CELBIOLOGIE HOOFDSTUK 6
VRAAG 100
Vraag 100 – Welke vier hoofdgroepen van celadhesiemoleculen worden in de cursus onderscheiden?
De vier hoofdgroepen CAM’s zijn:
1. Cadherines (Ca²⁺-afhankelijk, homofiele adhesie, vooral in desmosomen en adherens junctions).
2. Selectines (binden suikergroepen op glycoproteïnen, belangrijk in leukocyt-adhesie).
3. Integrines (verbinden cel met extracellulaire matrix, ook signalering).
4. Ig-superfamilie CAM’s (cel-cel adhesie, onafhankelijk van Ca²⁺).
VRAAG 101
Vraag 101 – Waarvoor zijn cadherines belangrijk en van welk ion zijn ze afhankelijk?
• Functie:
o Cadherines zorgen voor sterke cel-cel adhesie.
o Vooral in adherens junctions en desmosomen.
o Ze spelen ook een rol in weefselorganisatie en embryonale ontwikkeling.
• Ion:
o Cadherines zijn Ca²⁺-afhankelijk → zonder calcium verliezen ze hun adhesieve werking.
VRAAG 102
Vraag 102 – Wat is de rol van selectines en in welk proces spelen ze een belangrijke rol?
• Rol:
o Selectines binden aan suikerketens (glycanen) op glycoproteïnen van andere cellen.
o Ze zorgen voor tijdelijke, zwakke adhesie.
• Belangrijk proces:
o Selectines spelen een sleutelrol in de rolling van leukocyten bij een ontsteking.
o Leukocyten "rollen" langs de vaatwand (via selectines) en kunnen daarna stevig hechten (via
integrines) → extravasatie.
, VRAAG 103
Vraag 103 – Wat is de hoofdfunctie van integrines, en waarmee verbinden ze de cel?
• Functie:
o Integrines zijn transmembraaneiwitten die zorgen voor cel-matrix adhesie.
o Ze binden extracellulair aan extracellulaire matrix-eiwitten (zoals fibronectine, laminine,
collageen).
o Intracellulair koppelen ze aan het cytoskelet (actinefilamenten of intermediaire filamenten).
• Extra:
o Integrines zijn niet alleen lijm, maar ook signaalmoleculen: ze sturen signalen van buiten naar
binnen en omgekeerd (inside-out & outside-in signaling).
VRAAG 104
Vraag 104 – Wat is het verschil tussen Ig-superfamilie CAM’s en cadherines/selectines?
• Ig-superfamilie CAM’s
o Celadhesiemoleculen die behoren tot de immunoglobuline-superfamilie.
o Kunnen cel-cel adhesie verzorgen, vaak onafhankelijk van calcium.
o Spelen rol in immuunrespons (bv. ICAM, NCAM).
• Verschil met cadherines/selectines:
o Cadherines = Ca²⁺-afhankelijk en homofiel (zelfde soort bindt).
o Selectines = binden suikergroepen → zwakke, tijdelijke interactie.
o Ig-superfamilie CAM’s = Ca²⁺-onafhankelijk en vaak betrokken bij immuunherkenning.
VRAAG 105
Vraag 105 – Wat is de functie van tight junctions (zonula occludens)?
• Functie:
o Sluiten de ruimte tussen naburige epitheelcellen volledig af.
o Zorgen voor barrièrefunctie → verhinderen dat stoffen ongecontroleerd tussen cellen door
diffunderen (paracellulair transport blokkeren).
o Creëren een transepitheliale elektrische weerstand (TER).
o Helpen om polariteit van de cel te behouden (scheiding apicaal en basolateraal membraan).
VRAAG 100
Vraag 100 – Welke vier hoofdgroepen van celadhesiemoleculen worden in de cursus onderscheiden?
De vier hoofdgroepen CAM’s zijn:
1. Cadherines (Ca²⁺-afhankelijk, homofiele adhesie, vooral in desmosomen en adherens junctions).
2. Selectines (binden suikergroepen op glycoproteïnen, belangrijk in leukocyt-adhesie).
3. Integrines (verbinden cel met extracellulaire matrix, ook signalering).
4. Ig-superfamilie CAM’s (cel-cel adhesie, onafhankelijk van Ca²⁺).
VRAAG 101
Vraag 101 – Waarvoor zijn cadherines belangrijk en van welk ion zijn ze afhankelijk?
• Functie:
o Cadherines zorgen voor sterke cel-cel adhesie.
o Vooral in adherens junctions en desmosomen.
o Ze spelen ook een rol in weefselorganisatie en embryonale ontwikkeling.
• Ion:
o Cadherines zijn Ca²⁺-afhankelijk → zonder calcium verliezen ze hun adhesieve werking.
VRAAG 102
Vraag 102 – Wat is de rol van selectines en in welk proces spelen ze een belangrijke rol?
• Rol:
o Selectines binden aan suikerketens (glycanen) op glycoproteïnen van andere cellen.
o Ze zorgen voor tijdelijke, zwakke adhesie.
• Belangrijk proces:
o Selectines spelen een sleutelrol in de rolling van leukocyten bij een ontsteking.
o Leukocyten "rollen" langs de vaatwand (via selectines) en kunnen daarna stevig hechten (via
integrines) → extravasatie.
, VRAAG 103
Vraag 103 – Wat is de hoofdfunctie van integrines, en waarmee verbinden ze de cel?
• Functie:
o Integrines zijn transmembraaneiwitten die zorgen voor cel-matrix adhesie.
o Ze binden extracellulair aan extracellulaire matrix-eiwitten (zoals fibronectine, laminine,
collageen).
o Intracellulair koppelen ze aan het cytoskelet (actinefilamenten of intermediaire filamenten).
• Extra:
o Integrines zijn niet alleen lijm, maar ook signaalmoleculen: ze sturen signalen van buiten naar
binnen en omgekeerd (inside-out & outside-in signaling).
VRAAG 104
Vraag 104 – Wat is het verschil tussen Ig-superfamilie CAM’s en cadherines/selectines?
• Ig-superfamilie CAM’s
o Celadhesiemoleculen die behoren tot de immunoglobuline-superfamilie.
o Kunnen cel-cel adhesie verzorgen, vaak onafhankelijk van calcium.
o Spelen rol in immuunrespons (bv. ICAM, NCAM).
• Verschil met cadherines/selectines:
o Cadherines = Ca²⁺-afhankelijk en homofiel (zelfde soort bindt).
o Selectines = binden suikergroepen → zwakke, tijdelijke interactie.
o Ig-superfamilie CAM’s = Ca²⁺-onafhankelijk en vaak betrokken bij immuunherkenning.
VRAAG 105
Vraag 105 – Wat is de functie van tight junctions (zonula occludens)?
• Functie:
o Sluiten de ruimte tussen naburige epitheelcellen volledig af.
o Zorgen voor barrièrefunctie → verhinderen dat stoffen ongecontroleerd tussen cellen door
diffunderen (paracellulair transport blokkeren).
o Creëren een transepitheliale elektrische weerstand (TER).
o Helpen om polariteit van de cel te behouden (scheiding apicaal en basolateraal membraan).