MBG 2024-2025
H1: CHEMIE VAN LEVENDE ZAKEN
- Chemie: de studie materie
- Materie (alle materie bestaat uit moleculen die uit atomen bestaan)
o Alles wat massa heeft en ruimte inneemt
o Samengesteld uit elementen
- Elementen= Een fundamentele (zuivere) vorm v materie die niet kan worden afgebroken tot een eenvoudigere
vorm (alle elementen v periodic table)
- Atoom = kleinste eenheid ve element dat de fysische en chemische eigenschappen van dat element
behoudt.
o Alle materie bestaat uit atomen
o P+ en n0 zitten id kern vh atoom (uitzondering H die geen n0 heeft)
o E- zitten rond kern en constant in beweging (op verschillende schalen)
o Atomen die meer of minder n0 hebben dan normaal zijn isotopen (dus een andere atoommassa en
hetzelfde atoomnummer).
o Radio isotopen worden bij radiotherapie gebruikt om moleculen te “taggen” , zo kunnen we hun
locatie traceren
- Vrije radicalen = is een atoom/ molecule dat 1 of meer ongepaarde e- heeft op de buitenste schil, maar nog
steeds een onafhankelijk bestaan heeft. Heel reactief en nemen e- af van andere atomen of geven e- af.
(komen als toxisch afval vrij bij metabolische processen)
1. CHEMISCHE BINDINGEN
- Molecule = stabiele associatie tussen 1 of meer atomen
- Potentiële energie (opgeslagen) VS kinetische energie (in motion)
- E- dichter bij de kern minder potentiële energie => e- beweegt dichter naar kern, verliest energie ; e- beweegt
naar schil verder v kern, e- absorbeert energie
- Ion = elektrisch geladen atoom/molecule. (meer of minder
e-)
- Elektrolyten = ionen in een waterige oplossing
- Chemische bindingen: aantrekkingskrachten die atomen bij elkaar
houden
- Soorten chemische bindingen:
o Covalente bindingen: (sterk) een binding waarbij het delen
van elektronen tussen atomen ertoe leidt dat elk atoom een
maximaal gevulde buitenste schil van elektronen heeft
o Ionische bindingen: (matig sterk) de binding tussen 2
tegengesteld geladen ionen (atomen of moleculen die zijn
gevormd door permanente overdracht van 1 of meer
elektronen) (vb. zout NaCl) => breken gemakkelijk in
(waterige) oplossingen
o Waterstofbruggen: (zwak) de binding tussen tegengesteld
geladen gebieden van moleculen die covalent gebonden
waterstofatomen bevatten; zwakke verbindingen tn
wateratomen
1.2 ZWAKKE WATERSTOFBRUGGEN VORMEN ZICH TUSSEN POLAIRE MOLECULEN
- Vormt tussen polaire moleculen
- Polaire moleculen (bv. water, vandaar de vorm)
o Bevatten polaire covalente bindingen waarin sprake is van ongelijke verdeling v e-
o Over algemeen elektrisch neutraal, maar ongelijke ladingsverdeling
- Waterstofbrug
o Zwakke aantrekkingskracht tn tegengesteld geladen gebieden v polaire moleculen, die covalent
gebonden waterstofatomen bevatten
ijs is vast omdat er zich een herhalend patroon (onbuigzaam rooster) van waterstofbruggen vormt tussen
aangrenzende watermoleculen
,MBG 2024-2025
1.3 LEVENDE ORGANISMEN BEVATTEN ALLEEN BEPAALDE ELEMENTEN
- 99% vh lichaamsgewicht bestaat uit 6 elementen
o Zuurstof / oxygen
o Koolstof / carbon (basis v ons lichaam, leven op aarde)
o Waterstof / hydrogen
o Stikstof / nitrogen
o Calcium / calcium
o Fosfor / phosphorus
2. LIFE DEPENDS ON WATER
- 60% v je lichaam bestaat uit water
- Belangrijkste eigenschappen van water:
o Water is een uitstekend oplosmiddel
o Water is vloeibaar bij lichaamstemperatuur
o Water kan warmte-energie absorberen en vasthouden
o Verdamping van water verbruikt warmte-energie
o Water neemt deel aan essentiële chemische reacties
- Water is een biologisch oplosmiddel:
o Oplosmiddel/ solvent = vloeistof waarin andere stoffen oplossen
o Opgeloste stof / solute = elke opgeloste stof
o Water is een polaire vloeistof bij lichaamstemperatuur
o Hydrofiel / hydrophillic = polaire moleculen die worden aangetrokken door water en gemakkelijk
interageren met water
o Hydrofoob/ hydorphobic = niet-polaire neutrale moleculen die niet interageren met of oplossen in
water.
o Figuur: zie je dat – kant v water (O-kant) zich richten nar de Na-moleculen en de + kant eerder naar de
Cl-ionen => moleculen georiënteerd zoals het principe van opposites attract
- Water is een vloeistof bij lichaamstemperatuur
o Water heeft een belangrijke transportfunctie in het bloed, dat voor 90% uit water bestaat
o Water is het hoofdbestanddeel van:
▪ Intracellulaire ruimten
▪ Extracellulaire ruimten
▪ Fluid-filled ruimtes
,MBG 2024-2025
- Water helpt bij het reguleren vd lichaamstemperatuur
o Water absorbeert en houdt grote hoeveelheid warmte-energie vast met slechts een bescheiden
temperatuur stijging
▪ Voorkomt snelle veranderingen id lichaamstemperatuur
o Verdampingskoeling stelt het lichaam in staat om snel overtollige warmte te verliezen
- Water neemt deel aan chemische reacties
o Synthese van koolhydraten, eiwitten en lipiden produceert watermoleculen
o Afbraak van koolhydraten, eiwitten en lipiden verbruikt watermoleculen
3. HET BELANG VAN WATERSTOFIONEN
- Zuren (acids)
o Doneren waterstofionen (H+)
o Verhogen de waterstofionenconcentratie in oplossingen
- Bases
o Waterstofionen accepteren
o Verlaagt de waterstofionenconcentratie in oplossingen
- pH-schaal
o een maat voor de waterstofionenconcentratie
o zuiver water in pH 7
o varieert van 0-14:
▪ pH < 7 => zuur
▪ pH = 7 => neutraal
▪ pH > 7 => base
▪ pH van bloed is 7,4
3.1 BUFFERS MINIMALISEREN VERANDERINGEN IN PH
- minimaliseren de pH-verandering
- helpen een stabiele pH in lichaamsvloeistoffen te behouden
- koolzuur en bicarbonaat fungeren als een vd belangrijkste bufferparen vh lichaam
- HCO3– + H+ ⇄ H2CO3 (omkeerbare reactie)
o Als het bloed te zuur is: HCO3– + H+ → H2CO3
o Als het bloed te alkalisch is: H2CO3 → HCO3– + H+
, MBG 2024-2025
4. ORGANISCHE MOLECULEN VAN LEVENDE ORGANISMEN
- Koolstof is de gemeenschappelijke bouwsteen van organische moleculen
- Organische moleculen = moleculen met koolstof en andere elementen die covalent gebonden zijn
- Koolstof, de bouwsteen van levende wezens
o 18% van het lichaamsgewicht
o Vormt 4 covalente bindingen => enkele of dubbele
o Vaak bindingen met waterstof, stikstof, zuurstof of andere
koolstoffen
o Kan lineaire, vertakte of ringvormige moleculen vormen
o Kan micro- of macromoleculen bouwen
4.1 MACROMOLECULEN WORDEN GESYNTHETISEERD EN AFGEBROKEN ID CEL
- Dehydratatie synthese
o Verwijdert equivalent van een watermolecuul om moleculaire
eenheden te koppelen => subeenheden binden via covalente
verbindingen
o Vereist energie
o Bouwt macromoleculen uit kleinere subeenheden
- Hydrolyse
o Voegt het equivalent van een watermolecuul toe om
macromoleculen uit elkaar te halen
o Geeft energie vrij
- Dehydratatiesynthese is het omgekeerde van hydrolyse
- Macromoleculen: koolhydraten / carbohydrates, lipiden, proteïnen,
nucleic acids
5. KOOLHYDRATEN (SUIKERS): GEBRUIKT VOOR ENERGIE EN
STRUCTURELE ONDERSTEUNING
- Algemene formule: Cn(H20)n
- Monosachariden: eenvoudige suikers (1 enkelvoudige suikermolecule)
o Glucose
o Fructose
o Galactose
o Ribose
o Deoxyribose
- Oligosachariden zijn korte reeksen monosachariden die aan elkaar zijn
gekoppeld door dehydratatiesynthese
- Disachariden: 2 monosachariden aan elkaar gekoppeld
o Sucrose: glucose + fructose
o Maltose: glucose + glucose
o Lactose: glucose + galactose
H1: CHEMIE VAN LEVENDE ZAKEN
- Chemie: de studie materie
- Materie (alle materie bestaat uit moleculen die uit atomen bestaan)
o Alles wat massa heeft en ruimte inneemt
o Samengesteld uit elementen
- Elementen= Een fundamentele (zuivere) vorm v materie die niet kan worden afgebroken tot een eenvoudigere
vorm (alle elementen v periodic table)
- Atoom = kleinste eenheid ve element dat de fysische en chemische eigenschappen van dat element
behoudt.
o Alle materie bestaat uit atomen
o P+ en n0 zitten id kern vh atoom (uitzondering H die geen n0 heeft)
o E- zitten rond kern en constant in beweging (op verschillende schalen)
o Atomen die meer of minder n0 hebben dan normaal zijn isotopen (dus een andere atoommassa en
hetzelfde atoomnummer).
o Radio isotopen worden bij radiotherapie gebruikt om moleculen te “taggen” , zo kunnen we hun
locatie traceren
- Vrije radicalen = is een atoom/ molecule dat 1 of meer ongepaarde e- heeft op de buitenste schil, maar nog
steeds een onafhankelijk bestaan heeft. Heel reactief en nemen e- af van andere atomen of geven e- af.
(komen als toxisch afval vrij bij metabolische processen)
1. CHEMISCHE BINDINGEN
- Molecule = stabiele associatie tussen 1 of meer atomen
- Potentiële energie (opgeslagen) VS kinetische energie (in motion)
- E- dichter bij de kern minder potentiële energie => e- beweegt dichter naar kern, verliest energie ; e- beweegt
naar schil verder v kern, e- absorbeert energie
- Ion = elektrisch geladen atoom/molecule. (meer of minder
e-)
- Elektrolyten = ionen in een waterige oplossing
- Chemische bindingen: aantrekkingskrachten die atomen bij elkaar
houden
- Soorten chemische bindingen:
o Covalente bindingen: (sterk) een binding waarbij het delen
van elektronen tussen atomen ertoe leidt dat elk atoom een
maximaal gevulde buitenste schil van elektronen heeft
o Ionische bindingen: (matig sterk) de binding tussen 2
tegengesteld geladen ionen (atomen of moleculen die zijn
gevormd door permanente overdracht van 1 of meer
elektronen) (vb. zout NaCl) => breken gemakkelijk in
(waterige) oplossingen
o Waterstofbruggen: (zwak) de binding tussen tegengesteld
geladen gebieden van moleculen die covalent gebonden
waterstofatomen bevatten; zwakke verbindingen tn
wateratomen
1.2 ZWAKKE WATERSTOFBRUGGEN VORMEN ZICH TUSSEN POLAIRE MOLECULEN
- Vormt tussen polaire moleculen
- Polaire moleculen (bv. water, vandaar de vorm)
o Bevatten polaire covalente bindingen waarin sprake is van ongelijke verdeling v e-
o Over algemeen elektrisch neutraal, maar ongelijke ladingsverdeling
- Waterstofbrug
o Zwakke aantrekkingskracht tn tegengesteld geladen gebieden v polaire moleculen, die covalent
gebonden waterstofatomen bevatten
ijs is vast omdat er zich een herhalend patroon (onbuigzaam rooster) van waterstofbruggen vormt tussen
aangrenzende watermoleculen
,MBG 2024-2025
1.3 LEVENDE ORGANISMEN BEVATTEN ALLEEN BEPAALDE ELEMENTEN
- 99% vh lichaamsgewicht bestaat uit 6 elementen
o Zuurstof / oxygen
o Koolstof / carbon (basis v ons lichaam, leven op aarde)
o Waterstof / hydrogen
o Stikstof / nitrogen
o Calcium / calcium
o Fosfor / phosphorus
2. LIFE DEPENDS ON WATER
- 60% v je lichaam bestaat uit water
- Belangrijkste eigenschappen van water:
o Water is een uitstekend oplosmiddel
o Water is vloeibaar bij lichaamstemperatuur
o Water kan warmte-energie absorberen en vasthouden
o Verdamping van water verbruikt warmte-energie
o Water neemt deel aan essentiële chemische reacties
- Water is een biologisch oplosmiddel:
o Oplosmiddel/ solvent = vloeistof waarin andere stoffen oplossen
o Opgeloste stof / solute = elke opgeloste stof
o Water is een polaire vloeistof bij lichaamstemperatuur
o Hydrofiel / hydrophillic = polaire moleculen die worden aangetrokken door water en gemakkelijk
interageren met water
o Hydrofoob/ hydorphobic = niet-polaire neutrale moleculen die niet interageren met of oplossen in
water.
o Figuur: zie je dat – kant v water (O-kant) zich richten nar de Na-moleculen en de + kant eerder naar de
Cl-ionen => moleculen georiënteerd zoals het principe van opposites attract
- Water is een vloeistof bij lichaamstemperatuur
o Water heeft een belangrijke transportfunctie in het bloed, dat voor 90% uit water bestaat
o Water is het hoofdbestanddeel van:
▪ Intracellulaire ruimten
▪ Extracellulaire ruimten
▪ Fluid-filled ruimtes
,MBG 2024-2025
- Water helpt bij het reguleren vd lichaamstemperatuur
o Water absorbeert en houdt grote hoeveelheid warmte-energie vast met slechts een bescheiden
temperatuur stijging
▪ Voorkomt snelle veranderingen id lichaamstemperatuur
o Verdampingskoeling stelt het lichaam in staat om snel overtollige warmte te verliezen
- Water neemt deel aan chemische reacties
o Synthese van koolhydraten, eiwitten en lipiden produceert watermoleculen
o Afbraak van koolhydraten, eiwitten en lipiden verbruikt watermoleculen
3. HET BELANG VAN WATERSTOFIONEN
- Zuren (acids)
o Doneren waterstofionen (H+)
o Verhogen de waterstofionenconcentratie in oplossingen
- Bases
o Waterstofionen accepteren
o Verlaagt de waterstofionenconcentratie in oplossingen
- pH-schaal
o een maat voor de waterstofionenconcentratie
o zuiver water in pH 7
o varieert van 0-14:
▪ pH < 7 => zuur
▪ pH = 7 => neutraal
▪ pH > 7 => base
▪ pH van bloed is 7,4
3.1 BUFFERS MINIMALISEREN VERANDERINGEN IN PH
- minimaliseren de pH-verandering
- helpen een stabiele pH in lichaamsvloeistoffen te behouden
- koolzuur en bicarbonaat fungeren als een vd belangrijkste bufferparen vh lichaam
- HCO3– + H+ ⇄ H2CO3 (omkeerbare reactie)
o Als het bloed te zuur is: HCO3– + H+ → H2CO3
o Als het bloed te alkalisch is: H2CO3 → HCO3– + H+
, MBG 2024-2025
4. ORGANISCHE MOLECULEN VAN LEVENDE ORGANISMEN
- Koolstof is de gemeenschappelijke bouwsteen van organische moleculen
- Organische moleculen = moleculen met koolstof en andere elementen die covalent gebonden zijn
- Koolstof, de bouwsteen van levende wezens
o 18% van het lichaamsgewicht
o Vormt 4 covalente bindingen => enkele of dubbele
o Vaak bindingen met waterstof, stikstof, zuurstof of andere
koolstoffen
o Kan lineaire, vertakte of ringvormige moleculen vormen
o Kan micro- of macromoleculen bouwen
4.1 MACROMOLECULEN WORDEN GESYNTHETISEERD EN AFGEBROKEN ID CEL
- Dehydratatie synthese
o Verwijdert equivalent van een watermolecuul om moleculaire
eenheden te koppelen => subeenheden binden via covalente
verbindingen
o Vereist energie
o Bouwt macromoleculen uit kleinere subeenheden
- Hydrolyse
o Voegt het equivalent van een watermolecuul toe om
macromoleculen uit elkaar te halen
o Geeft energie vrij
- Dehydratatiesynthese is het omgekeerde van hydrolyse
- Macromoleculen: koolhydraten / carbohydrates, lipiden, proteïnen,
nucleic acids
5. KOOLHYDRATEN (SUIKERS): GEBRUIKT VOOR ENERGIE EN
STRUCTURELE ONDERSTEUNING
- Algemene formule: Cn(H20)n
- Monosachariden: eenvoudige suikers (1 enkelvoudige suikermolecule)
o Glucose
o Fructose
o Galactose
o Ribose
o Deoxyribose
- Oligosachariden zijn korte reeksen monosachariden die aan elkaar zijn
gekoppeld door dehydratatiesynthese
- Disachariden: 2 monosachariden aan elkaar gekoppeld
o Sucrose: glucose + fructose
o Maltose: glucose + glucose
o Lactose: glucose + galactose