BEWEGING SAMENVATTING
INLEIDING
De kracht van bewegen: een gedeelde verantwoordelijkheid
= beweging is niet uitsluiten de taak van de LO-leerkracht. Het is de verantwoordelijkheid van het volledige
schoolteam. (komt ook voor op de speelplaats)
à motorisch en fysiek
- Stimuleren van de fysieke ontwikkeling en motorische basisvorming
à zelfredzaamheid
- Vergroten van weerbaarheid in diverse (onverwachte) situaties
à persoonlijk en sociaal
- Bijdragen aan karaktervorming, zelfvertrouwen en sociaal gedrag (executieve functies: emotieregulatie
en impulscontrole : dit kom je vaak tegen)
DE ONTWIKKELINGSFASEN: VAN NATUUR NAAR CULTUUR
Let op:
- Te weinig motorische competenties in vroege fasen leiden direct tot mindere schoolprestaties.
- Soms is er ook overlap mogelijk bv kinderen in het eerste leerjaar die al beseJen of beheersen, maar er
zijn ook kinderen die dit nog niet bevatten en das normaal want ze zitten in de fase van ervaren
HET VIERLUIK VOOR BEWEGEN: EEN BREDE SCHOOLVISIE
De 4 domeinen:
1. In de klas (bewegend leren, dynamisch zitten) : Belangrijk
voor ons als leerkracht
2. Op de speelplaats (vaste activiteiten, taak van het hele
team)
3. In de les LO (specifieke motorische doelen)
4. Buiten de school (verplaatsingen, als huiswerk)
In de klas
- Bewegingstussendoortjes
o Snel te organiseren, rituele dansjes, iedereen beweegt.
o Ideaal als insteek of afronding
- Bewegingshoeken
o Gekoppeld aan leerhoeken
o Bv. fijne motoriek oefenen
, - Dynamisch zitten
o Rechtstaan werken, schuin werkblad, omgekeerd op de stoel zitten, verplaatsingen creatief
invullen
Op de speelplaats
- Niet enkel vrij spel, maar vaste en ontworpen speelplaatsactiviteiten
- Gedeelde verantwoordelijkheid: toezicht is actieve begeleiding
In de les LO (de anatomie)
- Opwarming (+- 8min)
o Hoge intensiteit, weinig uitleg
o Snel starten, voorbereiden op de kern, voor alle kinderen
- De kern (20 – 35 min)
o Grootste lesdeel: oefenstof gericht op de doelen
o Hou de organisatie stabiel (wissel niet te vaak)
o Sluit aan bij de fasen: ervaren, beseJen of beheersen
- Het slot (afronding)
o Geestelijke en fysieke afbouw (rustig of net intensief)
o Onderwijsleergesprek: wat hebben we vandaag geleerd? Link naar klaspraktijk
Buiten de school (verplaatsingen, als huiswerk)
/
Samengevat volgende eJecten bewezen:
- De hersenstructuur en executieve functies
- Aandacht en concentratie
- Motorische vaardigheden en fysieke fitheid
- Sociaal gedrag, zelfbeeld en zelfvertrouwen
- Schoolprestaties (geen negatieve eJecten)
BEWEGINGSINTEGRATIE EN/OF BEWEGEND LEREN
= alle activiteiten om leerdoelen te bereiken en de fysieke activiteitsgraad te verhogen
Beweging BIJ het leren = beweging Beweging VOOR het leren = leren Beweging OM te leren = inzichtelijk
als middel door beweging leren
Wat? Wat? Wat?
= geen direct verband met de = bewegingen gebruiken om de = je gebruikt bewegingen om
leerstof. Beweging kan een middel leerstof te automatiseren inzichten aan te brengen
zijn om de kinderen meer te laten = beweging krijgt een functionele,
bewegen en gezondheid te conceptuele invulling
bevorderen, om als klaslkr = handelend leren
specifiek op een motorisch doel te
werken, om te zorgen voor een
krachtige leeromgeving
(concentratie aanscherpen).
De focus ligt op gezondheid en
concentratie (spanningsboog is
vaak 3-5 minuten)
Voorbeeld Voorbeeld Voorbeeld
= bewegingstussendoortjes om de = maaltafels oefenen via een = de trap gebruiken om erbij en
focus te resetten springspel, spellingswoorden eraf fysiek te ervaren
= rechtstaan naast stoel, krijgen springen = afstanden daadwerkelijk
een vraag met twee = scholen die investeren in stappen (favoriete
antwoordmogelijkheden, indien A fietspedalen onder de lessenaar vakantiebestemming, 1 stap is
stappen naar links, indien B 100 km, probeer nu te stappen
stappen naar rechts naar je bestemming)
, HET BEGRIP PSYCHOMOTORIEK (= driehoeken)
= alle leren begint bij beweging: de eerste taal die een baby spreekt, is beweging.
Een goede neurologische en motorisch ontwikkeling is één van de voorwaarden van een goede algemene
ontwikkeling, zowel van sportvaardigheden als van schoolse vaardigheden (bv lezen en schrijven).
Bv. hardnekkig blijven oefenen op het lezen van de b en de d helpt niet voldoende als je de onderliggende oorzaak
niet aanpakt, bv een niet zo goed ontwikkeld richtingsgevoel.
Het woord motoriek heeft betrekking op ons bewegingsapparaat. Reflexen en het centrale zenuwstelsel spelen
daarbij een belangrijke rol.
Het woord psyche= geestelijke inbreng
- Cognitief (bv kennis lichaam, kennis technieken, timing, ruimtebesef)
- Emotioneel (bv faalangst, stress, boos zijn na verlies…)
Psychomotoriek = doelgericht inzetten van je lichaam om een specifiek, vooraf bepaald door te bereiken; een
bewuste, vanuit de hersenen gestuurde beweging.
Indien er één component niet goed functioneert heeft dat een
directe impact op de andere componenten!
Bv. als kinderen touwtjespringen zijn zowel het springen als het
draaien belangrijk (motoriek), maar ook het juist inschatten van
het moment waarop je springt en de inschatting van de kracht
en snelheid waarmee je draait (cognitie). Tegelijkertijd
beïnvloeden je enthousiasme, faalangst… de manier waarop je
springt (emotioneel)
Neuromotoriek = complexe functionele bewegingen die gestuurd worden door het centrale en het perifere
zenuwstelsel
- Heeft invloed op de rijping van het zenuwstelsel
- Ervaring wordt opgedaan via zintuigen= leren doordoen
- Door veel te herhalen worden je bewegingen kwalitatiever
- Hierdoor ontstaat een rijpheid van de motorische ontwikkeling
Bv. je wil over een beek springen. Daarvoor motorische
vaardigheid nodig, maar ook je zintuigen. Deze moete
inschatten waar je net je afstootvoet plaatst (oor de beek en
niet er in). Er is een zekere mate van neurologische
ontwikkeling vereist (je hersenen die in staat zijn om de
spieren bewust aan te sturen op basis van zintuiglijke info).
Stel je springt en landt in midden van de beek. Je zintuigelijke
info geeft door dat je natte voeten hebt en je dus verder moet
springen en dus harder moet afstoten (motorisch systeem).
Indien nog niet voldoende ontwikkelt, nog aantal keer
proberen, je hersenen gaan steeds bijsturen tot het lukt
(neurologisch systeem).
INLEIDING
De kracht van bewegen: een gedeelde verantwoordelijkheid
= beweging is niet uitsluiten de taak van de LO-leerkracht. Het is de verantwoordelijkheid van het volledige
schoolteam. (komt ook voor op de speelplaats)
à motorisch en fysiek
- Stimuleren van de fysieke ontwikkeling en motorische basisvorming
à zelfredzaamheid
- Vergroten van weerbaarheid in diverse (onverwachte) situaties
à persoonlijk en sociaal
- Bijdragen aan karaktervorming, zelfvertrouwen en sociaal gedrag (executieve functies: emotieregulatie
en impulscontrole : dit kom je vaak tegen)
DE ONTWIKKELINGSFASEN: VAN NATUUR NAAR CULTUUR
Let op:
- Te weinig motorische competenties in vroege fasen leiden direct tot mindere schoolprestaties.
- Soms is er ook overlap mogelijk bv kinderen in het eerste leerjaar die al beseJen of beheersen, maar er
zijn ook kinderen die dit nog niet bevatten en das normaal want ze zitten in de fase van ervaren
HET VIERLUIK VOOR BEWEGEN: EEN BREDE SCHOOLVISIE
De 4 domeinen:
1. In de klas (bewegend leren, dynamisch zitten) : Belangrijk
voor ons als leerkracht
2. Op de speelplaats (vaste activiteiten, taak van het hele
team)
3. In de les LO (specifieke motorische doelen)
4. Buiten de school (verplaatsingen, als huiswerk)
In de klas
- Bewegingstussendoortjes
o Snel te organiseren, rituele dansjes, iedereen beweegt.
o Ideaal als insteek of afronding
- Bewegingshoeken
o Gekoppeld aan leerhoeken
o Bv. fijne motoriek oefenen
, - Dynamisch zitten
o Rechtstaan werken, schuin werkblad, omgekeerd op de stoel zitten, verplaatsingen creatief
invullen
Op de speelplaats
- Niet enkel vrij spel, maar vaste en ontworpen speelplaatsactiviteiten
- Gedeelde verantwoordelijkheid: toezicht is actieve begeleiding
In de les LO (de anatomie)
- Opwarming (+- 8min)
o Hoge intensiteit, weinig uitleg
o Snel starten, voorbereiden op de kern, voor alle kinderen
- De kern (20 – 35 min)
o Grootste lesdeel: oefenstof gericht op de doelen
o Hou de organisatie stabiel (wissel niet te vaak)
o Sluit aan bij de fasen: ervaren, beseJen of beheersen
- Het slot (afronding)
o Geestelijke en fysieke afbouw (rustig of net intensief)
o Onderwijsleergesprek: wat hebben we vandaag geleerd? Link naar klaspraktijk
Buiten de school (verplaatsingen, als huiswerk)
/
Samengevat volgende eJecten bewezen:
- De hersenstructuur en executieve functies
- Aandacht en concentratie
- Motorische vaardigheden en fysieke fitheid
- Sociaal gedrag, zelfbeeld en zelfvertrouwen
- Schoolprestaties (geen negatieve eJecten)
BEWEGINGSINTEGRATIE EN/OF BEWEGEND LEREN
= alle activiteiten om leerdoelen te bereiken en de fysieke activiteitsgraad te verhogen
Beweging BIJ het leren = beweging Beweging VOOR het leren = leren Beweging OM te leren = inzichtelijk
als middel door beweging leren
Wat? Wat? Wat?
= geen direct verband met de = bewegingen gebruiken om de = je gebruikt bewegingen om
leerstof. Beweging kan een middel leerstof te automatiseren inzichten aan te brengen
zijn om de kinderen meer te laten = beweging krijgt een functionele,
bewegen en gezondheid te conceptuele invulling
bevorderen, om als klaslkr = handelend leren
specifiek op een motorisch doel te
werken, om te zorgen voor een
krachtige leeromgeving
(concentratie aanscherpen).
De focus ligt op gezondheid en
concentratie (spanningsboog is
vaak 3-5 minuten)
Voorbeeld Voorbeeld Voorbeeld
= bewegingstussendoortjes om de = maaltafels oefenen via een = de trap gebruiken om erbij en
focus te resetten springspel, spellingswoorden eraf fysiek te ervaren
= rechtstaan naast stoel, krijgen springen = afstanden daadwerkelijk
een vraag met twee = scholen die investeren in stappen (favoriete
antwoordmogelijkheden, indien A fietspedalen onder de lessenaar vakantiebestemming, 1 stap is
stappen naar links, indien B 100 km, probeer nu te stappen
stappen naar rechts naar je bestemming)
, HET BEGRIP PSYCHOMOTORIEK (= driehoeken)
= alle leren begint bij beweging: de eerste taal die een baby spreekt, is beweging.
Een goede neurologische en motorisch ontwikkeling is één van de voorwaarden van een goede algemene
ontwikkeling, zowel van sportvaardigheden als van schoolse vaardigheden (bv lezen en schrijven).
Bv. hardnekkig blijven oefenen op het lezen van de b en de d helpt niet voldoende als je de onderliggende oorzaak
niet aanpakt, bv een niet zo goed ontwikkeld richtingsgevoel.
Het woord motoriek heeft betrekking op ons bewegingsapparaat. Reflexen en het centrale zenuwstelsel spelen
daarbij een belangrijke rol.
Het woord psyche= geestelijke inbreng
- Cognitief (bv kennis lichaam, kennis technieken, timing, ruimtebesef)
- Emotioneel (bv faalangst, stress, boos zijn na verlies…)
Psychomotoriek = doelgericht inzetten van je lichaam om een specifiek, vooraf bepaald door te bereiken; een
bewuste, vanuit de hersenen gestuurde beweging.
Indien er één component niet goed functioneert heeft dat een
directe impact op de andere componenten!
Bv. als kinderen touwtjespringen zijn zowel het springen als het
draaien belangrijk (motoriek), maar ook het juist inschatten van
het moment waarop je springt en de inschatting van de kracht
en snelheid waarmee je draait (cognitie). Tegelijkertijd
beïnvloeden je enthousiasme, faalangst… de manier waarop je
springt (emotioneel)
Neuromotoriek = complexe functionele bewegingen die gestuurd worden door het centrale en het perifere
zenuwstelsel
- Heeft invloed op de rijping van het zenuwstelsel
- Ervaring wordt opgedaan via zintuigen= leren doordoen
- Door veel te herhalen worden je bewegingen kwalitatiever
- Hierdoor ontstaat een rijpheid van de motorische ontwikkeling
Bv. je wil over een beek springen. Daarvoor motorische
vaardigheid nodig, maar ook je zintuigen. Deze moete
inschatten waar je net je afstootvoet plaatst (oor de beek en
niet er in). Er is een zekere mate van neurologische
ontwikkeling vereist (je hersenen die in staat zijn om de
spieren bewust aan te sturen op basis van zintuiglijke info).
Stel je springt en landt in midden van de beek. Je zintuigelijke
info geeft door dat je natte voeten hebt en je dus verder moet
springen en dus harder moet afstoten (motorisch systeem).
Indien nog niet voldoende ontwikkelt, nog aantal keer
proberen, je hersenen gaan steeds bijsturen tot het lukt
(neurologisch systeem).