1. Waarom wordt antropologie ook het kind van het kolonialisme genoemd?
De antropologie ontstond in de 19e eeuw tegen de achtergrond van Europese expansie en
slavernij, waardoor ze onlosmakelijk verbonden was met het kolonialisme. Westerse
antropologen bestudeerden 'primitieve' culturen vanuit een sterk ongelijke, eurocentrische
machtspositie waarbij de westerse beschaving als het middelpunt werd gezien. Hoewel zij
zelf niet actief koloniseerden, deelde de wetenschap deze koloniale ingesteldheid en bood
ze via veldwerk kennis om overzeese gebieden en inheemse volkeren efficiënter te
beheersen. Bovendien leverde de vroege antropologie het intellectuele en
wetenschappelijke kader om uiterlijke en culturele verschillen te verklaren. Deze
theorieën werden misbruikt om de onmenselijke behandeling, onderdrukking en
systematische uitbuiting in de kolonies te rechtvaardigen en te gedogen.
2. Wat is een breuklijn in het denken bij antropologie en evolutionisme?
De verwerping van de unilineaire, hiërarchische rangschikking van culturen. Waar
evolutionisten geloofden dat alle volkeren een eenzijdige evolutie van 'primitief' naar een
'hoogontwikkelde' westerse beschaving moesten doorlopen, stelde het latere
cultuurrelativisme dat elke cultuur een unieke, particuliere entiteit is. Deze denkomslag
brak met het eurocentrisme door culturen niet langer kwalitatief met elkaar te vergelijken of
af te rekenen op een westerse norm. In plaats daarvan pleit de moderne antropologie voor
holisme en objectiviteit, waarbij de levenswijze van een volk als een geïntegreerd en
gelijkwaardig systeem binnen zijn eigen historische context wordt bestudeerd. Men ging zo
de betrekkelijkheid van de eigen westerse waarden inzien en stapte af van het idee dat de
ene cultuur superieur is aan de andere.
3. Waarom wordt ontwikkelingswerk niet meer zo genoemd?
Stamt af van het verouderde evolutionistische denken, waarbij westerse wetenschappers
culturen eenzijdig rangschikten van 'primitief' naar een westers 'hoogontwikkeld' ideaal. Het
woord ademt de etnocentrische superioriteitsgedachte uit dat de westerse samenleving de rest
van de wereld moest 'optillen' naar hoger niveau. Vandaag wordt dit beschouwd als een foute
voorstelling van de werkelijkheid, omdat zo'n blik de unieke complexiteit, dynamiek en
gelijkwaardigheid van andere culturen negeert. Nu wordt dit, zoals in de SDG’s, “partnerschap”
genoemd. De term 'ontwikkelingswerk' is dus een evolutionistische voorstelling vd realiteit
omdat het etnocentrische en superieure visie heeft.
4. Zijn de primitieve volkeren een primitieve versie van hoe wij nu leven?
Volgens de moderne antropologie zijn zogenaamde 'primitieve' volkeren geen vroegere of
lagere versie van onze westerse samenleving. Enerzijds klopt het dat we fundamenteel
allemaal tot dezelfde menselijke soort behoren en de universele eigenschap delen om
1
, examenvragen
cultuur te vormen. Anderzijds benadrukt het cultuurrelativisme dat elke gemeenschap
volwaardige, unieke keuzes maakt die zijn afgestemd op haar eigen specifieke geschiedenis
en omgeving. Het is dan ook een verouderde en etnocentrische misvatting vanuit het
evolutionisme om te denken dat zij zich nog moeten "ontwikkelen" naar een westers ideaal.
Kortom: we zijn overal fundamenteel mens, maar de manier waarop we ons leven en onze
cultuur via eigen keuzes inrichten, verschilt van elkaar.
5. Geef definitie van cultuur van Tylor. Waarom is dat een eerste goede poging
tot definitie? Bespreek de elementen die de definitie een meerwaarde geven.
De definitie (1871): "Cultuur of beschaving, opgevat in haar brede etnografische betekenis,
is dat complex geheel dat bestaat uit kennis, overtuigingen, kunst, moraal, recht, gebruiken
en alle andere vermogens en gewoonten die mens heeft verworven als lid vd smleving".
Waarom dit een goede eerste poging was: Het was de eerste wetenschappelijke en
minder normatieve benadering van cultuur, waarbij het begrip cultuur als concept centraal
werd geplaatst in het onderzoek. Tylor erkende dat cultuur een universeel menselijk
fenomeen is; alle volkeren en groepen op aarde hebben cultuur, en niet enkel de
zogenaamd "hoogontwikkelde" of westerse samenlevingen. Meerwaarde vd elementen:
1. Verworven / Aangeleerd: hij geeft aan dat cultuur geen natuurlijke of aangeboren
eigenschap is, maar iets wat mensen aanleren als lid van een groep.
2. Een complex geheel: Hij zag cultuur als een geïntegreerd systeem of structuur.
3. Brede invulling: Door kunst, moraal, recht, kennis en gebruiken samen te nemen, toont
hij aan dat cultuur álle verworvenheden van ons sociaal mens-zijn omvat.
6. Geef de actuele definitie van cultuur uit antropologie.
Bodley (1994): "Cultuur is alles wat mensen hebben, denken en doen als lid van een
gemeenschap". Havilland (1990): cultuur bestaat uit de abstracte waarden, overtuigingen
en opvattingen die het menselijk gedrag sturen en tot uiting komen in dat gedrag. Het
wordt gedeeld, aangeleerd (niet biologisch geërfd) en het functioneert als een geïntegreerd
geheel.
7. Wat is de interpretatieve benadering van cultuur?
De interpretatieve benadering (met Clifford Geertz) stelt dat cultuur een web van
betekenissen en symbolen. Mensen geven continu betekenis aan hun wereld, en deze
betekenissen worden enkel tastbaar via concrete symbolen (woorden, gebaren, kledij,
objecten). Een simpel gebaar kan in verschillende contexten of culturen iets heel anders
betekenen. De antropoloog moet deze symbolen en handelingen proberen te ontcijferen
door het gezichtspunt van de insider (de 'native') in te nemen. Geertz noemt het
interpreteren en toevoegen van deze diepere, gelaagde betekenissen 'thick description'.
2