Moeder, waarom spreken wij?
Meertaligheid
Individuele meertaligheid: individu dat meer dan 2 talen spreekt
Meertalige situatie / maatschappelijke meertaligheid: situatie waarin
meerdere talen voorkomen (die niet noodzakelijk allemaal gedeeld worden
door iedereen)
bv. twee eentalige individuen, één spreekt Frans en andere Nederlands maar
geen gemeenschappelijke taal complexer dan meertalig individu
Meerstemmigheid
Individuele meerstemmigheid: individuen die al dan niet meertalig zijn en
meerdere “identiteiten” hebben, of zich niet in één hokje thuis voelen
bv. vader komt uit Frankrijk en spreekt Frans, moeder uit Japan en spreekt
Japans, en jij groeit als enig kind op in Antwerpen grote kans dat je
meertalig bent maar ook meerstemmig (complex-gelaagde identiteit;
waarschijnlijk zowel stukje Frans, als Japans als Vlaming in jou)
Maatschappelijke meerstemmigheid: een “superdiverse samenleving”
Sociolinguïstiek
= specifieke disciplinaire insteek om taalfenomenen te onderzoeken,
beschrijven, verklaren
Gaetano Berruto: de sociolinguïstiek gaat eigenlijk over het onderzoek naar
de manier waarop mensen met elkaar spreken (in specifieke contexten)
Centrale perspectief voor dit vak: taal is sociaal gebeuren heeft als
gevolg dat je ook die sociale context waarin taal “plaatsgrijpt” moet kunnen
meenemen in de beschrijving en analyse
Taalkundige antropologie:
Duranti’s 3 stromingen:
- Etnografie/etnolinguïstiek (kleine onderbeschreven gemeenschappen)
- Interactionele sociolinguïstiek en contactname
- Taal-als-sociale-actie & taalideologieën
3 leidvragen:
- Wat heeft menselijke taal dat dieren niet hebben
- Link met sociale interactie
- Link met cultuur/artefacten
Twee grote perspectieven binnen de syllabus: sociologisch perspectief (hoe
gaat maatschappij om met taal) en taal-in-actie perspectief (wat doen
sprekers met hun taalgebruik)
Taal = formeel object (bestaat uit tekens, lineaire sequentie, regeltjes, vormen,
structuur)
heeft ook functie (we doen iets met taal)
maar gaat uiteraard nog verder: saliency (iets dat in het oog springt of
opvalt) bv. “man bijt hond” (valt veel meer op dan “hond bijt man”), “ceci n’est
pas une pipe”, …
Noam Chomsky (generatieve grammatica): geloofde in taal als
aangeboren (nature), nl. iets dat klaar zit in onze hersenen bij geboorte, en
wacht tot je als kind ermee gaat puzzelen
geen sociolinguïst dus; eerder ontstaan als reactie tegen Chomsky’s
1
,taalkunde!
Nim Chimpsky: aap vernoemd naar hem, werd getraind menselijke taal te
leren (zou volgens Chomsky niet kunnen want andere hersens)
2
,Nature versus nurture?
Noam Chomsky (grondlegger generatieve grammatica): soort machinetje
in ons geheugen waardoor wij taal oppikken (ouders), taal als orgaan zit klaar in
onze hersenen vanaf geboorte
nativist point of view
De waarom-vraag: Aristoteles
4 aspecten aan de waarom-vraag:
1) Vraag naar oorzaak = vraag naar materiële oorzaak (materiële
condities, voorwaarden)
bv. overgang vloeibaar naar gastoestand van water: materiële oorzaak in
opwarming water
2) Vraag naar oorzaak = vraag naar beïnvloedende oorzaak
bv. je huis is normaal stevig maar stort plots in, dan waarschijnlijk
beïnvloedende oorzaak (bv. aardbeving)
3) Vraag naar de finale of functionele oorzaak (= mensen doen iets om een
bepaalde reden)
4) Vraag naar de formele oorzaak
bv. zon brandt fel huid is verbrand
Hoe zijn we tot taal gekomen? (formele condities, voorwaarden)
Wat zijn de formele condities die bij de mens tot taal hebben geleid?
Wij, homo sapiens, mens, enigen die taal hebben ontwikkeld zoals wij die
kennen (geïsoleerd)
er zijn dieren die communiceren en dus communicatief systeem hebben
(bv. miauwen om eten te krijgen) maar geen taal, alfabet, grammatica, etc. dus
beperkt, en geen “taal”
>> dus geen “taal” zoals wij die kennen, maar ergens sluiten we wel aan op
communicatie van andere soorten. Hoe verklaren we dat?
De mogelijkheidsvoorwaarden om tot taal te komen zijn allang aanwezig in
andere diersoorten dan de mens, via het evolutionaire perspectief
Dieren hebben verschillende communicatiemiddelen dus die
communicatieve lijn zit ingebakken in de evolutie!
Materiële oorzaak ligt dus in de evolutie van gespecialiseerde
communicatievormen
Maar dit is geen verklaring voor waarom enkel de mens via “taal”
communiceert …
Taal is voor mensen een essentieel instrument voor cognitie (kennis van de
wereld)
onze cognitieve ontwikkeling is disruptief t.o.v. andere soorten (mens is
gevaarlijk)
WAAROM wij taal hebben ontwikkeld, pakken we aan vanuit evolutionair
perspectief (NIET vanuit functioneel perspectief)
want evolutie gebeurt niet “om een bepaalde reden” maar wel door
genetische veranderingen in de tijd
Die evolutie wordt geëvalueerd in termen van “fitness” (natuurlijke
selectie)
3
, Reproductief succes >> genetische adaptaties die goed zijn, leveren
evolutionair voordeel op, en dus ook meer nakomelingen, die betere
overlevingskansen hebben, en die de nieuwe adaptatie ook makkelijker
kunnen overdragen op hun nakomelingen, enz. (cf. survival of the fittest)
Dit betekent dat ook taal deel is van dit evolutionair perspectief!
Taal heeft zich ontwikkeld vanuit bepaalde setting en die setting is
ongetwijfeld verbonden met een gedeelde setting (gedeeld met andere
diersoorten)
Evolutieleer: evolutie van vormen (niet van functies)
vorm gaat altijd voor op functie in deze leer (eerst vorm, dan er functie
aan toekennen) Vormen worden ook niet gecreëerd voor toekomstige functies bv.
de vleugels van vogels waren eerst thermoregulatoren (waarmee vogels hun
lichaamstemperatuur konden regelen) en zijn pas later gebruikt geworden om te
vliegen
Tegelijk kunnen we ons afvragen waarom gerelateerde diersoorten dan niet
spreken en wij wel
MAAR soorten waarmee we veel gemeen hebben: chimpansee en bonobo
(98% DNA gemeenschappelijk) >> zij maken geluid maar geen taal!
Vormevolutie: voorlopers moderne mens / homo sapiens hebben zich
ongeveer 6 miljoen jaar geleden afgesplitst van voorlopers huidige chimpansees
en bonobo’s
ondanks miljoenen jaren verschil: nog steeds 98% DNA gemeen; alle verschil
in die 2% dus!
Welke verschillen?
Kwantitatieve vormelijke verschillen (verschillen in meer of minder)
bv. meer/minder groot, sterk, rechtop lopen, beharing, … (= zichtbaar)
bv. grotere of kleinere hersenen (= minder zichtbaar)
Kwalitatieve vormelijke verschillen (verschillen in beter of slechter)
bv. mensen kunnen beter klanken produceren dan chimpansees
Maar ook grote verschillen wat de hele soort betreft:
Kwantitatieve verschillen: mens is verspreid over hele planeet <>
chimpansees/bonobo’s beperkt en bedreigd territorium (en zou verdwijnen
zonder mens)
Kwalitatieve verschillen: mens heeft hele planeet gedomineerd (en
veroorzaakt ook teloorgang van planeet en andere soorten)
Er is dus kloof tussen homo sapiens en dier!
kloof is bijzonder vanuit evolutionair perspectief omdat ze radicaal en “recent”
is (homo sapiens is ca. 200 000 jaar oud)
Hoe die kloof verklaren? – twee sterke hypotheses: continuïteit en disruptie
(allebei nature)
Continuïteitshypothese
Aapachtigen (en andere dieren) gebruiken communicatievormen:
Maken specifieke geluiden
bv. blauwaap maakt specifieke geluiden voor gevaar vanuit de lucht, of vanop
de grond
bv. bijen maken spatiale tekens (dansjes) om aan te geven waar voedsel is
4
Meertaligheid
Individuele meertaligheid: individu dat meer dan 2 talen spreekt
Meertalige situatie / maatschappelijke meertaligheid: situatie waarin
meerdere talen voorkomen (die niet noodzakelijk allemaal gedeeld worden
door iedereen)
bv. twee eentalige individuen, één spreekt Frans en andere Nederlands maar
geen gemeenschappelijke taal complexer dan meertalig individu
Meerstemmigheid
Individuele meerstemmigheid: individuen die al dan niet meertalig zijn en
meerdere “identiteiten” hebben, of zich niet in één hokje thuis voelen
bv. vader komt uit Frankrijk en spreekt Frans, moeder uit Japan en spreekt
Japans, en jij groeit als enig kind op in Antwerpen grote kans dat je
meertalig bent maar ook meerstemmig (complex-gelaagde identiteit;
waarschijnlijk zowel stukje Frans, als Japans als Vlaming in jou)
Maatschappelijke meerstemmigheid: een “superdiverse samenleving”
Sociolinguïstiek
= specifieke disciplinaire insteek om taalfenomenen te onderzoeken,
beschrijven, verklaren
Gaetano Berruto: de sociolinguïstiek gaat eigenlijk over het onderzoek naar
de manier waarop mensen met elkaar spreken (in specifieke contexten)
Centrale perspectief voor dit vak: taal is sociaal gebeuren heeft als
gevolg dat je ook die sociale context waarin taal “plaatsgrijpt” moet kunnen
meenemen in de beschrijving en analyse
Taalkundige antropologie:
Duranti’s 3 stromingen:
- Etnografie/etnolinguïstiek (kleine onderbeschreven gemeenschappen)
- Interactionele sociolinguïstiek en contactname
- Taal-als-sociale-actie & taalideologieën
3 leidvragen:
- Wat heeft menselijke taal dat dieren niet hebben
- Link met sociale interactie
- Link met cultuur/artefacten
Twee grote perspectieven binnen de syllabus: sociologisch perspectief (hoe
gaat maatschappij om met taal) en taal-in-actie perspectief (wat doen
sprekers met hun taalgebruik)
Taal = formeel object (bestaat uit tekens, lineaire sequentie, regeltjes, vormen,
structuur)
heeft ook functie (we doen iets met taal)
maar gaat uiteraard nog verder: saliency (iets dat in het oog springt of
opvalt) bv. “man bijt hond” (valt veel meer op dan “hond bijt man”), “ceci n’est
pas une pipe”, …
Noam Chomsky (generatieve grammatica): geloofde in taal als
aangeboren (nature), nl. iets dat klaar zit in onze hersenen bij geboorte, en
wacht tot je als kind ermee gaat puzzelen
geen sociolinguïst dus; eerder ontstaan als reactie tegen Chomsky’s
1
,taalkunde!
Nim Chimpsky: aap vernoemd naar hem, werd getraind menselijke taal te
leren (zou volgens Chomsky niet kunnen want andere hersens)
2
,Nature versus nurture?
Noam Chomsky (grondlegger generatieve grammatica): soort machinetje
in ons geheugen waardoor wij taal oppikken (ouders), taal als orgaan zit klaar in
onze hersenen vanaf geboorte
nativist point of view
De waarom-vraag: Aristoteles
4 aspecten aan de waarom-vraag:
1) Vraag naar oorzaak = vraag naar materiële oorzaak (materiële
condities, voorwaarden)
bv. overgang vloeibaar naar gastoestand van water: materiële oorzaak in
opwarming water
2) Vraag naar oorzaak = vraag naar beïnvloedende oorzaak
bv. je huis is normaal stevig maar stort plots in, dan waarschijnlijk
beïnvloedende oorzaak (bv. aardbeving)
3) Vraag naar de finale of functionele oorzaak (= mensen doen iets om een
bepaalde reden)
4) Vraag naar de formele oorzaak
bv. zon brandt fel huid is verbrand
Hoe zijn we tot taal gekomen? (formele condities, voorwaarden)
Wat zijn de formele condities die bij de mens tot taal hebben geleid?
Wij, homo sapiens, mens, enigen die taal hebben ontwikkeld zoals wij die
kennen (geïsoleerd)
er zijn dieren die communiceren en dus communicatief systeem hebben
(bv. miauwen om eten te krijgen) maar geen taal, alfabet, grammatica, etc. dus
beperkt, en geen “taal”
>> dus geen “taal” zoals wij die kennen, maar ergens sluiten we wel aan op
communicatie van andere soorten. Hoe verklaren we dat?
De mogelijkheidsvoorwaarden om tot taal te komen zijn allang aanwezig in
andere diersoorten dan de mens, via het evolutionaire perspectief
Dieren hebben verschillende communicatiemiddelen dus die
communicatieve lijn zit ingebakken in de evolutie!
Materiële oorzaak ligt dus in de evolutie van gespecialiseerde
communicatievormen
Maar dit is geen verklaring voor waarom enkel de mens via “taal”
communiceert …
Taal is voor mensen een essentieel instrument voor cognitie (kennis van de
wereld)
onze cognitieve ontwikkeling is disruptief t.o.v. andere soorten (mens is
gevaarlijk)
WAAROM wij taal hebben ontwikkeld, pakken we aan vanuit evolutionair
perspectief (NIET vanuit functioneel perspectief)
want evolutie gebeurt niet “om een bepaalde reden” maar wel door
genetische veranderingen in de tijd
Die evolutie wordt geëvalueerd in termen van “fitness” (natuurlijke
selectie)
3
, Reproductief succes >> genetische adaptaties die goed zijn, leveren
evolutionair voordeel op, en dus ook meer nakomelingen, die betere
overlevingskansen hebben, en die de nieuwe adaptatie ook makkelijker
kunnen overdragen op hun nakomelingen, enz. (cf. survival of the fittest)
Dit betekent dat ook taal deel is van dit evolutionair perspectief!
Taal heeft zich ontwikkeld vanuit bepaalde setting en die setting is
ongetwijfeld verbonden met een gedeelde setting (gedeeld met andere
diersoorten)
Evolutieleer: evolutie van vormen (niet van functies)
vorm gaat altijd voor op functie in deze leer (eerst vorm, dan er functie
aan toekennen) Vormen worden ook niet gecreëerd voor toekomstige functies bv.
de vleugels van vogels waren eerst thermoregulatoren (waarmee vogels hun
lichaamstemperatuur konden regelen) en zijn pas later gebruikt geworden om te
vliegen
Tegelijk kunnen we ons afvragen waarom gerelateerde diersoorten dan niet
spreken en wij wel
MAAR soorten waarmee we veel gemeen hebben: chimpansee en bonobo
(98% DNA gemeenschappelijk) >> zij maken geluid maar geen taal!
Vormevolutie: voorlopers moderne mens / homo sapiens hebben zich
ongeveer 6 miljoen jaar geleden afgesplitst van voorlopers huidige chimpansees
en bonobo’s
ondanks miljoenen jaren verschil: nog steeds 98% DNA gemeen; alle verschil
in die 2% dus!
Welke verschillen?
Kwantitatieve vormelijke verschillen (verschillen in meer of minder)
bv. meer/minder groot, sterk, rechtop lopen, beharing, … (= zichtbaar)
bv. grotere of kleinere hersenen (= minder zichtbaar)
Kwalitatieve vormelijke verschillen (verschillen in beter of slechter)
bv. mensen kunnen beter klanken produceren dan chimpansees
Maar ook grote verschillen wat de hele soort betreft:
Kwantitatieve verschillen: mens is verspreid over hele planeet <>
chimpansees/bonobo’s beperkt en bedreigd territorium (en zou verdwijnen
zonder mens)
Kwalitatieve verschillen: mens heeft hele planeet gedomineerd (en
veroorzaakt ook teloorgang van planeet en andere soorten)
Er is dus kloof tussen homo sapiens en dier!
kloof is bijzonder vanuit evolutionair perspectief omdat ze radicaal en “recent”
is (homo sapiens is ca. 200 000 jaar oud)
Hoe die kloof verklaren? – twee sterke hypotheses: continuïteit en disruptie
(allebei nature)
Continuïteitshypothese
Aapachtigen (en andere dieren) gebruiken communicatievormen:
Maken specifieke geluiden
bv. blauwaap maakt specifieke geluiden voor gevaar vanuit de lucht, of vanop
de grond
bv. bijen maken spatiale tekens (dansjes) om aan te geven waar voedsel is
4