CELBIOLOGIE HOOFDSTUK 5
CYTOSKELET
Overzicht cytoskelet
Het celskelet bestaat uit drie hoofdcomponenten:
1. Microfilamenten (actinefilamenten) – dun, flexibel, betrokken bij celvorm en beweging.
2. Microtubuli – buisvormige structuren van tubuline, betrokken bij transport en celdeling.
3. Intermediaire filamenten – zorgen voor mechanische stevigheid.
VRAAG 81
Vraag 81 – Wat is de belangrijkste bouwsteen van microfilamenten en welke functies hebben ze?
Microfilamenten = actinefilamenten
• Bouwsteen: actine (G-actine → polymeriseert tot F-actine).
• Functies:
o Behoud en verandering van celvorm.
o Celmigratie (bv. lamellipodia, filopodia).
o Endocytose & exocytose (membraanverplaatsingen).
o Contractie samen met myosine (bv. in spiercellen).
o Vormt de contractiele ring bij cytokinese.
VRAAG 82
Vraag 82 – Wat is de belangrijkste bouwsteen van microtubuli en welke functies hebben ze?
Bouwsteen:
• Microtubuli bestaan uit α- en β-tubuline-dimeren → vormen een holle buis.
Functies:
• Vormt het spoelfiguur tijdens mitose/meiose (chromosoomscheiding).
• Intracellulair transport: motorproteïnen (kinesine en dyneïne) bewegen langs microtubuli → transport
van blaasjes en organellen.
• Cilia en flagellen (beweging).
• Behoud van celvorm en polariteit.
, VRAAG 83
Vraag 83 – Wat is de belangrijkste functie van intermediaire filamenten en wat is een typisch voorbeeld?
Functie:
• Geven mechanische steun en stevigheid aan de cel.
• Beschermen tegen rek- en trekkrachten.
Voorbeelden:
• Keratines (in epitheelcellen, haar, nagels).
• Vimentine, desmine, neurofilamenten, lamines (in kern).
VRAAG 84
Vraag 84 – Wat zijn motorproteïnen, welke twee zijn er belangrijk, en wat doen ze?
Motorproteïnen bewegen blaasjes en organellen langs microtubuli m.b.v. ATP.
• Dyneïne: beweegt naar de min-pool (-) (richting de kern) → retrograad transport.
• Kinesine: beweegt naar de plus-pool (+) (richting plasmamembraan) → anterograad transport.
VRAAG 85
Vraag 85 – Wat is het centromeer/centrosome en welke rol speelt het in de cel?
Centrosome
• Organisatiecentrum van de microtubuli.
• Bestaat uit twee centriolen (cilindertjes van microtubuli) + pericentriolaire matrix.
• Ligt meestal naast de kern.
• Tijdens celdeling verdubbelt het en vormt het de twee polen van het spoelfiguur.
Centromeer
• Niet te verwarren met centrosome!
• Dit is het DNA-gebied op een chromosoom waar de twee chromatiden samenhangen en waar het
kinetochore aanhecht (plaats waar microtubuli binden tijdens mitose).
CYTOSKELET
Overzicht cytoskelet
Het celskelet bestaat uit drie hoofdcomponenten:
1. Microfilamenten (actinefilamenten) – dun, flexibel, betrokken bij celvorm en beweging.
2. Microtubuli – buisvormige structuren van tubuline, betrokken bij transport en celdeling.
3. Intermediaire filamenten – zorgen voor mechanische stevigheid.
VRAAG 81
Vraag 81 – Wat is de belangrijkste bouwsteen van microfilamenten en welke functies hebben ze?
Microfilamenten = actinefilamenten
• Bouwsteen: actine (G-actine → polymeriseert tot F-actine).
• Functies:
o Behoud en verandering van celvorm.
o Celmigratie (bv. lamellipodia, filopodia).
o Endocytose & exocytose (membraanverplaatsingen).
o Contractie samen met myosine (bv. in spiercellen).
o Vormt de contractiele ring bij cytokinese.
VRAAG 82
Vraag 82 – Wat is de belangrijkste bouwsteen van microtubuli en welke functies hebben ze?
Bouwsteen:
• Microtubuli bestaan uit α- en β-tubuline-dimeren → vormen een holle buis.
Functies:
• Vormt het spoelfiguur tijdens mitose/meiose (chromosoomscheiding).
• Intracellulair transport: motorproteïnen (kinesine en dyneïne) bewegen langs microtubuli → transport
van blaasjes en organellen.
• Cilia en flagellen (beweging).
• Behoud van celvorm en polariteit.
, VRAAG 83
Vraag 83 – Wat is de belangrijkste functie van intermediaire filamenten en wat is een typisch voorbeeld?
Functie:
• Geven mechanische steun en stevigheid aan de cel.
• Beschermen tegen rek- en trekkrachten.
Voorbeelden:
• Keratines (in epitheelcellen, haar, nagels).
• Vimentine, desmine, neurofilamenten, lamines (in kern).
VRAAG 84
Vraag 84 – Wat zijn motorproteïnen, welke twee zijn er belangrijk, en wat doen ze?
Motorproteïnen bewegen blaasjes en organellen langs microtubuli m.b.v. ATP.
• Dyneïne: beweegt naar de min-pool (-) (richting de kern) → retrograad transport.
• Kinesine: beweegt naar de plus-pool (+) (richting plasmamembraan) → anterograad transport.
VRAAG 85
Vraag 85 – Wat is het centromeer/centrosome en welke rol speelt het in de cel?
Centrosome
• Organisatiecentrum van de microtubuli.
• Bestaat uit twee centriolen (cilindertjes van microtubuli) + pericentriolaire matrix.
• Ligt meestal naast de kern.
• Tijdens celdeling verdubbelt het en vormt het de twee polen van het spoelfiguur.
Centromeer
• Niet te verwarren met centrosome!
• Dit is het DNA-gebied op een chromosoom waar de twee chromatiden samenhangen en waar het
kinetochore aanhecht (plaats waar microtubuli binden tijdens mitose).