DIDACTISCH HANDELEN 2
DEEL 1: EXECUTIEVE FUNCTIES EN ZELFREGULEREND LEREN
1 EXECUTIEVE FUNCTIES
Executieve functies zijn hersenfuncties of denkprocessen die de lerende helpen om hun eigen
handelen en denken te gaan controleren. Op die manier krijg je eigenaarschap of het eigen leren.
Aan de hand van een boot-metafoor onderscheiden we 7 executieve functies:
Werkgeheugen
Helpt je om informatie vast te houden en te Moeite met onthouden van
bewerken bij het uitvoeren van taken. Daarnaast instructies, vergeten wat ze willen
gebruik je het om eerder geleerde kennis, zeggen, vergeten wat ze gingen doen
of waarmee ze bezig waren.
vaardigheden, ervaringen of probleemstrategieën toe
te passen in een situatie.
Inhibitie
Helpt je om impulsen van binnenuit en prikkels van Kunnen moeilijk op hun beurt
buitenaf af te remmen, waardoor je eerst kan wachten, beginnen een taak
nadenken, voordat je doet. alvorens instructie, snel afgeleid
Metacognitie en zelfmonitoring
Helpen je om een stapje terug te zetten in de situatie Moeite met reflecteren, niet bewust
om het proces te evalueren en eruit te leren voor een zijn van hun gedrag, zichzelf
volgende keer. overschatten.
Planning en organisatie
De vaardigheden die je helpen om een plan van Moeite met stellen van prioriteiten,
aanpak te maken en daadwerkelijk uit te voeren. moeite met inschatten van tijd
Taakinitiatie
Helpt je om je om op tijd en op een eEiciënte manier Niet direct ergens aan beginnen,
met een taak te beginnen. Ook het zelfstandig uitstelgedrag, geen hulp vragen,
bedenken van ideeën, strategieën, antwoorden en moeite met overzicht houden,
plannen en organiseren.
oplossingen valt hieronder (initiatief tonen).
Emotieregulatie
Helpt je om op een goede manier met je emoties om Overmatig/heftig reageren,
te gaan, zodat je doelen kunt realiseren, taken kunt stemmingswisselingen, moeite met
voltooien of gedrag kan controleren. kritiek
Flexibiliteit
Helpt je om soepel om te gaan met veranderingen, te Moeite met verandering/
schakelen tussen activiteiten en waar nodig je onverwachte gebeurtenissen/
gedachten aan te passen aan nieuwe nieuwe omgevingen, ...
omstandigheden.
1
, 2 ZELFREGULEREND LEREN
Zelfregulerend leren is een cyclisch proces waarbij een lerende zijn gedrag, gedachten,
gevoelens én motivatie zelf richting geeft met het oog op het bereiken van zijn leerdoelen en
afhankelijk van zijn context.
Het ZRL bestaat uit zes stappen die onderverdeeld worden in drie fasen:
Iedere stap bestaat uit meerdere zelfregulerende vaardigheden. In totaal onderscheidt men er 21.
Doelen formuleren
Je vertaalt je opdracht in specifieke, realistische en motiverende doelstellingen.
Plannen
Je bepaalt de stappen die je moet zetten om je doel te behalen en zet ze uit op een tijdpad.
Competentiegevoelens
Je schat je kansen op succes in op basis van je competenties.
Resultaatverwachtingen
Je schat je kansen op succes in op basis van je huidige situatie.
het leren
VOOR
Taakwaarde
De mate waarin je jouw opdracht relevant vindt. Hoe meer je het nut ergens van inziet, hoe
groter de motivatie om erover te leren.
Taakinteresse
Taakinteresse is jouw intrinsieke motivatie: hoe interessant vind je de opdracht of het
onderwerp.
Doeloriëntatie
Je investeert in je opdracht omdat je goed wilt presteren of omdat je wilt leren. De reden
waarom je iets doet en het volhoudt.
Zelfinstructies
het leren
TIJDENS
Je geeft jezelf instructies die je helpen focussen op je doel.
2
DEEL 1: EXECUTIEVE FUNCTIES EN ZELFREGULEREND LEREN
1 EXECUTIEVE FUNCTIES
Executieve functies zijn hersenfuncties of denkprocessen die de lerende helpen om hun eigen
handelen en denken te gaan controleren. Op die manier krijg je eigenaarschap of het eigen leren.
Aan de hand van een boot-metafoor onderscheiden we 7 executieve functies:
Werkgeheugen
Helpt je om informatie vast te houden en te Moeite met onthouden van
bewerken bij het uitvoeren van taken. Daarnaast instructies, vergeten wat ze willen
gebruik je het om eerder geleerde kennis, zeggen, vergeten wat ze gingen doen
of waarmee ze bezig waren.
vaardigheden, ervaringen of probleemstrategieën toe
te passen in een situatie.
Inhibitie
Helpt je om impulsen van binnenuit en prikkels van Kunnen moeilijk op hun beurt
buitenaf af te remmen, waardoor je eerst kan wachten, beginnen een taak
nadenken, voordat je doet. alvorens instructie, snel afgeleid
Metacognitie en zelfmonitoring
Helpen je om een stapje terug te zetten in de situatie Moeite met reflecteren, niet bewust
om het proces te evalueren en eruit te leren voor een zijn van hun gedrag, zichzelf
volgende keer. overschatten.
Planning en organisatie
De vaardigheden die je helpen om een plan van Moeite met stellen van prioriteiten,
aanpak te maken en daadwerkelijk uit te voeren. moeite met inschatten van tijd
Taakinitiatie
Helpt je om je om op tijd en op een eEiciënte manier Niet direct ergens aan beginnen,
met een taak te beginnen. Ook het zelfstandig uitstelgedrag, geen hulp vragen,
bedenken van ideeën, strategieën, antwoorden en moeite met overzicht houden,
plannen en organiseren.
oplossingen valt hieronder (initiatief tonen).
Emotieregulatie
Helpt je om op een goede manier met je emoties om Overmatig/heftig reageren,
te gaan, zodat je doelen kunt realiseren, taken kunt stemmingswisselingen, moeite met
voltooien of gedrag kan controleren. kritiek
Flexibiliteit
Helpt je om soepel om te gaan met veranderingen, te Moeite met verandering/
schakelen tussen activiteiten en waar nodig je onverwachte gebeurtenissen/
gedachten aan te passen aan nieuwe nieuwe omgevingen, ...
omstandigheden.
1
, 2 ZELFREGULEREND LEREN
Zelfregulerend leren is een cyclisch proces waarbij een lerende zijn gedrag, gedachten,
gevoelens én motivatie zelf richting geeft met het oog op het bereiken van zijn leerdoelen en
afhankelijk van zijn context.
Het ZRL bestaat uit zes stappen die onderverdeeld worden in drie fasen:
Iedere stap bestaat uit meerdere zelfregulerende vaardigheden. In totaal onderscheidt men er 21.
Doelen formuleren
Je vertaalt je opdracht in specifieke, realistische en motiverende doelstellingen.
Plannen
Je bepaalt de stappen die je moet zetten om je doel te behalen en zet ze uit op een tijdpad.
Competentiegevoelens
Je schat je kansen op succes in op basis van je competenties.
Resultaatverwachtingen
Je schat je kansen op succes in op basis van je huidige situatie.
het leren
VOOR
Taakwaarde
De mate waarin je jouw opdracht relevant vindt. Hoe meer je het nut ergens van inziet, hoe
groter de motivatie om erover te leren.
Taakinteresse
Taakinteresse is jouw intrinsieke motivatie: hoe interessant vind je de opdracht of het
onderwerp.
Doeloriëntatie
Je investeert in je opdracht omdat je goed wilt presteren of omdat je wilt leren. De reden
waarom je iets doet en het volhoudt.
Zelfinstructies
het leren
TIJDENS
Je geeft jezelf instructies die je helpen focussen op je doel.
2