Samenvatting
Kato Kerremans
2025-2026
Professor: Kristof Verfaillie
Recht en criminologie
Pleinlaan 2 1050 Brussel Tel. +32 (0)2 629 21 11 BTW BE 0449 012 406 www.vub.ac.b
,Inhoud
Hoofdstuk 1: evoluties in het veiligheidsbeleid ........................................................... 4
Les 1 - Historiek en achtergronden ......................................................................... 4
1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)............................... 4
2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945) .......................................... 6
3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980) ............... 7
Les 2 – De weg naar Octopus................................................................................. 9
1. Harde hand zonder kader (1960-1980) .......................................................... 9
2. De loden jaren en het Pinksterplan (1980-1990) .......................................... 12
3. Intenties en aanzetten tot verandering (1990-1996)......................................... 16
4. Consensus dat het nu echt anders moet (1996-1998) ..................................... 18
Les 3 – Nieuwe kaders voor een integraal en geïntegreerd beleid ............................ 21
1. Reflexieve veiligheid ..................................................................................... 22
2. De regering Verhofstadt I (1999-2003) ............................................................ 22
3. Veiligheids- en detentieplan ......................................................................... 24
4. Kadernota integrale veiligheid (2004) ............................................................. 25
5. Themis en gedetineerdenrechten .................................................................. 25
6. De regeringen Leterme en Van Rompuy ......................................................... 26
7. De Regering Di Rupo (2011-2014) .................................................................. 26
Les 4 – Ambities voor justitie en uitdagingen voor veiligheid ................................... 28
1. Regeringen Michel, Milmès, Jambon en Decroo .............................................. 28
2. COVID-19 .................................................................................................... 30
3. Regeerakkoord Decroo – Justitie en Veiligheid ................................................ 30
4. Regering De Wever (2025-…) ......................................................................... 32
Arizona-regering: NVA, Vooruit, CD&V, MR en Les Engagés ..................................... 32
In onze laatste regering zien we een veel grotere continuïteit ................................. 32
Thema 1: Crisis van de democratie .......................................................................... 34
1.1. Zijn onze samenlevingen te complex voor de democratie? ........................... 43
1.2. Transformatie van de politiek ..................................................................... 45
1.2.1. Verplaatsing van de politiek ................................................................ 46
1.2.2. Heteronomie ..................................................................................... 47
1.2.3. Recontextualisering ........................................................................... 48
2
, 1.2.4. Representatiepolitiek ......................................................................... 49
Thema 2: Beleidsagendering ................................................................................... 50
1. Culturele transformaties .................................................................................. 50
2. De spelregels van de consociationele participatie ............................................. 54
3. Het belang van crisissen .................................................................................. 55
Thema 2: Netwerkbenaderingen .............................................................................. 57
1. Whole-of-Government en Joined-Up Government ................................................. 58
2. Integrated offender management ..................................................................... 62
2.1. Uitgangspunten en principes ..................................................................... 62
2.2. Wat is belangrijk voor de effectiviteit van IOM? ........................................ 63
3. Focussed deterence Strategy ........................................................................ 64
4. SAMEN ........................................................................................................... 67
Thema 4: Behavioral Public Policy ............................................................................ 74
1. Wat is Behavioral Public Policy? ....................................................................... 76
2. Het instrumentarium ....................................................................................... 80
3. Kritiek & toekomst ........................................................................................... 82
Thema 5 – Ideologie ................................................................................................ 87
1. Wat is een politieke ideologie? .......................................................................... 87
2. Twee dominante ideologieën ............................................................................ 94
3. Hedendaagse posities ..................................................................................... 96
3
,Hoofdstuk 1: evoluties in het veiligheidsbeleid
Les 1 - Historiek en achtergronden
We zien in dit hoofdstuk een overzicht van het strafrechtelijke beleid in brede zin
- We zijn in 1830 een jong land met veel wantrouwen, veel armoede, schrijnende toestanden…
- Niet alleen politiek, maar ook sociaal en economisch een turbulente periode
- Er is nog geen eigen strafwetboek, dus alles gebeurt volgens het Franse systeem
Vertaald zich in een blijvend gebruik van Napoleontisch geïnspireerde boeken
- Er is dus geen mogelijkheid om beleid te voeren
- Het is vanaf het moment dat je actoren toelaat om keuzes te maken dat je het hebt over beleid
We zitten in een fase dat er geen beleid mogelijk is op OM
- Er zijn geen opportuniteitsmogelijkheden
- Er wordt van de PdK verwachte dat dit allerergst een OR stelt
- Die PdK heeft zelf geen enkele beleidsruimte
Beleid Keuzes maken. We kunnen keuzes maken over veiligheid, hoe we een veilige SL vorm
kunnen geven.
Overzicht strafrechtelijk beleid 1830-1980: inhoudelijke en vormelijke evoluties
1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
1. Een eigen strafwet en handhavingsapparaat (1830-1875)
Komt een hele sterkte discussie over hoe we moeten straffen. Reactie op ancien regime: willekeur,
gebruik lijftstraffen… Dus je krijgt in het jonge België een zeer geanimeerde discussie over lijf-,
doodstraffen en je krijgt Ducpétiaux die zijn intrede doet dat criminele verdorven mensen zijn.
Systeem met de visie Ducpétieaux
- Criminele maken morele toets die kwaadaardig zijn
- Maw, men wil naar een systeem waar die kwaadaardige mensen tot inkeer komen en geen
kwaadaardige keuzes meer maken
- Systeem waar je geen rekening houdt met de noden van crimineel, maar gaat reageren op
misdrijven
- Logica: Hoe zwaarder de misdrijven, hoe langer in gevangenis want je hebt meer tijd nodig om
tot inkeer te komen
4
,België was toen een economisch liberalisme, laissez faire en nachtwakerstaat
- Toen een klassiek liberalisme, wat wil zeggen dat de inmenging van de overheid minimaal is
- Daarom worden we een nachtwakerstaat genoemd
- Overheid zorgt dat de economie draait en voor de rest gaan ze zich met die SL niet moeien
- Dus ook geen interveniëring of preventie
- Je beperkt je op een reactie wanneer mensen effectief feiten hebben gepleegd
-
Nachtwakersstaat Zeer beperkte rol van de overheid.
Wie is de drijvende kracht van het weinige beleid dat er is?
= De wetgever. De wetgever als actor van het strafrechtelijk beleid
- In dat jonge Belgie is er nood aan duidelijke wettelijke kaders
Wat is criminaliteit en hoe gaan we dat aanpakken?
- Nood aan formeel kader voor reactie op criminaliteit (misdrijf, straf en handhaving)
- Openbare veiligheid, defensie (leger, Gendarmerie), burgerwacht, gemeentepolitie
- Hoofdzakelijk op Franse leest geschoeid systeem
Wil zeggen geen beleidsruimte, geen opsporingsonderzoek en geen opportuniteitsprincipe
- Minister van Justitie beperkte rol in strafrechtelijk beleid
1.1. De klassieke school
Hangt samen met wil en idee van aantal principes die men belangrijk is gaan vinden: proportionaliteit
- Mensen maken keuzes
- Belangrijk is dat in een nachtwakerstaat er een rechtsbeschermende functie is
- Overheid is er ook om te zorgen dat die interventie niet te ver gaat en burgers een aantal
rechten hebben
Principes van de Klassieke School
1. Mensen hebben een vrije wil en maken hun eigen rationele keuzes, hoewel ze een natuurlijke
neiging hebben tot het nastreven van eigenbelang en plezier
2. Mensen hebben bepaalde natuurlijke rechten, waaronder het recht op leven, vrijheid en
eigendom
3. Overheen zijn er voor en door burgers om deze rechten te beschermen, er is een sociaal
contract tussen degenen die regeren en degenen die geregeerd worden
4. Burgers geven slechts een deel van hun natuurlijke rechten op ten voordele van de staat die
hen moet beschermen tegen het natuurlijke eigenbelang van individuen
5. Focus op het duidelijk omschrijven van criminaliteit en de aanpak ervan, dwz dat wetgevers
het proces vastleggen voor het vaststellen van schuld en het bepalen van de straf
6. Criminaliteit is een inbreuk op het sociaal contract, daarom is criminaliteit een morele
overtreding tegen de SL
7. Straf is alleen gerechtvaardigd om het sociaal contract te behouden. Het doel van de straf is
afschrikking. Straffen moeten proportioneel zijn
8. Alle mensen hebben gelijke rechten en moeten gelijk worden behandeld voor de wet.
5
,2. Transformatie naar een daderbeleid (1875-1945)
In 1875 staan we voor een aantal nieuwe omwentelingen in Europa. We zitten terug met een reeks
crisissen, maar je ziet dat Europa vorm begint te krijgen, Europa begint langzaamaan zijn contouren uit
te tekenen.
2.1. Een interventionistische overheid
We zien een evolutie naar een meer interventionistische overheid
- In het denken zien we dat er langzaamaan een rol van de overheid komt
- De transformatie hangt ook samen met andere denkbeelden: Van vrije individuen die
bepaalde rechten hebben en een stukje van die vrijheid afgeven om hun rechten te
beschermen, naar een meer biologisch denken
- Ontwikkelingen waarin ook de ontluikend wetenschap een belangrijke rol speelt (bv. De
criminele antropologie en de Franse milieuschool)
We evolueren naar meer deterministisch mensbeeld
- Leidt tot spanningen met de uitgangspunten van de klassieke school
De schuldvraag ruimt plaats voor de notie van gevaar. De persoonlijkheid van de
delinquent komt centraal te staan
- Deterministisch mensbeeld: Er is geen verantwoordelijkheid en uw gedrag is het gevolg van
een heel aantal invloeden
- Het zijn determinerende invloeden, je kan de mensen zelf niet verantwoordelijk stellen voor
hun gedrag
Dus je krijgt een totaal absurde manier van denken en dat gaat zich vertalen in andere opvattingen over
misdaad en straf.
2.2. Een beleid van sociaal verweer
Adolphe Prins (1845-1919)
- Uitgangspunt: Het klassiek strafrecht en de klassieke strafrechtsbedeling beschikken niet over
efficiënte middelen om de massale criminaliteit en recidivisme van die tijd tegen te gaan
- Er zijn individuen (categorieën van mensen) die niet meer individueel aansprakelijk kunnen
gesteld worden, en dus niet meer kunnen worden gestraft
- Progressief-liberale visie: De maatschappij heeft het recht zich te verweren tegen gevaarlijke
mensen = gevaarsnotie
Er zijn in de SL bepaalde categorieën van mensen die gevaarlijk zijn en op een of andere manier onder
controle moeten worden geplaatst
- Bv. Landlopers, daklozen, administratieve voogdij voor minderjarigen…
- Omwille van de gevaarlijkheid van deze personen worden ze onderworpen aan maatregelen
die niet strafrechtelijk zijn.
- Gebarentaal = preventieve maatregelen/vroegtijdig optreden
6
,2.3. De uitvoerende macht als actor van strafrechtelijk beleid
Betekent dat de UM voortaan belangrijker wordt, we krijgen een klimaat waarbij er op politiek vlak
veel verandert:
- Er wordt een grotere rol weggelegd voor ministers om bepaalde lijnen rond crimi uit te zetten
- We zien dat die arbeidsverdeling zicht begint te organiseren, wat vertaald in socialistische
groepen en wat leidt tot algemeen enkelvoudig stemrecht
- Risico op een heel erg instrumenteel gebruik van het strafrecht waarbij regels en handhaving
worden ingezet in functie van de politieke objectieven van de overheid die het op dat moment
voor het zeggen heeft
- De notie gevaarlijkheid meer potentieel een verregaande interventie toe van de overheid in
het leven van burgers
We krijgen een politiek turbulent klimaat in deze periode. We moeten begrenzen dat het idee van
gevaar politiek toevertrouwd gaat hebben, dat we politieke tegenstanders gaan zien als gevaarlijk.
3. Een (al te) ambitieus daderbeleid met menselijk gelaat (1945-1980)
3.1. Alles wordt beter, voor iedereen!
De volgende grote fase is WOII. Die WOII is de start van het Europese project, start van een
fundamentele hertekening van ons maatschappelijk model
- Na die WOII zie je dat er duidelijk de ambitieuze is om te zorgen dat wat we hebben gezien
tijdens dat nazi-regime niet meer mag voorkomen
- Er komt een politiek consensusklimaat na WOII en economische heropleving
Ontwikkeling van een verzorgingsstaat met strafrechtelijke bescherming van componenten ervan
- Idee van gelijkwaardigheid van mensen
- Ambitie om leven beter te maken en geloof in maakbaarheid van de mens
Niet de omwerpt om de SL gewoon te beschermen, maar de ambitie dat we mensen
kunnen transformeren, op een zinvolle manier kunnen doen participeren
- Aandacht voor preventie en voor hulpverlening
- Inhoudelijk zeer ambitieus en optmistisch strafrechtelijk beleid
- Zeer optimistische kijk die zeer bepalend is geweest voor nieuw sociaal verweer
3.2. Een doctrine met optimistisch daderbeleid: nieuw sociaal verweer
We gaan na WOII bij strafbepaling zien dat actoren zelf keuzes gaan kunnen maken
- Zelf maatregelen kunnen voorstellen om zelf iets te doen met een dader
- Met als doel de dader resocialiseren
- Voor de eerste keer ook de mogelijkheid om beleid te maken
7
,Er is nog steeds de bescherming van de maatschappij tegen gevaarlijke individuen en groepen, maar
nu met aandacht voor rechtsbescherming en gericht op resocialisatie van de betrokkene
- Rechtsbescherming: legaliteit, proportionaliteit, subsidiariteit
- Individuele en sociale preventie met klassieke strafrechtelijke interventie en handhaving als
ultimum remedium
- Op alle echelons van de strafrechtsbedeling veel aandacht voor individualisering
Grote discretionaire ruimte voor wie toepast en uitvoert
3.3. Beleidsrealisaties
Invoering van probatiesysteem
- Eerst experimenten uitroeiende probatie (vervolging/strafuitvoering)
- Dan wet 1964 met invoering van probatie-uitstel en probatie-inschatting
Strafuitvoering met paternalistische aandacht voor gedetineerden met gunstensysteem
- Grote discretionaire ruimte voor uitvoerende macht (Algemeen Reglemet 1965)
- Geen wettelijke verankering van de gedetineerdenrechten
- Handhaving Wet Lejeune voorwaardelijke invrijheidstelling met MvJ als beslisser
3.4. Contestatie en beleid zonder aangepaste structuren of middelen
We gaan op een andere manier nadenken over de aanpak van daderschap, want we zien snel dat de
resultaten, effecten van die interventies toch niet zijn wat men ervan had gedacht:
- Minder gunstige economische sitautie zet welvaartsstaat onder druk
- Niet iedereen gaat vooruit en niet alles wat de overheid regelt is goed (voor iedereen)
Kritische houding tegen overheid, ook tav interventies mbt deviant gedrag:
- Individualisering is doorgeslagen, basisbeginselen strafrecht aangetast
- Toepassingsgebied strafrecht is te uitgebreid
- Strafrecht en hulpverlening zijn niet (altijd) verenigbaar
- Structuren en middelen om ambitieus beleid te realiseren ontbreken
- En wat zijn de resultaten van dit beleid eigen (What works? Nothing works?)
8
,Les 2 – De weg naar Octopus
Samenvatting vorige les
De criminele politiek van 1830 tot 1980 laat zich kenmerken door:
o Een aanpak van criminaliteit waarin de overheid een steeds grotere rol gaat spelen
(inventionistischer wordt)
o Er meer discretionaire ruimte komt voor actoren in de strafrechtsbedeling zonder dat er sprake
is van een echt strafrechtelijk beleid
o Andere denkbeelden ontstaan over de oorzaken van criminalitiet
o Het idee van maakbaarheid belangrijker wordt
Het idee van maakbaarheid wordt belangrijker, ookal zijn we nu in een periode waar er een aantal
desillusies over beginnen ontstaan. We gaan zien dat er langzaam een andere periode aanbreekt.
1. Harde hand zonder kader (1960-1980)
Wat gebeurt er in deze periode?
o Crisis, communautaire spanningen en agitatie van links en rechts
o Herstel van de openbare vrede en de rol van de rijkswacht
o Strijd tegen drugs en hold-ups
o Meer polarisatie in de SL
o Symbolisch, moralistisch-paternalistische inzet van het strafrechtsysteem
o War on drugs (Nixon)
We zitten in een periode van crisissen, maatschappelijk turbulente tijden en communautaire
spanningen
- Dit land in deze periode wordt gedefinieerd door breuklijnen
- Wij leven in een kans dat gericht is op het beheer van zulke spanningsvelden
- Heeft te maken met dat ruimere beheer van hele diepgaande maatschappelijke conflicten:
o Conflicten op cultureel vlak: Vlaams vs Franstalig
o Levensbeschouwing: Katholiek vs Vrijzinnig
o Arbeid vs kapitaal
- Die breuklijnen worden heel nadrukkelijk het onderwerp van maatschappelijk conflict, maar
lukt om op een redelijk geweldloze manier te beheren
Breuklijnen Fundamentele maatschappelijke spanningen. Spanningen die als je ze niet beheert
zullen leiden tot gewapend conflict.
Het is een periode (60-70) van steeds meer schuldopbouw en een periode dat de rijkswacht zeer
hardhandig optreedt
- Discussies over ordehandhaving en staking
- Harde optreden van sterke en eigengereide rijkswacht
- Er is geen sprake van een doordacht beleid, samenspraak tussen politieke mensen
9
, Waarom dan toch een scharniermoment? Bekomen op de vooravond van de criminele jaren 80, aan
de vooravond van een moment waar ons domein zeer nadrukkelijk op die politieke agenda komt
- In de Jaren 70 komt Nixon aan de macht die geconfronteerd wordt met drugcriminaliteit
- Hij wil het hebben over een War on Crime, War on drugs
- Drugs en criminaliteit waren verweven, dus wil je iets doen aan crimi moet je iets doen aan ide
drugsepidemie
- Er ontstaat opnieuw een ander mensbeeld: Mensen worden van nature als zwak gezien,
vatbaar voor verleiding
- Dus opnieuw een periode waar men ervan uitgaan dat criminaliteit een gevolg is van moreel
lakbaar gedrag
De persoon kan er neits aan doen, is nu eenmaal zompig, dus we moeten streng straffen
- Het is pas als we hard straffen dat ze het niet meer gaan doen, niet meer op die verleiding
ingaan
We zien dus een explosie van het gevangeniswezen omdat men ervan uitgaat dat het nodig is om die
zompige mensen te beteugelen
Symbolisch, moralistisch-paternalistische inzet van het strafrechtsysteem
= Mensen zijn van nature zwak, irrationeel en vatbaar voor verleiding. Zonder strenge regels vervuld
een SL in chaos en moreel verval
- De staat moet met strenge hand de orde handhaven
- Straffen meten de maatschappelijke normen (her)bevestigen
- Daders zijn slechte mensen die bewust voor criminaliteit, voor het kwade, hebben gekozen
- Strenger straffen al criminalitiet doen dalen (= uitbreiding van gevangenissen)
1.1. Onrust over justitie, maar niet in politieke kringen (1968-1978)
Publieksagenda – Sterke maatschappelijke bezrogdheid en kritiek op justitie, vooral buiten de
politiek
- Justitie werd in de jaren ’70 gezien als wereldvreemd, traag, achaïsch en onmenselijk
- Er was een breed maatschappelijk debat en mediabelangstelling rond justitie
- Verschillende media, tijdschriften en academische kringen klagen over een crisis in de
rechtsbedeling
Je ziet dat in die SL een bepaalde ongerustheid begint te groeien over de reactie op crimi. Een
fundamentele onrust over de manier waarop politie en justitie functioneren.
Publieksagenda – Belangrijkte actoren en initiatieven:
- Kranten als De Standaard, Het Volk, De Volksmacht en Kultuurleven publiceren kritische artikels
- Bladen als Journal des Tribunaux en Pro Justitia bieden een forum aan kritische stemmen
binnen en buiten de juridische wereld
- Topmagistraten uiten openlijk kritiek tijdens mercuriales
10