-
01
1. Inleiding
1
-
1.1 Aard en doel van het strafprocesrecht.
1
-
1.1.1 Een tweeledig hoofddoel
1
-
1.1.2 Bijkomende doelen
2
-
1.1.3 Strafproces en waarheidsvinding
4
-
1.1.4 Strafproces en rechtsbescherming
5
-
1.1.5 Noodzakelijke afwegingen
5
-
02
1.2 Historische ontwikkeling
5
-
03
1. De bronnen van het strafprocesrecht
6
-
1.3.1 Wetgeving
6
-
1.3.2 Beleidsregels
7
-
1.3.3 Internationaal recht
7
-
1.3.4 Jurisprudentierecht
8
-
1.3.5 Beginselen
8
-
04
1.4 Het legaliteitsbeginsel
8
-
05
1.5 Verhouding tot andere rechtsgebieden
9
-
06
1.6 Naar een nieuw Wetboek van Strafvordering
10
-
07
2. Karakter en gang van het Nederlandse strafproces
11
-
08
2.1 Inleiding
11
-
09
2.2 Het inquisitoire en het accusatoire procesmodel
11
-
10
2.3 De inquisitoire wortels van het Nederlandse strafproces
12
-
11
2.4 In de hoofdrollen
14
-
12
2.5 Verschillen in afdoening
15
-
13
2.6 Het strafproces in fasen
16
-
2.6.1 Procesfasen en wettelijke systematiek
17
-
2.6.2 Opsporing
17
-
2.6.3 Vervolging
18
-
2.6.4 De berechting in eerste aanleg
19
-
2.6.5 Hoger beroep en cassatie
20
-
14
9 Het vooronderzoek
23
-
15
9.1 Inleiding
23
-
9.2 De opsporing: taken en verantwoordelijkheden
23
-
9.2.2 Personen met opsporing belast
24
-
9.2.3 Leiding en verantwoordelijkheid
24
-
9.2.4 Inschakeling burgers
25
-
16
9.3 Afbakening van de opsporingstaak (opsporingsbegrip)
25
-
9.3.1 Historische ontwikkeling
25
-
9.3.2. Vijf typen opsporingsonderzoek
26
-
9.4 De normering van de opsporingstaak
26
-
9.4.1 Algemeen
26
-
9.4.2 Verbaliseringsplicht
27
-
9.4.3 Politiesepot
27
-
9.4.4 Aangiften en klachten
27
-
9.4.5 Dwangmiddelen en opsporingsbevoegdheden
28
-
9.4.6 Niet wettelijk geregelde opsporingsmethoden
28
-
17
7. De verdachte en zijn raadsman
29
-
7.1 Inleiding
29
-
18
7.2 Verdachte en verdenking
29
-
7.2.1 Twee begrippen verdachte
30
-
7.2.2 Redelijk vermoeden van schuld
30
-
7.2.3 De functie van het formele begrip ‘verdachte’
30
-
7.2.4 Vergelijking met art 6 EVRM
30
-
19
7.3 Zwijgrecht en verhoor
31
-
7.3.1 Art 29 Sv: ratio en betekenis
31
-
7.3.2 Het pressieverbod
32
-
7.3.3 Cautie en verhoor
32
-
20
10. Dwangmiddelen
33
-
21
10.1 Algemeen
33
-
10.1.1 Wettelijke systematiek en terminologie
33
-
10.1.2 Dwangmiddelen en grondrechten
33
-
10.1.3 Dwangmiddelen en vrijwilligheid
33
-
10.1.4 Structuurkenmerken
34
-
10.1.5 Steunbevoegdheid en connexe bevoegdheden
34
-
22
10.2 Aanhouden en staande houden
35
-
10.2.1 Staande houden
35
-
10.2.2 Aanhouden
36
-
10.2.3 Verhouding tot stopbevel
37
-
10.2.4 Aanverwante bevoegdheden
37
-
23
Jurisprudentie
40
-
24
11. Voorarrest
42
-
25
11.1 Inleiding
42
-
26
11.2 Gevallen en gronden (art 67 en 67 a Sv)
43
-
11.2.1 Gevallen
43
-
11.2.3 Ernstige bezwaren en anticipatiegebod
44
-
27
11.3 Ophouden voor onderzoek
45
-
28
11.4 Inverzekeringstelling
45
-
11.4.1 Algemeen
45
-
10.4.2 Rechtmatigheidstoetsing (art 59a Sv e.v.)
46
-
29
11.5 Voorlopige hechtenis
47
-
11.5.1 Bewaring
47
-
11.5.2 Gevangenhouding en gevangenneming
48
-
11.5.3 Duur en einde van de voorlopige hechtenis
48
-
11.5.4 Schorsing van de voorlopige hechtenis
49
-
11.5.5 Rechtsmiddelen
49
-
30
3.4 Schets van enkele verdragsrechten
50
-
3.4.1 Art 5 EVRM
50
-
31
7.4 Het recht op rechtsbijstand
51
-
7.4.1 Het EVRM
51
-
7.4.2 Het wettelijk kader
51
-
7.4.3 De gekozen raadsman
52
-
7.4.4 De aangewezen raadsman
52
-
32
7.5 Taak en positie raadsman
53
-
7.5.1 Uitgangspunten en beginselen
53
-
7.5.2 Het belang van een goede rechtsbedeling
53
-
7.5.3 Fouten van de raadsman
53
-
33
7.6 Rechtsbijstand: enkele bijzondere onderwerpen
53
-
7.6.1 Rechtsbijstand en politieverhoor
53
-
34
Jurisprudentie
55
-
35
10.3 Inbeslagneming en doorzoeking
57
-
10.3.1 Algemeen
57
-
10.3.2 De bevoegdheid tot inbeslagneming
58
-
10.3.3 Onderzoek aan/in lichaam of kleding
58
-
10.3.4 Betreding en doorzoeking van plaatsen
58
-
10.3.5 Bevel tot uitlevering
61
-
36
Claessens & De Vocht 2020 (artikel)
61
-
37
10.4 Bijzondere opsporingsbevoegdheden
62
-
10.4.1 Algemeen
62
-
10.4.2 Stelselmatige observatie
63
-
10.4.3 Pseudokoop en pseudodienstverlening
63
-
10.4.4 Telefoontap
64
-
38
3. Kennismaking met het EVRM
65
-
39
3.1 Inleiding
65
-
40
3.2 Doel en karakter van het verdrag
65
-
41
3.3 Algemene kenmerken van de Straatsburgse jurisprudentie
65
-
42
3.4.3 Art 8 EVRM
66
-
43
3.5 Gemeenschappelijke begrippen
67
-
3.5.1 Law
67
-
3.5.2 Afstand van recht (waiver)
67
-
44
Jurisprudentie
68
-
45
6.Het Openbaar Ministerie en de vervolging
71
-
46
6.1 Inleiding
71
-
6.2 De organisatie van het Openbaar Ministerie
71
-
47
6.3 De taken van het Openbaar Ministerie
72
-
6.3.1 Inleiding
73
-
6.3.2 De tenuitvoerlegging
73
-
48
6.4 De Vervolging
73
-
6.4.1 Inleiding
73
-
6.4.2 Vervolging door een strafbeschikking
74
-
6.4.3 De beslissing tot vervolging
75
-
49
6.5 Beklag over niet (verder) vervolgen
75
-
50
6.6 Het recht van de verdachte op een beslissing inzake vervolging
76
-
51
6.7 Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding
76
-
52
6.8 Beginselen van een behoorlijke procesorde en de vervolgingsbeslissing
77
-
6.8.1 Inleiding
77
-
6.8.2 Het vertrouwensbeginsel
77
-
6.8.3 Het gelijkheidsbeginsel
77
-
53
6.9 Samenloop van rechtsbescherming rond de vervolgingsbeslissing
77
-
54
6.10 Toezicht op het Openbaar Ministerie
78
-
55
5.4 Buitengerechtelijke afdoening
79
-
56
17.2 Verzet tegen de strafbeschikking
79
-
17.2.1 Inleiding
79
-
17.2.2 Het doen van verzet
79
-
17.2.3 De behandeling van het verzet
80
-
57
Jurisprudentie
81
-
58
13 Het onderzoek ter terechtzitting
82
-
59
13.1 Inleiding
82
-
60
13.2 De rechter en de terechtzitting
82
-
61
13.3 De verdachte en zijn raadsman
84
-
62
13.4 Het horen van de verdachte
84
-
63
13.8 Het horen van getuigen en deskundigen
85
-
64
10.9 Het voorlezen van de processtukken
86
-
65
13.10 Het slachtoffer en de benadeelde partij
86
-
66
13.11 Onderbreking en schorsing
87
-
67
13.12 Requisitoir, pleidooi, laatste woord en heropening
87
-
68
13.13 De griffier en het proces-verbaal
89
-
69
12. Dagvaarding en tenlastelegging
90
-
70
12.1 Inleiding
90
-
71
12.2 Het aanwezigheidsrecht
90
-
12.2.1 Rechtspraak van het EHRM
90
-
72
3.4.2 Art 6 EVRM
93
-
73
5.3 Onafhankelijkheid en onpartijdigheid
93
-
5.3.1 Art 6 EVRM: criteria
93
-
5.3.2 Onafhankelijkheid
93
-
5.3.3 Onpartijdigheid
93
-
5.3.4 Wraking, verschoning vernietiging en terugwijzing.
94
-
74
8.Het slachtoffer
96
-
75
8.1 Inleiding
96
-
76
8.2 Positieve verplichting voortvloeiend uit het EVRM
97
-
77
8.3 Richtlijn slachtofferzorg
97
-
78
8.4 Een titel voor en een definitie van het slachtoffer
98
-
79
8.5 Het recht op correcte bejegening en informatie
99
-
80
8.6 Het recht op bijstand en een tolk
99
-
81
8.7 Opsporing
99
-
82
8.8 Vervolging: klachtvereiste en hoorplichten
99
-
83
8.9 Het spreekrecht tijdens het onderzoek ter terechtzitting
100
-
84
8.10 Voeging als benadeelde partij
100
-
8.10.1 Inleiding
100
-
8.10.2 De te vergoeden schade
100
-
8.10.3 Behandeling en beslissingen op de vordering van de benadeelde partij
101
-
8.10.4 De schadevergoedingsmaatregel en de bijzondere voorwaarde
101
-
85
Jurisprudentie
102
-
86
14 Het bewijs
105
-
87
14.1 Inleiding
105
-
88
14.2 Het wettelijk bewijsstelsel op hoofdlijnen
105
-
14.2.1 Algemeen
105
-
14.2.2 Limitatieve opsomming van bewijsmiddelen
106
-
14.2.3 Bewijsmiddel versus bewijsgrond: redengevende feiten
107
-
14.2.4 Bewijsstelsel en bewijsvoering
107
-
14.2.5 Selectie en waardering
107
-
14.2.6 Bewijsstelsel en bewijsmotivering
107
-
89
14.3 Afscheid van onmiddellijke bewijsvoering
108
-
14.3.1 Het testimonium de auditu
108
-
14.3.2 Onmiddellijk bewijsvoering: the best evidence?
108
-
14.3.3 De auditu-bewijs en fait hearing
108
-
90
14.4 De wettigheid van bewijsmiddelen
108
-
14.4.1 De redenen van wetenschap
109
-
14.4.2 Eigen waarneming of ondervinding
109
-
14.4.3 De verklaring van de verdachte
109
-
14.4.4 Schriftelijke bescheiden
109
-
14.4.5 Deskundigenbewijs
110
-
14.4.6 Eigen waarneming van de rechter
110
-
91
14.5 Bewijsminima en andere bewijsvoorschriften
110
-
14.5.1 Klassieke bewijsregels
110
-
14.5.2 Anonieme getuigen en kroongetuigen
111
-
92
14.6 De bewijsconstructie
111
-
14.6.1 Toereikend bewijs
111
-
14.6.2 Feiten van algemene bekendheid
111
-
14.6.3 Schakelbewijs
111
-
14.6.4 Meer – en Vaart-verweren
112
-
14.6.5 Leugenachtig bewijs en beroep op zwijgrecht
112
-
93
Jurisprudentie
113
-
94
15 Sanctionering van onregelmatigheden in het strafproces
116
-
95
15.1 Inleiding
116
-
15.1.1 Het ontstaan van een leerstuk
116
-
15.1.2 De Commissie – Moons en art 359 a Sv
116
-
15.1.3 Rechtspraak van het EHRM
116
-
15.1.4 Het voorstel van het nieuwe Wetboek van Strafvordering
117
-
96
15.2 Bewijsuitsluiting
117
-
15.2.1 Drie arresten
117
-
15.2.2 De eerlijkheid van het proces en de verklaringsvrijheid
117
-
15.2.3 Schending van (andere) strafvorderlijke voorschriften of rechtsbeginselen
118
-
15.2.4 Het verband tussen het onrechtmatig handelen en het verkregen bewijs
119
-
15.2.5 Onrechtmatig handelen buiten het voorbereidend onderzoek
120
-
97
15.3 Niet – ontvankelijkheid van het OM
120
-
15.3.1 Inleiding
120
-
15.3.2 Instigatieverbod
120
-
15.3.3 Het onmogelijk maken van waarheidsvinding
120
-
15.3.4 Bijzondere gevallen
120
-
98
15.4 Strafvermindering
121
-
15.4.1 Inleiding
121
-
15.4.2 Berechting binnen een redelijke termijn
121
-
15.4.3 Andere gevallen van strafvermindering
121
-
15.4.4 Strafvermindering en voorarrest
121
-
99
15.5 Schadevergoeding
121
-
100
Jurisprudentie
122
-
101
4Het strafprocessuele model
123
-
102
4.1 De beraadslaging in raadkamer
123
-
4.1.1 Inleiding
123
-
4.1.2 De formele vragen van art 348 Sv
124
-
4.1.3 De materiële vragen van art 350 Sv
124
-
103
4.2 De uitspraak: De verschillende mogelijke einduitspraken
124
-
104
4.3 Het onderzoek ter terechtzitting
125
-
105
4.4 Op de grondslag van de tenlastelegging
125
-
106
16 Het vonnis
126
-
107
16.1 Inleiding
126
-
16.1.1 Het schriftelijk vonnis van de meervoudige kamer
126
-
16.1.2 Het vonnis van de politierechter en de kantonrechter
126
-
16.1.3 Motiveringsverplichtingen en het recht op een eerlijk proces
126
-
16.1.4 Verschillende beslissingen
127
-
108
16.2 Beslissingen op formele vragen en vragen naar strafbaarheid van feit en dader
127
-
16.2.1 Inleiding
127
-
16.2.2 Art 358 lid 3 Sv
127
-
16.2.3 Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten
127
-
16.2.4 Motivering bij twijfel
128
-
109
16.3 De bewijsvraag
128
-
16.3.1 Inleiding
128
-
16.3.2 De inhoud van de bewijsmiddelen
128
-
16.3.3 Een opgave van bewijsmiddelen
128
-
16.3.4 Motiveringseisen bij specifieke bewijsmiddelen
129
-
16.3.5 Uitdrukkelijk onderbouwde bewijsverweren
129
-
16.3.6 De motivering van de vrijspraak
129
-
110
16.4 Strafoplegging
130
-
16.4.1 De wettelijke basis
130
-
16.4.2 De redenen die in het bijzonder de straf hebben bepaald
130
-
16.4.3 Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen: terbeschikkingstelling (tbs)
131
-
16.4.4 Verweren en uitdrukkelijk onderbouwde standpunten
131
-
111
Jurisprudentie
133
-
112
17 Rechtsmiddelen
134
-
113
17.3 Gewone rechtsmiddelen tegen uitspraken
134
-
17.3.1 Inleiding
134
-
17.3.2 Het aanwenden, intrekken en afstand doen van rechtsmiddelen
136
-
17.3.3 De beroepstermijn
137
-
17.3.4 Staat hoger beroep of beroep in cassatie open?
137
-
17.3.5 Beperkingen van het hoger beroep of het beroep in cassatie
138
-
114
17.4 Hoger beroep tegen uitspraken
139
-
17.4.1 Inleiding
139
-
17.4.2 De schriftuur en het voortbouwend appel
139
-
17.4.3 De behandeling ter terechtzitting
139
-
17.4.4 Beslissen en motiveren in hoger beroep
140
-
115
17.5 Beroep in cassatie tegen uitspraken
141
-
17.5.1 Inleiding
141
-
17.5.2 De procedure
141
-
17.5.3 De cassatiemiddelen
142
-
17.5.4 De behandeling van het cassatieberoep
142
-
17.5.5 Beslissen en motiveren in cassatie
142
-
116
17.7 Cassatie in belang der wet en prejudiciële vragen aan de Hoge Raad
143
-
117
17.10 Rechtsmiddelen tegen beschikkingen
143
-
17.10.1 Art 445 en 446 Sv en bijzondere regelingen
143
-
118
Jurisprudentie
145