ANS DE NOLF
LES 1: INTRODUCTIE TOT DE ANALYSE VAN MEDIATEKSTEN & SEMIOTIEK – 10/02/2026
➢ Examenvragen blijven hetzelfde
o Ookal is het een andere vrouw
INHOUD VAN HET VAK
Op het eind van dit opleidingsonderdeel kan de student:
• een overzicht geven van uiteenlopende sociale theorieën met daarin specifieke aandacht voor hun visies op de
werking van de media en hun theoretische grondslag voor verschillende concrete analysemethodes van
mediateksten.
• de verschillende aangereikte analysemethodes van mediateksten op hun eigen merites beoordelen en kritisch
onderling vergelijken.
• oordelen welk type analysemethode het meest geschikt is voor welke mediatekst en beargumenteren waarom.
• een rudimentaire analyse maken van om het even welke mediatekst, gebruikmakend van de methoden die zijn
aangereikt in de collegereeks.
HOUSEKEEPING
• Geen verplichte aanwezigheid
• Lesopname
• Bij vragen: mail of kom zeker langs in de pauze
• Cursusmateriaal:
o Boek en pwp kennen
o Leganto: bindteksten → niet kennen, wel handig ma fuck da
DIT COLLEGE
1. Opzet van de cursus en collegereeks
2. Opzet handboek (een specifieke kwalitatieve analyse; definities concepten; kaderteksten met voorbeeldstudies;
korte bespreking methode; korte bespreking essentiële stappen en procedures; leeslijst ter verdieping)
3. Wat is tekstanalyse?
4. Sociale theorieën en kijk op betekenis van media:
a. Procestheorieën van communicatie
b. Semiotiek
1
,INTRODUCTIE
1. Mediateksten en –inhouden bieden waardevolle informatie over de samenleving als geheel
o Werpen licht op
▪ Socio-culturele veranderingen
▪ Machtsverhoudeingen en ongelijkheden
o Bieden bronmateriaal voor maatschappelijke fenomenen
Fairclough (1995):
1. Teksten als vorm van sociale actie
2. Belangrijke empirische bronnen om inzicht te krijgen in de samenleving
a. Nu en vroeger
3. Teksten en inhouden als barometers van sociale processen
4. Teksten en inhouden als ideologisch speelveld
→ Teksten en inhouden zijn sociale praktijken
KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE ANALYSE
→ Mediateksten als middel om maatschappelijke werkelijkheid te begrijpen
→ ! Mediateksten kunnen niet los gezien worden van hun sociale en culturele context
OPZET CURSUS
1. TOONAANGEVENDE SOCIALE THEORIEËN MET ELK EEN ANDERE KIJK OP
BETEKENIS VAN MEDIA
• Receptie-georiënteerde theorieën (betekenisverlenend publiek)
• Technologiegedetermineerde theorieën (bv. McLuhan)
• Kritische theorieën om media, economie en macht in de kapitalistische samenleving te begrijpen: bv.
Marxisme; media als dragers van ideologie, cultuur & macht in de samenleving: Frankfurther
Schule/Frankfurt School of Critical Theory
• Media & de publieke sfeer (Habermas): bezorgdheid over commercialisering, focus op entertainment,
verzwakking publieke sfeer
2. THEORETISCHE BENADERINGEN VAN ANALYSE VAN MEDIATEKSTEN (BREED SCALA VAN
BENADERINGEN)
• Kwantitatieve inhoudsanalyse
o (richt zich op het waarneembare; grote hoeveelheden materiaal; beoogt generaliserende uitspraken)
• Kwalitatieve inhoudsanalyse
o (geeft voorkeur aan detail, subtiele processen van betekenisgeving, bv. vanuit constructivisme,
interpretativisme, cultural studies):
▪ Semiotische analyse (Colleges 1 & 2)
▪ Kwalitatieve & kwantitatieve analyse (College 3)
2
, ▪ Argumentatieanalyse en retorische analyse (College 4)
▪ Narratieve analyse (College 5)
▪ Frame-analyse (College 6)
▪ (Kritische) Discoursanalyse (College 7)
▪ Mixed methods: lexicale analyse op basis van corpora; netwerkanalyse (College 8)
WAT IS EEN TEKST EN WAT IS TEKSTANALYSE?
Teksten in Handboek:
• Inleiding (College 1 & 2)
• Sociale semiotiek (H1) (College 1)
MEDIATEKST
➢ Er zijn heel veel verschillende soorten mediateksten
o Kranten, films, instagramposts, kunst…
DEFINITIES
• Een tekst is:
o Een georganiseerde verzameling woorden (doorgaans geschreven)
o Een literair product, bijv. gedicht
o Een georganiseerde verzameling tekens (woorden, klanken, beelden)
• Tekstanalyse:
o Verwijst naar manieren waarmee kan worden geanalyseerd hoe teksten mogelijk
betekenissen creëren, en wat die betekenissen zijn.
• kan op basis van één ‘tekst’ maar vereisen meestal een vergelijking om een gefundeerd
antwoord te kunnen geven
OMGAAN MET TEKSTEN
TWEE MANIEREN VAN KIJKEN:
➢ Teksten zijn reflecties van de wereld (kwantitatieve methode, d.w.z. media
als spiegel)
o Bv informatieve en journalistieke media
➢ Niet noodzakelijk tegengesteld! mediarepresentaties zijn selectieve creaties (owv conventies, technische
mogelijkheden zender, opvattingen mediamaker) die publiek
beïnvloeden.
➢ Belangrijk: Tekst in context analyseren!
➢ Teksten zijn cultuurspecifieke en geïnterpreteerde constructies
(kwalitatief,
d.w.z. media als creatie/'shaper’)
o Indruk werkelijkheid zijn eigenlijk constructies, en dus een
representatie van de werkelijkheid
o Afhankelijk van o.a. technische mogelijkheden van de
zender, opvattingen van mediamakers, conventies
o Bij Encoding-decoding (Hall, 1980) valt dit onder
‘betekenisgeving’
CONCRETE VRAGEN DIE MEN ZICH KAN STELLEN BIJ ELKE MEDIATEKST:
o Wie heeft deze mediatekst gecreëerd? (encoding)
o Welke creatieve technieken zijn er gebruikt om mijn aandacht te trekken?
3
, o Hoe zouden verschillende mensen deze mediatekst verschillend begrijpen? (decoding, implied audience)
o Welke leefstijlen, waarden en gezichtspunten zijn gerepresenteerd of afwezig in deze mediatekst?
o Waarom bestaat deze mediatekst?
→Mediatekst best bekijken door lens ontvanger
▪ Betekenissen ontstaan pas op het moment dat de ontvanger de mediatekst gebruikt
▪ Polysemie (Hall, 1980): de ontvanger kan op verschillende manieren omgaan met de boodschap van de
zender
• Dominante decodering (preferred reading), aberrante decodering (oppositional reading),
onderhandelende decodering (negotiated reading) (Hall, 1980)
DEFINITIES
REPRESENTATIE
= het gebruik van taal om op een betekenisvolle manier iets te zeggen over de wereld, of om de wereld betekenisvol te
representeren voor andere mensen (Hall, 1997)
➢ Speelt een cruciale rol in het proces van produceren en uitwisselen van betekenis tussen leden van een cultuur
! Ideologische component: er zijn meerdere interpretaties mogelijk van dezelfde realiteit
Selectieproces beïnvloed representatie van de realiteit
MAAR
• Betekenis =/= inherent aan de woorden zelf
• maar wordt gevormd door de taalgebruikers
→ Noodzaak voor sociaal gedeelde code of taal en referentiekader (= conceptual maps)
GEBRUIK VAN TAAL OM DE WERKELIJKHEID UIT TE LEGGEN
DEFINITIES
Taal= Ieder geluid, beeld of object dat functioneert als een teken en deel uitmaakt van een systeem met andere tekens dat
betekenis in zich draagt of kan uitdrukken, kan gezien worden als een taal
→ Deze tekens representeren concepten en hun onderliggende relaties die aanwezig zijn in de conceptuele kaders in ons
hoofd
4