Inleiding <3
Wat is interactie?
Bestaat uit 2 woorden: inter = tussen (Bv. tussen 2 mensen)
actie = actie reactiepatroon
Gaat om een wisselwerking tussen bepaalde zaken. Geen eenrichtingsverkeer.
Interactie als wisselwerking tussen de omgeving
Kinderen gaan niet enkel in interactie met elkaar maar ook met vele andere zaken
→ omgevingscirkels van Anouk Depuydt
1. zichzelf (kleinste cirkel)
→ Je word je bewust van je eigen gedrag, gevoelens en lichamelijke
mogelijkheden of beperkingen
→ Brengt een rectie met zich mee.
2. De anderen
→ Kinderen gaan in interactie met elkaar of met de juf.
3. Voorwerpen, materialen
→ Kinderen spelen met verschillende materialen.
→ Dragen er zorg voor, gebruiken het, onderzoeken het,…
Inleiding <3 1
, 4. De groep, samenleving, culturen
→ Kinderen gaan in interactie met het gezin, de klasgroep, de buurt,…
5. Het levensgeheel, de natuurlijke kringloop (grootste cirkel)
→ De natuur heeft een impact op wat ze doen en wie ze zijn
→ Spelen in de natuur.
Interactie in niet 1 maar 100 talen
Kleuters drukken zich niet alleen verbaal uit, maar op veel verschillende
manieren.
Loris Malaguzzi → Reggio-Emilia-pedagogiek:
→ kinderen zijn onderzoekers, leren door dingen te doen
→ leerkrachten moeten interessante materialen aanbieden, waarmee
kinderen experimenteren
→ beklemtoont dat kinderen 100 talen hebben om zich uit te drukken (bv.
praten, bewegingen,…)
→ als kinderen enkel moeten luisteren naar volwassenen, en weinig zelf
mogen ontdekken, pakken we 99 talen af
Waarom kwaliteitsvolle interactie?
Het draagt bij tot de verbondenheid en het welbevinden.
Vormen de motor van groei en hebben gunstige effecten op de ontwikkeling.
Geld voor alle kinderen.
Kwaliteitsvolle interacties dragen bij aan gelijke onderwijskansen.
4 hefbomen om interactie naar een hogen niveau te tillen:
Inleiding <3 2
, → warme relaties
→ rijke taal
→ denken en onderzoeken stimuleren
→ expressie
Hefbomen die interacties kwaliteitsvol maken
1. Warme relaties:
→ de klas moet een plek zijn waar ze zich thuis voelen en durven
experimenteren.
→ zowel individueel als collectief welbevinden = niet alleen een warme relatie
met individuele kleuters, maar ook tussen kleuters onderling. Zorgt
voor samenwerken en samenspelen.
2. Rijke taal:
→ kwaliteitsvolle interacties → zelf een rijke taal gebruiken, vragen stellen die
kleuters aan denken zetten, veel spreekkansen bieden
→ Maak van de klas een talige, veilige omgeving, zodat kleuters durven
praten.
3. Denken en onderzoeken:
→ Jonge kinderen leren door zelf materialen te ontdekken en te onderzoeken
(Reggio-Emilio-pedagogiek)
→ Gaat over leren plannen, reflecteren, verwoorden van denkproces,
problemen oplossen en filosoferen.
4. Expressie:
→ Kleuters stimuleren om muzisch creatief aan de slag te gaan: ideeën zelf
voorstellen, eigen invulling geven,…
Inleiding <3 3
, → Open, warme houding
→ Geen product, maar proces beoordelen
→ biedt kansen voor verbaal mindere kleuters/ taalkansen benutten: vertellen
hoe en waarom.
→ Gelijkenis met Malaguzzi
Inleiding <3 4