Eindtoets
Vereiste voor een geldige eigendomsoverdracht art. 3:84 lid 1
1. Levering art. 3:89-95: benoem waarom iets als onroerend of roerend aangemerkt kan
worden op grond van het portacabin-arrest
2. Beschikkingsbevoegdheid (op het moment van levering): de bevoegdheid om een goed te
vervreemden of te bezwaren. Bescherming bij onbevoegdheid ter goede trouw art. 3:86 jo.
3:88 controleren en 3:24 3:36 BW
3. Geldige titel: de rechtsverhouding die aan de levering ten grondslag ligt en haar
rechtvaardigt bijvoorbeeld een koopovereenkomst, ruilovereenkomst,
schenkingsovereenkomst of een onverschuldigde betaling. Als er vooraf of achteraf geen
geldige titel blijkt te zijn, is er geen sprake van een geldige titel (en dus
eigendomsoverdracht) = causaal stelsel. Een titelgebrek ontstaat als er bijvoorbeeld geen
wilsovereenstemming is, de overeenkomst is dus nietig of vernietigbaar (art. 3:53)
bijvoorbeeld op grond van art. 3:39-40, art. 3:44 en art. 6:228 —> Bunde-Erckens-arrest
Indien er achteraf wordt vernietigd is er geen sprake van een geldige eigendomsoverdracht,
omdat vernietiging terugwerkende kracht heeft 3:53. Indien er achteraf wordt ontbonden is er
wel sprake van een geldige eigendomsoverdracht, omdat ontbinding geen terugwerkende
kracht heeft. Iemand kan dan wel revindicatie vorderen. Indien er sprake is van een titelgebrek
op grond van dwaling wordt er vernietigd. De oorspronkelijke eigenaar is eigenaar gebleven en
kan terugvorderen op grond van art. 5:3 revindicatie. Er kan ook een beroep worden gedaan op
de onverschuldigde betaling art. 6:203
Bezitsverschaffing roerend goed: art. 3:114 (feitelijke bezitsverschaffing) jo. 3:115 (tweezijdige
verklaring)
Sub a: levering per constitutum possesorium: een houder is niet bevoegd cp te leveren (nemo-
plus regel)
Sub b: levering per brevi manu
Sub c: levering per longa manu
Gematigd negatief stelsel: indien het niet is ingeschreven in de registers, is er beginsel
geen geldige eigendomsoverdracht tot stand gekomen. Een uitzondering hierop is
derdenbescherming, dan mag men toch uitgaan van wat in de registers is opgenomen
Derdenbescherming
Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder roerende zaken, niet-registergoederen,
recht aan toonder of aan order: art 3:86
• Ter goeder trouw art 3:11 jo. Art 3:87 BW
• Anders dan om niet
• Er wordt niet voldaan aan de eisen van beschikkingsbevoegdheid, maar wel aan de andere
eisen
• Roerende zaak, niet-registergoed of een recht aan toonder of order
• Uitzondering: op grond van art 3:86 lid 3 BW kan degene die bestolen is, de zaak na 3 jaar
nog als eigendom opeisen. Dit is niet mogelijk wanneer de consument de zaak van een
winkelier heeft verkregen art 3:86 lid 3 sub a BW. Dit is ook niet mogelijk wanneer het geld
dan wel toonder- or orderpapieren betreft, sub b
• Bied bescherming van beperkte rechten, lid 2
Geslaagd beroep: er heeft een rechtsgeldige eigendomsoverdracht plaatsgevonden
Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder registergoederen en rechten op naam: art
3:88 BW alleen indien er sprake is van een openbare cessie, art 3:94 lid 1 , kan er sprake zijn
van bescherming
• Aan alle eisen wordt voldaan, behalve aan beschikkingsbevoegheid
• De verkrijger moet ter goeder trouw zijn art 3:11 BW
• De beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder vloeit voort uit de ongeldigheid van een
vroegere overdracht: geen geldige titel of levering
• De ongeldigheid van de vroegere overdracht is niet het gevolg van
beschikkingsonbevoegdheid van de toenmalige vervreemder, maar van een niet geldige titel,
of niet juiste levering
• Bied geen bescherming van beperkte rechten
Geslaagd beroep: er heeft een rechtsgeldige eigendomsoverdracht plaatsgevonden
, Onvolledigheid en onjuistheid van de in de openbare registers gepubliceerde
gegevens: art 3:24-27 BW
• De verkrijger is ter goeder trouw art 3:11 jo. 3:23 BW
• Op het tijdstip van inschrijving is een ander inschrijfbaar feit tot het bewuste registergoed
niet ingeschreven
• De rechtshandeling wordt in de openbare registers ingeschreven
• De rechtverkrijging rust op een rechtshandeling, zoals een levering, vestiging van een
beperkt recht of verkrijging van een afhankelijk recht
• Registergoed onder bijzondere titel
Geslaagd beroep: de onvolledigheid van de verkrijger kan niet worden tegengeworpen
Er moet gekeken worden naar art 3:84 BW of er een geldige eigendomsoverdracht heeft
plaatsgevonden
Rechthebbende: de persoon tot wiens vermogen het goed behoort. Op grond van art 3:117
BW kan het goed slechts tot 1 persoon behoren
Eigenaar: van wie volgens het recht de zaak is, tenzij er sprake is van een faillissement of
executie door de bank
Bezitter: iemand die de zaak voor zichzelf houdt (lid 1), de feitelijke macht uitoefent en
pretendeert eigenaar te zijn art. 3:107
Houder: iemand die de zaak voor iemand anders houdt, de feitelijke macht uitoefent, maar
niet pretendeert eigenaar te zijn art. 3:107 lid 4 jo. art. 3:108 BW
• Benoemen of het gaat om onmiddellijk of middellijk bezit of houderschap art. 3:107
lid 2,3 & 4. Bij middelijk houderschap houdt iemand voor een ander door middel van een
derde, die weer voor hem houdt. Bij onmiddellijk houderschap houdt iemand voor een
ander zonder dat een derde weer voor hem houdt
Pand, hypotheek (droite de suite & prioriteitsbeginsel) en voorrechten
Zijn nevenrechten. Dit houdt in dat zij bij overgang van de vordering van rechtswege over
gaan op de nieuwe schuldeiser art 6:142 jo. 3:82 BW. Pand en hypotheek zijn in tegenstelling
tot voorrechten beperkte rechten. Daardoor kennen pand en hypotheek wel het droit de
suite en voorrechten niet. Pand en hypotheek hebben daarnaast prioriteit: de beperkte
rechten gaan voor boven later op hetzelfde goed gevestigde rechts. Bij voorrechten speelt de
volgorde van ontstaan geen rol. Daarnaast heeft men bij pand- of hypotheekrecht, het re echt
om bij faillissement zelfstandig zijn verhaalsrecht uit te oefenen: separatisme
• Executiekosten
• Pand en hypotheek gaan voor voorrecht art 3:279 BW
• Speciale voorrechten gaan voor algemene voorrechten art 3:280 BW deze voorrechten op
hetzelfde goed hebben onderling gelijke rang art 3:281 lid 1 BW. Art 3:85 BW gaat voor
pandrecht o.g.v. lid 4
• Algemene voorrechten worden uitgeoefend in de volgorde van de wet art 3:281 lid 2 BW
Vestiging pandrecht op roerende zaken art 3:84 jo. 3:98 BW
• Beschikkingsbevoegdheid
• Geldige titel: zekerheidsovereenkomst
• Goederenrechtelijke overeenkomst van vestiging
- Vuistpand art 3:236 lid 1 BW: biedt wel bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid
art 3:238 BW. De zaak komt in handen van de bank
- Stil pandrecht (bezitloos pand) art 3:237 lid 1 BW: biedt geen bescherming tegen
beschikkingsonbevoegdheid. De zaak blijft bij het bedrijf of de persoon
Bescherming beschikkingsonbevoegdheid vuistpand art 3:238 BW
• Aan alle vereisten, behalve aan beschikkingsbevoegdheid moet zijn voldaan
• De pandhouder is ter goeder trouw art 3:11 BW op het moment dat het goed in de macht van
de pandhouder of een derde raakt
• Er is sprake van een vuistpand
Vestiging pandrecht op een vordering op naam art 3:84 jo. 3:98 BW
Vereiste voor een geldige eigendomsoverdracht art. 3:84 lid 1
1. Levering art. 3:89-95: benoem waarom iets als onroerend of roerend aangemerkt kan
worden op grond van het portacabin-arrest
2. Beschikkingsbevoegdheid (op het moment van levering): de bevoegdheid om een goed te
vervreemden of te bezwaren. Bescherming bij onbevoegdheid ter goede trouw art. 3:86 jo.
3:88 controleren en 3:24 3:36 BW
3. Geldige titel: de rechtsverhouding die aan de levering ten grondslag ligt en haar
rechtvaardigt bijvoorbeeld een koopovereenkomst, ruilovereenkomst,
schenkingsovereenkomst of een onverschuldigde betaling. Als er vooraf of achteraf geen
geldige titel blijkt te zijn, is er geen sprake van een geldige titel (en dus
eigendomsoverdracht) = causaal stelsel. Een titelgebrek ontstaat als er bijvoorbeeld geen
wilsovereenstemming is, de overeenkomst is dus nietig of vernietigbaar (art. 3:53)
bijvoorbeeld op grond van art. 3:39-40, art. 3:44 en art. 6:228 —> Bunde-Erckens-arrest
Indien er achteraf wordt vernietigd is er geen sprake van een geldige eigendomsoverdracht,
omdat vernietiging terugwerkende kracht heeft 3:53. Indien er achteraf wordt ontbonden is er
wel sprake van een geldige eigendomsoverdracht, omdat ontbinding geen terugwerkende
kracht heeft. Iemand kan dan wel revindicatie vorderen. Indien er sprake is van een titelgebrek
op grond van dwaling wordt er vernietigd. De oorspronkelijke eigenaar is eigenaar gebleven en
kan terugvorderen op grond van art. 5:3 revindicatie. Er kan ook een beroep worden gedaan op
de onverschuldigde betaling art. 6:203
Bezitsverschaffing roerend goed: art. 3:114 (feitelijke bezitsverschaffing) jo. 3:115 (tweezijdige
verklaring)
Sub a: levering per constitutum possesorium: een houder is niet bevoegd cp te leveren (nemo-
plus regel)
Sub b: levering per brevi manu
Sub c: levering per longa manu
Gematigd negatief stelsel: indien het niet is ingeschreven in de registers, is er beginsel
geen geldige eigendomsoverdracht tot stand gekomen. Een uitzondering hierop is
derdenbescherming, dan mag men toch uitgaan van wat in de registers is opgenomen
Derdenbescherming
Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder roerende zaken, niet-registergoederen,
recht aan toonder of aan order: art 3:86
• Ter goeder trouw art 3:11 jo. Art 3:87 BW
• Anders dan om niet
• Er wordt niet voldaan aan de eisen van beschikkingsbevoegdheid, maar wel aan de andere
eisen
• Roerende zaak, niet-registergoed of een recht aan toonder of order
• Uitzondering: op grond van art 3:86 lid 3 BW kan degene die bestolen is, de zaak na 3 jaar
nog als eigendom opeisen. Dit is niet mogelijk wanneer de consument de zaak van een
winkelier heeft verkregen art 3:86 lid 3 sub a BW. Dit is ook niet mogelijk wanneer het geld
dan wel toonder- or orderpapieren betreft, sub b
• Bied bescherming van beperkte rechten, lid 2
Geslaagd beroep: er heeft een rechtsgeldige eigendomsoverdracht plaatsgevonden
Beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder registergoederen en rechten op naam: art
3:88 BW alleen indien er sprake is van een openbare cessie, art 3:94 lid 1 , kan er sprake zijn
van bescherming
• Aan alle eisen wordt voldaan, behalve aan beschikkingsbevoegheid
• De verkrijger moet ter goeder trouw zijn art 3:11 BW
• De beschikkingsbevoegdheid van de vervreemder vloeit voort uit de ongeldigheid van een
vroegere overdracht: geen geldige titel of levering
• De ongeldigheid van de vroegere overdracht is niet het gevolg van
beschikkingsonbevoegdheid van de toenmalige vervreemder, maar van een niet geldige titel,
of niet juiste levering
• Bied geen bescherming van beperkte rechten
Geslaagd beroep: er heeft een rechtsgeldige eigendomsoverdracht plaatsgevonden
, Onvolledigheid en onjuistheid van de in de openbare registers gepubliceerde
gegevens: art 3:24-27 BW
• De verkrijger is ter goeder trouw art 3:11 jo. 3:23 BW
• Op het tijdstip van inschrijving is een ander inschrijfbaar feit tot het bewuste registergoed
niet ingeschreven
• De rechtshandeling wordt in de openbare registers ingeschreven
• De rechtverkrijging rust op een rechtshandeling, zoals een levering, vestiging van een
beperkt recht of verkrijging van een afhankelijk recht
• Registergoed onder bijzondere titel
Geslaagd beroep: de onvolledigheid van de verkrijger kan niet worden tegengeworpen
Er moet gekeken worden naar art 3:84 BW of er een geldige eigendomsoverdracht heeft
plaatsgevonden
Rechthebbende: de persoon tot wiens vermogen het goed behoort. Op grond van art 3:117
BW kan het goed slechts tot 1 persoon behoren
Eigenaar: van wie volgens het recht de zaak is, tenzij er sprake is van een faillissement of
executie door de bank
Bezitter: iemand die de zaak voor zichzelf houdt (lid 1), de feitelijke macht uitoefent en
pretendeert eigenaar te zijn art. 3:107
Houder: iemand die de zaak voor iemand anders houdt, de feitelijke macht uitoefent, maar
niet pretendeert eigenaar te zijn art. 3:107 lid 4 jo. art. 3:108 BW
• Benoemen of het gaat om onmiddellijk of middellijk bezit of houderschap art. 3:107
lid 2,3 & 4. Bij middelijk houderschap houdt iemand voor een ander door middel van een
derde, die weer voor hem houdt. Bij onmiddellijk houderschap houdt iemand voor een
ander zonder dat een derde weer voor hem houdt
Pand, hypotheek (droite de suite & prioriteitsbeginsel) en voorrechten
Zijn nevenrechten. Dit houdt in dat zij bij overgang van de vordering van rechtswege over
gaan op de nieuwe schuldeiser art 6:142 jo. 3:82 BW. Pand en hypotheek zijn in tegenstelling
tot voorrechten beperkte rechten. Daardoor kennen pand en hypotheek wel het droit de
suite en voorrechten niet. Pand en hypotheek hebben daarnaast prioriteit: de beperkte
rechten gaan voor boven later op hetzelfde goed gevestigde rechts. Bij voorrechten speelt de
volgorde van ontstaan geen rol. Daarnaast heeft men bij pand- of hypotheekrecht, het re echt
om bij faillissement zelfstandig zijn verhaalsrecht uit te oefenen: separatisme
• Executiekosten
• Pand en hypotheek gaan voor voorrecht art 3:279 BW
• Speciale voorrechten gaan voor algemene voorrechten art 3:280 BW deze voorrechten op
hetzelfde goed hebben onderling gelijke rang art 3:281 lid 1 BW. Art 3:85 BW gaat voor
pandrecht o.g.v. lid 4
• Algemene voorrechten worden uitgeoefend in de volgorde van de wet art 3:281 lid 2 BW
Vestiging pandrecht op roerende zaken art 3:84 jo. 3:98 BW
• Beschikkingsbevoegdheid
• Geldige titel: zekerheidsovereenkomst
• Goederenrechtelijke overeenkomst van vestiging
- Vuistpand art 3:236 lid 1 BW: biedt wel bescherming tegen beschikkingsonbevoegdheid
art 3:238 BW. De zaak komt in handen van de bank
- Stil pandrecht (bezitloos pand) art 3:237 lid 1 BW: biedt geen bescherming tegen
beschikkingsonbevoegdheid. De zaak blijft bij het bedrijf of de persoon
Bescherming beschikkingsonbevoegdheid vuistpand art 3:238 BW
• Aan alle vereisten, behalve aan beschikkingsbevoegdheid moet zijn voldaan
• De pandhouder is ter goeder trouw art 3:11 BW op het moment dat het goed in de macht van
de pandhouder of een derde raakt
• Er is sprake van een vuistpand
Vestiging pandrecht op een vordering op naam art 3:84 jo. 3:98 BW