Cursus (oefeningen les 2 dia 42)
Inhouden en principes van een krachtige taalleeromgeving voor Nederlands
+ 7 principes taalkrachtig onderwijs
,1. Je eigen schrijfvaardigheid aanscherpen
Moeilijkheden die leerlingen kunnen ervaren bij schrijven
1. Geen duidelijk schrijfdoel en publiek
2. Te beperkte kennis over tekstsoort/ teksttype
3. Moeite om juiste inhoud te verzamelen, selecteren en ordenen
4. Geen inspiratie
5. Moeite met juiste woorden vinden
6. Moeite met opbouw
7. Niet nalezen
8. Geen publicatie
1.1 Het schrijfonderwijs (1.2 is schrijfproces uitgewerkt op recensie)
Vaardigheden van een schrijver:
- Communicatieve vaardigheden
- Schrijfstrategische vaardigheden
o Verzamelen, selecteren, ordenen, uitschrijven, verzorgen, nalezen,
herschrijven
o = gekoppeld aan schrijfproces (de cirkel)
- Schrijftechnische vaardigheden
- Taalvaardigheden en taalbeschouwelijke vaardigheden
- Spellingvaardigheden
Schrijfstrategieën:
Doel, publiek, tekstsoort bepalen
Ideeën verzamelen, selecteren en ordenen
Juiste woorden zoeken
Zinnen bouwen
Nalezen
Checken op taalfouten
Vormgeven en publiceren
Refl ecteren
Ondersteuning:
Feedback, feed up, feed forward
Het schrijfproces:
De schrijver
Autonomie (zelf keuzes maken in schrijfopdracht)
Verbondenheid (context?, band met de lezers?)
Competentie (schrijfervaring?, voorkennis onderwerp?
Taalvaardigheid (hoe goed uitdrukken in Ned.?)
Voorkennis (wat weet je over het onderwerp, context?)
De tekst
, Onderwerp?
Tekstsoort?
Teksttype?
Verwachtingen op vlak van woordkeuze, zinsbouw…?
Informele tekst is makkelijker op papier te krijgen dan een formele tekst
Denkactiviteiten
= de schrijff asen (hoeft niet altijd in deze volgorde)
3 deeltaken om dit proces te begeleiden
1. Plannen
2. Schrijven => lopen door elkaar want het is
cyclisch
3. Reviseren
Schrijven is dus langs de ene kant vrij maar ook
structuur zoeken
Oriënteren
Functioneel => nadenken over publiek
Tekstsoort en onderwerp (brainstorm) verkennen
Vooruitblikken op publicatie
Diff erentiatie
o Context brengen: fl yers, recensies, uitnodiging… => al kennis laten
maken met het thema met voldoende voorbeelden
Wie, wat, hoe, waarover, omstandigheden?
Plannen
Info verzamelen
o Met voorkennis, personen bevragen, observeren, bronnen raadplegen
Info selecteren
Info ordenen
o Welke soort tekst?, logische opbouw
o Vb. probleemstructuur (oorzaak en gevolg), evaluatiestructuur
(positieve en negatieve punten), vergelijkende structuur (verschillen en
gelijkenissen), evolutiestructuur, onderzoekstructuur
Op basis van structuur een schrijfplan maken met essentie en
losse woorden vb. mindmap
Woordenschat aanbieden, inhoudelijke ondersteuning vb. concrete materialen
Kinderen in juiste richting sturen vb. W en H vragen
Diff erentiatie
o Verlengde instructie
Formuleren
Inleiding, kern met meerdere alinea’s (gebruik schrijfplan als basis om tot
alinea’s te komen, alinea’s hebben min. 2 zinnen waarvan 1 kernzin), slot
Bronvermelding
Aandachtspunten
o Vermijd herhaling!
o Gebruik verwijswoorden
o Samenhang door verbindingswoorden te gebruiken vb. signaalwoorden
o Varieer in lengte van zinnen
, o Logisch gebruik van TT of VT
o Standaardnederlands
Ondersteuning via
o Schrijfkaders (eerste woorden van een zin…)
o Voorbeeldteksten
o Rondlopen voor feedback => NIET op spelling
Ondersteuning bij specifi eke leerlingen = diff erentiatie
o Tekst al eens voorlezen
o Lln. laten uitleggen in eigen woorden
o Hardopdenkend schrijven
o Bedoeling van de opdracht nog eens uitleggen
o Suggesties doen
o Afspraken op hoek van de bank leggen vb. kattenafspraak
MA AR kan stigmatiserend zijn => bank vol met hulpkaartjes ‘ah ja die
kan het niet’
Oplossing: atomaschrift met hulpmiddelen in
Reviseren
= veel leerkansen
Nalezen!!
Tijd tussen dit en vorige fase laten!
Vb. verbeteren, elkaars tekst nalezen, kijkwijzer
ZWISO
o Zinnen en zinsopbouw (formulering)
o Woordenschat (voldoende rijk?)
o Inhoud (juist, duidelijk?)
o Spelling
o Opbouw
Diff erentiatie
o In kleine groep of individueel
o Mondeling laten verwoorden
o Hardop voorlezen wat leerling geschreven heeft
Vormgeven en publiceren
Papier of digitaal?
Hulpmiddelen?
Wat ga je ermee doen? Opsturen, uithangen, bundelen…
Refl ecteren
Wat was moeilijk?
Welke houvast hadden ze?
Socio-culturele context
Geletterde omgeving thuis?
Boeken in de omgeving?
1.3 Doeltreff end schrijven: zinsbouw onder de loep
1.3.1 Passiefconstructies en men-zinnen
= werkwoord worden/ zijn + voltooid deelwoord
Vb. de grammatica wordt door de leraar uitgelegd i.p.v. de leraar legt de
grammatica uit
Nadelen: afstandelijk en weinig dynamisch