LES 0: INTRODUCTIE
INTRODUCTIE
Waarom pijn belangrijk is
- Pijn is de meest voorkomende reden voor een consultatie
- Richtlijnen voor acute en oncologische pijn bestaan, maar worden
niet altijd toegepast
- Chronische pijn vaak niet enkel te verklaren vanuit biomedische
model
- Biopsychosociaal model essentieel voor goede pijnzorg
ROL VAN DE KINESITHERAPEUT
Pijn is 1 van de meest belastende ervaringen voor patiënten
De kiné:
- Stelt patiënten centraal binnen een biopsychosociaal kader
- Richt zich niet alleen op structuren, maar op pijnervaring en
functioneren
- Combineert biologische kennis met inzicht in gedrag en context
- Hanteert een breed palet aan vaardigheden volgens best practice
aanbevelingen:
o Communicatie
o Educatie
o Reflectieve prakijk
Communicatie bij pijn
- Gericht op het begrijpen van de pijnervaring van de patiënt
- Exploreert overtuigingen, verwachtingen en angsten rond pijn
- Besteedt aandacht aan de betekenis die de patiënt aan pijn geeft
- Vermijdt taal die dreiging of schade suggereert
o “slijtage”, “instabiliteit”, “iets kapot”
- Gebruik uitleg en taal die veiligheid en vertrouwen bevorderen
- Communicatie kan pijn versterken of dempen
Educatie bij pijn
1
, - Maak pijn begrijpelijk voor de P
- Verduidelijk het verschil tussen pijn en weefselschade
- Leg uit waarom pijn kan aanhouden zonder duidelijke schade
- Normaliseer pijn zonder te minimaliseren
- Stuur verwachtingen over herstel en evolutie bij
- Verleg focus van pijnreductie naar functioneren en zelfmanagement
Reflectieve praktijk bij pijn
- Kritisch stilstaan bij het eigen klinisch redeneren
- Bewust evalueren waarom een bepaalde interventie wordt gekozen
- Nadenken over de invloed van eigen houding en communicatie
- Nagaan of behandeling bijdraagt aan functionele vooruitgang
- Tijdig bijsturen bij stagnatie of ongewenste effecten
- Voorkomt doelloos of langdurig behandelen zonder meerwaarde
KLINISCHE DOMEINEN BINNEN PIJN-KINESITHERAPIE
- Acute pijn
o Post-op
o Posttraumatisch
o Acute pijn bij medische aandoeningen
- Oncologische pijn
o Door tumorinvasie of -compressie
o Gerelateerd aan diagnostische of therapeutische procedures
o Als gevolg van kankerbehandeling
- Chronische niet-oncologische pijn
o Meer dan 200 aandoeningen
o Beschreven in de IASP-taxonomie
EPIDEMIOLOGIE
- 20-25% van alle Belgen hebben chronische pijn
- 20% heeft al 10j of langer pijn
- LRP staat op nr 1
- Vrouwen meer last
- Incidentie stijgt met de jaren
- Grote kost
o Lage + moeizame werkhervatting
o Hoge kost pijnstilling
2
,PIJNTHEORIEËN
SPECIFICITEITSTHEORIE
Biomedisch model door Descartes:
- Pijn ontstaat door activatie van specifieke pijnreceptoren
- Lineair verband: noxische stimulus nociceptor pijn
- Elke sensatie heeft een eigen receptor en zenuwbaan
- Zeer bruikbaar bij acute pijn en letsel
- Meer schade = meer pijn
- Aparte zenuwuiteinden voor elke soort gewaarwording
- Schiet tekort want:
o Geen verklaring voor fantoompijn
o Geen verklaring voor allodynie
o Geen verklaring voor pijn na laesies
PATTERN THEORY – PIJN ALS ACTIVATIEPATROON
- Pijn ontstaat door het patroon en de intensiteit van zenuwactiviteit
- Geen aparte pijnreceptor noodzakelijk
- Dezelfde input = verschillende sensaties
- Sensatie w mede bepaald door verwerking in CZS
- Niet de stimulus, maar het activatiepatroon telt
- Pijn door combinatie van prikkels die door verschillende zenuwen
worden samengesteld en afhankelijk van wat er doorkomt heb je pijn
POORT-THEORIE
- Pijn w gemoduleerd in het RM en is geen directe afspiegeling van
weefselschade
- Sensorische input kan de “poort” openen of sluiten
o Grote vezels (Aβ): sluiten de poort (aanraking, wrijven,
beweging, TENS)
o Kleine vezels (C): openen de poort (nociceptieve input)
- Ook dalende modulerende banen vanuit hersenen
- Pijn
o + input = nociceptie
o + context = alles wat betekenis geeft aan de input; bepaalt
hoe bedreigend een prikkel w ervaren
3
, Verwachtingen, emoties, aandacht, eerdere ervaringen,
culturele en sociale factoren
o + modulatie dr ZS; bepaalt hoe sterk signaal w doorgelaten
Interneuronen, NTM
Inhiberende en faciliterende banen
- Prikkel komt toe in RM en daar wordt hij aangepast
- Andere prikkels geven om die te laten doorkomen ipv de pijnprikkel
NEUROMATRIX THEORY OF PAIN
- Brein genereert pijn obv meerdere informatiebronnen (sens, cogn,
emo, context)
- Deze verwerking gebeurt in een neuronaal netwerkt (neuromatrix)
- Elke persoon heeft een unieke “neurosignature”
- Pijn kan bestaan zonder nociceptieve input (fantoompijn, chronische
pijn)
- “Pijn is geen signaal dat binnenkomt, maar een actieve output vh
brein”
DEFINITIE PIJN
- onaangename sensorische en emotionele ervaring die geassocieerd
is met actuele of potentiële weefselschade, of beschreven wordt in
termen van dergelijke schade.
6 KEYNOTES ROND PIJN
Keynote 1:
- Pijn is altijd een persoonlijke ervaring, die in wisselende mate w
beïnvloed door biologische, psychologische en sociale factoren
- Belangrijk dat je P gelooft als die tegen jou zegt dat die pijn heeft
Keynote 2:
- Pijn en nociceptie zijn verschillende fenomenen. Pijn kan iet
uitsluitend worden afgeleid uit de activiteit van sensorische
neuronen.
Keynote 3:
- Mensen leren het concept ‘pijn’ doorheen hun leven, obv hun
ervaringen.
Keynote 4:
- De pijnervaring zoals door een persoon gerapporteerd, moet
gerespecteerd worden.
4