• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 80 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Juridische argumentatieleer | UA | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 80 pagina's

Geslaagd in eerste zit!! Cursusnotities voor Juridische argumentatieleer aan de Universiteit Antwerpen, gericht op de theorie van menselijk redeneren en juridische argumentatie. De aantekeningen behandelen kernconcepten zoals het drieveldig brein, Kahneman's systeem 1 en 2, voorwaardelijke verbanden, via-verbanden, causale redeneringen en juridische argumentatieschema's (betekenisregels, systematische overwegingen, doelstellingen). Perfect voor examenvoorbereiding en het begrijpen van hoe cognitieve processen het juridisch redeneren beïnvloeden.

Voorbeeld van de inhoud

Juridische argumentatieleer
I. Redeneren
TI. Cognitieve achtergrond


H1. De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten
 Theorie drievuldig brein (= triune brain)
o Oudste laag: reptielachtig brein
 Stuurt rigide, obsessief, compulsief en paranoïde gedrag
o Tweede laag: oude zoogdierenbrein
 Emoties, drijfveren en motivatie, kennisverwerving, tijdsbesef,
geheugen, geur
o Nieuwste laag: recente zoogdierenbrein
 Bijzondere cognitieve functies, bv. inventiviteit en abstract
redeneervermogen
 Is niet wetenschappelijk nauwkeurig
 Voordeel: kader voor menselijke onredelijkheid
o Mensen en dieren verschillen niet weinig qua cognitieve
capaciteiten, op sommige punten zijn dieren veel verstandiger
o Humans (echte mensen) vs. econs (zuiver rationale actoren)
o Idee van mens als rationele actor is zeer invloedrijk in het recht

Gevolg van evolutionaire wortels van menselijk redeneren

 Manipuleerbaar (‘nudging’)
o Ook ten goede
o Nudging= de impulsen die mensen hebben aanzetten om de juiste
beslissingen te maken

H2. Systeem 1 en Systeem 2-denken
Danial Kahneman

 Systeem 1: snel, intuïtief
 Automatische piloot
 Systeem 2: traag, rationeel
 Enkel bewust te activeren
 Overgang van de systemen
o Inslijting-> de rol van ervaring
o Keerzijde: curse of knowledge, wanneer kennis vanzelfsprekend is, is
deze vaak ook moeilijker om over te dragen
 Cognitieve vaardigheden zijn al lang ongewijzigd, de behoefte om
complexe redeneertaken uit te voeren is toegenomen
o S1 heeft neiging om willekeurige informatie te verwerven tot één
“coherent” verhaal
 Bv. complottheoriën
o Kritisch nadenken: systeem 2 activeren

, H3. Het brein als verbandleggende machine
 Systeem 1: spontaan verbanden tussen allerlei soorten informatie
o “Piet ging skiën, hij brak een been”
o Samenhang (geen logica of toeval)
 Voordeel: coherent kader
 Nadeel: verbanden zijn regelmatig niet correct
o Conceptverruiming door verminderde blootstelling (experiment met
blauwe bol)
 Systeem 2: actieve controle van verbanden

Voorwaardelijke verbanden

= bepaalde zin of uitspraak (‘propositie’) vormt voorwaarde voor andere
propositie

Via-verbanden (‘metonymieën’)

= een ding of entiteit gebruiken (vehikelentiteit) om mentale toegang te krijgen
tot een andere entiteit (doelentiteit) die er in onze ervaring nauw mee verbonden
is

 Talrijke soorten
o Deel/geheel, oorzaak/gevolg, producent/product...
o In deze cursus vooral D/G en O/G
 Ongericht en associatief: erg sterke verbanden
o Apofenie= onbewust verbanden gaan leggen tussen dingen die niks
met elkaar te maken hebben, stuurt het menselijk gedrag, bv.
Gokkers met zwart en rode vakjes
 Op zich niet problematisch, maar mogelijk gevaarlijk

Causale verbanden

= neiging om samenhangende gebeurtenissen in een relatie van oorzaak en
gevolg tot elkaar te plaatsen

 Correlatie= aangeven in welke mate variabelen verband met elkaar
houden
o Positief: als de ene stijgt, dan stijgt de andere ook
o Negatief: als de ene daalt, dan daalt de andere ook
 Eenduidige causale verbanden zijn zeldzaam
o Zestal vergissingen
1) Zwakke correlatie tussen feit 1 en 2
2) Onbepaalde richting van causaal verband
3) Alternatieve verklaringen
4) Overhaaste extrapolatie
5) Vage beschrijving van oorzaak
6) Geen oog voor relavante kwalitatieve gegevens
 Gelijke behandeling mannen en vrouwen (Berkeley, 1973)
o A: mannen deden meer aanvragen voor makkelijkere en
populairdere richtingen, de toelatingskansen waren veel hoger

, Aantal aanvragen Aantal toelatingen
Mannen 8442 44%
Vrouwen 4321 35%

 Kans dat er toch een causaal verband is
1) Positieve correlatie tussen feit 1 en 2?
2) Vaak voorkomende correlatie tussen feit 1 en 2?
3) Redenen dat feit 1 oorzaak is van feit 2 en niet omgekeerd?
4) Kan je uitsluiten dat tussen feiten 1 en 2 nog een derde feit zit?
5) Kan je een derde factor uitsluiten die zowel feit 1 als 2 veroorzaakt?
6) Zijn termen waarmee feiten 1 en 2 zijn beschreven, voldoende
duidelijk?

Als-het ware-verbanden (‘metaforen’)

= abstracte concepten voorstellen als concrete zaken

 Verschil met vergelijkingen: uitgesproken
 Verschil met metonymieën
o Meto: berust op contiguïteit en associatie, twee zaken maken deel
uit van zelfde conceptueel domein; doel= toegang
o Meta: berust op gelijkenis; doel= begrip



TII. Bouwstenen van redeneringen


H1. Basisbegrippen
Redenering

= een aaneenschakeling van beweringen, waarbij één bewering (de conclusie)
wordt afgeleid uit één of meerdere andere beweringen (de premisse)

 Geldigheid heeft niks te maken met inhoudelijke correctheid
 Premisse met elkaar in verband brengen om een redenering eruit te halen

Voorwaardelijke uitspraak (‘als-dan’)

= uitspraak die bestaat uit twee delen. Het ene deel geeft een voorwaarde aan;
het tweede deel geeft een gevolg aan dat afhangt van de voorwaarde in het
eerste deel.

 Als: geeft de voorwaarde aan
 Dan: geeft het gevolg weer
 Als iemand elke week naar de kerk gaat, dan is die christen
o Voorwaarde-> antecedens, komt eerst
o Gevolg-> consequens, komt tweede
 Antecedens staat echter niet steeds voor conseuens in een
voorwaardelijke uitspraak
Bv. Mijn wagen kan rijden als die voldoende brandstof heeft...

, Verschil

 Redenering: concrete uitspraak over situatie (‘inferentieel verband’)
o Bevestiging van premisse, conclusie en inferentieel verband-> Jan
gaat naar het park
 bv. De zon schijnt, dus gaat Jan naar het park.
o Je gaat een gevolgtrekking afleiden
 Voorwaardelijke uitspraak: blijft abstract (‘conditioneel verband’)
o Als de zon schijnt, gaat Jan naar het park-> geen besetiging/
onduidelijk!
 Men zegt niet dat de zon vandaag schijnt
o Is vaak een onderdeel/ bouwsteen van de redenering

Onderlinge samenhang

 Bij een redenering wordt een conclusie afgeleid uit een of meerdere
premisse
o Premisse= stelling die in een redenering gebruikt wordt om een
conclusie te rechtvaardigen, is je bouwsteen
 Kan een vorm aannemen van een voorwaardelijke uistpraak
 Een premisse kan de vorm aannemen van een voorwaardelijke uitspraak
 Propositie= abstracte uitspraak die waar of onwaar kan zijn,
o De kleinst mogelijke bouwsteen, is nog geen waarde aan gegeven
 Premisse en conclusie bestaan uit proposities
o Premissen bevatten er vaak meerdere
o Worden abstract genoteerd




Herhaling

 Redeneringen en voorwaardelijke uistpraken-> ook in het recht
 Juridische norm: vaak herformuleerbaar als conditioneel verband tussen
twee proposities
 Rechtsfeit en rechtsgevolg (Art. 6.5. BW.)
 ‘Als... dan...’-zinnen: in praktijk vaak niet helder
o Regelmatig onduidelijk wat voorwaarde en wat gevolg is (=
interpretatie)


H2. Soorten voorwaarden
 Bij voorwaardelijke uitspraken-> verschillende soorten voorwaarden
 Stel: volgend gesprek
-A: Mijn excuses dat ik te laat ben, mijn wagen is onderweg in panne
gevallen.

Documentinformatie

Geüpload op
25 mei 2026
Aantal pagina's
80
Geschreven in
2024/2025
Type
Samenvatting
€7,96

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
moensj
2,3
(3)
Verkocht
34
Volgers
0
Items
6
Laatst verkocht
1 maand geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen