Hoofdstuk 1
Inleiding
Geld reclame (helft alle reclame)
Netflix stukje geld gaat automatisch naar VS
Geld in media in lokale systemen belangrijk jobs, economie lokale medialand
Hoe meer aandacht hoe meer waarde
Lokalen hebben het moeilijk besparen minder programma’s vicieuze
cirkel
Tot ‘80 monopolie weinig tv enkel 18-22u
Media wil groot worden. Kost geld. Meer kijkers, minder Kosten.
Ze kunnen concurrenten overkopen
Schaal creëren
Technologie maken, verdelen content
Steeds meer digitaal (enkel krant en magazines)
Negatief beeld technologie
o Eigenlijk even asociaal als vroeger (krant op trein/gsm op trein)
Negatieve effecten
o Polarisering
o Algoritmes zijn politiek
o Bv: Tiktok VS republikeins
o Veel fake news
Polycrisis
o Meerdere crisisen vandaag
o Bussinesmodellen onder druk, Kosten omhoog
o Onzekere jaren
Wat is Media-economie?
Media
o Social media
o Bedrijven =! dienst
o Tv, radio, krant…
o Boeken
o Podcast
o Magazines
o Economische studie eerst jaren ‘70 in VS
Economie
o Vraag-aanbod
o Prijsmechanisme afhankelijke van vraag-aanbod
o Behoeften veranderen
Wetenschap van de Schaarste
o Hoe zetten mediabedrijven hun schaarse middelen op efficiënte wijze in
om aan de vraag naar mediaproducten tegemoet te komen?
o Gebruik van productiefactoren
Arbeid: creatief en zakelijk talent (‘people business’)
Grondstoffen: materieel of immaterieel
Kapitaal: via eigenaars, investeerders of beursgang
o Media moet middelen inzetten om te produceren. Zo goedkoop mogelijk.
, o Materiele middelen zijn schaars.
o Creatief personeel is belangrijk voor eindproduct.
o Vaak immaterieel nood aan rechten, data, geld
Contradictie: schaarste in tijden van overvloed
o Media-economie ook gekenmerkt door overvloed
o Gigantische toename van aanbod (content en platformen)
o En toch: schaarste, niet overvloed, creëert economische waarde
o Niet langer technologische schaarste, wel kunstmatige schaarste
o Strategieën om schaarste te creëren
o Maar: tijd consument blijft schaars. Mediabedrijven moeten aandacht (en
tijd) van de consument winnen om economische waarde te creëren
o Heel veel aanbod vandaag
o Enkel schaarste creëert economische waarde.
o Vroeger technologisch gedreven schaarste nu kunstmatige schaarste
o Exclusiviteit waardevol
o Onze tijd (van de kijker) heel belangrijk geen kijker, geen waarde
Media-economie
o Combinatie van mediastudies en economie
o Toepassen van economische theorieën, concepten en principes om
werking media-industrie/bedrijven/producten te verklaren
o Begrijpen welke invloed financieel-economische krachten/structuren op
media-industrie/bedrijven/producten uitoefenen
o Sterk gelinkt aan politieke economie van de communicatie
o Media als ruilwaarde: niet altijd met geld, ook met aandacht betalen
Micro en Macro
o Impact op wereld
o Impact op specifieke relaties
Theorieën over ondernemingen
o Verschillende types ondernemingen
Functies (rollen): producent – aggregator – distributeur
Produceren maken (contentcreator, regisseur)
Aggreger samenbrengen (Netflix, Vrt)
Distribueren verdelen (telenet, proximus) Mediaminist
Omvang: groot en klein, lokaal en internationaal er:
Eigendom: beursgenoteerd, familie-eigendom, overheid
o Neoklassieke Theorie 2
Bedrijf streeft winstmaximalisatie na legislaturen
Bedrijf zet middelen efficiënt in (kosten-batenanalyse) geleden
Rationele keuzes → opportuniteitskost Sven Gatz
Markt, niet de overheid, creëert beste uitkomst Nu Cieltje
Enkel bij marktfalen wanneer markt onvoldoende ‘werkt’
Van Achter
, Kritiek op neoklassiek perspectief:
Niet elk mediabedrijf streeft zoveel mogelijk winst na
Overheid om negatieve uitkomst markt te remediëren
Puur winst en kapitaal, Meeste rendement halen
Rationele keuzes
Opportuniteitskost kost van het nadeel
o Transactiekosten Theorie
Bedrijven als alternatief voor de markt
Marktcontracten productie per productie (eenmalige producties)
Losse arbeidscontracten voor specifieke opdracht
Impliceert transactiekosten (onderhandeling)
Centrale organisatie als substituut voor markt (seriële producties)
Langdurige arbeidscontracten in hiërarchisch verband
Impliceert coördinatiekosten (management)
Bedrijf als coördinatiekosten < transactiekosten
Speelt vaak rol bij overnames in media
Verbonden met onderhandelingen
Veel transactiekosten
Productie per productie
Goed voor een film
Coordinatiekosten management
o Agencytheorie
Relatie tussen eigenaars en managers
Tegenstrijdige belangen en conflict = principal-agent probleem
Eigenaars: winstmaximalisatie
Manager: eigen agenda, loon, aanzien
Incentives om belangen gelijk te schakelen (prestatiecontract)
Verschuiving eigendomsstructuur in media
Familiale bedrijven (eigenaar = manager)
Beursgenoteerd (eigenaar ≠ manager)
Contacten
Bedrijven hebben eigenaar+CEO kunnen tegengestelden zijn
Belangen eigenaar proberen te respecteren
Vroeger veel familiaal, nu meer beursgenoteerd
Media industrie = specifiek en eigen kenmerken
o 1. Cultureel goed: cultureel en democratische functie FC de
kampioenen
Symbolisch
Esthetisch
Creatief
Maatschappelijk
Niet altijd commercieel
Relatie met kijker
4e macht
Democratische functie
o 2. Publiek belang: niet noodzakelijk winstmaximalisatie
Niet perse winst willen maken
Radio, Nieuwszenders, Klara, radio 2
Vtm enige commerciele zender in EU met nieuws (40-50milj)
, o 3. Publiek goed: NIET-rivaliserend en NIET-uitsluitbaar
Lucht, water, snelweg
Niet rivaliserend geen invloed op andere
Niet-uitsluitbaar geen mensen kunnen uitsluiten
Clubgoed wel uitsluitbaar (betalende abbonementen)
o 4. Minder concurrentie: monopolie of oligopolie
Veel te veel aanbod
o 5. Indirecte prijsrelatie: tweevoudige marktmodel
Media zijn duale producten
Adverteerder en kijker
Andere producten niet
o 6. aandacht: eyeballs
Veel aandacht voor media per persoon per dag (6-7u)
o 7. ervaringsgoed: kwaliteit moet je ervaren
Eerst bekijken dan kwaliteit ondervinden
Goed/niet goed
o 8. risicovol: succes is niet te voorspellen
Veel geld in steken niet zeker van succes
Onzekerheid van de vraag
Arcadia duurste serie ooit in vlaanderen kijkcijfers redelijk slecht
Buurtpolitie het goedkoopst gigantisch succes
o 9. NIET-fysiek: digitale distributie
Meer digitaal
Minder fysiek (niet tastbaar)
Kwetsbaar voor hacking en kraking
o 10. Aparte kostenstructuur
Duur hoge vaste kost
Lagere variabele kost per kijker