SCHOUDER
1. Inspectie
- Dorsale, laterale en ventrale zijde
- Stand v hoofd + cervicale/thoracale wervelzuil (scoliose) en schouderstand en
schoudercontour
2. Palpatie
- Acromioclaviculair gewricht: hoogste punt vd schouder
- Acromion
- Subacromiale ruimte
- Proc coracoideus
- Tuberculum majus – sulcus intertubercularis (met pees caput longum biceps) –
tuberculum minus
3. Bewegingsonderzoek
actief: vgl links-rechts door patient bewegingen te laten doen tegelijkertijd met beide
armen
- Voorwaartse elevatie (anteflexie): nr voor en omhoog
- Achterwaartse elevatie (retroflexie): nr achter
- Abductieboog: langs opzij omhoog
o Achter patiënt staan om te kijken nr scapulohumeraal ritme
- Exorotatie
o Schouder in neutrale stand: elleboog in 90° flexie en beweegt handen
zijwaarts zo ver mogelijk nr achter
o Schouder in 90° abductie en elleboog in 90° flexie: patient brengt
onderarm nr omhoog
- Endorotatie:
o Schouder in neutrale stand: handen achter rug met elleboog in 90° flexie
o Schouder in 90° abductie en elleboog in 90° flexie: onderarm nr beneden
brengen
Passief: afh v lichaamslengte staand of zittend, beide schouders apart, fixatiehand oover
acromioclaviculaire gewricht
- Anteflexie: arm aan pols nemen en omhoog doen gestrekt
- Retroflexie: nr achter
- Abductie: elleboog vastnemen en zijwaarts omhoog
- Exorotatie
o Schouder in neutrale stand (elleboog 90° tegen flank): fixeer schouder in
90° flexie tegen flank + beweeg hand zijwaarts zo ver mogelijk nr achter
o Schouder in 90° abductie en elleboog in 90° flexie: ondersteun elleboog +
breng onderarm nr boven
- Endorotatie:
o In neutrale stand (elleboog 90° flexie en tegn flank): hand achter rug
o In 90° abductie: arm nr beneden
, 4. Weerstandstesten
Sta achter patient
1. Abductie
- Fixeer met handen in V vorm bilateraal de bovenarmen juist boven elleboog tegen
lichaam, vraag patient om armen opzij te duwen (beide tegelijk)
2. Exorotatie
- Ellebogen in 90° flexie, fixeer met handen de onderarmen juist distaal v pols,
vraag dat patient de voorarmen nr buiten duwt
- Zelfde met 90° abductie: vraag patient om voorarmen nr achter te duwen
3. Endorotatie
- Breng licht geplooide arm v patient achter rug en duw met vingers van je hand
tegen palmaire zijde v pols en vraag weerstand
5. Specifieke testen
1. Champagne test (voor m supraspinatus)
Houding waarin je toast brengt (bovenarm in 60°)
- Flexie en abductie, voorarmen 45° geplooid
- Fixeer met handen de bovenarmen juist boven elleboog
- Geef neerwaartse druk, duw armen nr beneden en vraag weerstand
- Vragen of pijn aanwezig is
2. O’Brien test (biceps caput longum)
- Arm gestrekt nr voor brengen, hand draaien in pronatie (zodat duim nr beneden
gericht)
- Arm in adductie brengen: nr binnen bewegen en dan weerstand vragen terwijl je
thv pols arm naar beneden duwt
3. Belly press test (m subscapularis)
- Patient moet met handpalmen tegen buik drukken, breng de twee ellebogen nr
voren en duw deze dan met je vingers terug nr achter, vraag weerstand
- Je moet duwen thv elleboog
4. Functionele testen
Hierbij alle drie de gewrichten en scapulothoracale functionele gewricht en alle
spiergroepen vd schoudergordel getest
- Hand-nek beweging: nadruk op exorotatie, handpalm in nek leggen
- Hand-rug beweging: nadruk op endorotatie, handrug zo hoog mogelijk op rug
leggen langs onder-achter