-
01
Klinische psychologie 2
1
-
02
Kort overzicht :
1
-
03
Deze samenvatting is zelf geschreven aan de hand van het boek, de oefententamens en de punten genoemd op brightspace. Aan het einde van de samenvatting vind je nog een analyse van de oefentetnamens met belangrijke punten die je per hoofdstuk tegen kunt komen op je eigen tentamen. Heel veel succes met leren alvast!
1
-
Waar gaat de cursus over?
1
-
04
Structuur van de cursus
1
-
Deel 1
1
-
Diagnostiek & ethiek
1
-
Deel 2
1
-
Behandelbenaderingen
1
-
Deel 3
2
-
Diagnostiek & behandeling per stoornis
2
-
05
Belangrijke leerdoelen
2
-
Diagnostiek
2
-
Behandeling
2
-
Suïcidaliteit
2
-
Ethiek
3
-
Note bij deze cursus betekend : “Functieanalyse (FA)”
3
-
06
Onderwerpen die veel terugkomen op het tentamen :
3
-
07
Kadering van diagnostiek en behandeling
4
-
08
1. Diagnostische cyclus
4
-
Overzicht
4
-
09
1. Klachtanalyse
4
-
10
2. Probleemanalyse
5
-
11
3. Verklaringsanalyse
5
-
12
4. Indicatieanalyse
6
-
13
Casus Remco Aarts
6
-
Casus kort samengevat
6
-
Eerste fout van het team
7
-
14
Wat ging diagnostisch fout?
7
-
1. Tunnelvisie
7
-
2. Verificatie i.p.v. falsificatie
7
-
15
Belangrijke alternatieve hypothese
8
-
16
Tweede onderzoek
8
-
17
Les uit casus (brightspace)
8
-
18
Begrippen
9
-
Tunnelvisie : Te sterk focussen op één verklaring.
9
-
Confirmatiebias: Alleen informatie zoeken die bestaande ideeën bevestigt.
9
-
Nulhypothese : Uitgangspunt: “De huidige verklaring klopt mogelijk niet.”
9
-
Alternatieve hypothese: Andere mogelijke verklaring voor klachten.
9
-
19
Indicatiestelling: bepalen welke behandeling het beste aansluit bij de cliënt.
9
-
Wat is indicatiestelling?
10
-
20
Stappen van indicatiestelling
10
-
1. Is professionele hulp nodig?
10
-
2. Wat zijn de behandeldoelen?
10
-
3. Wat is het therapieaanbod?
11
-
4. Wat is de beste behandelcontext?
11
-
5. Welke therapeut past het best?
11
-
21
Modellen van indicatiestelling
11
-
Expertmodel
11
-
Vertegenwoordigingsmodel
11
-
Consumentenmodel
11
-
Overlegmodel
12
-
22
Voorwaarden voor goede indicatiestelling
12
-
23
Voorspellers van behandelresultaat
12
-
1. Evidence-based handelen
12
-
2. Cliëntvariabelen
12
-
3. Therapeutkenmerken
12
-
4. Context van behandeling
13
-
24
Zorgstandaarden en richtlijnen
13
-
Multidisciplinaire richtlijn
13
-
Zorgstandaard
13
-
Generieke zorgstandaarden
13
-
25
Wanneer behandeling minder zinvol is
13
-
26
PTSS en traumabehandeling
14
-
27
GGZ-indeling sinds 2014
14
-
POH-GGZ
14
-
28
Basis-GGZ
14
-
Criteria:
14
-
KOP-model
14
-
Behandelproducten
14
-
Specialistische GGZ (sGGZ)
15
-
Stoornisspecifieke benadering
15
-
29
Transdiagnostische benadering
15
-
30
Functieanalyse (FA) en betekenisanalyse (BA)
16
-
Functieanalyse (FA)
16
-
Betekenisanalyse (BA)
16
-
Kenmerken van FA en BA
16
-
31
Transdiagnostische factoren
17
-
32
Transdiagnostische interventies
17
-
Cognitieve Bias Modificatie (CBM)
17
-
Interpretatiebias-training
17
-
Approach-Avoidance Training
17
-
Memory Specificity Training (MEST)
18
-
Waarom zijn deze interventies transdiagnostisch?
18
-
33
Welbevinden als transdiagnostische factor
18
-
34
Unified Protocol (UP)
18
-
Waarom een Unified Protocol?
19
-
35
Modules van het Unified Protocol
19
-
Waarom is het UP transdiagnostisch?
19
-
36
Enhanced CBT (CBT-E)
19
-
CBT-Ef (focale vorm)
20
-
CBT-Eb (bredere vorm)
20
-
Verschil met Unified Protocol
20
-
37
Het netwerkmodel
20
-
Kenmerken van het netwerkmodel
20
-
38
Experience Sampling Method (ESM)
21
-
39
Symptoomclusters
21
-
40
Verschil netwerkmodel en stoornisspecifiek model
21
-
Psychotrope stoffen en psychofarmaca
22
-
41
Farmacokinetiek
22
-
Belangrijkste processen
22
-
42
Farmacodynamiek
23
-
Dosis-respons-curve
23
-
Smalle therapeutische index
23
-
43
Soorten psychofarmaca
24
-
44
Antipsychotica
24
-
Indicaties
24
-
Typisch vs atypisch
24
-
Werkingsmechanisme
24
-
Belangrijke bijwerkingen
25
-
45
Antidepressiva
25
-
Belangrijkste neurotransmitters
25
-
Groepen antidepressiva
25
-
Werkingsmechanismen antidepressiva
26
-
Bijwerkingen
26
-
46
Stemmingsstabilisatoren
27
-
Belangrijkste middel
27
-
Kenmerken
27
-
Bijwerkingen lithium
27
-
47
Anxiolytica en hypnotica
27
-
Anxiolytica
27
-
Hypnotica
27
-
Werkingsmechanisme benzodiazepinen
27
-
Indicaties
27
-
Bijwerkingen
28
-
Langdurig gebruik
28
-
48
Stimulantia
28
-
Indicatie
28
-
Methylfenidaat
28
-
Atomoxetine
28
-
Bijwerkingen stimulantia
29
-
49
Overige neurobiologische interventies
29
-
Slaap- en waaktherapie
29
-
Lichttherapie
29
-
50
Elektroconvulsietherapie (ECT)
29
-
Indicaties
29
-
51
rTMS
30
-
52
Psychochirurgie
30
-
Doorsnijding
30
-
Deep Brain Stimulation (DBS)
30
-
53
Belangrijke tentamenpunten
30
-
Algemene uitgangspunten cliëntgerichte therapie
31
-
54
Holistische visie
31
-
55
Non-directieve houding
31
-
56
Kritiek op cliëntgerichte therapie
32
-
57
Motiverende gespreksvoering
32
-
58
De drie pijlers van cliëntgerichte therapie
32
-
1. Onvoorwaardelijke acceptatie
32
-
2. Empathie
32
-
3. Congruentie
33
-
59
Psychopathologie volgens cliëntgerichte therapie
34
-
60
Procesdirectiviteit
34
-
61
Emotion Focused Therapy (EFT)
34
-
Algemene kenmerken
34
-
Doelen van EFT
35
-
62
Visie op emoties binnen EFT
35
-
63
Soorten emoties
35
-
Primaire adaptieve emoties
35
-
Primaire maladaptieve emoties
35
-
Secundaire emoties
35
-
64
Technieken binnen EFT
36
-
Lege stoeltechniek
36
-
Dubbele stoeltechniek
36
-
65
Onderzoek naar effectiviteit
36
-
Kritiek
36
-
Elliott et al.
36
-
66
HEP versus CGT
36
-
67
Belangrijke tentamenpunten
37
-
Algemene kenmerken van CGT
37
-
68
Gedragstherapeutische component
38
-
69
Leertheorie
38
-
Klassieke conditionering
38
-
Operante conditionering
38
-
70
Ontstaan cognitieve therapie
39
-
71
Cognitieve component
39
-
Kern van Becks theorie
39
-
72
Vier niveaus van cognities
39
-
1. Basisschema’s
39
-
2. Conditionele assumpties
39
-
3. Strategische ideeën
40
-
4. Automatische gedachten
40
-
73
Psychopathologie volgens Beck
40
-
Depressie
40
-
Angst
40
-
74
Belangrijke cognitieve begrippen
41
-
Confirmation bias
41
-
Hot cognitions
41
-
75
Basisprincipes van CGT
41
-
76
Structuur van een CGT-sessie
41
-
77
Registratie binnen CGT
41
-
Voordelen registratie
42
-
78
Diagnostiek binnen CGT
42
-
79
Diagnostische instrumenten
42
-
Positive and Negative Affect Scale
42
-
Pleasant Events Schedule
42
-
Dysfunctional Attitudes Scale
42
-
Irrational Beliefs Test (IBT)
42
-
Rational Behavior Inventory
42
-
Young Schema Questionnaire
43
-
STROOP-paradigma
43
-
80
Probleemanalyse
43
-
Holistische theorie (macroanalyse)
43
-
Functieanalyse (microanalyse)
43
-
81
Casusconceptualisatie
43
-
82
Rationale
44
-
83
CGT-technieken
44
-
Operante technieken
44
-
Gedragsactivatie
44
-
84
Exposure
45
-
Exposure in vivo
45
-
Imaginaire exposure
45
-
Graduele exposure
45
-
Flooding
45
-
85
Werkingsmechanismen exposure
45
-
Habituatie
45
-
Expectancy violation
45
-
Inhibitoir leren
45
-
86
Exposure met responspreventie
46
-
87
Systematische desensitisatie
46
-
88
Cognitieve technieken
46
-
Drie kerninterventies
46
-
89
4G-schema
46
-
90
Uitdagen van gedachten
46
-
91
Geleide ontdekking
46
-
92
Gedragsexperiment
47
-
93
Neerwaartse pijltechniek
47
-
94
Effectiviteit van CGT
47
-
95
Contra-indicaties
47
-
96
Afgeleide therapievormen
48
-
Schematherapie
48
-
Derde generatie CGT
48
-
97
Belangrijke tentamenpunten
48
-
Wat is IPT?
49
-
98
Effectiviteit van IPT
49
-
99
Opbouw van IPT
49
-
1. Diagnostische fase
50
-
2. Behandelfase
50
-
3. Afsluitfase
50
-
100
De 4 probleemgebieden van IPT
51
-
1. Rouw
51
-
2. Interpersoonlijk conflict
51
-
3. Interpersoonlijke rolverandering
51
-
4. Interpersoonlijk tekort
52
-
101
Belangrijke begrippen
52
-
Life events
52
-
Sociogram
53
-
Tunnelvisie
53
-
102
Variaties op IPT
53
-
Social Rhythm Interpersonal Psychotherapy
53
-
CBT-E
53
-
103
Belangrijke tentamenpunten
53
-
IPT richt zich vooral op:
53
-
104
De 4 probleemgebieden moet je letterlijk kennen:
53
-
105
Tentamenvragen
54
-
Student op kamers → depressief
54
-
Therapeutische relatie gebruiken binnen therapie
54
-
106
Kernverschil IPT versus CGT
54
-
IPT
54
-
CGT
54
-
107
Algemene visie op angststoornissen
54
-
108
Cognitieve herstructurering
55
-
Doel
55
-
109
Socratische dialoog
55
-
110
Gedragsexperimenten
55
-
111
Exposuretherapie
56
-
Exposure in vivo
56
-
Interoceptieve exposure
56
-
Imaginaire exposure
56
-
112
Hoe werkt exposure?
56
-
habituatie
56
-
extinctie & inhibitoir leren
56
-
113
Belangrijke begrippen
57
-
Extinctie
57
-
Inhibitoir leren
57
-
Within-session habituation
57
-
114
Veiligheidsgedrag
57
-
Veiligheidsgedrag
57
-
115
Respons preventie
58
-
exposure + responspreventie
58
-
116
Paniekstoornis
58
-
Paniekaanvallen
58
-
Anticipatieangst
58
-
117
Paniekcirkel
58
-
118
Wat houdt paniek in stand?
59
-
Operante conditionering
59
-
119
CGT bij paniekstoornis
59
-
Effectiviteit
59
-
120
Agorafobie
59
-
Kenmerken
59
-
Behandeling
60
-
121
Sociale angststoornis
60
-
Kern
60
-
122
Model sociale angst
60
-
123
Zelfgerichte aandacht
60
-
124
Taakconcentratietraining
60
-
125
Gedragsexperimenten bij sociale angst
61
-
126
Specifieke fobie
61
-
Kenmerken
61
-
Behandeling
61
-
127
Gegeneraliseerde angststoornis (GAS)
62
-
Kern
62
-
128
Piekeren binnen GAS
62
-
129
Metacognities bij GAS
62
-
piekeren over piekeren.
62
-
130
Metacognitief model van GAS
62
-
131
Behandeling GAS
63
-
Metacognitieve therapie
63
-
132
Piekeruitstel-experiment
63
-
133
Andere omgang met gedachten
63
-
134
Effectiviteit GAS-behandeling
63
-
Metacognitieve gedragstherapie
63
-
135
Belangrijke tentamenpunten
64
-
Exposure werkt vooral via:
64
-
Veiligheidsgedrag:
64
-
CGT paniekstoornis:
64
-
Sociale angst:
64
-
GAS:
64
-
Depressieve stoornissen
64
-
136
Specifiers / kenmerken bij depressie
65
-
Melancholische kenmerken
65
-
Atypische kenmerken
65
-
Seizoensgebonden patroon
65
-
Met gemengde kenmerken
66
-
137
Diagnostiek bij depressie
66
-
Diagnostiek wordt bemoeilijkt door:
66
-
138
Vragenlijsten bij depressie
66
-
139
Behandeling depressieve stoornis
67
-
Stepped care model
67
-
Eerste stap: basisinterventies
67
-
Tweede stap: kortdurende interventies
67
-
Derde stap: psychotherapie of medicatie
67
-
140
Antidepressiva
68
-
141
Vierde stap
68
-
142
Bipolaire stoornis
68
-
Bipolaire-I-stoornis
69
-
Bipolaire-II-stoornis
69
-
143
Hypomanie
69
-
144
Manie
69
-
Psychotische kenmerken
69
-
145
Diagnostiek bipolaire stoornis
69
-
Onderdiagnostiek komt vaak voor
70
-
146
Life-chart methode
70
-
147
Heteroanamnese
70
-
148
Vragenlijsten bipolaire stoornis
70
-
MDQ
70
-
Young Mania Rating Scale / Bech-Rafaelsen Mania Scale
70
-
149
Behandeling bipolaire stoornis
70
-
1. Acute behandeling
70
-
2. Voortgezette behandeling
71
-
3. Onderhoudsbehandeling
71
-
150
Effectiviteit behandelingen
71
-
Traumatische gebeurtenis
72
-
151
Risico- en beschermende factoren
72
-
Risicofactoren
72
-
Beschermende factoren
72
-
152
Criteria van PTSS
72
-
1. Blootstelling aan trauma
72
-
2. Herbeleving
72
-
3. Vermijding
72
-
4. Negatieve veranderingen in cognities en stemming
73
-
5. Verhoogde arousal/reactiviteit
73
-
153
Subtypes van PTSS
73
-
1. Dissociatief subtype
73
-
2. Uitgestelde expressie
73
-
154
Diagnostiek van PTSS
73
-
Anamnese
73
-
155
Gestructureerde interviews
74
-
Belangrijke interviews
74
-
CAPS
74
-
156
Zelfrapportagevragenlijsten
74
-
DSM-5 vragenlijsten
74
-
Oudere vragenlijsten
74
-
157
Behandeling van PTSS
75
-
Basisinterventies
75
-
Trauma Focused Therapy (TFT)
75
-
158
Stabilisatietherapie
75
-
159
Discussie rondom stabilisatietherapie
75
-
Voorstanders
75
-
Tegenstanders
75
-
160
Evidence based behandelingen
75
-
161
Imaginaire exposure (IE / PE)
76
-
162
Werkingsmechanisme exposure
76
-
163
Hotspots
76
-
164
Exposure thuis herhalen
77
-
165
Exposure in vivo
77
-
166
EMDR
77
-
Procedure
77
-
Verschil met exposure
77
-
167
Werkingsmechanisme EMDR
77
-
Oude theorie
77
-
Huidige theorie: werkgeheugenmodel
78
-
desensitisatie
78
-
168
Cognitieve therapie bij PTSS
78
-
169
Narratieve exposuretherapie (NET)
78
-
170
Levenslijn bij NET
78
-
171
Verschil NET met exposure/EMDR
79
-
172
Beknopte eclectische psychotherapie voor PTSS (BEPP)
79
-
173
Memorabilia
79
-
174
Laatste fase BEPP
79
-
175
Belangrijke tentamenpunten
80
-
Dissociatie
80
-
176
Dissociatieve stoornissen
80
-
Dissociatieve identiteitsstoornis (DIS)
80
-
egodystoon
81
-
Dissociatieve amnesie
81
-
Depersonalisatie-/derealisatiestoornis
81
-
Andere gespecificeerde dissociatieve stoornis (AGDS)
81
-
Ongespecificeerde dissociatieve stoornis
81
-
177
Problemen rondom dissociatie
81
-
178
Dissociatieve symptomen
82
-
Positieve dissociatieve symptomen
82
-
Negatieve dissociatieve symptomen
82
-
179
Psychoforme en somatoforme symptomen
82
-
Psychoforme symptomen
82
-
Somatoforme symptomen
82
-
180
Wanneer screenen op dissociatie?
83
-
181
Diagnostiek
83
-
Zelfrapportagevragenlijsten
83
-
182
Belangrijk diagnostisch principe
83
-
een diagnostisch interview
84
-
183
Semigestructureerde interviews
84
-
SCID-D-R
84
-
TADS-I
84
-
184
Behandeling
84
-
Wereldwijd ondersteund model
84
-
185
Drie fasen van behandeling
84
-
Fase 1 – Stabilisatie en veiligheid
84
-
Twee complementaire benaderingen
85
-
186
Dissociatieve delen
85
-
1. Dagelijks functionerende delen
85
-
2. Traumagerelateerde delen
85
-
“traumatijd”
86
-
187
Fase 2 – Traumaverwerking
86
-
Pathogene kenmerken
86
-
188
EMDR bij dissociatieve stoornissen
86
-
189
Fase 3 – Integratie en rehabilitatie
86
-
integratie van de persoonlijkheid
86
-
190
Attachment cry
86
-
191
Belangrijke tentamenpunten
87
-
192
Diagnostiek van psychotische stoornissen
87
-
Drie onderdelen van diagnostiek
87
-
193
Schizofrenie en andere psychotische stoornissen
88
-
Schizofrenie
88
-
Schizofreniforme stoornis
88
-
Minder ernstige psychotische stoornissen
88
-
Psychose door organische oorzaak
88
-
194
Clinical staging model
88
-
Fase 1 – Hoog risico op psychose
88
-
Fase 2 – Eerste psychose
89
-
Fase 3 en 4
89
-
195
Dimensionele diagnostiek
90
-
1. Psychotische symptomen
90
-
2. Negatieve symptomen
90
-
3. Cognitieve symptomen
90
-
4. Affectieve symptomen
90
-
196
ICF-model
90
-
International Classification of Functioning, Disability and Health (ICF)
90
-
197
Behandeling van psychotische stoornissen
91
-
198
Fase 1 – Hoog risico
91
-
Behandeling
91
-
Belangrijk
91
-
199
Fase 2 – Eerste psychose
91
-
200
Fase 3 en 4
91
-
201
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
92
-
Bij stemmen horen
92
-
Bij wanen
92
-
202
COMET
92
-
Competitive Memory Training
92
-
contraconditionering
92
-
203
Gezinsinterventies
92
-
204
EMDR bij psychose
93
-
205
Antipsychotica
93
-
Klassieke/eerstegeneratie antipsychotica
93
-
Moderne/tweedegeneratie antipsychotica
93
-
206
Clozapine
93
-
agranulocytose
94
-
207
Leefstijlinterventies
94
-
208
Rehabilitatie
94
-
IRB
94
-
IPS
94
-
209
Cognitieve remediatie
94
-
210
Belangrijke tentamenpunten
94
-
211
Obsessieve-compulsieve stoornis (OCS)
95
-
Definitie
95
-
212
Realiteitsbesef bij OCS
96
-
1. Goed/redelijk realiteitsbesef
96
-
2. Gering realiteitsbesef
96
-
3. Ontbrekend realiteitsbesef/waanachtig
96
-
213
Epidemiologie
96
-
214
OCS-verwante stoornissen
96
-
1. Morfodysfore stoornis
96
-
2. Hoarding
97
-
3. Trichotillomanie
97
-
4. Excoriatiestoornis
97
-
215
Etiologie van OCS
97
-
Biologische factoren
97
-
Omgevingsfactoren
97
-
216
Theoretische verklaringen
97
-
217
Mowrers twee-factorentheorie
97
-
218
Rachman & De Silva
98
-
219
Salkovskis
98
-
220
Metacognitief model
98
-
221
Model van O’Connor
98
-
een haperende realiteitstoetsing.
98
-
222
Diagnostiek
99
-
223
Differentiatie met OCS-verwante stoornissen
99
-
waarom iemand het gedrag uitvoert.
99
-
224
Meetinstrumenten
99
-
1. Padua Inventory-Revised
99
-
2. Obsessive Compulsive Inventory-Revised
99
-
3. Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale (Y-BOCS)
99
-
225
Behandeling van OCS
100
-
het stepped-care model.
100
-
226
Stap 1 – Psycho-educatie
100
-
227
Stap 2 – CGT
100
-
Exposure in vivo met responspreventie (ERP)
100
-
228
Cognitieve therapie (CT)
100
-
Rationale
100
-
229
Medicatie
101
-
Eerste keus
101
-
230
Effectiviteit
101
-
Belangrijk
101
-
40–50% onvoldoende klachtenreductie na CGT.
101
-
231
Belangrijke tentamenpunten
101
-
problemen met de beheersing van emoties en gedrag.
102
-
232
Oppositioneel-opstandige stoornis (OOS)
102
-
Kenmerken
102
-
233
Ontwikkelingslijn
102
-
70% later niet meer aan OOS.
102
-
234
Diagnostiek OOS
102
-
Ernst
103
-
235
Risico’s bij OOS
103
-
236
Diagnostiek-instrument
103
-
Composite International Diagnostic Interview (CIDI)
103
-
237
Behandeling OOS
103
-
Cognitieve gedragstherapie
103
-
Multisysteemtherapie (MST)
103
-
238
Periodiek-explosieve stoornis (PES)
104
-
Kenmerken
104
-
239
Verschil PES ↔ NG
104
-
240
Behandeling PES
104
-
241
Normoverschrijdende-gedragsstoornis (NG)
105
-
Kern
105
-
242
Vier categorieën DSM-5
105
-
3 van de 4 categorieën aanwezig.
105
-
243
Subtypen NG
105
-
1. Begin in kindertijd
105
-
2. Begin in adolescentie
105
-
244
Verloop
105
-
Life-course-persistent
105
-
Adolescence-limited
105
-
245
Ernstindeling NG
106
-
Licht
106
-
Matig
106
-
Ernstig
106
-
246
Beperkte prosociale emoties
106
-
247
Comorbiditeit NG
106
-
antisociale persoonlijkheidsstoornis uitgesloten worden.
106
-
248
Behandeling NG
106
-
249
Antisociale persoonlijkheidsstoornis (ASP)
107
-
Kenmerken
107
-
250
Psychopathie
107
-
251
Diagnostiek ASP
107
-
SCID-II
107
-
252
Behandeling ASP
107
-
253
Overcompenserende copingstijlen bij ASP
107
-
254
Pyromanie
108
-
Kenmerken
108
-
255
Behandeling pyromanie
108
-
256
Kleptomanie
108
-
Kenmerken
108
-
257
Diagnostiek kleptomanie
108
-
de daad van het stelen zelf,
108
-
258
Behandeling kleptomanie
108
-
259
Belangrijke tentamenpunten
109
-
Algemene kenmerken van verslaving
109
-
260
Visies op verslaving
109
-
1. Farmacologisch model
109
-
2. Symptomatisch model
109
-
3. Biopsychosociaal model (huidige visie)
110
-
261
Routes naar verslaving
110
-
Externaliserende route
110
-
Internaliserende route
110
-
262
Cognities en automatische processen
111
-
Implementatie-intenties
111
-
263
Diagnostiek en screening
111
-
Waarom screenen?
111
-
264
Diagnostische instrumenten
111
-
AUDIT
111
-
AUDIT-C
111
-
MAST
112
-
MATE
112
-
SCL-90-R
112
-
265
Behandeling van verslaving
112
-
Eerste keus behandelingen
112
-
266
Motiverende gespreksvoering
112
-
Verandertaal
112
-
267
CGT bij verslaving
112
-
268
Operante conditionering
112
-
Consequente factoren
112
-
269
Klassieke conditionering
113
-
Neurale sensitisatie
113
-
270
Biases bij verslaving
113
-
Aandachtsbias
113
-
Toenaderingsbias
113
-
271
Doel van CGT
113
-
272
Zelfcontrolemaatregelen
113
-
1. Stimuluscontrole
113
-
2. Stimulus-responsinterventie
114
-
3. Responsconsequentie
114
-
273
Acht componenten van CGT bij verslaving
114
-
274
Functieanalyse
114
-
275
Detoxificatie
114
-
Doelen:
114
-
276
Medicatie bij alcoholverslaving
114
-
Naltrexon & Acamprosaat
114
-
Disulfiram (Antabus)
115
-
Baclofen
115
-
277
Contingency Management (CM)
115
-
278
Cognitieve Biasmodificatie (CBM)
115
-
279
Belangrijke tentamenzaken
115
-
Vraag 2
115
-
Vraag 16
115
-
Extra belangrijke punten
116
-
280
Algemene kenmerken van persoonlijkheidsstoornissen
116
-
281
DSM-5 en classificatie
116
-
DSM-5 definitie
116
-
282
Polythetische classificatie
116
-
283
Dimensioneel model
117
-
Waarom niet volledig ingevoerd?
117
-
284
Clusters van persoonlijkheidsstoornissen
117
-
Cluster A – vreemd/excentriek
117
-
Cluster B – dramatisch/emotioneel/impulsief
117
-
Cluster C – angstig/vreesachtig
118
-
285
Dimensionele DSM-5 kenmerken
118
-
286
Diagnostiek
118
-
Waarom is zelfrapportage onvoldoende?
118
-
287
Belangrijkste diagnostische methode
118
-
Semigestructureerd interview
118
-
288
Belangrijke interviews
119
-
SCID-5-PD
119
-
SIDP-IV
119
-
IPDE
119
-
Hare Psychopathy Checklist
119
-
NEO-PI
119
-
289
Psychodynamische visie
119
-
Kernidee
119
-
290
Persoonlijkheidsorganisatie
119
-
291
Drie niveaus van persoonlijkheidsorganisatie
120
-
Neurotische organisatie
120
-
Borderline organisatie
120
-
Psychotische organisatie
120
-
292
CGT-visie op persoonlijkheidsstoornissen
120
-
293
Behandeling
120
-
Eerste keus
120
-
294
Psychodynamische therapieën
121
-
1. TFP – Transference Focused Psychotherapy
121
-
2. MBT – Mentalisation Based Therapy
121
-
295
Schematherapie (ST)
122
-
Uitgangspunt
122
-
296
Schema’s
122
-
297
Copingreacties volgens Young
122
-
Vechten
122
-
Vluchten
122
-
Bevriezen
122
-
298
Schema modi
122
-
299
Doel van schematherapie
123
-
300
Limited reparenting
123
-
301
Effectiviteit schematherapie
123
-
302
Dialectische Gedragstherapie (DGT)
123
-
Kernidee
123
-
303
Invaliderende omgeving
123
-
304
DGT combineert
124
-
305
Vier fasen van DGT
124
-
Fase 1 – gedragscontrole
124
-
Fase 2 – trauma verwerken
124
-
Fase 3 – kwaliteit van leven verbeteren
124
-
Fase 4 – transcendentie
124
-
306
Effecten van DGT
124
-
307
Belangrijke tentamenzaken
125
-
Diagnostiek
125
-
Cluster A
125
-
TFP en MBT
125
-
Marsha Linehan
125
-
Borderline-specifieke therapieën
125
-
308
Verandering van DSM-IV naar DSM-5
125
-
DSM-IV-TR
125
-
DSM-5
126
-
309
Belangrijke begrippen
126
-
Somatisatie
126
-
Psychosomatische stoornissen
126
-
310
Tweesporenbeleid
126
-
311
Diagnostiek
126
-
Categorische diagnose
126
-
Verklarende diagnose
127
-
312
Somatisch-symptoomstoornis
127
-
Kenmerken
127
-
313
Kritiek op de diagnose
127
-
314
Somatisch-symptoomstoornis met pijn
127
-
315
Meting
127
-
316
Ziekteangststoornis
128
-
Kenmerken
128
-
317
Diagnostiek ziekteangststoornis
128
-
Instrumenten
128
-
318
Conversiestoornis
128
-
Kenmerken
128
-
319
Diagnostiek conversiestoornis
128
-
Neuroloog
128
-
Psycholoog
129
-
320
Psychologische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden
129
-
321
Nagebootste stoornis
129
-
Kenmerken
129
-
322
Nagebootste stoornis by proxy
129
-
323
Transdiagnostische factoren
129
-
324
Cognitieve factoren
130
-
325
Gedragsmatige factoren
130
-
326
Emotionele factoren
130
-
Alexithymie
130
-
327
Sociale en culturele factoren
130
-
Medicalisering
130
-
Idioms of distress
130
-
328
Iatrogene factoren
130
-
329
Algemene behandelprincipes
131
-
330
Waarom niet focussen op de oorzaak?
131
-
331
Behandeling somatisch-symptoomstoornis
131
-
Case management
131
-
332
Behandeling bij pijnklachten
131
-
Graduele activatie
131
-
333
Kinesiofobie
132
-
Bewegingsangst
132
-
334
Behandeling ziekteangststoornis
132
-
335
Behandeling conversiestoornis
132
-
Hypnotherapie
132
-
336
Behandeling nagebootste stoornis
132
-
Niet doen
132
-
337
Belangrijke tentamenpunten
133
-
DSM-5 verandering
133
-
338
Ziekteangststoornis
133
-
339
Conversiestoornis
133
-
340
Belangrijke transdiagnostische factoren
133
-
341
Effectieve behandelingen
133
-
342
Voedingsstoornissen
134
-
Pica
134
-
Ruminatiestoornis
134
-
ARFID (vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis)
134
-
343
Verschil voedingsstoornis en eetstoornis
134
-
Voedingsstoornis
134
-
Eetstoornis
135
-
344
Belangrijkste eetstoornissen
135
-
345
Anorexia nervosa (AN)
135
-
Kenmerken
135
-
Restrictieve type
135
-
Eetbuien/purgerende type
135
-
346
Boulimia nervosa (BN)
135
-
Kenmerken
135
-
347
Eetbuistoornis (BED)
136
-
Kenmerken
136
-
348
Overige eetstoornissen
136
-
349
Ernst van de stoornis
136
-
AN
136
-
BN
136
-
BED
136
-
350
Veelvoorkomende kenmerken/comorbiditeit
136
-
351
Belangrijke begrippen
137
-
Lichaamsbeeld
137
-
Klinisch perfectionisme
137
-
Cross-over
137
-
352
Transdiagnostisch model
137
-
353
Diagnostiek
138
-
354
Diagnostisch interview
138
-
355
Eating Disorder Examination (EDE)
138
-
Vier subschalen
138
-
356
Vragenlijsten
138
-
Voorbeelden
138
-
Doel
138
-
Nadelen
138
-
357
Comorbiditeit
138
-
358
Lichamelijk onderzoek
139
-
359
Gevolgen van ondervoeding
139
-
360
Differentiaaldiagnostiek
139
-
361
Waarom veel patiënten geen hulp zoeken
139
-
362
Behandeling
140
-
363
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
140
-
Gouden standaard
140
-
364
Focus van CGT
140
-
365
IPT (interpersoonlijke therapie)
140
-
Doel
140
-
366
CGT versus IPT
140
-
CGT
140
-
IPT
140
-
367
Psychoanalytische therapie
141
-
368
Psychofarmaca
141
-
369
Behandeling van anorexia nervosa
141
-
370
Lange termijn effect
141
-
371
Praktijk
141
-
372
Probleem in praktijk
142
-
373
Belangrijke tentamenpunten
142
-
Gouden standaard diagnostiek
142
-
374
Gouden standaard behandeling
142
-
375
BN versus BED
142
-
BN
142
-
BED
142
-
376
ARFID
142
-
377
IPT bij BN
142
-
378
Belangrijke comorbiditeit
143
-
Samenvatting H3 – Verklaringen voor suïcide
143
-
Samenvatting H4 – Richtlijnen voor de behandeling van suïcidale patiënten
144
-
Samenvatting H5 – Systematische beoordeling van het suïciderisico
144
-
379
Analyse van de oefententamens PB2002
146
-
380
1. Grootste tentamenonderwerpen
147
-
ZEER belangrijk (komt veel terug)
147
-
Cognitieve gedragstherapie (CGT)
147
-
Stoornissen + behandeling
147
-
Suïcidaliteit
148
-
Psychofarmaca
148
-
Psychotherapievormen
148
-
381
2. Wat het tentamen typisch vraagt
149
-
382
3. Belangrijkste kennis per onderwerp
149
-
383
Diagnostische cyclus
149
-
Probleemanalyse
149
-
Verklaringsanalyse
149
-
Indicatieanalyse
150
-
384
4. FA en BA (héél belangrijk)
150
-
Functieanalyse (FA)
150
-
Betekenisanalyse (BA)
150
-
385
5. Cognitieve niveaus
151
-
Automatische gedachten
151
-
Conditionele assumpties
151
-
Basisschema’s
151
-
386
6. Angststoornissen
151
-
Paniekstoornis – CGT bestaat uit:
151
-
Sociale angst
152
-
Gegeneraliseerde angststoornis
152
-
387
7. OCS
152
-
388
8. PTSS
152
-
389
9. Persoonlijkheidsstoornissen
152
-
Cluster A
152
-
Borderline
153
-
390
10. Psychose
153
-
Huidige visie:
153
-
Clinical staging
153
-
391
11. Eetstoornissen
153
-
392
12. Verslaving
153
-
Zelfmedicatiemodel
153
-
Middelengebruik voorspellers
153
-
393
13. Suïcidaliteit
154
-
394
14. Psychofarmaca
154
-
Benzodiazepinen
154
-
Antidepressiva
154
-
Antipsychotica
154
-
395
15. Interpersoonlijke therapie (IPT)
154
-
396
16. Wat je moet memoriseren
155
-
Hoge kans op tentamenvragen
155