7.1 sociale netwerken
Netwerken zijn relationeel: wat speelt er tussen mensen (niet altijd positief)
Relaties komen op de eerste plaats
- Samenwerking
- Conflict
- Competitie
- Hiërarchie
- ...
Elke groep = netwerk maar niet elk netwerk = groep
Kleinste netwerk: dyade → 2 personen
triade → 3 personen (coalities (= samenwerking) kunnen wisselen: de
communicatie kan wisselen) → interactievormen worden veelzijdiger =
dichtheid vd groep (hvl mogelijke relaties zijn er in bv een relatie van 3
personen mogelijk)
Samenleving = totaalnetwerk
Hoe groter het netwerk, hoe groter de dichtheid (meer mogelijke relaties) → hoe
complexer het wordt: kans is groter dat het netwerk toch op een manier uiteen kan
vallen
Persoonlijk netwerk: hier staat 1 ector (ego) centraal en rondom hem bevinden zich de
personen met wei de actor in interactie treedt, of dat zou kunnen
→ eerste zone van het persoonlijke netwerk = verzameling van actoren met wei
het ego rechtstreeks interacteert
→ de tweede zone = omvat alle mensen die het ego via actoren d 1e zone bereikt of
kan bereiken
→ de derde zone = alle actoren die het ego ‘via via’ kan bereiken
Sociale media (ook in virtuele wereld contacten aangaan, deel uit maken van groepen,
sociale netwerken vormen)
- Vaak te omvangrijk om helemaal te vatten
- Sociale media als weg waarlangs mensen sociale netwerken vormen
→ politieke partijen maken er ook gebruik van
Sociale media = grote invloed
Elke generatie zoekt zijn eigen virtuele kanalen
7.1.1 Netwerken zijn kanalen waarlangs sociale goederen (kunnen) stromen
Sociale goederen: materiële en immateriële goederen: hulp, informatie, steun,
emotionele steun, instemming... worden uitgewisseld in vertrouwen in de netwerken
, Bv: je schiet geld voor voor iemand en vertrouwd er op dat die dat terug betaald, ook
zonder geschreven contract, Vertrouwen vormt hier de context waarin de ruil kan
plaatsvinden.
Netwerken = kanalen waar we veel materiële maar ook niet materiële uit halen (ruil
sociologie)
Potentiële relaties = het # personen met wie de actor in contact KAN komen
Actuele relaties = het # personen met wie een actor effectief in contact mee komt
→ potentiële relaties kunnen actuele relaties worden en omgekeerd
Primaire banden = sterke banden (zien u met uw imperfecties)
Zwakkere banden = niet negatief, bijvoorbeeld met werkgever → hebben een
andere betekenis
Mensen in armoede: veelheid aan zwakke banden ontbreekt → iemand die over weinig
zwakke banden beschikt zal moeilijkheid hebben om aan sociale goederen te geraken
= strength of weak ties
→ armoede = beperkte toegang tot hooggewaardeerde sociale goederen
MAAR alle 2 nodig want ze vormen ons sociaal kapitaal →
Putnam: sociaal kapitaal (sociale rijkdom):
- Gedeelde waarden en normen
- Vertrouwen
- Netwerken om ons heen
= belangrijk omdat dat ons als mens kenmerkt en heel wat normen en waarde uit
gaan halen
De 3 zones van een ego-netwerk:
Individu (actor) = jijzelf
actuele relaties = iedereen die u omringt waar je
direct contact met hebt (zwakke en sterke
banden)
potentiële via = bv: vriendin van een vriendin van
jou die in een andere klas groep zit werkt
bijvoorbeeld waar jij stage wilt doen. Als het
nodig is kan je er mee in contact komen (door
jouw vriendin) = zwakke banden
→ statisch: iemand van potentiële via kan naar
actuele relatie verplaatsen
Er kan overlap zijn tussen de persoonlijke netwerken: gevolgen van die kruising →
mensen in de overlap kunnen een privésfeer ontwikkelen
7.1.2 Enkele kenmerken van netwerken