Vragen bijzondere dieren:
1. Aan de hand van een intra-osseuse catheter kan medicatie en/of vloeistof toegediend
worden in het beenmerg. Dit gebeurt voornamelijk bij spoedgevallen wanneer veneuze
toegang moeilijk is. Bij vogels moeten we echter opletten door een anatomische
bijzonderheid. X2
a. Bespreek deze anatomische bijzonderheid.
• Vogels hebben pneumatische beenderen. In deze beenderen zit geen
beenmerg. Niet alle beenderen zijn pneumatisch.
• De pneumatische beenderen staan in contact met de luchtzakken
b. Welke complicatie zou je kunnen verwachten?
• Wanneer er medicatie toegediend wordt in deze beenderen, kan dit in de
luchtzakken terechtkomen. Dit kan de ademhaling verstoren
c. Is het mogelijk om een intra-osseus infuus bij vogels uit te voeren?
• Ja, maar enkel in de niet-pneumatische beenderen. Deze bevatten wel
beenmerg
2. Bespreek de urineproductie en de morfologie van de nier bij volgende diergroepen. Geef
waar mogelijk aan wat klinisch relevant is X2
a. Lagomorpha:
• Uniloblaire nier
• Weinig geconcentreerde urine met hoog Ca-gehalte
• Niet doorzichtig door aanwezigheid van kristallen. Daarom genoeg water
drinken, want ze zijn gevoelig aan blaasstenen
b. Vogels:
• De nieren bestaan uit 2 lobben, en bevatten glomeruli met en zonder lis van
Henle.
• Bloed afkomstig van de achterpoten passeert eerst nog langs de nieren.
Daar kunnen ze er voor zorgen dat er meer langs de tubuli passeert en
minder langs de glomeruli. Hierdoor gaat er minder water verloren
• Nieren kunnen door anastomose ook gwn gebypassed worden. De vogels
beschikken dus over een renaal poortadersysteem
• Vogels hebben een cloaca, en geen blaas. Uitscheiding van de nieren zal
samengevoegd worden met de faeces.
• Vogels hebben een zeer efficiënte waterhuishouding, en gaan dus proberen
zo veel mogelijk water op te houden
c. Amfibiën:
• Bloed afkomstig van de achterpoten passeert eerst nog langs de nieren.
Daar kunnen ze er voor zorgen dat er meer langs de tubuli passeert en
minder langs de glomeruli. Hierdoor gaat er minder water verloren
• Amfibieën hebben geen metanephros als definitieve nier, maar een
mesonephros.
• Urine is weinig geconcentreerd
3. Ceacum en colon werking bij konijn uitleggen. Liefst aan de hand van een tekening. X2
a. Wanneer een konijn voedsel opneemt, zullen thv het caecum en proximaal colon
de moeilijk verteerbare vezels gescheiden worden van de verteerbare. De
moeilijk verteerbare zullen in de fusus coli samengedrukt worden, en in het
1. Aan de hand van een intra-osseuse catheter kan medicatie en/of vloeistof toegediend
worden in het beenmerg. Dit gebeurt voornamelijk bij spoedgevallen wanneer veneuze
toegang moeilijk is. Bij vogels moeten we echter opletten door een anatomische
bijzonderheid. X2
a. Bespreek deze anatomische bijzonderheid.
• Vogels hebben pneumatische beenderen. In deze beenderen zit geen
beenmerg. Niet alle beenderen zijn pneumatisch.
• De pneumatische beenderen staan in contact met de luchtzakken
b. Welke complicatie zou je kunnen verwachten?
• Wanneer er medicatie toegediend wordt in deze beenderen, kan dit in de
luchtzakken terechtkomen. Dit kan de ademhaling verstoren
c. Is het mogelijk om een intra-osseus infuus bij vogels uit te voeren?
• Ja, maar enkel in de niet-pneumatische beenderen. Deze bevatten wel
beenmerg
2. Bespreek de urineproductie en de morfologie van de nier bij volgende diergroepen. Geef
waar mogelijk aan wat klinisch relevant is X2
a. Lagomorpha:
• Uniloblaire nier
• Weinig geconcentreerde urine met hoog Ca-gehalte
• Niet doorzichtig door aanwezigheid van kristallen. Daarom genoeg water
drinken, want ze zijn gevoelig aan blaasstenen
b. Vogels:
• De nieren bestaan uit 2 lobben, en bevatten glomeruli met en zonder lis van
Henle.
• Bloed afkomstig van de achterpoten passeert eerst nog langs de nieren.
Daar kunnen ze er voor zorgen dat er meer langs de tubuli passeert en
minder langs de glomeruli. Hierdoor gaat er minder water verloren
• Nieren kunnen door anastomose ook gwn gebypassed worden. De vogels
beschikken dus over een renaal poortadersysteem
• Vogels hebben een cloaca, en geen blaas. Uitscheiding van de nieren zal
samengevoegd worden met de faeces.
• Vogels hebben een zeer efficiënte waterhuishouding, en gaan dus proberen
zo veel mogelijk water op te houden
c. Amfibiën:
• Bloed afkomstig van de achterpoten passeert eerst nog langs de nieren.
Daar kunnen ze er voor zorgen dat er meer langs de tubuli passeert en
minder langs de glomeruli. Hierdoor gaat er minder water verloren
• Amfibieën hebben geen metanephros als definitieve nier, maar een
mesonephros.
• Urine is weinig geconcentreerd
3. Ceacum en colon werking bij konijn uitleggen. Liefst aan de hand van een tekening. X2
a. Wanneer een konijn voedsel opneemt, zullen thv het caecum en proximaal colon
de moeilijk verteerbare vezels gescheiden worden van de verteerbare. De
moeilijk verteerbare zullen in de fusus coli samengedrukt worden, en in het