Algemeen deel
1. Toediening medicatie
1.1 ADME proces
1.1.1 Farmacokinetiek
1.1.1.1 Absorptie
Toediening medicijn absorptie in systematische circulatie (bloedbaan)
IV-toediening = directe toediening in bloedbaan (geen absorptiefase)
Plaats van absorptie:
• meloxicam: maag
• omeprazole: darmen
• kleine molecules: snellere diffusie dan grote molecules
snellere absorptie dan grote molecules
1.1.1.2 Distributie
Distributie van medicijn door lichaam naar verschillende weefsels
1.1.1.3 Metabolisme
= afbreken van medicijn zodat het kan uitgescheiden worden door lichaam
Vnl in lever beïnvloedt door pathologie van lever
• meestal inactivatie van medcijn
minder / niet werkzaam
Prodrugs = medicijnen die eerst gemetaboliseerd moeten worden om actief te worden
Cytochroom P450 enzymes: invloed op metabolisme van medcijnen
worden beïnvloed door medicijnen
• enzym inducerende medicijnen: zorgt voor toename van CYP450
= toename van metabolisme van medicijnen
• enzym inhiberende medicijnen: reductie hoeveelheid CYP450
= reductie metabolisme van medicijnen
1.1.1.4 Excretie
= verwijderen van medicatie uit lichaam
Vnl via nieren
• dieren met pathologie van nieren = verminderd vermogen om medicijnen uit te scheiden
• rekening mee houden!! (dosis aanpassen / medicijn niet gebruiken)
Via gal in SVS
1.2 Intravasculaire en extravasculaire toediening
1.2.1 Intravasculaire toediening
• intraveneus
- snelle werking (direct aanwezig in systematische circulatie + geen absorptie nodig)
- volledige dosis beschikbaar
• intra-arterieel
, - zeldzaam
- bloeddrukmeting & monitoring van bloedgassen
1.2.2 Extravasculaire toediening
= toediening buiten intra-arterieel en IV
• eerst absorptie vanuit plaats van toediening systematische circulatie
• geen direct effect na toediening
Medicatie via maagdarm first pass effect mogelijks afname van hoeveelheid eenmaal
in systematische circulatie
First pass effect:
• absorptie vanuit maagdarmstelsel -> portale circulatie
• naar vena porta -> lever: metabolisme -> algemene circulatie
1.3 Receptoren medicatie
Effect medicatie binding op receptor
Receptor: proteïne in/ op celwand binding met molecule medicijn
door binding: reactie van cel
• agonist: medicatie die bind op receptor -> respons
• antagonist: bindt op receptor -> geen respons & blokkeert binding van agonist
Stel medicatie bindt op andere receptoren = neveneffecten
1.4 Toedienen van medicatie
Enteriaal: via maagdarmstelsel
• oraal
• bucaal – sublinguaal
• rectaal
Parentaal: niet via maagdarmstelsel
• topicaal
• inhalatie
• injectie
1.5 Orale toediening
Voordelen Nadelen
• goedkoop • trage actie van medicatie
• gemakkelijk (trage absorptie & distributie)
• kan door eigenaar uitgevoerd worden • onregelmatige absorptie
• verschillende doseringen beschikbaar • sommige medicatie wordt afgebroken
door
enzymes in maagdarmstelsel
• niet bruikbaar voor brakende en buiten
bewustzijn-
de patiënten
1.6 Buccale en sublinguale toediening
• bucaal = via wangslijmvlies
• sublinguaal = onder tong
Voordelen Nadelen
• snelle werkzaamheid • speciesverschillen
, - hoge vasculariteit • weinig beschikbaar in deze vorm
- speeksel: lost medicijnen op • smaak
• bewusteloze patiënten
• brakende patiënten
• actieve stof: direct in circulataie
1.7 Rectale toediening
Rectale toediening: vloeistof / suppositoir / zetpil
Voordelen Nadelen
• bruikbaar als oraal niet lukt • onregelmatige absorptie en
onvoorspelbaar
variabel effect
• minder gemakkelijk door eigenaar zelf
thuis te
doen
1.8 Parenterale toediening
Parentaal:
• para = naast
• enteron = darm
niet via maag-darmkanaal!!
1.9 Topicale toediening
• topicale toediening = lokaal effect gewenst
• transdermale toediening = absorptie van medicatie door huid
Voordelen Nadelen
• gemakkelijke toediening • trage absorptie
• niet invasief • frequente toediening nodig
• direct ter plaatse • niet geschikt voor elke actieve stof
1.10 Ogen
Toediening pagina 195
Handschoenen dragen:
• immunosuppressieve stoffen / steroïden
• opname in systematische circulatie na veel of langdurig gebruik!!!
1.11 Oren
Aandachtspunten:
• controle trommelvlies
• handschoenen
• goede fixatie
• reinigen 20 minuten wachten medicatie toedienen
Contra-indicties:
• kopschudden
• scheve kopstand
• ataxie
• hoorproblemen
Toediening pagina 196
, 1.12 Neus
= absorptie door slijmvlies van neus
Vb: BBPi vaccin kennelhoest honden
1.13 Inhalatie
= medicatie gemengd met lucht/ gas inhalatie via mond/ neus naar longen
Nebulisatie:
• afgesloten ruimte/ masker
• bovenste luchtwegen
Inhalatie:
• endotracheale tube/ masker
• diepe luchtwegen (anesthesie)
Voordelen Nadelen
• snelle werkzaamheid • moeilijke toediening (gewenning dier)
• actieve stof direct op doelplaats • dure apparatuur
• minder neveneffecten
geen first pass effect = lagere dosis =
minder
Neveneffecten
1.14 Toediening via injectie
1.14.1Intraveneuze toediening
= rechtstreeks in veneuze bloedstroom
• langdurige toediening
• katheter in perifere vene
• max. 72 uur
Injectieplaatsen hond en kat:
• v. Cephalica
• v. Jugularis
• v. Saphenica lateralis (hond) / medialis (kat)
Voordelen Nadelen
• 100% biologisch beschikbaar: geen • asepsis
verlies • goede oplossing van geneesmiddel nodig