• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 60 pagina's
Samenvatting

Deontologische aspecten samenvatting Orthopedagogie | Hogeschool Gent | 2025/26

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 60 pagina's

Het is een samenvatting van het volledige vak+ lesnotities en schema's. Ik behaalde 15/20 voor dit examen. veel succes!

Voorbeeld van de inhoud

DEONTOLOGISCHE ASPECTEN
DEEL 1
1 DEONTOLOGIE
Plichtenleer, zegt wat je moet doen en wat je niet mag doen.
 filosoof: KANT

≠ verplichtingen die worden opgelegd
= vertrekt vanuit jezelf, wat je voelt dat goed is/wat moet

DEEL 1: PROLOOG
1 INLEIDING
Hierin kaderen we deontologie binnen de normatieve ethiek. Een deontologische kijk stelt
de vraag:

 “Wat is juist?”
o In de proloog zie je een belangrijke filosofische discussie:
o Het onderscheid tussen het juiste en het goede.

Deze theorieën bieden een eigen antwoord op de vraag hoe we onze handelingen kunnen
rechtvaardigen.

 Op welke manier kunnen we het goede doen?

2 HET GOEDE DOEN (INTEGER HANDELEN) - PROLOOG
DEFINITIE INTEGRITEIT

 Het goede doen en/of iets goed is, moet je zelf vooral autonoom beslissen.
o Dit wil zeggen dat we niet goed doen omwille van de goedkeuring van
anderen (dit is heteronoom), maar omdat het goed is het goede te
doen.
 De vraag is hoe we weten wat goed is?
o Dit gaat over onze moraal, onze waarden & normen. (waar halen we die?)

2.1 CITATEN

De onderstaande citaten geven de aspecten weer van integriteit:

 Het goede doen, moet je zelf vooral autonoom beslissen.
 We doen niet goed omwille van de goedkeuring van anderen, maar omdat het
goed is het goede te doen.
o De vraag is: Hoe weten we wat goed is?

INTEGRITEIT (C.S. LEWIS)

 Het goede doen, ook al is er niemand aan het toekijken.

EPICTETUS

,  Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf,
realiseer je dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar
gebracht). Als je een getuige nodig hebt, wees die dan zelf.

3 HOE WETEN WE WAT GOED IS…

3.1 PLURALISME BINNEN SAMENLEVING

Nietzsche (filosoof) zei ooit: ‘God is dood’

 Onze hedendaagse samenleving heeft niet langer collectief verhaal van waarden
en normen
 Individuen bepalen hun eigen zingeving, wat leidt tot een diversiteit in de
samenleving en een pluralisme (een diversiteit aan waarden en normen)
 Soms wordt het acroniem VUCA gebruikt
o de samenleving is ‘volatile, uncertain, complex and ambiguous’

3.2 MORALITEIT (WAARDEN EN NORMEN) VIA SOCIALISATIE, TRIAL AND
ERROR

 hoe weten we wat goed is? (moraal)
Waar halen we onze waarden en normen?

 Via opvoedingsverantwoordelijken, vrienden,… (=socialisatie)
o Socialisatie = het proces van leren samenleven
 we leren wat waarden en normen zijn door onze opvoeding
o Waarden = abstract idee, nastrevenwaardig ideaal
 Vb. respect hebben, eerlijkheid, veiligheid
o Normen = vertaling van een waarde in een gedragsregel
 Vb.‘ik ga niemand uitschelden’  respect
o Principe = waarden en normen die fundamenteel zijn, waar we niet meer
aan twijfelen
 Vb. iedereen is gelijk, mensenrechten,…
 Via trial and error = vallen en opstaan


3.2.1 SOCIALISATIE BESTAAT UIT 3 NIVEAUS
(= waar komen waarden en normen vandaan)

 Het proces van leren samenleven.
 Er zijn drie vormen van socialisatie:
1. Primaire
2. Secundaire
3. Tertiaire

PRIMAIRE SOCIALISATIE (SOCIALE HUID)
= tussen mensen die direct met elkaar verbonden zijn, zoals vrienden en gezin

 Groepen waarin de leden een persoonlijke en emotionele band met elkaar hebben.
 Hierbij vindt socialisatie in een informele sfeer plaats
 Regels staan niet op papier, niet nodig want iedereen vindt ze heel
vanzelfsprekend (= niet nodig)
 Onze “sociale huid”, omdat het zo natuurlijk is

,  waarden en normen leren van intieme contacten (worden deel van iemands
identiteit)
 De waarden en normen die thuis in het gezin worden geleerd, zijn vaak zo normaal
dat ze onderdeel kunnen worden van iemands identiteit.
 Ook het gedrag van vrienden, zoals de manier van praten of de kledingstijl, is iets
wat iemand zich - zonder veel inspanning - eigen maakt omdat de deelnemers het
normaal vinden.

SECUNDAIRE SOCIALISATIE (SOCIALE KLEREN)
= vindt plaats in een formele sfeer (school, werk, verenging,…)

 We maken keuzes: kiezen de school zelf (= onze kleren)
 Over onze huid dragen we kleren & de cultuur die iemand verwerft wordt daarom
ook wel ‘sociale kleren’ genoemd.
a. Bij sociale kleren maken we keuzes; zelf school/beroep kiezen &
veranderen. Net als kleren die we kiezen & veranderen.
 In tegenstelling tot primaire socialisatie vindt secundaire plaats in een formele
sfeer
a. (school, op het werk/vereniging)
 Neemt men de waarden en normen v/d groep over, zij schikken zich naar de
cultuur die daarin heerst.
 waarden en normen leren afhankelijk van context

TERTIAIRE SOCIALISATIE
= waarden en normen leren uit wat anderen doen (samenleving, multi media)

 Vindt plaats door anonieme socialisatoren
o Actoren met wie mensen NIET rechtstreeks een band hebben
 Socialisatie gebeurt vaak impliciet, zonder dat het opgemerkt wordt
o Vb. lezen van literatuur, massamedia en sociale media, overheid,..
o = belangrijke socialisatoren, gedrag van mensen beïnvloeden
 Soms vindt socialisatie subtiel plaats door mensen in beeld bepaalde producten te
laten kopen.
o Ook de overheid is een socialisator die vaak anoniem socialiseert.
o Overheid wil het gedrag van mensen beïnvloeden,
i. bv. Verkeersregels/schoolplicht/minder mensen laten roken/…

Conclusie:

 Je zou kunnen zeggen dat het goede is dat we allemaal de wet volgen
o maar wetten vatten niet alles en trekken vooral grenzen (wit-zwart)
o we komen voor heel veel grijze situaties te staan
 Wetten moeten gezien worden als een ‘tijdelijke morele consensus’
 Bovendien kunnen wetten ook onrechtvaardig zijn.


3.2.2 MORAAL IS DUS…
 Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error
 Breder dan wetten en regels: invullingen van het goede
 Onderscheid moraal – ethiek:
o Moraal is intuïtief – scheidsrechter is ons geweten (in volksmond = gezond
verstand)
o Ethiek is de studie van de morele overwegingen van mensen

, 3.3 MORAAL EN ETHIEK

Het ethisch klimaat (niet gelijk aan) het moralistisch klimaat.

MORAAL

 Intuïtief, scheidsrechter is ons geweten
 Geheel van waarden en normen die richting geven aan ons handelen en zin geven
aan wat we denken en doen.
 We vertrouwen op onze morele intuïtie en op ons geweten.
o Deze wordt van kinds af aan opgebouwd door socialisatie en trial-and-error
 We hebben een professioneel en persoonlijk referentiekader opgebouwd
waarbinnen we ons bewegen.

ETHIEK

 De studie van de morele overwegingen van mensen
 Expliciteren en kritisch benaderen van morele standpunten en keuzes = domein
van ethiek.
 Theoretische studie van moraal:
o Het is een filosofische discipline die waarde- en normenstelsels onderzoekt
en onder woorden brengt en nagaat welke argumenten bepaalde keuzes
voor dat goede legitimeren.


3.3.1 DISCIPLINES BINNEN DE MODERNE ETHIEK:

Theoretische ethiek: Toegepaste ethiek: Empirische ethiek:

1) Meta-ethiek: zoekt naar de Bekijkt morele problemen Betreft disciplines zoals
fundamenten v/d ethiek & bekijkt binnen specifieke domeinen (bv. moraalsociologie en – psychologie,
morele taalgebruik en argumenteert. Bio- of medische ethiek) waarbij concrete waarden & normen
onderzocht worden die gelden in een
2) Normatieve ethiek: zoekt naar SL.
theoretische kaders waarbinnen morele
problemen behandeld kunnen worden.

Integrity is doing the right thing even if no one is watching

Als je ooit in de verleiding komt om te zoeken naar goedkeuring van buitenaf, realiseer je
dan dat je je integriteit hebt gecompromitteerd (= in gevaar gebracht). Als je een getuige
nodig hebt, wees die dan zelf (Epictetus)

 De citaten geven de aspecten weer van integriteit:
o integriteit is het goede doen en of iets goed is, moet je zelf vooral
autonoom beslissen.
 We proberen allemaal integer zijn
o Het goede doen, los van dat iemand zegt dat dit het goede is
(=autonoom)
 Omdat jij het goede wilt doen, voelt dat dit het goede is
o Het goede doen, om beloond te worden / niet gestraft te worden
 Het goede doen omwille van de goedkeuring van anderen
(=heteronoom)
 Moraal: hoe weten we wat goed is?

Inhoudsopgave

  1. 01 1 deontologie 1
  2. 02 1 inleiding 1
  3. 03 2 het goede doen (integer handelen) - proloog 1
    1. 2.1 Citaten 1
  4. 04 3 hoe weten we wat goed is… 2
    1. 3.1 Pluralisme binnen samenleving 2
    2. 3.2 Moraliteit (waarden en normen) via socialisatie, trial and error 2
    3. 3.3 moraal en ethiek 4
  5. 05 4 …en wie bepaalt dat? 5
    1. 4.1 Bepalen we dat zelf?* 5
  6. 06 5 normatieve ethiek 6
    1. 5.1 de verwisselbaarheidsgedachte of principe van gelijkheid 6
  7. 07 6 rechtvaaridheidstheorieën (normatieve druk) 7
    1. 6.1 Consequentialisme 7
    2. 6.2 Deontologie 7
    3. 6.3 teleologische of deugdenethiek (en derde model) 9
  8. 08 1 Sociaal-agogisch werkers als technische en normatieve professionals 10
    1. 1.1 Metafoor ‘professional als lantaarnpaal of kampvuur’ 11
  9. 09 2 communicatieve rationaliteit (habermas) – epiloog 12
    1. 2.1.1 Dialoog VS discussie 12
    2. 2.2 drie soorten argumenten 12
    3. 2.3 een beroepsethisch kompas 15
    4. 2.4 plichtenleer 15
  10. 10 1 alom bekend, weinig bemind 16
    1. 1.1 betekenis privacy 16
  11. 11 2 pRIVACY 17
    1. 2.1 Situering 17
    2. 2.2 Privacy als fundamentele vrijheid 17
  12. 12 3 privacy als mensenrecht 18
  13. 13 4 definitie privacy? 18
    1. 4.1 dimensies van privacy 18
  14. 14 5 PRIVACY ALS INDIVIDUEEL RECHT 19
    1. 5.1 Grenzen aan vrijheid (juridisch-ethisch) 19
    2. 5.2 handelings- en wilsbekwaam 20
    3. 5.3 privacy in de media 21
    4. 5.4 (Bewakings)camera’s 21
  15. 15 6 toezichtskapitalisme als bedreiging voor privacy 23
    1. 6.1 digitale economie 23
  16. 16 7 Het toezichtskapitalisme als bedreiging voor privacy 24
    1. 7.1 het einde van privacy 24
    2. 7.2 het toezichtskapitalisme 25
    3. 7.3 de impact van toezichtkapitalisme en digitale profilering 27
  17. 17 8 negatieve en positieve privacyvrijheid 27
  18. 18 9 mediawijsheid 28
    1. 9.1 mediawijsheid in sociaal-agogisch werk 28
    2. 9.2 recht op afbeelding 28
  19. 19 10 privacyvrijheid: taking back control = belangrijk!!! 28
  20. 20 1 Het principe van privacy 29
  21. 21 2 Juridische kader rond gegevensverwerking 29
    1. 2.1 De GDPR als nieuwe impuls voor privacy 29
    2. 2.2 Beginselen van gegevensverwerking 30
    3. 2.3 Rechten en plichten 31
    4. 2.4 Principieel verwerkingsverbod 32
    5. 2.5 Geinformeerde toestemming – belangrijk 33
  22. 22 3 bescherming of censuur 34
    1. 3.1 Omgaan met vertrouwelijke gegevens 34
  23. 23 4 discretieplicht (en ambtsgeheim) 34
    1. 4.1 Juridisch kader 35
    2. 4.2 discretie en het belang van een discretionaire ruimte 36
  24. 24 5 beroepsgeheim(ART. 458 sw) 38
    1. 5.1 “Alle (…) personen die kennis dragen van geheimen die hun zijn toevertrouwd” 39
    2. 5.2 “…uit hoofde van beroep…” 39
    3. 5.3 Uit hoofde van de staat 40
    4. 5.4 “…en deze bekendmaken … worden gestraft …” 41
    5. 5.5 absolute en functionele benadering 41
  25. 25 1 Discretieplicht en/of beroepsgeheim 43
    1. 1.1 Discretieplicht 43
    2. 1.2 Beroepsgeheim 43
    3. 1.3 Vier scenario’s 44
  26. 26 2 wettelijke uitzonderingen op het beroepsgeheim 46
  27. 27 3 Visualiseren van de wettelijke uitzonderingen: Discretionaire ruimte 46
    1. 3.1 zwijgrecht/spreekrecht 47
    2. 3.2 spreekrecht 47
    3. 3.3 procureur des Konings 50
    4. 3.4 spreek”plicht” 50
  28. 28 H1: sociaal-agogisch werkers als technische én normatieve professionals 52
    1. 3.5 Technische en normatieve professionaliteit 52
    2. 3.6 Metafoor ‘professional als lantaarnpaal of kampvuur’ (Boek p240) 53
    3. 3.7 Normatieve professionaliteit als eretitel 53
    4. 3.8 Samen door het moeras -schön 54
    5. 3.9 Normatieve professionalisering als leerproces 55
    6. 3.10 Het belang van een autonome en gedeelde beroepsethiek 55
    7. 3.11 Tijd voor een ethsiche reflectie 56
  29. 29 4 Communicatieve rationaliteit (habermas) 56
    1. 4.1.1 Dialoog VS discussie 57
    2. 4.2 Drie soorten argumenten 57
    3. 4.3 Geldigheid en tegensprakelijkheid 59
    4. 4.4 een beroepsethisch kompas 60
    5. 4.5 plichtenleer 60

Documentinformatie

Geüpload op
17 mei 2026
Aantal pagina's
60
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€8,66

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
zoetemilan
4,3
(3)
Verkocht
55
Volgers
0
Items
48
Laatst verkocht
1 dag geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen