H1: Het begrip cultuur
Gastcollege: Afval - cultuur en natuur in de prullenbak? (Roos van der Zaan)
H2: Wereld
H3: Taal
Gastcollege: De hermeneutiek van de digitale technologie / Metaforische hermeneutiek van
ChatGPT (Annelies Verbeeck)
H4: Techniek
Gastcollege: (Annelies Verbeeck)
H5: Gemeenschap
H6: Waarderen
H7: Religie
H8: Hegel en de cultuurfilosofie
INHOUDSOPGAVE
Hoofdstuk 1: Het begrip cultuur
1.1 Inleiding
Cultuurfilosofie als discipline is zeer jong en is in de context van de moderniteit ontstaan. Ze is:
De studie van de moderniteit: een verheldering van de drijfkrachten en grondstructuren die
kenmerkend zijn voor de moderniteit en in de erfenis waarvan de hedendaagse tijd nog gedacht
wordt
De moderniteit omvat een transformatie op het domein van cultuur én in het denken; de
ontwikkeling in de Westerse cultuur wordt als leidraad genomen
Cultuurfilosofie = een Zeitdiagnostik = een actualiteitsanalyse
Maar de CF heeft ook een systematisch karakter: ze reflecteert over de redenen om cultuur als
afzonderlijk thema te behandelen. René Boomkens stelt dat CF ‘instabiel’ is en vrijwel nergens is
uitgegroeid tot een duidelijk onderscheiden filosofisch vakgebied met een eigen methodologie. De
prof gaat hier gedeeltelijk tegen in: CF gaat voortdurend in interactie met niet-academische
praktijken, maar een reductie tot enkel ‘een houding en een stijl’ is te gemakkelijk. Het is belangrijk
CF af te bakenen en te onderscheiden van andere wetenschappen.
1.2 De vele betekenissen van cultuur
Cultuurfilosofie gaat over culturele objecten/activiteiten. Het begrip ‘cultuur’ kan worden uitgezegd
van zo verschillende objecten als: personen, programma’s, kunstmanifestaties, gemeenschappen,
instituten, bouwwerken, boeken, landschappen, technieken, diersoorten, gewassen, processen, …
Afbakening via drie onderscheidingen:
CULTUURFILOSOFIE 1
, Cultuur verwijst door naar de menselijke activiteit: menselijke activiteit is een noodzakelijke
voorwaarde, maar impliceert NIET dat het concept van elke biologische betekenis wordt
gezuiverd
Een algemeen concept van cultuur: onderscheid tussen het ‘beperkte’ begrip (enkel
vrijetijdsbesteding) en het ‘algemene’ begrip (een historisch gegroeide maatschappelijke
ordening in haar geheel)
Het symbolisch karakter van cultuur: cultuur heeft een sociaal karakter en een objectiviteit die
gedeeld wordt of voor een gemeenschap toegankelijk is; cultuur is ‘symbolisch’ - heeft een
betekenislaag die het individuele handelen overschrijdt
Definitie: een algemeen begrip van cultuur dat intrinsiek doorverwijst naar de menselijke activiteit
en wezenlijk een symbolisch karakter heeft.
1.3 Cultuur versus natuur
Een tegenstelling gebaseerd op het onderscheid tussen wat door conventie tot stand komt (cultuur)
en wat op organische wijze wordt voortgebracht (natuur). Cf. nomos vs. physis bij de sofisten; G.
Vico. Vier problemen:
Deze tegenstelling impliceert een breuk tussen natuur en cultuur
Het concept ‘gemaakt’ is niet helder
Het onderscheid gemaakt/gegeven voldoet niet
Niet in staat de dynamische relatie tussen cultuur en natuur te thematiseren (cultuur ontstaat
vanuit en is een voortdurende transformatie van natuur; ook ‘natuur’ is zelf een uitdrukking van
cultuur)
1.4 Cultuur als ‘Cultura’
Cultura (Romein, afgeleid van colere) verwijst door naar de landbouw; impliceert een dynamische
opvatting van de relatie tussen cultuur en natuur: voortdurende interactie tussen de verzorgende
omgang van de mens met levende wezens en een door de mens begeleide spontane groei. Cultura
is etymologisch verwant met cultus. Cicero’s formulering ‘cultura animi’: zorg voor de ziel als
noodzakelijke stap om de mens te cultiveren, maatstaf voor de ontwikkeling van het individu en van
een volk. Probleem: heeft nog niet de algemene, symbolische betekenis van cultuur zoals in de CF.
1.5 De formele opvatting van cultuur
Cultuur gedacht vanuit de vermogens van de mens (erfenis Duits idealisme: Kant, Hegel). Risico:
rigide tegenstelling cultuur-natuur + statisch begrip. Correctie: ‘vermogen’ kan dynamisch gedacht
worden als interactie mens-omgeving. Drievoudige relevantie:
Ze veralgemeent het concept ‘cultuur’ (symbolische betekenis)
Ze ligt aan de basis van de afbakening van cultuur als een autonoom domein van
objectiveerbare entiteiten
Ze heeft aandacht voor de interactie met andere wetenschapsgebieden (antropologie, biologie)
1.6 De materiële opvatting van cultuur
Cultuur gedacht vanuit de materiële condities. Risico: reductionistisch. Historische bronteksten:
CULTUURFILOSOFIE 2
, Lucretius (ca. 99-55 BC), De rerum natura: epicurerisch; natuur verklaard via atomen, zonder
goden; darwinistische opvatting van de ontwikkeling van de mens
Francis Bacon (1561-1626), Nova Atlantis: natuur als ‘machine’ (horloge-metafoor); dezelfde
mechanische redenering doorgetrokken naar mens en samenleving; ‘kennis is macht’ - de mens
als beheerder van de natuur
Baruch de Spinoza (1632-1677), ‘Deus sive Natura’: natuur als iets goddelijks; de mens volledig
afhankelijk van en onderdeel van de natuur, met beperkte toegang tot de substantie
Hedendaags materialisme: bekritiseert humanistische vooronderstellingen; nieuwe opvattingen
van materie (relativiteitstheorie); life sciences. Viervoudige relevantie:
Aandacht voor de lichamelijkheid van de mens
Aandacht voor de materialiteit van culturele objecten en de materiële condities
Aandacht voor de materiële transformatie van de interactie mens-omgeving
Aandacht voor de planeet Aarde als materiële conditie
1.7 Cultuur? Natuur? - De visie van de prof
Dynamische visie op cultuur waarbij zowel de formele als de materiële opvatting noodzakelijk zijn:
De formele laat toe om cultuur te begrijpen als een domein van objectiveerbare entiteiten; ze
corrigeert de materiële wanneer deze culturele objecten reduceert tot louter fysische
wetmatigheden
De materiële laat toe om de materiële condities aan te wijzen en te analyseren; ze corrigeert de
formele wanneer deze de symbolische vormen abstraheert uit hun materiële condities en als
statische gegevenheden begrijpt
Afval: cultuur en natuur in de prullenbak? - Roos van der Zaan
Opbouw van de presentatie
Introductie en situering: de wegwerpcultuur
Vraagstelling: natuur-cultuuronderscheid in de prullenbak?
Afval: een nieuw materialisme
Afval: een sociaal construct
Conclusie en discussie
Introductie en situering: de wegwerpcultuur
Afval is een centraal aspect van onze materiële cultuur. (Bijna) alles is tegenwoordig vervangbaar
en wegwerpbaar. De presentatie stelt de vraag wat er in onszelf of in onze materiële cultuur is
veranderd dat het weggooien van zoveel materiaal mogelijk maakt (Kennedy, 2008). De kernvraag
is: wat is afval en waar hoort het thuis? Dit is een ontologische vraag. Twee posities worden
onderscheiden:
Monisme: afval is een natuur-cultuurhybride
Dualisme: afval ontstaat door omzetting van natuur naar cultuur
CULTUURFILOSOFIE 3