H8: GEBAKKEN EN NIET-GEBAKKEN KUNSTSTEEN
1. Gebakken kunststeen
1.1 Grondstoffen en types klei:
• Als grondstof klei (eventueel ook zand). Grotere concentratie aan onzuiverheden
(kalk, soda, kwartszand, …) heeft lagere smelttemperatuur tot gevolg.
• Verschillende kleisoorten:
o Sterk verontreinigde klei: gebruikt voor producten van gebakken aarde,
bv bakstenen, dakpannen, buizen, tegels, …
o Verglaasbare klei: voor vervaardiging van gres en keramiek, niet poreus,
ondoordringbaar voor vloeistoffen, verglazing.
o Zuivere kaolien: volledige verglazing, voor porselein (1400-1500 °C).
1.2 Baksteen:
• Definitie: Metselsteen uit gebakken klei of ander kleiachtig materiaal, gestookt
op voldoende hoge temperatuur om keramische binding te vormen.
• Terminologie:
- Legvlak: vlak die in metselwerk horizontaal wordt aangebracht.
- Strek: langste kant
- Kop: kortste kant
- Klezoor: kwart van metselsteen
- Halve steen
- Drieklezoor: ¾ steenlengte
- Klisklezoor: helft van baksteen, in lengte verticaal doorgezaagd.
- Geschifte steen: hoogte horizontaal verminderd.
• Indeling op basis van 3 criteria:
1. Volgens gebruiksbestemming: beschermd en onbeschermd metselwerk,
onderhevig aan omgeving, moeten daarop afgestemd zijn.
2. Volgens geometrische vom: afhankelijk van aantal perforaties in steen,
klassieke gevelsteen groep 1, snelbouwsteen groep 2/3.
3. Volgens productieproces: handvorm-, vormbak-, strengpersstenen.
, • Productie:
= Bakken op gepaste temperatuur, sintertemperatuur, van vooraf gevormde
portie klei. Kleirkorrels smelten, klitten samen, zo steenachtige massa.
Na bakken behoudt steen een porositeit.
1.3 Produtieproces::
1. Ontginning: klei, natuurlijke grondstof, wordt ontgonnen in
graverij/steenbakkerij in een ontginningsgebied.
2. Voorbereiding: mengen en doseren + raspen en walsen
- Mengen en doseren: streven naar optimale kwaliteit, verschillende
soorten klei, bevochtigen met water en stoom, doseermachines
zorgen voor juiste verhoudingen.
- Raspen en walsen: kleimassa homogeen en plastisch maken,
plasticiteit geven, in donkere vochtige ruimte bewaren voor
ontwikkeling van bacteriën.
3. Vormen: handvorm-, vormbak-, strengperssteen
- Handvormstenen: met hand gevormd, moderne
baksteenindustrie, recyclage kleioverschot.
- Vormbakstenen: steenpers, klei in droge toestand in de mal,
stevig napersen, strakke vorm, korrelig oppervlak.
- Strengpersstenen: in strengpers, 4 gladde zijden, 2 ruwere
snijvlakken, snelle productie.
4. Drogen: tot ze nog 2% vocht bezitten, te veel vocht > barsten tijdens
bakken, droogkamers/-tunnels.
5. Bakken: geleidelijk tot baktemperatuur: 850-1200°C, 2 manieren:
- Oxiderend bakken: toevoer vloeistof, gewone kleur van
baksteen bekomen
- Reducerend bakken: zonder toevoer vloeistof, donkere kleuren
Bekomen
- Ovens: onderbroken, ononderbroken bedrijf, tunneloven, veldoven
GEVELSTENEN SNELBOUWSTENEN
- Volle bakstenen in metselwerk - Geperforeerde bakstenen
- Regendichtheid, esthetisch - Niet decoratief
- Handvorm, vormbak, strengpers - Dragend & niet-dragend metselwerk
- Strengpers
- Niet vorstbestendig, niet buitenkant
1. Gebakken kunststeen
1.1 Grondstoffen en types klei:
• Als grondstof klei (eventueel ook zand). Grotere concentratie aan onzuiverheden
(kalk, soda, kwartszand, …) heeft lagere smelttemperatuur tot gevolg.
• Verschillende kleisoorten:
o Sterk verontreinigde klei: gebruikt voor producten van gebakken aarde,
bv bakstenen, dakpannen, buizen, tegels, …
o Verglaasbare klei: voor vervaardiging van gres en keramiek, niet poreus,
ondoordringbaar voor vloeistoffen, verglazing.
o Zuivere kaolien: volledige verglazing, voor porselein (1400-1500 °C).
1.2 Baksteen:
• Definitie: Metselsteen uit gebakken klei of ander kleiachtig materiaal, gestookt
op voldoende hoge temperatuur om keramische binding te vormen.
• Terminologie:
- Legvlak: vlak die in metselwerk horizontaal wordt aangebracht.
- Strek: langste kant
- Kop: kortste kant
- Klezoor: kwart van metselsteen
- Halve steen
- Drieklezoor: ¾ steenlengte
- Klisklezoor: helft van baksteen, in lengte verticaal doorgezaagd.
- Geschifte steen: hoogte horizontaal verminderd.
• Indeling op basis van 3 criteria:
1. Volgens gebruiksbestemming: beschermd en onbeschermd metselwerk,
onderhevig aan omgeving, moeten daarop afgestemd zijn.
2. Volgens geometrische vom: afhankelijk van aantal perforaties in steen,
klassieke gevelsteen groep 1, snelbouwsteen groep 2/3.
3. Volgens productieproces: handvorm-, vormbak-, strengpersstenen.
, • Productie:
= Bakken op gepaste temperatuur, sintertemperatuur, van vooraf gevormde
portie klei. Kleirkorrels smelten, klitten samen, zo steenachtige massa.
Na bakken behoudt steen een porositeit.
1.3 Produtieproces::
1. Ontginning: klei, natuurlijke grondstof, wordt ontgonnen in
graverij/steenbakkerij in een ontginningsgebied.
2. Voorbereiding: mengen en doseren + raspen en walsen
- Mengen en doseren: streven naar optimale kwaliteit, verschillende
soorten klei, bevochtigen met water en stoom, doseermachines
zorgen voor juiste verhoudingen.
- Raspen en walsen: kleimassa homogeen en plastisch maken,
plasticiteit geven, in donkere vochtige ruimte bewaren voor
ontwikkeling van bacteriën.
3. Vormen: handvorm-, vormbak-, strengperssteen
- Handvormstenen: met hand gevormd, moderne
baksteenindustrie, recyclage kleioverschot.
- Vormbakstenen: steenpers, klei in droge toestand in de mal,
stevig napersen, strakke vorm, korrelig oppervlak.
- Strengpersstenen: in strengpers, 4 gladde zijden, 2 ruwere
snijvlakken, snelle productie.
4. Drogen: tot ze nog 2% vocht bezitten, te veel vocht > barsten tijdens
bakken, droogkamers/-tunnels.
5. Bakken: geleidelijk tot baktemperatuur: 850-1200°C, 2 manieren:
- Oxiderend bakken: toevoer vloeistof, gewone kleur van
baksteen bekomen
- Reducerend bakken: zonder toevoer vloeistof, donkere kleuren
Bekomen
- Ovens: onderbroken, ononderbroken bedrijf, tunneloven, veldoven
GEVELSTENEN SNELBOUWSTENEN
- Volle bakstenen in metselwerk - Geperforeerde bakstenen
- Regendichtheid, esthetisch - Niet decoratief
- Handvorm, vormbak, strengpers - Dragend & niet-dragend metselwerk
- Strengpers
- Niet vorstbestendig, niet buitenkant