen zorgen voor een verplichting tot overleg
Ook sporen van directe democratie want gewesten mogen volksraadplegingen
houden voor materies van hun exclusieve bevoegdheid.
1.3 BELGIË IS EEN RECHTSSTAAT
De overheid is gebonden aan het recht: vooraf vastgestelde, algemeen geldende
regels.
Maakt overheidsoptreden voorspelbaar
Bescherming tegen willekeur
Rechters belangrijke rol: kijken toe op naleving door overheid en zorgen dat
burgers hun rechten kunnen afdwingen
Smeerkaasarrest HvC: voorrang van het rechtstreeks werkende internationale en
Europese Gemeenschapsrecht. Bijgevolg: alle rechters bevoegd om formele
wetten aan internationale rechtsregels te toetsen.
! oprichting GwH omdat België een federale staat is (zie later)
1.4 BELGIË IS GEBASEERD OP EEN SCHEIDING DER MACHTEN
Montesquieu: Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht
Artikel 36 Gw – wetgevende macht bij koning, kamer en senaat
GEEN strikte scheiding – WEL checks and balances
Functies worden verdeeld tussen instellingen die elkaar controleren
Bedoeling om overheidswillekeur te vermijden door machtsconcentratie
tegen te gaan
Aldus NIET mogelijk om overheidsaansprakelijkheid te vermijden door zich hierop
te beroepen – HvC erkent ohah
Scheiding der machten ligt vooral tussen de RM en de WM/UM – hierbij is een
strikte scheiding nodig WANT rechters mogen niet politiek beïnvloed worden
(=onafhankelijkheid rechter). WM en UM zijn niet strikt gescheiden. Verschillende
garanties om rechters te beschermen tegen beïnvloeding:
2
, Beschermd statuut, vastgelegd loon, niet afzetbaar, onverenigbaar
1.5 BELGIË IS EEN FEDERAAL SYSTEEM
Federale systemen in ruime zin, zijn politieke organisaties die overheidsmacht
verdelen tussen het centrale bestuur en territoriale deelgebieden.
Art. 1 Gw België is een gederale staat
2 typen deelstaten: gemeenschappen en gewesten (art. 2 en 3 Gw)
België van eenheidsstaat naar federale staat met confederale kenmerken of zelfs
confederatie.
Waarom federaal systeem?
Bescherming willekeur door verdeling van macht
Meer economische en militaire slagkracht
Efficiënter beheer van grote gebieden
1.5.1 EEN STATISCHE BENADERING
Traditioneel: verdeling staatsvormen: 3 categorieën
Eenheidsstaat Federale staat Confederale staat
Centrale overheid is Machtsdeling tussen een Soevereine staten
soeverein federale en een komen bij verdrag
deelstatelijke overeen dat de
rechtsordening via een confederatie een aantal
bevoegdheidsverdeling materies regelt voor hen
gezamenlijk
Eventuele Autonome deelstaten Soevereine staten met
gedecentraliseerde met zelfstandige zelfstandige staatsmacht
besturen onder toezicht wetgevende en
van centrale overheid uitvoerende
bevoegdheid
Lagere besturen nemen Participatie van Confederale beslissingen
niet noodzakelijk deel deelstaten aan de worden genomen met
aan centrale federale unanimiteit, eventueel
beslissingsmacht beslissingsmacht met gekwalificeerde
meerderheid
Rechtstreekse werking Gelijke rechtskracht van Confederale beslissingen
en voorrang van centrale federale en deelstatelijke moeten omgezet worden
wetten wetten. Meestal in nationaal recht
voorrang van federale
wetten bij concurrerende
bevoegdheden (indien
federale oh en
deelstaten beide
bevoegd zijn voor een
materie)
Aldus: hiërarchie Aldus: 2 autonome Aldus: verdrag,
3