STUDIEGIDS VOOR EXAMEN
STUDIEMATERIAAL
De slides van de lessen (op Digitap)
Je lesnota’s (heel belangrijk!)
Voor hoofdstuk 1: Groei en Inflatie: lees het hoofdstuk uit het boek Economie in
het Nieuws als achtergrondmateriaal.
Lees, beluister en bekijk het economisch nieuws. Situeer het in de lessen.
DE ECONOMISCHE MANIER VAN DENKEN IN 7 BASISPRINCIPES
Bestudeer, begrijp en onthoud deze basisprincipes. Je moet ze kunnen toepassen
op economisch nieuws of een actueel economisch thema.
Het gaat hier vooral over een manier van denken; over hoe je de principes kan
toepassen. Er zijn zelden “goede” of “foute” antwoorden.
GROEI EN INFLATIE
Bekijk en oefen op de “Intro”: Cijfers en groeiberekeningen
Je kent de basisbegrippen over welvaart, groei en inflatie; je kan ze definiëren en
toepassen.
Je kent de grootte-orde van de Belgische welvaart.
Je kan (stap voor stap) uitleggen hoe een economie kan groeien.
Je begrijpt de verschillende mechanismen waardoor inflatie kan ontstaan in grote
lijnen.
ARBEIDSMARKT: STRUCTUUR EN EVOLUTIE
Je kent de basisbegrippen om de arbeidsmarkt te beschrijven en kan ze definiëren.
Je kent een aantal basiscijfers over structuur en evolutie van de Belgische
arbeidsmarkt.
, ECONOMIE
LES 1, 2, 3
1.1 ECONOMISCHE MANIER VAN DENKEN (7 BASISPRINCIPES)
ECONOMIE IS:
Gemakkelijk:
- Iedereen neemt elke dag economische beslissingen; iedereen weet wat een prijs
is; economie is alledaags
- We beseffen dat economie belangrijk is
Moeilijk:
- Economie is gecompliceerd én complex
Gecompliceerd: ingewikkeld, moeilijk, maar nog kenbaar of handelbaar
Complex: te veel onbekende onbekenden en onderling samenhangende
factoren om écht kenbaar en handelbaar te zijn
- Eigenbelangen en groepsbelangen
- Gaat over waarden
Waarden Hangen samen met wereldbeeld: visie op oorzaken -> gevolgen
Economische keuzes en inzichten beïnvloeden en worden beïnvloed door
politieke, ethische, … keuzes
- Onbedoelde neveneffecten van elke economische ingreep
- Vaak contra-intuïtief en ingaand tegen onze morele intuïties
ECONOMISCHE MANIER VAN DENKEN: 7 BASISPRINCIPES
1. Incentives matter
beloning, stimulans, prikkel, wortel of stok
stimulansen doen er toe stimulansen werken
’werken’ = resulteert in maatschappelijk beste oplossing
mensen reageren (gedrag/houding) op stimulansen (vaak in geld)
Voorbeelden:
o Voor studenten: punten
studenten doen sneller niet verplichte dingen als er punten
tegenover staan
o LEZ (negatieve incentive van de boete)
o Rekeningrijden
o Loonopslag (in het vooruitzicht)
o Piek in geboortes eind december
kind geboren een dag voor 31 december, heel het jaar
afgetrokken van belastingen
o Werkloosheidsvergoeding
o …