• Verkeerd document? Gratis ruilen
  • Geschreven door studenten die geslaagd zijn
  • Direct beschikbaar na je betaling
  • Online lezen of als PDF
Verkopen
Kies je studieland
Kies je taal
Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 237 pagina's
Samenvatting

Samenvatting Celbiologie / Van cel tot beweging 2026 KU Leuven[L02P4a]

Document preview thumbnail
Voorbeeld 6 van de 237 pagina's

Dit is een uitgebreid studiemateriaal voor Celbiologie 2026 [L02P4a] aan de KU Leuven, onderdeel van de opleiding Revalidatiewetenschappen. Het document behandelt zes hoofdonderdelen: membraantransport (carrierproteïnen, ionenkanalen), celcommunicatie en elektrische prikkeling, celmetabolisme, celorganisatie en beweging, genexpressie en differentiatie, en celdeling met erfelijkheid. Het materiaal is perfect voor examenvoorbereiding in de cursus Kinesitherapeutisch handelen 1, met duidelijke overzichten, gedetailleerde uitleg van begrippen.

Voorbeeld van de inhoud

Celbiologie 2026 [L02P4a]
Overzicht:
Deel 1 – Membraantransport Blz. 2-18
1.1. Inleiding membraantransport
1.2. Carrierproteïnen en hun functies
1.3. Ionenkanalen en membraanpotentiaal

Deel 2 - celcommunicatie & elektrische prikkeling Blz. 18-53
2.1. Signaaltransductie
2.2. Elektrische prikkeling: de actiepotentiaal
2.3. Actiepotentiaal voortgeleiding, neurotransmitters en synapsen
2.4. Centrale synaps
2.5. Neuromusculaire synaps
2.6. Regeling hartfrequentie

Deel 3 – Celmetabolisme Blz. 53-86
3.1. Metabolisme als dynamisch energiesysteem
3.2. Mitochondriën en oxidatieve fosforylering
3.3. Andere metabole processen
3.4. Flipped classroom: integratie van energiestromen in fysiologische en pathologische context

Deel 4 - Celorganisatie & beweging Blz. 87-131
4.1. Intracellulair transport en proteïnesortering
4.2. Cytoskelet en motoreiwitten
4.3. Spierwerking

Deel 5 - Genexpressie en differentiatie Blz. 131-166
5.1. Het menselijke genoom
5.2. Transcriptie
5.3. Translatie
5.4. Regeling genexpressie
5.5. Stamcellen en differentiatie

Deel 6 – Celdeling, erfelijkheid en evolutie Blz. 166-227
6.1. De celcyclus en controle op het celaantal
6.2. Gameetvorming en erfelijkheid
6.3. Genoomevolutie
6.4. Uitlezen en aanpassen van het menselijke genoom

Concepten & Begrippen Blz. 228-237

*Titels lezen, zijn meestal de vraag




1

,Deel 1 Membraantransport
1.1. Inleiding membraantransport
1.2. Carrierproteïnen en hun functies
1.3. Ionenkanalen en membraanpotentiaal

1.1.1 membranen: herhaling

Membranen:
• Eigenschappen:
1. Zelfsluitend
2. Asymmetrische membraan
3. Semi-permeabel – selectief
permeabel
4. Vloeibare/flexibel membraan met lipiden en membraaneiwitten ,
ze kunnen binnen het membraan diffunderen→ laterale diffusie
5. Versteviging mogelijk – fysieke barrière
Membraan = een dubbellaag van lipiden die zowel hydrofiel als hydrofoob zijn, hydrofiel wijst naar
waterige omgeving(buiten) en hydrofoob naar binnekant waar alle hydrofobe componenten
samenzitten, zo is het zelforganiserend.
Er zijn 3 soorten membranen
-fosfolipide
-Sterolen
-Glycolipiden

De lipidendubbellaag vormt een
selectieve barrière->Semi-permeabel
Hangt af van:
-Grootte
-Lading
-Polariteit

Permeabiliteit ≈ Snelheid v simpele diffusie
Diffusie=>Passieve proces waarbij deeltjes van een hoge->lage concentratie verplaatsen
Simpele diffusie=>Passieve transport van een hoge concentratie->lage concentratie
Gefaciliteerde diffusie=>Passieve transport met behulp van transporteiwitten

Membraaneiwitten in 4 hoofdcategorieën op basis vh specifieke functie:
-Transporters/kanalen
-Ankers
-Receptoren
-Enzymen




2

,Transporteiwitten maken gecontroleerde uitwisseling mogelijk
Concentratiegradiënt=Verschil in concentratie aan binnezijde
en buitenzijde membraan (of intracellulair en extracellulair)
A→Concentratiegradiënt hoog v binnen laag v buiten want
gradiënten kunnen niet passeren
B→Door transporteiwitten laten selectief stofjes
door→concentratiegradiënten controleren



1.1.2. De ionenconcentratie verschilt sterk binnen en buiten de cel

Concentratiegradiënten voor alle
meest voorkomende ionen (te
kennen voor examen)




Ionen concentraties zijn ongelijk verdeeld over het
membraan = Belangrijk voor werking vd cel

Cel is Neg geladen→-70 mV
(waarom wordt nog uitgelegd)




1.2. Carrierproteïnen en hun functies

1.2.1. De elektrochemische gradiënt

Concentratiegradiënt(/Chemisch-)=Spontane beweging van hoge naar lage concentratie
→beïnvloedt de verplaatsing van elk deeltje

Elektrisch gradiënt=Spontane beweging naar een gebied met een tegengestelde lading
→Speelt ook een rol voor geladen deeltjes

Elektrochemische gradiënt= Concentratiegradiënt + Elektrisch gradiënt
→Bepaalt de richting van passief transport
Vb:
Na⁺ = Pos geladen ion, hoge concentratie extracellulair
→Chemisch- en elektrische gradiënt stuwen Na⁺ naar binnen
→Grote elektrochemische gradiënt
→Na⁺ stroomt gemakkelijk cel in (als Na⁺ kanalen open zijn)
K⁺ = Pos geladen ion, hoge concentratie intracellulair
→Chem- stuwt K⁺ naar buiten, elek gradiënt trekt K⁺ binnen
→Kleine netto elektrochemische gradiënt
→Beweging over membraan beperkt (als K⁺ kanalen open zijn)

3

,1.2.2. Passief en actief transport

Carriers:
→passief (gefaciliteerd transport) of
actief transport (secundair transport)
Pompen:
→alleen actief transport (primair transport)
Kanalen:→alleen passief transport

Passief transport= Spontaan in richting v elektrochemisch gradiënt, geen energie nodig
Actief transport= Tegen elektrochemisch gradiënt, energie nodig

Primaire actieve transport systemen
→gebruiken chemische energie(ATP) om
iets tegen de elektrochemische
gradiënt te transporteren
(→hoeft niet ATP te zijn maar bij de mens
is het voornamelijk ATP gedreven)

Secundaire actieve transport systemen
→Gebruiken de ongelijke verdeling van
Na⁺ over het membraan, Na⁺ wil passief
de cel terug binnen volgens zijn eigen
elektrochemisch gradiënt en er komt
energie vrij→deze word gebruikt om een andere stof tegen de elektrochemische gradiënt te
verplaatsen

We vinden de transportsystemen terug in elk biologisch
membraan van de cel.
→Deze bepalen wat er door het membraan kan en in welke
richting(Volgens of tegen elektrochemisch gradiënt)
→Dankzij deze krijg je ongelijke verdelingen van stoffen over
membranen

1.2.3. Types membraantransport




1. Simpele diffusie




4

,1. Simpele diffusie
→Semi-permeabel membraan
→Spontaan, geen energie nodig want volgt spontaan de elektrochemische gradiënt
→Passief
Vb Cellulaire ademhaling
O2→gaat van buiten de cel naar binnen gaan, concentratie in het bloed is hoog en in cellen laag,
we hebben constant O2 nodig→O2 diffundeert van [hoge] naar [lage]→volgt zijn elektrochemisch
gradiënt, vooral door concentratie gradiënt
CO2→Cellen verbruiken glucose en zetten CO2 vrij->concentratie in de cel hoog, laag in het
bloed→volgt zijn elektrochemische gradiënt

Diffusiesnelheid(=transportsnelheid over membraan)
→hangt af vd substraat concentratie en elektrochemische gradiënt
→Lineair, hoe meer substraat-->hoe meer transport


2. Gefaciliteerde diffusie
=>De diffusie helpen->membraan(/transport)eiwitten nodig
VB: Glucose transporter (GLUT)
->Uniporter
->12 membraanhelices: alfa-helice bundel
->Passief transport, volgt elektrochemisch gradiënt(vooral concentratie gradiënt want niet geladen)
->intracellulaire opnamen
->4 isovormen
-GLUT-1 vinden we terug in alle cellen
-GLUT-2 in lever en pancreas
-GLUT-3 in neuronen
-GLUT-4 in spier- en vetcellen, om
glucose op te nemen na een maaltijd

Waarom 4 isovormen nodig?
→verschillende delen vh lichaam hebben verschillende hoeveelheden glucose nodig
→ze verschillen in affiniteit
-Glucose bindt waar er veel glucose is
-Glucose komt de cel binnen en wordt omgezet naar glucose-6-fosfaat, deze heeft zijn eigen
elektrochemische gradiënt waardoor dees substraat niet meer naar buiten kan->daardoor hou je
de concentratie van glucose in de cel steeds laag Michaelis-Menten kinetiek:

Transportsnelheid gaat sneller bij lage concentraties
Maar er is een maximale transportsnelheid
Bij lage concentraties zal gefaciliteerde- sneller zijn als
bij simpele diffusie
V = Transportsnelheid
Vmax = Maximale transportsnelheid
[S] = Substraatconcentratie
Km = Substraatconcentratie waarbij V half maximaal is
(maat voor substraataffiniteit, hoe makkelijk bind iets
aan transporter)

5

, GLUT isovormen hebben dezelfde Vmax maar
verschillen in de Km waarden
→dit zegt iets over de affiniteit van glucose
→de laagste Km zal het snelst meest actief zijn,
ze zijn wel allemaal actief
→omgekeerd verband Km waarde en affiniteit




Transport van glucose door GLUT-2 in levercel is reversibel: De drijvende kracht is het
concentratieverschil van glucose binnen en buiten de cel
Levercellen slaan glucose op in glycogeen
(glucosepolymeer):
Voor de maaltijd: Glucose concentratie in het
bloed is laag → Het hormoon glucagon
stimuleert vrijzetting van glucose door levercel uit
glycogeen reserves, vrijzetting glucose in het
bloed.
Na de maaltijd: Glucose concentratie in het
bloed is hoog → Het hormoon insuline
stimuleert glucose-opname in de levercel voor de
vorming van glycogeen.

3. Primair actief transport
=>P-typen pompen of P-typen ATPasen (noemen zo omdat ze gefosforyleert worden, ze
hebben een fosfaat pomp ingebouwd, ze gebruiken ATP die naar ADP wordt omgezet en de
fosfaatgroep van ATP word ingebouwd od pomp en krijgt de energie van deze hydrolysereactie)
→Energie nodig(ATP) om tegen het elektrochemisch gradiënt iets te verplaatsen

Belangrijke voorbeelden:
1. Na+ /K+ -ATPase, Na+ /K+ -pomp
2. Ca2+ -ATPase, Ca2+ -pomp (verschillende isovormen in SR/ER (SERCA) en plasmamembraan
(PMCA)
3. H+ /K+ -ATPase, H+ /K+ -pomp




6

Documentinformatie

Geüpload op
15 mei 2026
Bestand laatst geupdate op
7 juni 2026
Aantal pagina's
237
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting
€19,99

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
Sander429
5,0
(1)
Verkocht
11
Volgers
0
Items
3
Laatst verkocht
2 maanden geleden

Reviews van geverifieerde kopers




Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen