Iedereen kijkt vanuit een ander standpunt (beginpunt) en
iedereen kijkt vanuit een ander perspectief want iedereen
heeft iets anders meegemaakt
→ vb: sommige zien een konijn en andere zien een eend
4.1 We dragen allemaal een bril! Over selectieve
waarneming
Onze verwachting kleurt onze perceptie (vb. waarnemingstest) → : je mist makkelijk
dinge waar je n naar opzoek bent en wat je net wel verwacht te zien valt even hard op
Selectieve waarneming: om allerlei redenen (referentiekader) zullen waarnemers een
selectie maken uit de vele gegevens waarmee ze worden geconfronteerd bv. Je
probeert al lang voor een baby dan let je op mensen die zwanger zijn en dat zie je er
opeens heel veel
Factoren die bijdragen tot een selectieve waarneming:
- Fysieke en sociale beperkingen: we kunnen n iedereen en alles id samenleving
kennen of op alle plaatsen tegelijk aanwezig zijn. We zijn gebonden aan
materiële en sociale ruimte → we nemen de samenleving waar vanuit bepaalde
sociale posities (student, docent, baas, bediende) en daardoor missen we
stukken informatie of kunnen ze net gemakkelijk krijgen
→ Het gene waar we sociaal en fysiek dicht bij bij zijn gaan we minder angst voor hebben bv.
Zus met syndroom van down dan ga je dagelijks in aanraking komen met iemand met een
beperking en ga je daar makkelijker mee om kunnen gaan dan iemand die niet/ weinig in
aanraking komt met gehandicapten dna ga je eerder angstig zijn tegenover hun en daar
minder snel mee gaan samen werken
- Belangen: verhalen verschillen afh vd positie vd persoon (bv. Artikkel over
staking: fabrieksbaas of arbeider ze hebben verschillende belangen. En hoe je
zelf omspringt met wat je leest is ook afh van je referentiekader (opvoeding,
vrienden, opleiding, …)
- Informatie: info die je over een persoon of toestand hebt bepaald hoe je er naar
kijkt
- Onderwijs: soort onderwijs verklaart in belangrijke mate het optreden van
xenofobie (= angst voor het vreemde) → is er een openheid naar andere
culturen?
- Voorkeur of afkeer: van personen en toestanden → sisson experiment (met
verschillende kleding de weg vragen aan mensen → werk kleding en kostuum →
uiteenlopende manieren behandeld)
→ positieve of negatieve houding is n aangeboren maar sociaal bepaald (bijgebracht
via opvoeding, ih gezin, op school, op straat, …) → socialisatieproces = proces waarbij
individu zich id omgang met andere de cultuur van zijn omgeving eigen maakt
Estische (wat als mooi, smaakvol wordt beschouwd ) en ethische categorieën zijn tijds
en cultuur gebonden → vb: In de Middeleeuwen werden volle, ronde lichamen als mooi
, beschouwd. Vandaag wordt vaak een slanker, gespierder lichaam als ideaal gezien. &
Vroeger werd kindhuwelijken in sommige samenlevingen geaccepteerd; nu wordt dit
in vrijwel alle culturen als onethisch beschouwd. Of zwangerschap op latere leeftijd
Framing: stereotype termen worden gebruikt om maatschappelijke fenomenen te
framen bv. Media noemen werklozen soms “profiteurs” → hierdoor wordt werkloosheid
negatief geframed.of het woord ‘armen’ vervangen door ‘mensen in armoede’
4.2 Referentiekaders, pygmalion en stereotypes
Verschil tussen stereotype – vooroordeel: emotionele geladenheid (= iets wat je voelt
= stereotype)
Referentiekader = een raamwerk dat stapsgewijs wordt opgebouwd, vanuit de
ervaringen die mensen opdoen. Het zal hun verdere waarnemingen selectief sturen.
Het vormt een geheel en is relatief stabiel door de tijd heen. Stereotypes maken
meestal deel uit van een referentiekader. (referentiekader = sociale bril: verschillende
kijk op de werkelijkheid)
- Referentiekader: vormt een geheel: al onze waarnemingen gebeuren vanuit
hetzelfde referentiekader
- Referentiekade beschikt over stabiliteit maar is n onveranderlijk (bv: andere job
invloed op referentiekader)
- Referentiekader kan radicaliseren tot overtuigingen over fundamentele
aangelegenheden (zoals over de menselijke natuur en het universum)
- Gelijkenissen tussen individuele referentiekaders = belangrijk (grote groepen
groeien op in zelfde periode, zelfde sociale omstandigheden en hebben
daardoor analoge ervaringen) die gemeenschappelijkheid leid tot
gemeenschappelijke referentiekaders → Cultuurpatroon = referentiekader van
een grote groep bv: jeugdcultuur, arbeidscultuur
- Paradigma = op niveau van een hele wetenschap
Als verschillen in referentiekaders en cultuurpatronen uitgroeien tot overtuigingen kan
dat leiden tot grote spanningen (zoals de overtuiging dat het leven door god gegeven
is
Cognitieve dissonantie = het verschil tussen feiten en een diepgewortelde overtuiging
waardoor er onaangename innerlijke toestand teweeg wordt gebracht bij een individu
of een groep → ongemakkelijk gevoel wanneer je geconfronteerd wordt met
tegenstrijdige gevoelens
→ groep waartoe men behoort speelt een grote rol bij jouw overtuigingen → als de
groep die overtuigingen ondersteund zal de trouw naar die overtuigingen des te
groter zijn. (jongeren die aan hun diep gelovige ouders vertellen dat ze n meer
geloven →moeten toegeven dat ze fout zijn of zich vergist hebben en ze riskeren om
worden buiten gesloten te worden) → wil je overtuigingen veranderen dan volstaan
rationele argumenten n ook met het emotionele proces moet rekening gehouden
worden (kennis van eigen referentiekader en dat van anderen belangrijk)
Hoe relevant zijn is die perceptie vd werkelijkheid voor ons handelen?
- Zakelijke werkelijkheid