• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 145 pagina's
Samenvatting

Formeel Strafrecht Samenvatting RB1422 en RB0822

Document preview thumbnail
Voorbeeld 4 van de 145 pagina's

Lesmateriaal voor het vak Formeel Strafrecht aan de Open Universiteit, met uitgebreide uitwerking. Voorzien van jurisprudentie-analyse (o.a. Post-Jaddoe). Ideaal voor effectieve voorbereiding op het tentamen en het begrijpen van kernconcepten uit het formele strafrecht. Samenvatting voor zowel RB1422 en RB0822 van het schakelprogramma. Inclusief wetsartikelen zijn opgenomen in de samenvatting. Inclusief apart document met korte rechtsregels van de verschillende arresten die aan bod komen. Geslaagd met 7.9/10 voor dit vak in eerste zit.

Voorbeeld van de inhoud

1




FORMEEL
STRAFRECHT
LES 1:
Uitgangspunten van het
strafprocesrecht
1. Inleiding
1.1 Aard en doel van het strafprocesrecht.
1.1.1 Een tweeledig hoofddoel
Strafprocesrecht bestaat uit een geheel van regels die betrekking hebben op
de toepassing van het strafrecht in een concreet geval. (= bestaansrecht
strafproces)
In het materiële strafrecht wordt bepaald welke de strafbare feiten zijn en
met welke straffen zij kunnen worden bestraft.
In het strafprocesrecht worden de bevoegdheden toegekend en wordt de
uitoefening daarvan geregeld. Cruciaal is de bevoegdheid om te
(ver)oordelen, dat aan een onafhankelijke rechter is toegekend.
KERN STRAFPROCESRECHT = totstandkoming van rechterlijke
beslissing.
HOOFDDOEL STRAFPROCESRECHT = verzekeren van juiste toepassing
van het abstracte materiële strafrecht.
1. Zorgen dat de schuldigen worden gestraft
2. Voorkomen van de bestraffing van onschuldigen (weegt het
zwaarste door)
Het tweeledige doel bergt een zeker spanning in zich. In gevallen van
twijfel gaat realisering van het ene doel onherroepelijk ten koste van het
andere doel.

In dubio pro reo-beginsel
= De verdachte krijgt het voordeel van de twijfel

De persoonlijke overtuiging van de rechter garandeert immers niet dat de
verdachte ook werkelijk schuldig is.

, 2


Als uit nieuwe feiten blijkt dat de rechter heeft gedwaald, kan de veroordeling
ongedaan worden gemaakt (art 457 ev Sv)




1.1.2 Bijkomende doelen
4 bijkomende doelen:
1) Eerbiediging (naleving) van de rechten en vrijheden van de
verdachte
 Vervolging van onschuldige burgers zoveel mogelijk voorkomen
 De vrije positie van de burger in de rechtstaat tov de overheid moet
gerespecteerd worden als die burger door de overheid van een
strafbaar feit wordt verdacht
 Toekenning van zwijgrecht aan verdachte
 Niet gedwongen kan worden bewijs tegen zichzelf te leveren

2) Eerbiediging van de rechten en vrijheden van andere betrokkenen
 Getuigen kunnen verplicht worden op de zitting te verschijnen
 Secundaire victimisatie =
dat iemand die al slachtoffer is, opnieuw gekwetst wordt door de
manier waarop anderen – zoals politie, hulpverlening, familie of de
maatschappij – met hen omgaan.

3) Procedurele rechtvaardigheid
 Verdedigingsrechten van verdachten
 Laatste woord verdachte
 Recht op eerlijk proces
Een eerlijk proces garandeert net dat de beslissing juist i, maar kan
die beslissing wel aanvaardbaar maken
 Procedurele rechtvaardigheid =
dat mensen het gevoel hebben dat een beslissing of behandeling
eerlijk tot stand is gekomen, ongeacht de uitkomst.

4) Demonstratiefunctie

, 3


 Terechtzitting dient openbaar te zijn, maakt publieke controle
mogelijk.
Waarborg tegen willekeurige bestraffing.




Instrumentaliteit vs. Rechtsbescherming (kennisclips)

Instrumentaliteit (middel) – lopende band
 Strafproces geeft bevoegdheden aan politie/OM.
 Crimineel gedrag onderdrukken
 Doel: opsporen, onderzoeken, vervolgen, bestraffen.
 Bestraffing van de daadwerkelijk schuldige
 Dient o.a. belangen van slachtoffers en samenleving.

Hoe efficiëntie bereiken in strafproces?
- Hoge pakkans en veroordelingsgraad
- Snelle en eindige strafprocedures
- Vooronderzoek
- Niet – gerechtelijke afdoening waar mogelijk
- Bestuursrechtelijke afdoening waar mogelijk

Rechtsbescherming (grens) - hindernissenbaan
 Beschermt burgers tegen misbruik van bevoegdheden.
 Voorkomen van bestraffing van onschuldigen

, 4


 Voorbeelden:
o geen straf zonder bewijs
o recht op tegenspraak
o recht op rechtsbijstand
o recht op hoger beroep

Beperkingen strafrechtspleging:
- Betrouwbaarheid van de uitkomst van strafproces
 Weinig vertrouwen in opsporingsresultaten
 Onderzoek ter zitting staat centraal
 Rechtsmiddelen om fouten te herstellen
- Bescherming feitelijk onschuldigen
- Inperking staatsmacht ipv efficiëntie



ARREST: HR Jailplant (2004)
Kern van het arrest: inzet van opsporingsbevoegdheden (zoals art. 126j Sv)
mag alleen als:
 misdrijf bijzonder ernstig is
 geen andere opsporingsmiddelen beschikbaar zijn
 proportionaliteit & subsidiariteit worden gerespecteerd
 verklaringsvrijheid verdachte (art. 29 Sv, art. 6 EVRM) niet wordt
geschonden

Rechter kijkt o.a. naar:
 proceshouding verdachte
 rol en druk van informant
 omstandigheden van het onderzoek


1.1.3 Strafproces en waarheidsvinding
Opsporingsambtenaar
 zoektocht naar waarheid

Rechtspositie verdachte
 recht om behandeld te worden als iemand die het feit niet gepleegd heeft.

Waarheidsvinding
 Een afgeleide van het eigenlijke doel, te weten de juiste toepassing van de
strafwet.

Naar de waarheid moet worden gezocht omdat er voor zover een verantwoorde
beslissing om vaststelling van de feiten vraagt. Het gaat in het strafproces zo
gezien uiteindelijk om de vraag of de beslissing verantwoord is, niet om
de vraag of de waarheid is gevonden.

Onbevooroordeelde rechter brengt mee dat de rechter niet van de
juistheid van het eerdere vonnis mag uitgaan. Wat waar is in het proces
tegen ‘Jan’, hoeft niet waar te zijn in het proces tegen ‘Piet’.

Feiten die door de verdachte worden ontkend, verdienen in het algemeen
grondiger onderzoek en beoordeling dan feiten die door de verdachte worden
erkend.

Inhoudsopgave

  1. 01 1. Inleiding 1
    1. 1.1 Aard en doel van het strafprocesrecht. 1
    2. 1.1.1 Een tweeledig hoofddoel 1
    3. 1.1.2 Bijkomende doelen 2
    4. 1.1.3 Strafproces en waarheidsvinding 4
    5. 1.1.4 Strafproces en rechtsbescherming 5
    6. 1.1.5 Noodzakelijke afwegingen 5
  2. 02 1.2 Historische ontwikkeling 5
  3. 03 1. De bronnen van het strafprocesrecht 6
    1. 1.3.1 Wetgeving 6
    2. 1.3.2 Beleidsregels 7
    3. 1.3.3 Internationaal recht 7
    4. 1.3.4 Jurisprudentierecht 8
    5. 1.3.5 Beginselen 8
  4. 04 1.4 Het legaliteitsbeginsel 8
  5. 05 1.5 Verhouding tot andere rechtsgebieden 9
  6. 06 1.6 Naar een nieuw Wetboek van Strafvordering 10
  7. 07 2. Karakter en gang van het Nederlandse strafproces 11
  8. 08 2.1 Inleiding 11
  9. 09 2.2 Het inquisitoire en het accusatoire procesmodel 11
  10. 10 2.3 De inquisitoire wortels van het Nederlandse strafproces 12
  11. 11 2.4 In de hoofdrollen 14
  12. 12 2.5 Verschillen in afdoening 15
  13. 13 2.6 Het strafproces in fasen 16
    1. 2.6.1 Procesfasen en wettelijke systematiek 17
    2. 2.6.2 Opsporing 17
    3. 2.6.3 Vervolging 18
    4. 2.6.4 De berechting in eerste aanleg 19
    5. 2.6.5 Hoger beroep en cassatie 20
  14. 14 9 Het vooronderzoek 23
  15. 15 9.1 Inleiding 23
    1. 9.2 De opsporing: taken en verantwoordelijkheden 23
    2. 9.2.2 Personen met opsporing belast 24
    3. 9.2.3 Leiding en verantwoordelijkheid 24
    4. 9.2.4 Inschakeling burgers 25
  16. 16 9.3 Afbakening van de opsporingstaak (opsporingsbegrip) 25
    1. 9.3.1 Historische ontwikkeling 25
    2. 9.3.2. Vijf typen opsporingsonderzoek 26
    3. 9.4 De normering van de opsporingstaak 26
    4. 9.4.1 Algemeen 26
    5. 9.4.2 Verbaliseringsplicht 27
    6. 9.4.3 Politiesepot 27
    7. 9.4.4 Aangiften en klachten 27
    8. 9.4.5 Dwangmiddelen en opsporingsbevoegdheden 28
    9. 9.4.6 Niet wettelijk geregelde opsporingsmethoden 28
  17. 17 7. De verdachte en zijn raadsman 29
    1. 7.1 Inleiding 29
  18. 18 7.2 Verdachte en verdenking 29
    1. 7.2.1 Twee begrippen verdachte 30
    2. 7.2.2 Redelijk vermoeden van schuld 30
    3. 7.2.3 De functie van het formele begrip ‘verdachte’ 30
    4. 7.2.4 Vergelijking met art 6 EVRM 30
  19. 19 7.3 Zwijgrecht en verhoor 31
    1. 7.3.1 Art 29 Sv: ratio en betekenis 31
    2. 7.3.2 Het pressieverbod 32
    3. 7.3.3 Cautie en verhoor 32
  20. 20 10. Dwangmiddelen 33
  21. 21 10.1 Algemeen 33
    1. 10.1.1 Wettelijke systematiek en terminologie 33
    2. 10.1.2 Dwangmiddelen en grondrechten 33
    3. 10.1.3 Dwangmiddelen en vrijwilligheid 33
    4. 10.1.4 Structuurkenmerken 34
    5. 10.1.5 Steunbevoegdheid en connexe bevoegdheden 34
  22. 22 10.2 Aanhouden en staande houden 35
    1. 10.2.1 Staande houden 35
    2. 10.2.2 Aanhouden 36
    3. 10.2.3 Verhouding tot stopbevel 37
    4. 10.2.4 Aanverwante bevoegdheden 37
  23. 23 Jurisprudentie 40
  24. 24 11. Voorarrest 42
  25. 25 11.1 Inleiding 42
  26. 26 11.2 Gevallen en gronden (art 67 en 67 a Sv) 43
    1. 11.2.1 Gevallen 43
    2. 11.2.3 Ernstige bezwaren en anticipatiegebod 44
  27. 27 11.3 Ophouden voor onderzoek 45
  28. 28 11.4 Inverzekeringstelling 45
    1. 11.4.1 Algemeen 45
    2. 10.4.2 Rechtmatigheidstoetsing (art 59a Sv e.v.) 46
  29. 29 11.5 Voorlopige hechtenis 47
    1. 11.5.1 Bewaring 47
    2. 11.5.2 Gevangenhouding en gevangenneming 48
    3. 11.5.3 Duur en einde van de voorlopige hechtenis 48
    4. 11.5.4 Schorsing van de voorlopige hechtenis 49
    5. 11.5.5 Rechtsmiddelen 49
  30. 30 3.4 Schets van enkele verdragsrechten 50
    1. 3.4.1 Art 5 EVRM 50
  31. 31 7.4 Het recht op rechtsbijstand 51
    1. 7.4.1 Het EVRM 51
    2. 7.4.2 Het wettelijk kader 51
    3. 7.4.3 De gekozen raadsman 52
    4. 7.4.4 De aangewezen raadsman 52
  32. 32 7.5 Taak en positie raadsman 53
    1. 7.5.1 Uitgangspunten en beginselen 53
    2. 7.5.2 Het belang van een goede rechtsbedeling 53
    3. 7.5.3 Fouten van de raadsman 53
  33. 33 7.6 Rechtsbijstand: enkele bijzondere onderwerpen 53
    1. 7.6.1 Rechtsbijstand en politieverhoor 53
  34. 34 Jurisprudentie 55
  35. 35 10.3 Inbeslagneming en doorzoeking 57
    1. 10.3.1 Algemeen 57
    2. 10.3.2 De bevoegdheid tot inbeslagneming 58
    3. 10.3.3 Onderzoek aan/in lichaam of kleding 58
    4. 10.3.4 Betreding en doorzoeking van plaatsen 58
    5. 10.3.5 Bevel tot uitlevering 61
  36. 36 Claessens & De Vocht 2020 (artikel) 61
  37. 37 10.4 Bijzondere opsporingsbevoegdheden 62
    1. 10.4.1 Algemeen 62
    2. 10.4.2 Stelselmatige observatie 63
    3. 10.4.3 Pseudokoop en pseudodienstverlening 63
    4. 10.4.4 Telefoontap 64
  38. 38 3. Kennismaking met het EVRM 65
  39. 39 3.1 Inleiding 65
  40. 40 3.2 Doel en karakter van het verdrag 65
  41. 41 3.3 Algemene kenmerken van de Straatsburgse jurisprudentie 65
  42. 42 3.4.3 Art 8 EVRM 66
  43. 43 3.5 Gemeenschappelijke begrippen 67
    1. 3.5.1 Law 67
    2. 3.5.2 Afstand van recht (waiver) 67
  44. 44 Jurisprudentie 68
  45. 45 6.Het Openbaar Ministerie en de vervolging 71
  46. 46 6.1 Inleiding 71
    1. 6.2 De organisatie van het Openbaar Ministerie 71
  47. 47 6.3 De taken van het Openbaar Ministerie 72
    1. 6.3.1 Inleiding 73
    2. 6.3.2 De tenuitvoerlegging 73
  48. 48 6.4 De Vervolging 73
    1. 6.4.1 Inleiding 73
    2. 6.4.2 Vervolging door een strafbeschikking 74
    3. 6.4.3 De beslissing tot vervolging 75
  49. 49 6.5 Beklag over niet (verder) vervolgen 75
  50. 50 6.6 Het recht van de verdachte op een beslissing inzake vervolging 76
  51. 51 6.7 Het bezwaarschrift tegen de dagvaarding 76
  52. 52 6.8 Beginselen van een behoorlijke procesorde en de vervolgingsbeslissing 77
    1. 6.8.1 Inleiding 77
    2. 6.8.2 Het vertrouwensbeginsel 77
    3. 6.8.3 Het gelijkheidsbeginsel 77
  53. 53 6.9 Samenloop van rechtsbescherming rond de vervolgingsbeslissing 77
  54. 54 6.10 Toezicht op het Openbaar Ministerie 78
  55. 55 5.4 Buitengerechtelijke afdoening 79
  56. 56 17.2 Verzet tegen de strafbeschikking 79
    1. 17.2.1 Inleiding 79
    2. 17.2.2 Het doen van verzet 79
    3. 17.2.3 De behandeling van het verzet 80
  57. 57 Jurisprudentie 81
  58. 58 13 Het onderzoek ter terechtzitting 82
  59. 59 13.1 Inleiding 82
  60. 60 13.2 De rechter en de terechtzitting 82
  61. 61 13.3 De verdachte en zijn raadsman 84
  62. 62 13.4 Het horen van de verdachte 84
  63. 63 13.8 Het horen van getuigen en deskundigen 85
  64. 64 10.9 Het voorlezen van de processtukken 86
  65. 65 13.10 Het slachtoffer en de benadeelde partij 86
  66. 66 13.11 Onderbreking en schorsing 87
  67. 67 13.12 Requisitoir, pleidooi, laatste woord en heropening 87
  68. 68 13.13 De griffier en het proces-verbaal 89
  69. 69 12. Dagvaarding en tenlastelegging 90
  70. 70 12.1 Inleiding 90
  71. 71 12.2 Het aanwezigheidsrecht 90
    1. 12.2.1 Rechtspraak van het EHRM 90
  72. 72 3.4.2 Art 6 EVRM 93
  73. 73 5.3 Onafhankelijkheid en onpartijdigheid 93
    1. 5.3.1 Art 6 EVRM: criteria 93
    2. 5.3.2 Onafhankelijkheid 93
    3. 5.3.3 Onpartijdigheid 93
    4. 5.3.4 Wraking, verschoning vernietiging en terugwijzing. 94
  74. 74 8.Het slachtoffer 96
  75. 75 8.1 Inleiding 96
  76. 76 8.2 Positieve verplichting voortvloeiend uit het EVRM 97
  77. 77 8.3 Richtlijn slachtofferzorg 97
  78. 78 8.4 Een titel voor en een definitie van het slachtoffer 98
  79. 79 8.5 Het recht op correcte bejegening en informatie 99
  80. 80 8.6 Het recht op bijstand en een tolk 99
  81. 81 8.7 Opsporing 99
  82. 82 8.8 Vervolging: klachtvereiste en hoorplichten 99
  83. 83 8.9 Het spreekrecht tijdens het onderzoek ter terechtzitting 100
  84. 84 8.10 Voeging als benadeelde partij 100
    1. 8.10.1 Inleiding 100
    2. 8.10.2 De te vergoeden schade 100
    3. 8.10.3 Behandeling en beslissingen op de vordering van de benadeelde partij 101
    4. 8.10.4 De schadevergoedingsmaatregel en de bijzondere voorwaarde 101
  85. 85 Jurisprudentie 102
  86. 86 14 Het bewijs 105
  87. 87 14.1 Inleiding 105
  88. 88 14.2 Het wettelijk bewijsstelsel op hoofdlijnen 105
    1. 14.2.1 Algemeen 105
    2. 14.2.2 Limitatieve opsomming van bewijsmiddelen 106
    3. 14.2.3 Bewijsmiddel versus bewijsgrond: redengevende feiten 107
    4. 14.2.4 Bewijsstelsel en bewijsvoering 107
    5. 14.2.5 Selectie en waardering 107
    6. 14.2.6 Bewijsstelsel en bewijsmotivering 107
  89. 89 14.3 Afscheid van onmiddellijke bewijsvoering 108
    1. 14.3.1 Het testimonium de auditu 108
    2. 14.3.2 Onmiddellijk bewijsvoering: the best evidence? 108
    3. 14.3.3 De auditu-bewijs en fait hearing 108
  90. 90 14.4 De wettigheid van bewijsmiddelen 108
    1. 14.4.1 De redenen van wetenschap 109
    2. 14.4.2 Eigen waarneming of ondervinding 109
    3. 14.4.3 De verklaring van de verdachte 109
    4. 14.4.4 Schriftelijke bescheiden 109
    5. 14.4.5 Deskundigenbewijs 110
    6. 14.4.6 Eigen waarneming van de rechter 110
  91. 91 14.5 Bewijsminima en andere bewijsvoorschriften 110
    1. 14.5.1 Klassieke bewijsregels 110
    2. 14.5.2 Anonieme getuigen en kroongetuigen 111
  92. 92 14.6 De bewijsconstructie 111
    1. 14.6.1 Toereikend bewijs 111
    2. 14.6.2 Feiten van algemene bekendheid 111
    3. 14.6.3 Schakelbewijs 111
    4. 14.6.4 Meer – en Vaart-verweren 112
    5. 14.6.5 Leugenachtig bewijs en beroep op zwijgrecht 112
  93. 93 Jurisprudentie 113
  94. 94 15 Sanctionering van onregelmatigheden in het strafproces 116
  95. 95 15.1 Inleiding 116
    1. 15.1.1 Het ontstaan van een leerstuk 116
    2. 15.1.2 De Commissie – Moons en art 359 a Sv 116
    3. 15.1.3 Rechtspraak van het EHRM 116
    4. 15.1.4 Het voorstel van het nieuwe Wetboek van Strafvordering 117
  96. 96 15.2 Bewijsuitsluiting 117
    1. 15.2.1 Drie arresten 117
    2. 15.2.2 De eerlijkheid van het proces en de verklaringsvrijheid 117
    3. 15.2.3 Schending van (andere) strafvorderlijke voorschriften of rechtsbeginselen 118
    4. 15.2.4 Het verband tussen het onrechtmatig handelen en het verkregen bewijs 119
    5. 15.2.5 Onrechtmatig handelen buiten het voorbereidend onderzoek 120
  97. 97 15.3 Niet – ontvankelijkheid van het OM 120
    1. 15.3.1 Inleiding 120
    2. 15.3.2 Instigatieverbod 120
    3. 15.3.3 Het onmogelijk maken van waarheidsvinding 120
    4. 15.3.4 Bijzondere gevallen 120
  98. 98 15.4 Strafvermindering 121
    1. 15.4.1 Inleiding 121
    2. 15.4.2 Berechting binnen een redelijke termijn 121
    3. 15.4.3 Andere gevallen van strafvermindering 121
    4. 15.4.4 Strafvermindering en voorarrest 121
  99. 99 15.5 Schadevergoeding 121
  100. 100 Jurisprudentie 122
  101. 101 4Het strafprocessuele model 123
  102. 102 4.1 De beraadslaging in raadkamer 123
    1. 4.1.1 Inleiding 123
    2. 4.1.2 De formele vragen van art 348 Sv 124
    3. 4.1.3 De materiële vragen van art 350 Sv 124
  103. 103 4.2 De uitspraak: De verschillende mogelijke einduitspraken 124
  104. 104 4.3 Het onderzoek ter terechtzitting 125
  105. 105 4.4 Op de grondslag van de tenlastelegging 125
  106. 106 16 Het vonnis 126
  107. 107 16.1 Inleiding 126
    1. 16.1.1 Het schriftelijk vonnis van de meervoudige kamer 126
    2. 16.1.2 Het vonnis van de politierechter en de kantonrechter 126
    3. 16.1.3 Motiveringsverplichtingen en het recht op een eerlijk proces 126
    4. 16.1.4 Verschillende beslissingen 127
  108. 108 16.2 Beslissingen op formele vragen en vragen naar strafbaarheid van feit en dader 127
    1. 16.2.1 Inleiding 127
    2. 16.2.2 Art 358 lid 3 Sv 127
    3. 16.2.3 Uitdrukkelijk onderbouwde standpunten 127
    4. 16.2.4 Motivering bij twijfel 128
  109. 109 16.3 De bewijsvraag 128
    1. 16.3.1 Inleiding 128
    2. 16.3.2 De inhoud van de bewijsmiddelen 128
    3. 16.3.3 Een opgave van bewijsmiddelen 128
    4. 16.3.4 Motiveringseisen bij specifieke bewijsmiddelen 129
    5. 16.3.5 Uitdrukkelijk onderbouwde bewijsverweren 129
    6. 16.3.6 De motivering van de vrijspraak 129
  110. 110 16.4 Strafoplegging 130
    1. 16.4.1 De wettelijke basis 130
    2. 16.4.2 De redenen die in het bijzonder de straf hebben bepaald 130
    3. 16.4.3 Vrijheidsbenemende straffen en maatregelen: terbeschikkingstelling (tbs) 131
    4. 16.4.4 Verweren en uitdrukkelijk onderbouwde standpunten 131
  111. 111 Jurisprudentie 133
  112. 112 17 Rechtsmiddelen 134
  113. 113 17.3 Gewone rechtsmiddelen tegen uitspraken 134
    1. 17.3.1 Inleiding 134
    2. 17.3.2 Het aanwenden, intrekken en afstand doen van rechtsmiddelen 136
    3. 17.3.3 De beroepstermijn 137
    4. 17.3.4 Staat hoger beroep of beroep in cassatie open? 137
    5. 17.3.5 Beperkingen van het hoger beroep of het beroep in cassatie 138
  114. 114 17.4 Hoger beroep tegen uitspraken 139
    1. 17.4.1 Inleiding 139
    2. 17.4.2 De schriftuur en het voortbouwend appel 139
    3. 17.4.3 De behandeling ter terechtzitting 139
    4. 17.4.4 Beslissen en motiveren in hoger beroep 140
  115. 115 17.5 Beroep in cassatie tegen uitspraken 141
    1. 17.5.1 Inleiding 141
    2. 17.5.2 De procedure 141
    3. 17.5.3 De cassatiemiddelen 142
    4. 17.5.4 De behandeling van het cassatieberoep 142
    5. 17.5.5 Beslissen en motiveren in cassatie 142
  116. 116 17.7 Cassatie in belang der wet en prejudiciële vragen aan de Hoge Raad 143
  117. 117 17.10 Rechtsmiddelen tegen beschikkingen 143
    1. 17.10.1 Art 445 en 446 Sv en bijzondere regelingen 143
  118. 118 Jurisprudentie 145

Gekoppeld boek
 image
B.F. Keulen Strafprocesrecht
Uitgever: 10 september 2024 ISBN: 9789013176476 Druk: 15

Documentinformatie

Studie
Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Onbekend
Geüpload op
15 mei 2026
Bestand laatst geupdate op
18 juli 2026
Aantal pagina's
145
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€20,00

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
inekel
4,1
(11)
Verkocht
74
Volgers
0
Items
14
Laatst verkocht
3 dagen geleden



Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen