METHODIEK EN
VAARDIGHEDEN 2
1
, 1. ADEMHALINGSSTELSEL
1 INLEIDING
- Ademhaling is een vitale lichaamsfunctie => belangrijkste doel = zorgen voor regelmatige
uitwisseling van zuurstof en koolstofdioxide.
- Bij inademing wordt zuurstof opgenomen in de bloedbaan, via circulatie bereikt dit
zuurstofrijke bloed alle delen van het lichaam
- Bij een goed functionerende ademhaling is de mens in staat activiteiten uit te voeren:
o ADL-functies
o Sporten
o Communiceren
o …
- Mens heeft zuurstof nodig om te leven
- Ademhaling verminderd/bemoeilijkt (dr stoornis) => direct invloed op lichamelijke activiteiten
- WHO wijst op toenemende prevalentie, morbiditeit en mortualiteit van longaandoeningen in de
wereld
o Meest gekende: astma, COPD (COPD is momenteel 3e meest voorkomende
doodsoorzaak in de wereld)
- Zuurstoftherapie en inhalatietherapie vormen een belangrijke hoeksteen in behandeling van
dergelijke longaandoeningen
1.1 GASUITWISSELING
1.1.1 Bovenste luchtweg – onderste luchtweg
2
,2 RESPIRATOIRE INSUFFICIËNTIE
2.1 VENTILATIE – DIFFUSIE – PERFUSIE – OXYGENATIE
- Ventilatie = transport van het gasmengsel in
de luchtweg van en naar het alveo-capillair
membraan (= grensvlak tussen alveole en
capillair of tussen bloed en gas
- DiTusie= de gasuitwisseling doorheen het
alveo-capillair membraan
- Perfusie= de beweging van het bloed naar
en van de alveolen
- Oxygenatie= de afgifte van O2 aan het
bloed en de verzadiging ervan met zuurstof.
De zuurstof wordt dan gebonden aan de
hemoglobine. Er is sprake van arterieel
bloed. Nog geen sprake over afgifte van O2
aan cellen of weefsels
Wanneer er een stoornis optreedt op vlak van ventilatie, perfusie, diTusie of oxygenatie zal er
onvoldoende zuurstofvoorziening van de weefsels zijn
=> oorzaken van zuurstoftekort staan niet los van elkaar, ene factor kan de andere beïnvloeden
2.2 OORZAKEN VAN RESPIRATOIRE INSUFFICIËNTIE
- Afwijking in ventilatie
o Hangt af van doorgankelijkheid van luchtwegen, vermogen om luchtweg vrij te maken,
de borstkas uit te zetten en goedwerkende alveoli => veel factoren &ziekteprocessen
kunnen goede ventilatie hinderen.
§ Beperking in het vermogen om luchtweg vrij te maken
• Vb: niet kunnen hoesten, intubatie, verlaagd bewustzijn
§ Beperking in uitzetten van alveoli
• Vb: pneumonie, gebroken ribben, pijn misvorming borstkas,
neurologische aandoeningen, ademhaling onderdrukkende middelen,
immobiliteit
§ Factoren die surfactantactiviteiten beïnvloeden
3
, - Afwijking in diTusie
o Snelheid van diTusie is afhankelijk van het spanningsverschil tussen alveolus en het
bloed, de dikte van de opp waarover de diTusie moet plaatsvinden en de grootte van het
opp dat voor diTusie beschikbaar is
§ Dikte van diTusie opp. kan toenemen door een laag slijm in alveolus (vb)
§ Elke ziekte die de alveolaire membraan verdikt vermindert de permeabiliteit van
de alveolli en leidt tot een daling van het opgeloste O2 in het bloed
- Afwijking in perfusie
o Cellen hebben doorstroming van bloed in capillairen nodig om:
§ Zuurstof op te nemen
§ AfvalstoTen af te geven
o Adequate perfusie hangt af van
§ Normaal bloedvolume
§ Goed functionerend vaatstelsel
§ Voldoende pompkracht van het hart
o Stoornissen in 1 van deze factoren => onvoldoende weefselperfusie
o Bij een perfusiestoornis in de longcapillairen (vb longembolie) =>
§ Onvoldoende gasuitwisseling
§ Vooral verminderde zuurstofopname
- Afwijking in oxygenatie
o O2 wordt gebonden aan hemoglobine
o Stoornissen in de afbraak of aanmaak van erytrocyten kunnen gevolgen hebben voor de
zuurstofvoorziening
2.3 SYMPTOMEN VAN RESPIRATOIRE INSUFFICIËNTIE
Mogelijke klinische tekenen bij respiratoire insuTiciêntie:
- Gebruik van hulpademhalingsspieren - Transpiratie
- Neusvleugelen - Niet meer in staat zij om in (volzinnen) te
- Versnelde ademhalingsfrequentie spreken
- Wheezing - Niet plat willen of kunnen liggen
- Stridor - Agitatie, onrust, verminderd bewustzijn
- Cyanose
o Paarsblauwe verkleuring van de
huis en slijmvliezen
o Onderscheid tussen centrale
cyanose en perifere cyanose
Naast de observatie van deze symptomen kunnen ook een aantal technische onderzoeken uitgevoerd
worden om zicht te krijgen op de oxygenatie
Pulseoxymetrie is een niet-invasieve methode ó invasieve methode afname van arterieel bloedgas
Daarnaast zal de arts bijkomende onderzoeken aanvragen om zicht te krijgen op de oorzaak van de
respiratoire insuTiciëntie, zoals o.a. bloedafname, RX en of CT-scan van de thorax en ECG
4