Vooral negatief discours ten opzichte van media en kinderen als ‘gevaarlijk’ (bv: school
shooting die wordt gelinkt aan gewelddadige videogames):
- Impact op ontwikkeling kinderen
- Geld uitgeven aan/in media
- Toegang tot “dark” activities (bv: gokken – bv ook op Twitch – in sommige landen
gebanned)
- Seksualiserende media -> more kids vulnerable to sexual exploits online: de helft van
Amerikaanse kinderen tussen 10 en 17 jaar rapporteren chat rooms te hebben
bezocht
Tendensen binnen medialandschap:
1. Sterkte toename in aanbod van technologie
a. Convergentie van mediatechnologie -> niet meer rechtlijnig tv kijken bijv.:
interactie!
b. Concentratie in eigendom van media (monopolisatie)
c. Toename in commercialisatie
2. Kinderen worden steeds vaker als doelpubliek gezien -> bijv.: in reclamewereld + zie
pester power
3. Digitalisering biedt intense media-ervaringen -> mediaervaringen worden steeds
meer actief
! Zeer snel veranderend medialandschap: moeilijk om dit in onderzoeksveld bij te houden
Mediabezit Vlaanderen (Apestaartjaren, 2024) -> leeftijd waarop kinderen eerste
smartphone krijgen daalt (8 jaar is gemiddeld leeftijd waarop kinderen een smartphone
krijgen) kleinere trends die hiermee zijn verbonden:
- Persoonlijk bezit van kinderen stijgt -> bij kinderen (8-12 jaar): vroeger was
sleutelmoment 1ste middelbaar maar nu al 5de -6de leerjaar
- Mobiele communicatie is enorm prominent: toegangspoort tot weide wereld,
kanalen gebruiken om te communiceren (! Weinig restricties: 72% van kinderen mag
zelf apps installeren)
- Schermtijd enorm hoog (verschuiving van televisie naar video’s kijken op
smartphones)
,Kinderen als mediaconsument: kinderen versus volwassenen
- Veel volwassenen hebben het idee dat media hen niet beïnvloeden, maar dat
anderen (met name jongeren) er wel door beïnvloed worden => third person effect:
effect neemt toe indien “de andere” jonger is: morele paniek, nood om kinderen te
beschermen
- Twee verschillende standpunten: twee extreme standpunten: waarheid ligt ergens in
het midden
Empowerment: Verschil in technologische expertise, potentiële risico’s (moeilijk
voor ouders om risico’s in te schatten en restricties op te leggen), gevolgen voor
ouderlijke begeleiding idee dat kinderen controle moeten krijgen over hun
eigen mediagebruik
Bescherming: Kinderen zijn kwetsbaar en hebben bescherming nodig = media
panics
Kenmerken van kinderen die mediaconsumptie beïnvloeden
1. Beperkte achtergrondkennis (kinderen hebben minder ervaring in het leven) van
kinderen heeft impact op:
- Begrip van mediaboodschap
- Beoordeling waarachtigheid mediaboodschap -> zie 42% van 5-12-jarigen denkt dat
TV-ads meestal correct zijn t.o.v. 40% zegt dat ze veelal niet correct zijn
- MAAR ook beperkte achtergrondkennis voor volwassenen
2. Sterke leergierigheid
- Kinderen leren van media -> zowel positief als negatief effect (stereotypering,
normen/waarden, gedrag)
3. Minder ervaring media
- Conventies binnen medium (bv. Filmtechnieken zoals flashback of zwart wit beeld –
moeilijk voor kinderen om te interpreteren)
- Productiecontext (bv. Commerciële motieven – moeilijk voor kinderen om te
onderscheiden)
- Genres (vb. satire)
The child-effect = kinderen kunnen ouders ook dingen bijleren – zie kinderen die thuiskomen
met nieuwe apps = ouders socialiseren kinderen… maar kinderen socialiseren ook ouders
(vooral zeer zichtbaar bij introductie nieuwe technologieën)
,Kinderen als mediaconsumenten (onderling verschillen) -> kinderen als heterogene groep
1. Leeftijd: cognitieve ontwikkeling
- Hersenen ontwikkelen zich in snel tempo
- 4-jarigen is niet hetzelfde als ene 6-jarige
- Maar ook socio-emotionele ontwikkeling van belang
2. Persoonlijkheidskenmerken
- Extravert/introvert
- Prosociaal gedrag
- Reguleren van emoties
- Mate van sensation seeking
3. Geslacht
- Mediagebruik is zeer geslachtsgebonden -> uit zich in keuzes van programma’s,
muziek, spelletjes
- Biologisch of cultureel? Beide -> gevolg van de socialisatie maar begint te veranderen
(vb. JBC, barbie)
Kinderen als mediaconsument: adolescenten versus kinderen
- Onderscheid kinderen/adolescenten -> vaak vertrekt men vanaf kinderen van 12 jaar
(vanaf middelbaar)
1) De overgang van kind naar adolescent is een complex proces – op 12-jarige
leeftijd verandert een kind in een emotioneel afstandelijke en onafhankelijke
13-jarige
, - Adolescenten = pubers en hebben vaak negatieve reputatie: “storm and stress”
mythe MAAR toename in onafhankelijkheid, ontwikkeling identiteit
1. Adolescenten, identiteitsontwikkeling -> experimenteren met verschillende
identiteiten (zie bijv. andere identiteit online), belang van zelfexpressie (online
zeker)
2. Sterkere onafhankelijkheid: meer buitenshuis (weg van ouders), binnenshuis
(mediaconsumptie binnen eigen kamer) bedroom culture = slaapkamer als
privéruimte
3. Risk behavior: roken, delicten, onveilige seks verklaringen:
onafhankelijkheidclaims, adolescent egocentrism = jongeren zijn vaak heel erg
gericht op zichzelf & uniek willen zijn, hersenen zijn ook nog niet volgroeid
Invloed media in nemen van risicogedrag?
4. Peers: zowel positieve invloed (sociale steun, bron van zelfvertrouwen) als
negatieve invloed (risicogedrag, antisociale groepsdruk >< goede band met
ouders als buffer)
5. Puberteit: hormonale veranderingen, seksuele ontwikkeling (media als bron van
informatie)
Hoe verwerken we een mediaboodschap?
- Vaak spreken we van polysemie = wil zeggen dat er verschillende betekenissen
kunnen worden toegekend aan mediateksten -> niet enkel bij kinderen, niet enkel
naargelang de cognitieve ontwikkeling, mediaconsumenten brengen heleboel
attitudes en achtergrondkennis met zich mee
- 5 belangrijke mentale activiteiten betrokken bij het verwerken van
mediaboodschappen deze veranderen naarmate iemand ouder wordt en dus
naarmate de cognitieve ontwikkeling
1) Gerichte aandacht en het selecteren van info
Relevante informatie selecteren uit groot aanbod sensorische info: bijv.
filteren van irrelevante geluiden of visuele afleidingen
2) Het vormen van een sequentie van gebeurtenissen: verschillende elementen
aan elkaar linken – op zoek gaan naar het narratief -> gevolg sequentie (niet
altijd even gemakkelijk voor kinderen)
3) Inferentie op basis van cues
Lege gaten opvullen “tussen de lijnen lezen” (bv. Droomscène
herkennen) (impliciete informatie afleiden)
Het aanleren van conventies binnen mediavormen
4) Relevante kennis (geheugen)
Media handelen immers over de ervaren realiteit (bv. Herkennen van
een bank in overvalscene)