Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Mediagebruik | VUB | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
37
Geüpload op
28-05-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze samenvatting behandelt het volledige vak Mediagebruik aan de Vrije Universiteit Brussel. De aantekeningen dekken sleutelthema's zoals de conceptualisering van 'het publiek', evolutie van communicatiemodellen (van Laswell tot Hall), de media gap, constructivisme als analysekader, en actuele thema's rond dataficatie en publieksonderzoek. Met duidelijke structuur en alle kernconcepten uit de lessen uitgelegd, biedt dit document een solide basis voor examenvoorbereiding en verdieping in publieksonderzoek.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Mediagebruik
=> inzicht in de evolutie en relatie tussen media en publiek
=> publiek kritisch leren nadeneken over
hoe mediagebruik gemeten, gevormd, geconceptualiseerd wordt en hoe mensen acteif omgaan met
media
=> publieksstudies binnen communicatiewetenschappen
-> inzichten tussen media, publiek en socio-economische machtsverhoudingen
-> kritsche reflectie op media-ervaringen in huidige medialandschap
=> machtsrelaties tussen mediagebruikers en mediaorganisaties
-> (on)evenwicht tussen mensen en media

Deel 1: het publiek als object
1. Geschiedenis en conceptualisering van ‘het publiek’
Conceptualisering van ‘het publiek’
concept ‘publiek’ verschilt naargelang context en medium
-> contingent: afhankelijk van socio-eco-politieke context

media-ervaring is gelaagd
-> privé of openbaar
-> individueel of collectief

publiek = ontvanger
-> eerste comm.model (Harold Laswell): injectienaaldtheorie (zender centraal)
-> tweede comm.model (Shannon & Weaver): transmissiemodel, ruis (ontvanger centraal)
-> massapubliek:
 monolitisch: geen onderscheid in leeftijd, gender,...
 absorberend: info rechtstreeks opgenomen
DUS publiek als ontvanger = passieve interpretatie van publiek

publiek = betekenisgever (feedback)
-> betekenisvolle interactie tussen zender en ontvanger
-> encoding-decoding model (Stuart Hall): betekenisgeving en feedback centraal
DUS publiek als betekenisgever = actieve interpretatie van publiek
Media gap (Neuman, 1991)
=> feedback van ontvanger/publiek niet altijd op zelfde moment
-> feedback in face-to-face gebeurt direct, media gap tussen feedback en interactie is groter bij krant,
film, boek,...
-> 2 variabelen: tijd en grootte van bereikte doelgroep
Vb: tijd tussen het begin van het schrijven van een boek of filmscript en de uitgave van die
film/boek kan soms jaren zijn
Vb: tv & radio worden live uitgezonden dus de feedback is onmiddelijk
Vb: sociale media net zoals tv & radio -> onmiddelijke feedback door een zeer groot publiek

publiek = gebruiker van technologie
=> dubbele articulatie van media: zowel inhoud als technologie geven mee betekenis aan boodschap
-> context waarin media gebruikt worden en betekenis krijgen staat centraal (vb: externe of
interne ruis zorgt dat je minder aandachtig media consumeert en inhoud minder goed opslaat)
-> technologie vormt en wordt gevormd door ons gebruik ervan
- private context: gezinsleven, opvoeding
- social context maatschappelijke normen, economische&politieke context

,Constructivisme als lens om naar publiek te kijken
=> publiek krijgt verschillende betekenissen o.b.v context
-> niet 1 homogeen publiek
-> 1 persoon kan in verschillende publieken verschillende rollen opnemen
-> publiek is:
- abstract: te groot om volledig te kennen -> theoretiseren van het publiek
- contingent: ontstaat in specifieke situaties die veranderlijk is
- context-afhankelijk: historische, institutionele, academische context

*Imaginaire publiek: spreken over ‘het publiek’ zonder de specifieke kenmerken van
die groep te kennen
Vb: verbod op sociale media voor -16 - jarigen in Australië ->
media spreekt over belangen en noden van die groep zonder te beseffen wat dat publiek echt wilt -
> jongeren vinden illegale manier om sociale media te consumeren

3 theoretische modellen mediapubliek
1. Publiek als uitkomst: de effecten van media op het publiek (geen focus op publiek zelf)
2. Publiek als massa: wie is er deel van dat publiek (kwantitatieve benadering)
3. Publiek als ‘agents’: publiek als actor dat handelt met media
(hoe interpreteert het publiek media-inhouden)

Geschiedenis van het publiek
-> van real-time interactie naar hyper-gepersonaliseerde media-ervaring
- het publieke publiek - oude Grieken en Romeinen (700 v.C - 1400 n.C)
-> focus op real-time events: massa aangesproken in dezelfde ruimte en tijd
-> mondelinge communicatie (retoriek)
-> actieve en participerende burgers
 Nieuwe tijd (1400) - boekdrukkunst (1440)
-> scheiding tussen zender en ontvanger in afstand en tijd (media gap)
-> publiek is verspreid en onzichtbaar voor zender (imaginaire publiek)

 Liberalisme/democratisering (19de eeuw)
-> negatief beeld van publeik als menigte (the crowd – Le Bon, 1895)
-> psychopathologie van de massa
-> massa als opstandig, gewelddadig gezien
-> lage klasse, ‘working class’

 Massapubliek (20ste eeuw)
-> opkomst bewegend beeld (motion pictures)
-> in vrije tijd
-> verdeling in cultuur (cinema vs theater)


Conclusie: denken over ‘het publiek’ hangt samen met socio-politieke machtsstructuren
-> wie publiek definieert, bepaalt hoe hun rol in mediaomgeving begrepen wordt
-> sommige perspectieven benadrukken invloed van mediagebruikers & hun rol in interpretatie en ve
rspreiding van media-inhoud
-> sommige perspectieven benadrukken invloed van mediamakers & hun rol in beïnvloeding passieve
mediagebruikers

,Het publiek en de notie van macht
Structuur vs agency (Giddens, 1987)
structuur = type van sociaal gedrag of set
van interacties of relaties tussen mensen dat gereproduceerd worden over de tijd heen
= set van relaties en interacties tussen mensen, gereproduceerd over de tijd
Vb: de wet, de kerk, de overheid, het onderwijs, het kapitalisme,...

Agency = handelingen en eigen beslissingen van het individu binnen het systeem
=> acties die zorgen voor zowel verandering als reproductie van het systeem
Vb: betalen -> kapitalisme, les volgen -> schoolsysteem

Macht = power = het vermogen om resultaten te behalen (Giddens, 1986)
= het vermogen van een actor om de beslissingenvan een andere actor te beïnvloeden en/of
het welzijn van een andere actor te beïnvloeden ten opzichte van
de keuzes die zouden zijn gemaakt en/of het welzijn dat zou zijn ervaren als de
actor niet had bestaan of niet had gehandeld (Bartlett, 1989)
Vb: tv
-> in 1958: tv zorgt voor bepaalde structuur in
het dagelijkse leven van een gezin, bepaald waar mensen naar kunnen kijken op welke momenten va
n de dag. Agency: afstandsbediening; het bepalen van de zender (macht).
-> nu: structuur: verandering in normen en waarden (kinderen moeten niet meer kijken naar wat
de ouders kijken), agency: kiezen om niet naar tv te kijken door andere media te consumeren, scher
men zijn mobiel (gsm, laptop).

Conclusie
Publiek = theoretische abstractie
-> verschillen in geschiedenis van verschillende groepen mensen
MAAR de geschiedenis van de termen die men gebruikt om de rol van personen in relatie tot
media te vatten blijft min of meer gelijk
DAAROM is conceptualisering van het publiek tijd- en contextgebonden
-> afhankelijk van historische, sociale, politieke context
-> weerspiegelt belangen van verbeeldende/betekenisgevende actor
-> macht van publiek onderzoeken a.d.v concepten structuur en agency

2) Effecten en mediaberichten
 (19de eeuw)
-> negatief beeld van publiek als menigte (the crowd – Le Bon, 1895)
-> psychopathologie van de massa
-> massa als opstandig, gewelddadig gezien
-> lage klasse, ‘working class’

 (20ste eeuw)
-> opkomst bewegend beeld (motion pictures) (tv, film)
-> in vrije tijd
-> verdeling in cultuur (cinema vs theater)
-> ‘massapubliek’
= homogeen, onpersoonlijk publiek zonder kenmerken van een samenleving/ gemeenschap (Blum
er, 1954)
-> geografisch gescheiden maar inhoudelijk verbonden door media (over sociale klassen heen)
-> omkomst statistieken van massapublieken (vb: consumentenenquête

, DUS van collectief en persoonlijk naar anoniem en geografisch gescheiden publiek
-> zie transmissiemodel met ruis Shannon & Weaver (1949)
-> zie injectienaaldtheorie (zender centraal) Lasswel (1972)
-> publiek: monolitisch & absorberend
- monolitisch: geen onderscheid tussen leeftijd, gender,... in hoe mensen iets begrijpen
- absorberend: info rechtstreeks opgenomen
Conclusie: publiek als passieve ontvanger

Media-effectentheorieën (begin 20ste eeuw)
=> hoe media gedrag, houding, emoties en cognitieve ontwikkeling van individuen beïnvloeden
Opkomst
Charles Horton Cooley (1909)
-> eerste sociologische focus op impact media op publiek
-> invloed van film & radio op wereldbeeld mensen
- positieve media-effecten: mogelijkheid tot verdieping en ontwikkeling in interesses
- negatieve media-effecten: oppervlakkige representatie van complexe wereld

Filmpubliek - begin 20ste eeuw
-> bezorgdheid over filmpubliek (kinderen van werkende klasse)
-> bewegend beeld verandert beeld van mensen over realiteit
-> angst dat film realiteit zou vervangen (Hugo Münsterberg)
-> film als middel om ideeën van dominante klassen over te dragen naar publiek
-> moral panics = uitvergrote reactie op fenomeen door media
= zeer sterke negatieve reacties van het publiek op de verspreiding van een nieuw sociaal gedrag
-> media panics = specifiek soort moral panic die ontstaat rond de introductie van een nieuw type
media of inhoudsgenre

Injectienaaldtheorie - 1920-1940
=> massamedia een directe, krachtige en eenzijdige invloed hebben op een passief publiek
-> mensen nemen propagandaboodschappen klakkeloos over
-> massamedia gebruikt voor manipulatie van publiek

Verbeelde gemeenschap – Benedict Anderson
-> natie actief door de mens gecreëerd (NIET door de natuur)
-> natie = cultureel artefact gevormd door specifieke historische & sociale omstandigheden
-> natie => sociaal geconstrueerd door mensen en afhankelijk van verbeelding en symboliek
-> natie = verbeelde politieke gemeenschap, dat gelimiteerd en autonoom is
-> natie = groep mensen dat zich deel voelen van politieke of culturele gemeenschap
-> dus natie = verbeelde mentale constructen, verbeelde gemeenschap (imagined communities)
-> 4 redenen natie als verbeelde gemeenschap:
- leden van natie voelen zich 1 ook al hebben ze elkaar nog nooit ontmoet (mentale verbondenheid)
- naties zijn begrensde, afgebakende gemeenschappen binnen de mensheid
- natie is soeverein (door koning bestuurd) (ontstaan in periode God ondermijnd)
- ondanks ongelijkheid en uitbuiting, gevoel van broederschap

Massamaatschappijtheorie (begin 20ste eeuw)
-> shift van Gemeinschaft naar Gesellschaft (Ferdinand Tönnies)
-> van persoonlijke relaties naar anonimiteit en individualisme
-> publiek: geïsoleerd, kwetsbaar, beïnvloedbaar
-> grote invloed van media in het isoleren van mensen
Gemeinschaft Gesellschaft

Documentinformatie

Geüpload op
28 mei 2026
Aantal pagina's
37
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€11,09
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
dulieucleo

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
dulieucleo Vrije Universiteit Brussel
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
10
Laatst verkocht
3 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen