Taalontwikkelend lesgeven
1) Taal als motor van de brede ontwikkeling
Maximale kansen bieden
Taal is nodig
Kennis opdoen
Nadenken
Jezelf uitdrukken
Met anderen in interactie gaan
Krachtige partnerschappen ouders en organisaties buiten school
Leerinhouden uit verschillende leergebieden
Doelgericht zorgen voor samenhang
Geïntegreerde aanpak
-> impliciet taal aanleren op een natuurlijke manier
-> taalkrachtig onderwijs = leren over, van en via taal binnen een
krachtige
leeromgeving
2) Taalkrachtig onderwijs (7 didactische principes)
Talige grondhouding
Fundament!
Kunnen, durven en willen bezig zijn met taal
Positieve talige grondhouding cruciaal!
Nood aan veiligheid, vertrouwen en plezier gecreëerd door lkr.
-> hoge verwachtingen: verlies veiligheid, maar met gepaste
ondersteuning terug
-> hulpbronnen laten inzetten, ook eigen taal (meertalige
repertoire) = terugkoppelen
naar taal die ze kennen
-> zelfvertrouwen, motivatie en betrokkenheid
Contextrijk
Vanuit betekenisvolle context (leefwereld) + concreet materiaal
Door a.d.h.v. voorkennis en interesse nieuwe kennis, vaardigheden
en attitudes leren
-> betrokkenheid, herkenbaarheid maar ook uitdaging
Werken met thema’s/projecten
-> bv. pinguïns (teksten, sociale warmte, dramales)
-> doordacht mee aan de slag gaan
Functioneel
Taal met een doel = betekenisvol
Iets echt, relevant en interessant doen waarbij taal nodig is
Levensechte doelen Betekenisvolle doelen
Taal gebruiken voor dingen in Taal gebruiken om een doel te
de echte wereld bereiken dat voor de leerlingen
Stappenplan, interview, recept, betekenisvol of relevant is.
… Fantasieverhalen, zo veel
mogelijk boeken lezen,…
Het talig doel staat in dienst
van een groter niet-talig doel. Doel om motivatie van de
Taal is nodig om iets anders te leerlingen aan te wakkeren
bereiken Kan ook speels of verbeeldend
zijn
In de realiteit komen beiden vaak in een combinatie voor.
Functionaliteit hangt samen met contextrijk
, Om taal functioneel te gebruiken hebben we nood aan een
bepaalde context, een nieuw taalaanbod.
(inter)actief
Leraar-leerling
Denkstimulerende vragen
-> opinievragen, openvragen, denkvragen,…
Reacties van leerlingen herformuleren en verrijken/uitbreiden
Taalruimte
-> denkruimte, spreekruimte
Actieve werkvormen
-> lokt taal uit, interactie (= hefboom taalleren)
Rijk taalaanbod Rijke complexe woorden gebruiken, benoem handelingen, leg
begrippen uit, geef synoniemen/verschillen, geef visuele
ondersteuning,…
Open vragen, doorvragen Meer dan één juist antwoord, verleg spreektijd door door te
vragen
Taalfeedback Niet alleen op inhoud ook op vorm, herformuleer, verrijk
ZONDER communicatie te verbreken
Responsief luisteren Aandachtig, hun inbreng doet ertoe, versterkt zelfvertrouwen
en motivatie
Peerinteractie stimuleren Leerlingen met elkaar laten communiceren, laat hen
beslissen/reflecteren/nadenken waarbij ze betekenisvol
taalgebruik moeten voorzien in leersituaties
Leerling-leerling
Met elkaar
Interactieve werkvormen
-> homogene of heterogene groepen?
ACTIEF onderwijs: lln. gaan zelf aan de slag met taal
Gecombineerd met contextrijk en functioneel
-> actie lokt interactie uit door leerlingen functioneel binnen een
bepaalde context
samen te laten werken
Ondersteuning
Soorten ondersteuning
Visueel
Talig
Modelleren
Stappenplan of voorbeelden
Feedback (interactief)
Gerichte ondersteuning
Scaffolding
-> opbouwende ondersteuning die afgebroken wordt wanneer de
ondersteuning niet
meer nodig is. Vergelijk met een stelling.
GRIMM-model