Terminologie van RZL
Religie Een levensbeschouwing waarin verbondenheid centraal
staat (jezelf, anderen, natuur, ...) Levensbeschouwing ook
ruimte voor wat mens overstijgt of transcendente.
Godsdienst Een levensbeschouwing waarin ‘geloven in God’ als
betekenisvol wordt ervaren en een doorslaggevende rol
speelt in het beantwoorden van de vraag naar zingeving.
Een godsdienst is dus een religie maar onderscheiden zich door
concrete benoeming van een god. Bv. Rooms-katholiek geloof
! Boeddhisme niet want Boeddha ≠ god (wel voorbeeld)
Overstijgend karakter god verbod maken van beelden god ( die te kort
doen)
Zingeving Verwijst naar iets typisch menselijk: de vraag
‘waarom’ stellen. Wij zijn immers instinctarm in
vergelijking vb. met
een hond. Door dit gebrek aan instinct ‘moeten’ wij
op zoek naar oriëntatie, bepalen wij doelen en
stellen wij ons vragen waarop we het antwoord
nastreven. Daarnaast gaan we ook op zoek naar
motivatie, waarom handelen wij op een danige
manier? Crisissituaties zijn bij uitstek de situaties
waarin wij aan zingeving doen, ons waaromvragen
stellen. Zingeving heeft te maken met geluk en
betekenis.
Alles wat te maken heeft met de vraag wat zin,
betekenis, waarde of kwaliteit geeft aan het leven en
hoe je daarmee kunt omgaan.
Zingeving zowel passieve als actieve component.
Passief : je ontdekt iets dat je als zinvol ervaart. Het overkomt je,
het wordt gegeven / geschonken.
Actief : om leven als zinvol te ervaren moet je iets ondernemen. De
keuzes die je maakt en de manier waarop je met bepaalde
ervaringen in je leven omgaat zal invloed hebben op feit of je erin
slaagt leven als zinvol te ervaren.
Zelf zin geven aan je leven. (Zelf richten wat jij als zinvol ervaart,
omdat het jou aantrekt)
Zingeving = behoefte om te ‘weten’
Zin geven = behoefte van elke mens
,2 manieren om betekenis te geven aan leven
De mens moet elke dag zelf betekenis geven aan leven.
Het leven heeft betekenis in zichzelf, en wij kunnen er ‘zin’ in
aantreffen.
Spiritualiteit
levensbeschouwi Hoogstpersoonlijke kijk op het leven. Je ontwikkelt
ng (kleine l) deze door wat je meemaakt en hoe je betekenis en
waarde geeft.
Waar jij niet in gelooft, zegt ook iets over jouw levensovertuiging.
‘Ik geloof in niets’ er is niets waarin je in kunt geloven (als het
op zingeving aankomt)
Bewust (uitdrukkelijke opvattingen en overtuigingen) en
onbewust (impliciet zegt of welke keuze je maakt)
Ontwikkel je in relatie met anderen, door omgeving, maatschappij
of wereld
Levensbeschouwi Is min of meer samenhangend geheel van verhalen,
ng (grote L) bronnen, ideeën, tradities en rituelen. Vormen het
antwoord op levensvragen van mensen.
Doorgegeven generatie op generatie ( spreken van
levensbeschouwelijke tradities)
Vormt deel menselijke cultuur
Niveau van cultuur en gemeenschap
Verschillende soorten (godsdienstige, religieuze, filosofische,
politieke, sociale, ...)
Je kan je levensbeschouwing laten beïnvloeden door 1 of ++
Levensbeschouwingen.
Functies Levensbeschouwing
Zin geven aan het leven
Zorgen voor structuur en veiligheid in het leven
Steun en troost geven in moeilijke tijden van het leven
Levenswaarden aanreiken
Bron van inspiratie zijn
…
, Normatieve professionaliteit
Normatieve Elk professioneel handelen, behalve technische en
professionaliteit communicatieve kwaliteiten, heeft een morele en
ethische kant. Bij elke professioneel handelen spelen
normen en waarde een rol. Door stil te staan bij onze
normatieve professionaliteit krijgen we inzicht welke
waarden centraal staan en hoe normen erop
afgestemd zijn. Door aandachtig stil te staan groeit
expertise, veerkracht, wijsheid en excellentie als
leraar.
Als leraar geef je naast kennis ook normen en waarden mee
Beïnvloed kinderen door gedrag leraar
Denken goed onderwijs + welke invloed keuzes hebben op
ontwikkeling van leerlingen
Verschillende onderdelen :
Professioneel handelen : activiteiten die verricht worden binnen
professioneel kader? (Lesgeven, voorbereiden gesprekken met
iedereen)
Welke waarden en normen drijven ons, wat is essentieel in ons
beroep?
Technische kwaliteiten : activiteiten moeten voldoen aan
technische kwaliteiten. De didactische als pedagogische kant.
(Rekening gehouden BS, stellen we hoge verwachtingen,
afwisselende werkvormen, …)
Communicatieve kwaliteiten : communicatie met anderen. Als
leerkracht met iedereen (jezelf, kinderen, ouders, collega’s, …)
Communicatie aangepast aan persoon + aan boodschap
Morele kant : Leerkracht gaat ook over het besef dat elk handelen
een morele betekenis heeft. Feedback geven, omgaan met ouders /
kinderen weerspiegeld waarden en overtuigingen. Wat vind ik
goed onderwijs?
Leerkracht met hart en ziel voor de klas staan.