• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 155 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Klinische Psychologie 2 | Open Universiteit | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 155 pagina's

Zelfgeschreven samenvatting voor Klinische Psychologie 2: Diagnostiek en Therapie (PB2002) aan de Open Universiteit, gebaseerd op het cursusboek en oefententamens. De samenvatting behandelt alle drie delen van de cursus: diagnostiek & ethiek, verschillende behandelbenaderingen (CGT, psychodynamische therapie, systeemtherapie, cliëntgerichte therapie), en diagnostiek & behandeling van DSM-5-stoornissen zoals stemmingsstoornissen, eetstoornissen en psychotische stoornissen. Bevat ook een gestructureerde analyse van oefenexamens met de meest waarschijnlijke tentamenvragen per hoofdstuk, waardoor je efficient kunt voorbereiden op het echte examen.

Voorbeeld van de inhoud

Klinische psychologie 2

Kort overzicht :

Deze samenvatting is zelf geschreven aan de hand van het boek, de oefententamens en de punten
genoemd op brightspace. Aan het einde van de samenvatting vind je nog een analyse van de
oefentetnamens met belangrijke punten die je per hoofdstuk tegen kunt komen op je eigen tentamen.
Heel veel succes met leren alvast!

Waar gaat de cursus over?

Deze cursus bouwt voort op Klinische psychologie 1 en richt zich vooral op:

 diagnostiek
 indicatiestelling
 behandeling van psychopathologie
 ethiek binnen de klinische psychologie

Je leert dus niet alleen wat psychische stoornissen zijn, maar vooral:

 hoe je ze onderzoekt,
 hoe je een behandelkeuze maakt,
 en welke interventies effectief zijn.

Structuur van de cursus

Deel 1

Diagnostiek & ethiek

Je leert:

 de diagnostische cyclus
 indicatiestelling
 transdiagnostisch vs. stoornisspecifiek werken
 beroepsethiek en NIP-beroepscode

Belangrijke thema’s:

 beschrijvende diagnostiek
 verklarende diagnostiek
 behandeladvies
 ethische besluitvorming

Deel 2

Behandelbenaderingen

Je leert verschillende therapeutische stromingen begrijpen:

Bijvoorbeeld:

,  cognitieve gedragstherapie (CGT)
 psychodynamische therapie
 systeemtherapie
 cliëntgerichte therapie

Per benadering moet je kennen:

 visie op psychopathologie
 diagnostiek
 indicatiestelling
 behandelmethoden
 aandachtspunten

Deel 3

Diagnostiek & behandeling per stoornis

Focus op DSM-5-stoornissen zoals:

 stemmingsstoornissen
 eetstoornissen
 psychotische stoornissen
 verslavingsproblematiek
 suïcidaal gedrag

Je moet kennen:

 criteria
 klinische presentatie
 mechanismen
 diagnostische instrumenten
 evidence-based behandelingen

Belangrijke leerdoelen

Je moet o.a. kunnen:

Diagnostiek

 stappen van de diagnostische cyclus uitleggen
 diagnostische methoden toepassen
 indicatiestelling onderbouwen

Behandeling

 passende behandelingen koppelen aan stoornissen
 uitleggen waarom behandelingen werken
 interventies herkennen

Suïcidaliteit

,  risicofactoren en beschermende factoren benoemen
 diagnostiek en behandeling toepassen
 multidisciplinaire richtlijn kennen

Ethiek

 de 4 basisprincipes van het NIP toepassen:
o verantwoordelijkheid
o integriteit
o respect
o deskundigheid




Note bij deze cursus betekend : “Functieanalyse (FA)”

altijd:

 de FA volgens Korrelboom & Ten Broeke

Dus NIET de bredere functieanalyse van Hermans.

Je moet onderscheid kennen tussen:

 FA → bekrachtigingspatronen
 BA → betekenisverlening

Onderwerpen die veel terugkomen op het tentamen :

 diagnostische cyclus
 indicatiestelling
 CGT (FA/BA)
 transdiagnostische factoren
 evidence-based behandelingen
 suïcidaliteit
 NIP beroepscode
 DSM-5 koppeling met behandeling

, Psychodiagnostiek
H1


Kadering van diagnostiek en behandeling
Deel 1 vormt de basis van de hele cursus. Het draait om drie kernvragen:

1. Wat is er aan de hand met de cliënt? → diagnostiek
2. Welke behandeling past het best? → indicatiestelling
3. Hoe handelt een psycholoog professioneel en ethisch verantwoord? → ethiek


1. Diagnostische cyclus
In Nederland vormt de diagnostische cyclus van De Bruyn et al. (2003) de basis voor
wetenschappelijk verantwoord psychodiagnostisch onderzoek.

De cyclus bestaat uit vier stappen:

Overzicht
Stap Centrale vraag
Klachtanalyse Wat is de hulpvraag?
Probleemanalyse Welke problemen/symptomen zijn er?
Verklaringsanalyse Hoe zijn de problemen ontstaan en blijven ze bestaan?
Indicatieanalyse Welke behandeling past het best?



1. Klachtanalyse
Doel:

 verhelderen van de hulpvraag
 begrijpen waarom cliënt wordt aangemeld

Belangrijke vragen:

 Wat is de aanleiding voor onderzoek?
 Wat zijn de klachten?
 Wat wil de cliënt veranderd zien?
 Wie heeft verwezen?
 Wat verwacht de cliënt van behandeling?

Inhoudsopgave

  1. 01 Klinische psychologie 2 1
  2. 02 Kort overzicht : 1
  3. 03 Deze samenvatting is zelf geschreven aan de hand van het boek, de oefententamens en de punten genoemd op brightspace. Aan het einde van de samenvatting vind je nog een analyse van de oefentetnamens met belangrijke punten die je per hoofdstuk tegen kunt komen op je eigen tentamen. Heel veel succes met leren alvast! 1
    1. Waar gaat de cursus over? 1
  4. 04 Structuur van de cursus 1
    1. Deel 1 1
    2. Diagnostiek & ethiek 1
    3. Deel 2 1
    4. Behandelbenaderingen 1
    5. Deel 3 2
    6. Diagnostiek & behandeling per stoornis 2
  5. 05 Belangrijke leerdoelen 2
    1. Diagnostiek 2
    2. Behandeling 2
    3. Suïcidaliteit 2
    4. Ethiek 3
    5. Note bij deze cursus betekend : “Functieanalyse (FA)” 3
  6. 06 Onderwerpen die veel terugkomen op het tentamen : 3
  7. 07 Kadering van diagnostiek en behandeling 4
  8. 08 1. Diagnostische cyclus 4
    1. Overzicht 4
  9. 09 1. Klachtanalyse 4
  10. 10 2. Probleemanalyse 5
  11. 11 3. Verklaringsanalyse 5
  12. 12 4. Indicatieanalyse 6
  13. 13 Casus Remco Aarts 6
    1. Casus kort samengevat 6
    2. Eerste fout van het team 7
  14. 14 Wat ging diagnostisch fout? 7
    1. 1. Tunnelvisie 7
    2. 2. Verificatie i.p.v. falsificatie 7
  15. 15 Belangrijke alternatieve hypothese 8
  16. 16 Tweede onderzoek 8
  17. 17 Les uit casus (brightspace) 8
  18. 18 Begrippen 9
    1. Tunnelvisie : Te sterk focussen op één verklaring. 9
    2. Confirmatiebias: Alleen informatie zoeken die bestaande ideeën bevestigt. 9
    3. Nulhypothese : Uitgangspunt: “De huidige verklaring klopt mogelijk niet.” 9
    4. Alternatieve hypothese: Andere mogelijke verklaring voor klachten. 9
  19. 19 Indicatiestelling: bepalen welke behandeling het beste aansluit bij de cliënt. 9
    1. Wat is indicatiestelling? 10
  20. 20 Stappen van indicatiestelling 10
    1. 1. Is professionele hulp nodig? 10
    2. 2. Wat zijn de behandeldoelen? 10
    3. 3. Wat is het therapieaanbod? 11
    4. 4. Wat is de beste behandelcontext? 11
    5. 5. Welke therapeut past het best? 11
  21. 21 Modellen van indicatiestelling 11
    1. Expertmodel 11
    2. Vertegenwoordigingsmodel 11
    3. Consumentenmodel 11
    4. Overlegmodel 12
  22. 22 Voorwaarden voor goede indicatiestelling 12
  23. 23 Voorspellers van behandelresultaat 12
    1. 1. Evidence-based handelen 12
    2. 2. Cliëntvariabelen 12
    3. 3. Therapeutkenmerken 12
    4. 4. Context van behandeling 13
  24. 24 Zorgstandaarden en richtlijnen 13
    1. Multidisciplinaire richtlijn 13
    2. Zorgstandaard 13
    3. Generieke zorgstandaarden 13
  25. 25 Wanneer behandeling minder zinvol is 13
  26. 26 PTSS en traumabehandeling 14
  27. 27 GGZ-indeling sinds 2014 14
    1. POH-GGZ 14
  28. 28 Basis-GGZ 14
    1. Criteria: 14
    2. KOP-model 14
    3. Behandelproducten 14
    4. Specialistische GGZ (sGGZ) 15
    5. Stoornisspecifieke benadering 15
  29. 29 Transdiagnostische benadering 15
  30. 30 Functieanalyse (FA) en betekenisanalyse (BA) 16
    1. Functieanalyse (FA) 16
    2. Betekenisanalyse (BA) 16
    3. Kenmerken van FA en BA 16
  31. 31 Transdiagnostische factoren 17
  32. 32 Transdiagnostische interventies 17
    1. Cognitieve Bias Modificatie (CBM) 17
    2. Interpretatiebias-training 17
    3. Approach-Avoidance Training 17
    4. Memory Specificity Training (MEST) 18
    5. Waarom zijn deze interventies transdiagnostisch? 18
  33. 33 Welbevinden als transdiagnostische factor 18
  34. 34 Unified Protocol (UP) 18
    1. Waarom een Unified Protocol? 19
  35. 35 Modules van het Unified Protocol 19
    1. Waarom is het UP transdiagnostisch? 19
  36. 36 Enhanced CBT (CBT-E) 19
    1. CBT-Ef (focale vorm) 20
    2. CBT-Eb (bredere vorm) 20
    3. Verschil met Unified Protocol 20
  37. 37 Het netwerkmodel 20
    1. Kenmerken van het netwerkmodel 20
  38. 38 Experience Sampling Method (ESM) 21
  39. 39 Symptoomclusters 21
  40. 40 Verschil netwerkmodel en stoornisspecifiek model 21
    1. Psychotrope stoffen en psychofarmaca 22
  41. 41 Farmacokinetiek 22
    1. Belangrijkste processen 22
  42. 42 Farmacodynamiek 23
    1. Dosis-respons-curve 23
    2. Smalle therapeutische index 23
  43. 43 Soorten psychofarmaca 24
  44. 44 Antipsychotica 24
    1. Indicaties 24
    2. Typisch vs atypisch 24
    3. Werkingsmechanisme 24
    4. Belangrijke bijwerkingen 25
  45. 45 Antidepressiva 25
    1. Belangrijkste neurotransmitters 25
    2. Groepen antidepressiva 25
    3. Werkingsmechanismen antidepressiva 26
    4. Bijwerkingen 26
  46. 46 Stemmingsstabilisatoren 27
    1. Belangrijkste middel 27
    2. Kenmerken 27
    3. Bijwerkingen lithium 27
  47. 47 Anxiolytica en hypnotica 27
    1. Anxiolytica 27
    2. Hypnotica 27
    3. Werkingsmechanisme benzodiazepinen 27
    4. Indicaties 27
    5. Bijwerkingen 28
    6. Langdurig gebruik 28
  48. 48 Stimulantia 28
    1. Indicatie 28
    2. Methylfenidaat 28
    3. Atomoxetine 28
    4. Bijwerkingen stimulantia 29
  49. 49 Overige neurobiologische interventies 29
    1. Slaap- en waaktherapie 29
    2. Lichttherapie 29
  50. 50 Elektroconvulsietherapie (ECT) 29
    1. Indicaties 29
  51. 51 rTMS 30
  52. 52 Psychochirurgie 30
    1. Doorsnijding 30
    2. Deep Brain Stimulation (DBS) 30
  53. 53 Belangrijke tentamenpunten 30
    1. Algemene uitgangspunten cliëntgerichte therapie 31
  54. 54 Holistische visie 31
  55. 55 Non-directieve houding 31
  56. 56 Kritiek op cliëntgerichte therapie 32
  57. 57 Motiverende gespreksvoering 32
  58. 58 De drie pijlers van cliëntgerichte therapie 32
    1. 1. Onvoorwaardelijke acceptatie 32
    2. 2. Empathie 32
    3. 3. Congruentie 33
  59. 59 Psychopathologie volgens cliëntgerichte therapie 34
  60. 60 Procesdirectiviteit 34
  61. 61 Emotion Focused Therapy (EFT) 34
    1. Algemene kenmerken 34
    2. Doelen van EFT 35
  62. 62 Visie op emoties binnen EFT 35
  63. 63 Soorten emoties 35
    1. Primaire adaptieve emoties 35
    2. Primaire maladaptieve emoties 35
    3. Secundaire emoties 35
  64. 64 Technieken binnen EFT 36
    1. Lege stoeltechniek 36
    2. Dubbele stoeltechniek 36
  65. 65 Onderzoek naar effectiviteit 36
    1. Kritiek 36
    2. Elliott et al. 36
  66. 66 HEP versus CGT 36
  67. 67 Belangrijke tentamenpunten 37
    1. Algemene kenmerken van CGT 37
  68. 68 Gedragstherapeutische component 38
  69. 69 Leertheorie 38
    1. Klassieke conditionering 38
    2. Operante conditionering 38
  70. 70 Ontstaan cognitieve therapie 39
  71. 71 Cognitieve component 39
    1. Kern van Becks theorie 39
  72. 72 Vier niveaus van cognities 39
    1. 1. Basisschema’s 39
    2. 2. Conditionele assumpties 39
    3. 3. Strategische ideeën 40
    4. 4. Automatische gedachten 40
  73. 73 Psychopathologie volgens Beck 40
    1. Depressie 40
    2. Angst 40
  74. 74 Belangrijke cognitieve begrippen 41
    1. Confirmation bias 41
    2. Hot cognitions 41
  75. 75 Basisprincipes van CGT 41
  76. 76 Structuur van een CGT-sessie 41
  77. 77 Registratie binnen CGT 41
    1. Voordelen registratie 42
  78. 78 Diagnostiek binnen CGT 42
  79. 79 Diagnostische instrumenten 42
    1. Positive and Negative Affect Scale 42
    2. Pleasant Events Schedule 42
    3. Dysfunctional Attitudes Scale 42
    4. Irrational Beliefs Test (IBT) 42
    5. Rational Behavior Inventory 42
    6. Young Schema Questionnaire 43
    7. STROOP-paradigma 43
  80. 80 Probleemanalyse 43
    1. Holistische theorie (macroanalyse) 43
    2. Functieanalyse (microanalyse) 43
  81. 81 Casusconceptualisatie 43
  82. 82 Rationale 44
  83. 83 CGT-technieken 44
    1. Operante technieken 44
    2. Gedragsactivatie 44
  84. 84 Exposure 45
    1. Exposure in vivo 45
    2. Imaginaire exposure 45
    3. Graduele exposure 45
    4. Flooding 45
  85. 85 Werkingsmechanismen exposure 45
    1. Habituatie 45
    2. Expectancy violation 45
    3. Inhibitoir leren 45
  86. 86 Exposure met responspreventie 46
  87. 87 Systematische desensitisatie 46
  88. 88 Cognitieve technieken 46
    1. Drie kerninterventies 46
  89. 89 4G-schema 46
  90. 90 Uitdagen van gedachten 46
  91. 91 Geleide ontdekking 46
  92. 92 Gedragsexperiment 47
  93. 93 Neerwaartse pijltechniek 47
  94. 94 Effectiviteit van CGT 47
  95. 95 Contra-indicaties 47
  96. 96 Afgeleide therapievormen 48
    1. Schematherapie 48
    2. Derde generatie CGT 48
  97. 97 Belangrijke tentamenpunten 48
    1. Wat is IPT? 49
  98. 98 Effectiviteit van IPT 49
  99. 99 Opbouw van IPT 49
    1. 1. Diagnostische fase 50
    2. 2. Behandelfase 50
    3. 3. Afsluitfase 50
  100. 100 De 4 probleemgebieden van IPT 51
    1. 1. Rouw 51
    2. 2. Interpersoonlijk conflict 51
    3. 3. Interpersoonlijke rolverandering 51
    4. 4. Interpersoonlijk tekort 52
  101. 101 Belangrijke begrippen 52
    1. Life events 52
    2. Sociogram 53
    3. Tunnelvisie 53
  102. 102 Variaties op IPT 53
    1. Social Rhythm Interpersonal Psychotherapy 53
    2. CBT-E 53
  103. 103 Belangrijke tentamenpunten 53
    1. IPT richt zich vooral op: 53
  104. 104 De 4 probleemgebieden moet je letterlijk kennen: 53
  105. 105 Tentamenvragen 54
    1. Student op kamers → depressief 54
    2. Therapeutische relatie gebruiken binnen therapie 54
  106. 106 Kernverschil IPT versus CGT 54
    1. IPT 54
    2. CGT 54
  107. 107 Algemene visie op angststoornissen 54
  108. 108 Cognitieve herstructurering 55
    1. Doel 55
  109. 109 Socratische dialoog 55
  110. 110 Gedragsexperimenten 55
  111. 111 Exposuretherapie 56
    1. Exposure in vivo 56
    2. Interoceptieve exposure 56
    3. Imaginaire exposure 56
  112. 112 Hoe werkt exposure? 56
    1. habituatie 56
    2. extinctie & inhibitoir leren 56
  113. 113 Belangrijke begrippen 57
    1. Extinctie 57
    2. Inhibitoir leren 57
    3. Within-session habituation 57
  114. 114 Veiligheidsgedrag 57
    1. Veiligheidsgedrag 57
  115. 115 Respons preventie 58
    1. exposure + responspreventie 58
  116. 116 Paniekstoornis 58
    1. Paniekaanvallen 58
    2. Anticipatieangst 58
  117. 117 Paniekcirkel 58
  118. 118 Wat houdt paniek in stand? 59
    1. Operante conditionering 59
  119. 119 CGT bij paniekstoornis 59
    1. Effectiviteit 59
  120. 120 Agorafobie 59
    1. Kenmerken 59
    2. Behandeling 60
  121. 121 Sociale angststoornis 60
    1. Kern 60
  122. 122 Model sociale angst 60
  123. 123 Zelfgerichte aandacht 60
  124. 124 Taakconcentratietraining 60
  125. 125 Gedragsexperimenten bij sociale angst 61
  126. 126 Specifieke fobie 61
    1. Kenmerken 61
    2. Behandeling 61
  127. 127 Gegeneraliseerde angststoornis (GAS) 62
    1. Kern 62
  128. 128 Piekeren binnen GAS 62
  129. 129 Metacognities bij GAS 62
    1. piekeren over piekeren. 62
  130. 130 Metacognitief model van GAS 62
  131. 131 Behandeling GAS 63
    1. Metacognitieve therapie 63
  132. 132 Piekeruitstel-experiment 63
  133. 133 Andere omgang met gedachten 63
  134. 134 Effectiviteit GAS-behandeling 63
    1. Metacognitieve gedragstherapie 63
  135. 135 Belangrijke tentamenpunten 64
    1. Exposure werkt vooral via: 64
    2. Veiligheidsgedrag: 64
    3. CGT paniekstoornis: 64
    4. Sociale angst: 64
    5. GAS: 64
    6. Depressieve stoornissen 64
  136. 136 Specifiers / kenmerken bij depressie 65
    1. Melancholische kenmerken 65
    2. Atypische kenmerken 65
    3. Seizoensgebonden patroon 65
    4. Met gemengde kenmerken 66
  137. 137 Diagnostiek bij depressie 66
    1. Diagnostiek wordt bemoeilijkt door: 66
  138. 138 Vragenlijsten bij depressie 66
  139. 139 Behandeling depressieve stoornis 67
    1. Stepped care model 67
    2. Eerste stap: basisinterventies 67
    3. Tweede stap: kortdurende interventies 67
    4. Derde stap: psychotherapie of medicatie 67
  140. 140 Antidepressiva 68
  141. 141 Vierde stap 68
  142. 142 Bipolaire stoornis 68
    1. Bipolaire-I-stoornis 69
    2. Bipolaire-II-stoornis 69
  143. 143 Hypomanie 69
  144. 144 Manie 69
    1. Psychotische kenmerken 69
  145. 145 Diagnostiek bipolaire stoornis 69
    1. Onderdiagnostiek komt vaak voor 70
  146. 146 Life-chart methode 70
  147. 147 Heteroanamnese 70
  148. 148 Vragenlijsten bipolaire stoornis 70
    1. MDQ 70
    2. Young Mania Rating Scale / Bech-Rafaelsen Mania Scale 70
  149. 149 Behandeling bipolaire stoornis 70
    1. 1. Acute behandeling 70
    2. 2. Voortgezette behandeling 71
    3. 3. Onderhoudsbehandeling 71
  150. 150 Effectiviteit behandelingen 71
    1. Traumatische gebeurtenis 72
  151. 151 Risico- en beschermende factoren 72
    1. Risicofactoren 72
    2. Beschermende factoren 72
  152. 152 Criteria van PTSS 72
    1. 1. Blootstelling aan trauma 72
    2. 2. Herbeleving 72
    3. 3. Vermijding 72
    4. 4. Negatieve veranderingen in cognities en stemming 73
    5. 5. Verhoogde arousal/reactiviteit 73
  153. 153 Subtypes van PTSS 73
    1. 1. Dissociatief subtype 73
    2. 2. Uitgestelde expressie 73
  154. 154 Diagnostiek van PTSS 73
    1. Anamnese 73
  155. 155 Gestructureerde interviews 74
    1. Belangrijke interviews 74
    2. CAPS 74
  156. 156 Zelfrapportagevragenlijsten 74
    1. DSM-5 vragenlijsten 74
    2. Oudere vragenlijsten 74
  157. 157 Behandeling van PTSS 75
    1. Basisinterventies 75
    2. Trauma Focused Therapy (TFT) 75
  158. 158 Stabilisatietherapie 75
  159. 159 Discussie rondom stabilisatietherapie 75
    1. Voorstanders 75
    2. Tegenstanders 75
  160. 160 Evidence based behandelingen 75
  161. 161 Imaginaire exposure (IE / PE) 76
  162. 162 Werkingsmechanisme exposure 76
  163. 163 Hotspots 76
  164. 164 Exposure thuis herhalen 77
  165. 165 Exposure in vivo 77
  166. 166 EMDR 77
    1. Procedure 77
    2. Verschil met exposure 77
  167. 167 Werkingsmechanisme EMDR 77
    1. Oude theorie 77
    2. Huidige theorie: werkgeheugenmodel 78
    3. desensitisatie 78
  168. 168 Cognitieve therapie bij PTSS 78
  169. 169 Narratieve exposuretherapie (NET) 78
  170. 170 Levenslijn bij NET 78
  171. 171 Verschil NET met exposure/EMDR 79
  172. 172 Beknopte eclectische psychotherapie voor PTSS (BEPP) 79
  173. 173 Memorabilia 79
  174. 174 Laatste fase BEPP 79
  175. 175 Belangrijke tentamenpunten 80
    1. Dissociatie 80
  176. 176 Dissociatieve stoornissen 80
    1. Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS) 80
    2. egodystoon 81
    3. Dissociatieve amnesie 81
    4. Depersonalisatie-/derealisatiestoornis 81
    5. Andere gespecificeerde dissociatieve stoornis (AGDS) 81
    6. Ongespecificeerde dissociatieve stoornis 81
  177. 177 Problemen rondom dissociatie 81
  178. 178 Dissociatieve symptomen 82
    1. Positieve dissociatieve symptomen 82
    2. Negatieve dissociatieve symptomen 82
  179. 179 Psychoforme en somatoforme symptomen 82
    1. Psychoforme symptomen 82
    2. Somatoforme symptomen 82
  180. 180 Wanneer screenen op dissociatie? 83
  181. 181 Diagnostiek 83
    1. Zelfrapportagevragenlijsten 83
  182. 182 Belangrijk diagnostisch principe 83
    1. een diagnostisch interview 84
  183. 183 Semigestructureerde interviews 84
    1. SCID-D-R 84
    2. TADS-I 84
  184. 184 Behandeling 84
    1. Wereldwijd ondersteund model 84
  185. 185 Drie fasen van behandeling 84
    1. Fase 1 – Stabilisatie en veiligheid 84
    2. Twee complementaire benaderingen 85
  186. 186 Dissociatieve delen 85
    1. 1. Dagelijks functionerende delen 85
    2. 2. Traumagerelateerde delen 85
    3. “traumatijd” 86
  187. 187 Fase 2 – Traumaverwerking 86
    1. Pathogene kenmerken 86
  188. 188 EMDR bij dissociatieve stoornissen 86
  189. 189 Fase 3 – Integratie en rehabilitatie 86
    1. integratie van de persoonlijkheid 86
  190. 190 Attachment cry 86
  191. 191 Belangrijke tentamenpunten 87
  192. 192 Diagnostiek van psychotische stoornissen 87
    1. Drie onderdelen van diagnostiek 87
  193. 193 Schizofrenie en andere psychotische stoornissen 88
    1. Schizofrenie 88
    2. Schizofreniforme stoornis 88
    3. Minder ernstige psychotische stoornissen 88
    4. Psychose door organische oorzaak 88
  194. 194 Clinical staging model 88
    1. Fase 1 – Hoog risico op psychose 88
    2. Fase 2 – Eerste psychose 89
    3. Fase 3 en 4 89
  195. 195 Dimensionele diagnostiek 90
    1. 1. Psychotische symptomen 90
    2. 2. Negatieve symptomen 90
    3. 3. Cognitieve symptomen 90
    4. 4. Affectieve symptomen 90
  196. 196 ICF-model 90
    1. International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF) 90
  197. 197 Behandeling van psychotische stoornissen 91
  198. 198 Fase 1 – Hoog risico 91
    1. Behandeling 91
    2. Belangrijk 91
  199. 199 Fase 2 – Eerste psychose 91
  200. 200 Fase 3 en 4 91
  201. 201 Cognitieve gedragstherapie (CGT) 92
    1. Bij stemmen horen 92
    2. Bij wanen 92
  202. 202 COMET 92
    1. Competitive Memory Training 92
    2. contraconditionering 92
  203. 203 Gezinsinterventies 92
  204. 204 EMDR bij psychose 93
  205. 205 Antipsychotica 93
    1. Klassieke/eerstegeneratie antipsychotica 93
    2. Moderne/tweedegeneratie antipsychotica 93
  206. 206 Clozapine 93
    1. agranulocytose 94
  207. 207 Leefstijlinterventies 94
  208. 208 Rehabilitatie 94
    1. IRB 94
    2. IPS 94
  209. 209 Cognitieve remediatie 94
  210. 210 Belangrijke tentamenpunten 94
  211. 211 Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS) 95
    1. Definitie 95
  212. 212 Realiteitsbesef bij OCS 96
    1. 1. Goed/redelijk realiteitsbesef 96
    2. 2. Gering realiteitsbesef 96
    3. 3. Ontbrekend realiteitsbesef/waanachtig 96
  213. 213 Epidemiologie 96
  214. 214 OCS-verwante stoornissen 96
    1. 1. Morfodysfore stoornis 96
    2. 2. Hoarding 97
    3. 3. Trichotillomanie 97
    4. 4. Excoriatiestoornis 97
  215. 215 Etiologie van OCS 97
    1. Biologische factoren 97
    2. Omgevingsfactoren 97
  216. 216 Theoretische verklaringen 97
  217. 217 Mowrers twee-factorentheorie 97
  218. 218 Rachman & De Silva 98
  219. 219 Salkovskis 98
  220. 220 Metacognitief model 98
  221. 221 Model van O’Connor 98
    1. een haperende realiteitstoetsing. 98
  222. 222 Diagnostiek 99
  223. 223 Differentiatie met OCS-verwante stoornissen 99
    1. waarom iemand het gedrag uitvoert. 99
  224. 224 Meetinstrumenten 99
    1. 1. Padua Inventory-Revised 99
    2. 2. Obsessive Compulsive Inventory-Revised 99
    3. 3. Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale (Y-BOCS) 99
  225. 225 Behandeling van OCS 100
    1. het stepped-care model. 100
  226. 226 Stap 1 – Psycho-educatie 100
  227. 227 Stap 2 – CGT 100
    1. Exposure in vivo met responspreventie (ERP) 100
  228. 228 Cognitieve therapie (CT) 100
    1. Rationale 100
  229. 229 Medicatie 101
    1. Eerste keus 101
  230. 230 Effectiviteit 101
    1. Belangrijk 101
    2. 40–50% onvoldoende klachtenreductie na CGT. 101
  231. 231 Belangrijke tentamenpunten 101
    1. problemen met de beheersing van emoties en gedrag. 102
  232. 232 Oppositioneel-opstandige stoornis (OOS) 102
    1. Kenmerken 102
  233. 233 Ontwikkelingslijn 102
    1. 70% later niet meer aan OOS. 102
  234. 234 Diagnostiek OOS 102
    1. Ernst 103
  235. 235 Risico’s bij OOS 103
  236. 236 Diagnostiek-instrument 103
    1. Composite International Diagnostic Interview (CIDI) 103
  237. 237 Behandeling OOS 103
    1. Cognitieve gedragstherapie 103
    2. Multisysteemtherapie (MST) 103
  238. 238 Periodiek-explosieve stoornis (PES) 104
    1. Kenmerken 104
  239. 239 Verschil PES ↔ NG 104
  240. 240 Behandeling PES 104
  241. 241 Normoverschrijdende-gedragsstoornis (NG) 105
    1. Kern 105
  242. 242 Vier categorieën DSM-5 105
    1. 3 van de 4 categorieën aanwezig. 105
  243. 243 Subtypen NG 105
    1. 1. Begin in kindertijd 105
    2. 2. Begin in adolescentie 105
  244. 244 Verloop 105
    1. Life-course-persistent 105
    2. Adolescence-limited 105
  245. 245 Ernstindeling NG 106
    1. Licht 106
    2. Matig 106
    3. Ernstig 106
  246. 246 Beperkte prosociale emoties 106
  247. 247 Comorbiditeit NG 106
    1. antisociale persoonlijkheidsstoornis uitgesloten worden. 106
  248. 248 Behandeling NG 106
  249. 249 Antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP) 107
    1. Kenmerken 107
  250. 250 Psychopathie 107
  251. 251 Diagnostiek ASP 107
    1. SCID-II 107
  252. 252 Behandeling ASP 107
  253. 253 Overcompenserende copingstijlen bij ASP 107
  254. 254 Pyromanie 108
    1. Kenmerken 108
  255. 255 Behandeling pyromanie 108
  256. 256 Kleptomanie 108
    1. Kenmerken 108
  257. 257 Diagnostiek kleptomanie 108
    1. de daad van het stelen zelf, 108
  258. 258 Behandeling kleptomanie 108
  259. 259 Belangrijke tentamenpunten 109
    1. Algemene kenmerken van verslaving 109
  260. 260 Visies op verslaving 109
    1. 1. Farmacologisch model 109
    2. 2. Symptomatisch model 109
    3. 3. Biopsychosociaal model (huidige visie) 110
  261. 261 Routes naar verslaving 110
    1. Externaliserende route 110
    2. Internaliserende route 110
  262. 262 Cognities en automatische processen 111
    1. Implementatie-intenties 111
  263. 263 Diagnostiek en screening 111
    1. Waarom screenen? 111
  264. 264 Diagnostische instrumenten 111
    1. AUDIT 111
    2. AUDIT-C 111
    3. MAST 112
    4. MATE 112
    5. SCL-90-R 112
  265. 265 Behandeling van verslaving 112
    1. Eerste keus behandelingen 112
  266. 266 Motiverende gespreksvoering 112
    1. Verandertaal 112
  267. 267 CGT bij verslaving 112
  268. 268 Operante conditionering 112
    1. Consequente factoren 112
  269. 269 Klassieke conditionering 113
    1. Neurale sensitisatie 113
  270. 270 Biases bij verslaving 113
    1. Aandachtsbias 113
    2. Toenaderingsbias 113
  271. 271 Doel van CGT 113
  272. 272 Zelfcontrolemaatregelen 113
    1. 1. Stimuluscontrole 113
    2. 2. Stimulus-responsinterventie 114
    3. 3. Responsconsequentie 114
  273. 273 Acht componenten van CGT bij verslaving 114
  274. 274 Functieanalyse 114
  275. 275 Detoxificatie 114
    1. Doelen: 114
  276. 276 Medicatie bij alcoholverslaving 114
    1. Naltrexon & Acamprosaat 114
    2. Disulfiram (Antabus) 115
    3. Baclofen 115
  277. 277 Contingency Management (CM) 115
  278. 278 Cognitieve Biasmodificatie (CBM) 115
  279. 279 Belangrijke tentamenzaken 115
    1. Vraag 2 115
    2. Vraag 16 115
    3. Extra belangrijke punten 116
  280. 280 Algemene kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen 116
  281. 281 DSM-5 en classificatie 116
    1. DSM-5 definitie 116
  282. 282 Polythetische classificatie 116
  283. 283 Dimensioneel model 117
    1. Waarom niet volledig ingevoerd? 117
  284. 284 Clusters van persoonlijkheidsstoornissen 117
    1. Cluster A – vreemd/excentriek 117
    2. Cluster B – dramatisch/emotioneel/impulsief 117
    3. Cluster C – angstig/vreesachtig 118
  285. 285 Dimensionele DSM-5 kenmerken 118
  286. 286 Diagnostiek 118
    1. Waarom is zelfrapportage onvoldoende? 118
  287. 287 Belangrijkste diagnostische methode 118
    1. Semigestructureerd interview 118
  288. 288 Belangrijke interviews 119
    1. SCID-5-PD 119
    2. SIDP-IV 119
    3. IPDE 119
    4. Hare Psychopathy Checklist 119
    5. NEO-PI 119
  289. 289 Psychodynamische visie 119
    1. Kernidee 119
  290. 290 Persoonlijkheidsorganisatie 119
  291. 291 Drie niveaus van persoonlijkheidsorganisatie 120
    1. Neurotische organisatie 120
    2. Borderline organisatie 120
    3. Psychotische organisatie 120
  292. 292 CGT-visie op persoonlijkheidsstoornissen 120
  293. 293 Behandeling 120
    1. Eerste keus 120
  294. 294 Psychodynamische therapieën 121
    1. 1. TFP – Transference Focused Psychotherapy 121
    2. 2. MBT – Mentalisation Based Therapy 121
  295. 295 Schematherapie (ST) 122
    1. Uitgangspunt 122
  296. 296 Schema’s 122
  297. 297 Copingreacties volgens Young 122
    1. Vechten 122
    2. Vluchten 122
    3. Bevriezen 122
  298. 298 Schema modi 122
  299. 299 Doel van schematherapie 123
  300. 300 Limited reparenting 123
  301. 301 Effectiviteit schematherapie 123
  302. 302 Dialectische Gedragstherapie (DGT) 123
    1. Kernidee 123
  303. 303 Invaliderende omgeving 123
  304. 304 DGT combineert 124
  305. 305 Vier fasen van DGT 124
    1. Fase 1 – gedragscontrole 124
    2. Fase 2 – trauma verwerken 124
    3. Fase 3 – kwaliteit van leven verbeteren 124
    4. Fase 4 – transcendentie 124
  306. 306 Effecten van DGT 124
  307. 307 Belangrijke tentamenzaken 125
    1. Diagnostiek 125
    2. Cluster A 125
    3. TFP en MBT 125
    4. Marsha Linehan 125
    5. Borderline-specifieke therapieën 125
  308. 308 Verandering van DSM-IV naar DSM-5 125
    1. DSM-IV-TR 125
    2. DSM-5 126
  309. 309 Belangrijke begrippen 126
    1. Somatisatie 126
    2. Psychosomatische stoornissen 126
  310. 310 Tweesporenbeleid 126
  311. 311 Diagnostiek 126
    1. Categorische diagnose 126
    2. Verklarende diagnose 127
  312. 312 Somatisch-symptoomstoornis 127
    1. Kenmerken 127
  313. 313 Kritiek op de diagnose 127
  314. 314 Somatisch-symptoomstoornis met pijn 127
  315. 315 Meting 127
  316. 316 Ziekteangststoornis 128
    1. Kenmerken 128
  317. 317 Diagnostiek ziekteangststoornis 128
    1. Instrumenten 128
  318. 318 Conversiestoornis 128
    1. Kenmerken 128
  319. 319 Diagnostiek conversiestoornis 128
    1. Neuroloog 128
    2. Psycholoog 129
  320. 320 Psychologische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden 129
  321. 321 Nagebootste stoornis 129
    1. Kenmerken 129
  322. 322 Nagebootste stoornis by proxy 129
  323. 323 Transdiagnostische factoren 129
  324. 324 Cognitieve factoren 130
  325. 325 Gedragsmatige factoren 130
  326. 326 Emotionele factoren 130
    1. Alexithymie 130
  327. 327 Sociale en culturele factoren 130
    1. Medicalisering 130
    2. Idioms of distress 130
  328. 328 Iatrogene factoren 130
  329. 329 Algemene behandelprincipes 131
  330. 330 Waarom niet focussen op de oorzaak? 131
  331. 331 Behandeling somatisch-symptoomstoornis 131
    1. Case management 131
  332. 332 Behandeling bij pijnklachten 131
    1. Graduele activatie 131
  333. 333 Kinesiofobie 132
    1. Bewegingsangst 132
  334. 334 Behandeling ziekteangststoornis 132
  335. 335 Behandeling conversiestoornis 132
    1. Hypnotherapie 132
  336. 336 Behandeling nagebootste stoornis 132
    1. Niet doen 132
  337. 337 Belangrijke tentamenpunten 133
    1. DSM-5 verandering 133
  338. 338 Ziekteangststoornis 133
  339. 339 Conversiestoornis 133
  340. 340 Belangrijke transdiagnostische factoren 133
  341. 341 Effectieve behandelingen 133
  342. 342 Voedingsstoornissen 134
    1. Pica 134
    2. Ruminatiestoornis 134
    3. ARFID (vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis) 134
  343. 343 Verschil voedingsstoornis en eetstoornis 134
    1. Voedingsstoornis 134
    2. Eetstoornis 135
  344. 344 Belangrijkste eetstoornissen 135
  345. 345 Anorexia nervosa (AN) 135
    1. Kenmerken 135
    2. Restrictieve type 135
    3. Eetbuien/purgerende type 135
  346. 346 Boulimia nervosa (BN) 135
    1. Kenmerken 135
  347. 347 Eetbuistoornis (BED) 136
    1. Kenmerken 136
  348. 348 Overige eetstoornissen 136
  349. 349 Ernst van de stoornis 136
    1. AN 136
    2. BN 136
    3. BED 136
  350. 350 Veelvoorkomende kenmerken/comorbiditeit 136
  351. 351 Belangrijke begrippen 137
    1. Lichaamsbeeld 137
    2. Klinisch perfectionisme 137
    3. Cross-over 137
  352. 352 Transdiagnostisch model 137
  353. 353 Diagnostiek 138
  354. 354 Diagnostisch interview 138
  355. 355 Eating Disorder Examination (EDE) 138
    1. Vier subschalen 138
  356. 356 Vragenlijsten 138
    1. Voorbeelden 138
    2. Doel 138
    3. Nadelen 138
  357. 357 Comorbiditeit 138
  358. 358 Lichamelijk onderzoek 139
  359. 359 Gevolgen van ondervoeding 139
  360. 360 Differentiaaldiagnostiek 139
  361. 361 Waarom veel patiënten geen hulp zoeken 139
  362. 362 Behandeling 140
  363. 363 Cognitieve gedragstherapie (CGT) 140
    1. Gouden standaard 140
  364. 364 Focus van CGT 140
  365. 365 IPT (interpersoonlijke therapie) 140
    1. Doel 140
  366. 366 CGT versus IPT 140
    1. CGT 140
    2. IPT 140
  367. 367 Psychoanalytische therapie 141
  368. 368 Psychofarmaca 141
  369. 369 Behandeling van anorexia nervosa 141
  370. 370 Lange termijn effect 141
  371. 371 Praktijk 141
  372. 372 Probleem in praktijk 142
  373. 373 Belangrijke tentamenpunten 142
    1. Gouden standaard diagnostiek 142
  374. 374 Gouden standaard behandeling 142
  375. 375 BN versus BED 142
    1. BN 142
    2. BED 142
  376. 376 ARFID 142
  377. 377 IPT bij BN 142
  378. 378 Belangrijke comorbiditeit 143
    1. Samenvatting H3 – Verklaringen voor suïcide 143
    2. Samenvatting H4 – Richtlijnen voor de behandeling van suïcidale patiënten 144
    3. Samenvatting H5 – Systematische beoordeling van het suïciderisico 144
  379. 379 Analyse van de oefententamens PB2002 146
  380. 380 1. Grootste tentamenonderwerpen 147
    1. ZEER belangrijk (komt veel terug) 147
    2. Cognitieve gedragstherapie (CGT) 147
    3. Stoornissen + behandeling 147
    4. Suïcidaliteit 148
    5. Psychofarmaca 148
    6. Psychotherapievormen 148
  381. 381 2. Wat het tentamen typisch vraagt 149
  382. 382 3. Belangrijkste kennis per onderwerp 149
  383. 383 Diagnostische cyclus 149
    1. Probleemanalyse 149
    2. Verklaringsanalyse 149
    3. Indicatieanalyse 150
  384. 384 4. FA en BA (héél belangrijk) 150
    1. Functieanalyse (FA) 150
    2. Betekenisanalyse (BA) 150
  385. 385 5. Cognitieve niveaus 151
    1. Automatische gedachten 151
    2. Conditionele assumpties 151
    3. Basisschema’s 151
  386. 386 6. Angststoornissen 151
    1. Paniekstoornis – CGT bestaat uit: 151
    2. Sociale angst 152
    3. Gegeneraliseerde angststoornis 152
  387. 387 7. OCS 152
  388. 388 8. PTSS 152
  389. 389 9. Persoonlijkheidsstoornissen 152
    1. Cluster A 152
    2. Borderline 153
  390. 390 10. Psychose 153
    1. Huidige visie: 153
    2. Clinical staging 153
  391. 391 11. Eetstoornissen 153
  392. 392 12. Verslaving 153
    1. Zelfmedicatiemodel 153
    2. Middelengebruik voorspellers 153
  393. 393 13. Suïcidaliteit 154
  394. 394 14. Psychofarmaca 154
    1. Benzodiazepinen 154
    2. Antidepressiva 154
    3. Antipsychotica 154
  395. 395 15. Interpersoonlijke therapie (IPT) 154
  396. 396 16. Wat je moet memoriseren 155
    1. Hoge kans op tentamenvragen 155

Gekoppeld boek
 image
Ellin Simon, Eva de Hullu Klinische Psychologie
Uitgever: Onbekend ISBN: 9789001881474 Druk: 3

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Ja
Geüpload op
28 mei 2026
Aantal pagina's
155
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€10,16

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Loisse
3,7
(30)
Verkocht
236
Volgers
5
Items
18
Laatst verkocht
2 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen