1. Basisinformatie: De elementen van Ergonomie
Productergonomie draait altijd om vier kernelementen die elkaar beïnvloeden:
● Mens: Welke gebruikers zijn betrokken bij het product?
○ Dit kunnen professionele gebruikers of consumenten zijn,
○ vaak zijn er meerdere gebruikers (soms tegelijkertijd) die vanuit verschillende
functies met het product interageren 1.
● Gebruiker: De persoon die het product nuttigt en naar wie het ontworpen moet
worden 2.
● Verwachte gebruiker / Doelgroep: De personen van wie verwacht wordt dat ze het
product zullen gebruiken en de verzameling daarvan 3.
● Product: Dit kan een fysiek product zijn (materiële producten) of zonder fysieke
verschijningsvorm 1, 3.
Synoniemen die vaak gebruikt worden zijn:
● artefact,
● werktuig,
● gebruiksgoed
● technische functievervuller 3.
● Interactie: Alle acties die ontstaan wanneer twee of meer objecten een effect
hebben op elkaar 2.
● Omgeving: De externe factoren die invloed kunnen hebben op het gedrag van de
mens, het product of de interactie 2.
○ Dit is de meest variërende en moeilijkst te voorspellen factor 2.
1
,2. Het Optimum en de 5 Voorwaarden
Om te kunnen spreken van een ergonomisch product, moet het product voldoen aan een
optimum (een perfecte combinatie) van vijf voorwaarden 4:
1. Nut: De mate waarin een product de behoefte van de gebruiker bevredigt (er moet
interactie plaatsvinden om van ergonomie te spreken) 3.
2. Effectiviteit: De mate waarin een product het vooraf beoogde gebruiksdoel bereikt
4.
3. Efficiëntie: De inspanning die voor een bepaalde interactie nodig is (hoe minder
inspanning, hoe efficiënter) 4.
4. Comfort: De mate waarin een product comfortabel en aangenaam in gebruik is
(positieve productbeleving) en afwezigheid van discomfort 4.
5. Veiligheid: De mate waarin het product veilig is voor gebruikers, zonder schade te
berokkenen 4.
Theoretisch inzicht (Het Optimum):
Er is bij het ontwerpen niet slechts één goede oplossing 4. Het gaat om het vinden van een
balans. Soms gaan factoren ten koste van elkaar, zoals een hogere snelheid (kwantiteit) die
ten koste gaat van de kwaliteit, of een bepaald verlichtingsniveau waarbij productiviteit en
comfort met elkaar in conflict komen 5, 6.
● Waar te vinden: PPT 'P&E Theorie Les 1-1', slide 6 5.
● Wat: De twee grafieken die de overlappende curves tonen van (1) snelheid vs.
kwaliteit/kwantiteit en (2) verlichtingsniveau vs. comfort/productiviteit 5.
Extra begrippen hierbij:
● Kwaliteit = de mate van superioriteit;
● Kwantiteit = de meetbare hoeveelheid 7
2
,3. Domeinen binnen de Ergonomie
Ergonomie is onder te verdelen in drie wetenschappelijke domeinen 7:
● Sensorische ergonomie: Waarnemen en de werking van de zintuigen
○ (zien, horen, voelen).
● Cognitieve ergonomie: Begrijpen, onthouden en beslissen
○ (functies in de hersenen).
● Fysieke ergonomie: Lichamelijke aspecten en reacties
○ (lichaamsafmetingen, bewegingen, krachten).
Daarnaast wordt ergonomie ook ingedeeld op het doel of de context van het product:
● Productergonomie: De kennis integreren in het ontwerpproces van
gebruiksgoederen om de 5 voorwaarden (nut, comfort, etc.) te optimaliseren 8, 9.
● Arbeidsergonomie: Voor producten in een arbeidsomgeving
○ (nut staat vast, strenge normen) 10.
● Consumentenergonomie: Voor alledaagse consumenten
○ (brede groep, nut moet nog bepaald worden, geen specifieke normen) 11.
● Product- en systeemergonomie: Wanneer een product deel uitmaakt van een
groter, complex systeem van interacties 8.
Theoretisch inzicht (Plaats van Ergonomie): Ergonomie is een specifiek domein binnen
het productontwikkelingsproces. Het staat naast andere domeinen zoals Vormgeving, PVE
(Programma van Eisen), Technische aspecten en Economische aspecten 12. Het mag hier
niet mee verward worden, hoewel ze elkaar wel beïnvloeden 12.
3
, 4. Ergonomische Modellen & Het Interactiemodel
categorisering van producten:
Producten kunnen worden gecategoriseerd op basis van de afstand tot de gebruiker
(infrastructuur -> kapitaalgoed -> gebruiksgoed -> verbruiksgoed) 13.
De belangrijkste theorie uit dit hoofdstuk is de interactie tussen het 'systeem' van de mens
en het product.
De Waarneming-reactiespiraal & Het Levend Systeem
● Materie, Energie en Informatie moeten als invoer door het systeem stromen om het
in stand te houden 13.
● Het systeem verwerkt dit in de stappen:
Invoer ➔ Doorvoer, bewerking en opslag ➔ Uitvoer 14.
● Voor de mens vertaalt dit zich in de waarneming-reactiespiraal:
Waarnemen (sensorisch) ➔ Verwerken/beslissen (cognitief) ➔ Reageren (fysiek) 14.
Wat: Het blokschema dat toont hoe materie, energie en informatie het systeem in- en
uitgaan 15.
Analogie: Mens vs. Technisch Product
Het levend systeem (de mens) is perfect te vergelijken met de werking van een technisch
product 16:
● Mens: Zintuigen (Invoer) ➔ Brein (Doorvoer/Processor) ➔ Spieren (Uitvoer) 16.
● Product: Sensoren (Invoer) ➔ Processor (Doorvoer) ➔ Actuatoren (Uitvoer) 16.
● Wat: Het visuele schema met de hoofden, spieren, microfoons en actuatoren 16.
4