1. Woordenschat
Inleiding
= belangrijke bouwsteen
= deel van het fundament
Hoe wordt woordenschat verworven in de moedertaal? Welke fases doorloopt een peuter?
- Leren spreken door na te bootsen, luisteren
- Alles uit de directe leefwereld krijgt een naam labelen
- Zeer veel herhaling herkennen zelf gebruiken (klanken losse woorden zinnen)
Woorden leren…
- Om er iets mee te doen
- Niet later, maar nu (in de klas)
- Binnen een betekenisvolle context
Thema’s: uit dagelijkse leven van kinderen
Herhalen, oefenen:
- Van receptief naar productief
- Van kennisgericht naar communicatiegericht
Doelen
Woordenschat = bouwsteen binnen vaardigheden
Receptieve beheersing <--> productieve beheersing
- Receptieve beheersing
o Herkennen en begrijpen
o Leren van betekenis en woordbeeld of de klank passieve kennis
o Lezen en luisteren
o Eerder bereikt dan productieve beheersing en woordenschatomvang is hier groter
- Productieve beheersing
o Het woord ook uit hun geheugen kunnen ophalen actieve kennis
o Spreken en schrijven
- Hoogfrequente woorden moeten zowel receptief als productief gebruikt worden
,Een woord heeft 3 basisaspecten
- Betekenis
- Vorm
- Gebruik
- Naast betekenis ook beheersen: woordsoort, lidwoord, meervoud, vervoeging, verbuiging) +
ook collocaties (combinatiemogelijkheden met andere woorden) oppikken
Vastgelegd in de minimumdoelen door de leerplancommissies (OVSG, GO!, KOV)
- Gemeenschappelijke basiswoordenlijst
o Identiek voor de drie onderwijsnetten
o 700tal woorden
o Gegroepeerd rond woordvelden uit eindtermen
o Einde zesde leerjaar: minimum deze woorden te kennen
o Voordeel? Alle lln kennen ongeveer dezelfde woordenschat op het einde van de
lagere school
Strategieën
Bij receptieve vaardigheden (lezen/luisteren): woorden afleiden uit de context
Laat lln oefenen met verschillende strategieën
- Betekenis van nieuwe woorden vinden door linken te leggen met aanwezige kennis via
transparante woorden betekenis achterhalen
- Woordenlijsten: aandacht voor woordsoorten die voorgesteld worden in een kader met
verschillende kleuren en afbeeldingen visueel geheugen gestimuleerd
- Woorden luidop uitspreken
- Mindmaps: woordenschat makkelijker onthouden
- Herhalen: woordenschat automatiseren – woorden meerdere keren herhalen over een steeds
langer wordend tijdsinterval door woorden af te dekken en focussen op woorden die nog
onvoldoende beheerst zijn met apps of woordkaarten
- Oefeningen opnieuw maken en gebruikmaken van woordenlijsten, woordenboeken en
hulpkaarten
- Leerwijzer bij methodes: hoe je woorden kan studeren
Didactische principes
- Voorbewerken
o Creëren van een gunstige beginsituatie
Organiseren van een context
Zorgen voor aandacht en betrokkenheid (motiveren)
Activeren van voorkennis
o Lkr zal de lln prikkelen
o = inleiding
o Wat is een “context”?
, = een tekst waarin alle nieuwe woorden aan bod komen
Kan een lees- of luistertekst zijn
Meestal biedt de methode een context aan.
Blijf wel kritisch + creatief!
- Semantiseren
o Verduidelijken van de betekenis van woorden binnen een context
o Nieuw te leren woorden aanbieden en woordbetekenissen duidelijk maken
o Component 1: betekenis
Uitbeelden: visuele hulpmiddelen inzetten om de betekenis van het
woord te ondersteunen
Uitleggen: de betekenis van het woord verhelderen met woorden,
woord gebruiken in een zin/context
Uitbreiden: koppel het woord aan de betekenis van andere woorden
en bouw een netwerk op van woorden die samen gebruikt kunnen
worden
Nieuwe woorden zoveel mogelijk visualiseren realia of prenten
Woorden mondeling bespreken en visueel ondersteund
Denk goed na over de context (= basis om betekenis nieuwe woorden te
achterhalen):
Zorg voor voldoende visuele ondersteuning ( wees kritisch!)
Werk bij voorkeur met een luisterfragment (i.p.v. leesfragment):
Mondelinge vaardigheden primeren
Confronteer je leerlingen eerst met de uitspraak, dan de schrijfwijze
o Component 2: uitspraak
Woord veel herhalen
Voorzeggen en nazeggen (in groep individueel)
o Component 3: woordbeeld
Bordschema:
Schrijven / werken met woordkaarten ( veel mogelijkheden!) /
digitaal
Woordbeeld:
o Vaste kleur (mannelijk vs. vrouwelijk / werkwoorden / …)
o Moeilijkheden aanduiden
o Groot lettertype
Betekenis:
o Met visuele ondersteuning / voorbeeldzin / transparantie / …
o Zo weinig mogelijk vertaling: enkel bij abstractere woorden
o Verbanden leggen (tegenstelling, synoniem, afgeleid woord)
Blijft zichtbaar bij het maken van oefeningen
- Consolideren
o Onthouden oefenen en herhalen (gevarieerde wijze en gespreid in de tijd
o Beginnen met kennisgerichte oefeningen (associaties, bingo, voorzeggen en
nazeggen, ...) meer communicatiegerichte oefeningen (dialoogjes, Wie is het?, ...)
o Oefeningen op receptief niveau oefeningen gericht op productieve vaardigheden,
eerst gestuurd door lkr oefeningen gericht op productieve vaardigheden, minder
gestuurd door lkr
o Oefeningen met stijgende moeilijkheidsgraad