Sociologie = samenlevingskunde → bestuderen hoe mensen samen leven in sociale verbanden (gezinnen,
vriendengroepen, voorzieningen, … ) + wat de kenmerken zijn van die samenlevingsverbanden en door welke
wetmatigheden ze worden gestuurd
De samenleving is = Magische driehoek van Berger en Luckmann
een objectieve
werkelijkheid
Samenleving = n helemaal objectief w de samenleving wordt
gemaakt door mensen maar er zijn wel feiten (zoals het feit dat
he oorlog is in Oekraïne). De samenleving = menselijk product
en omgekeerd (wij worden mee gevormd door de samenleving)
De samenleving is
De mens is een
een menselijk
sociaal product
product
1.1 het dagelijkse leven door de bril van de socioloog
Micro: jezelf (primaire interacties) het kan formeel en informeel zijn bv.
Sollicitatie met een persoon (als het over grotere groepen gaat is het n
meer micro) → bv: gesprekken met leerkrachten
Meso: groter samenlevingsverband → bv: klas niveau
MACRO Macro: maatschappij: veel grotere structuur maar ook cultuur zoals
MESO
denkbeelden of stereotypen = heel groot samenlevingsverband (vlaamse
MICRO
gemeenschap, iedereen die zich zoregen maakt over het klimaat)
Mills: de sociologische verbeelding: helpt om het verband te zien tussen persoonlijke ervaringen en bredere
maatschappelijke structuren. Ze bestaat uit drie componenten:
- geschiedenis: hoe wordt iets vandaag gezien versus vroeger? Bijvoorbeeld: hoe keek men vroeger naar
burn-out en hoe nu? → hoe de samenleving tot stand kwam en verandert (je moet het verleden kennen om
te begrijpen wat er vandaag gebeurt)
- biografie: gebeurtenissen in persoonlijk leven die ons hebben gemaakt tot wie we zijn als sociaal wezen →
hoe verhouden we ons tot de mensen die ons omringen of hoe gaan we om met de groeiende diversiteit vd
samenleving?
- sociale structuur: instituties zoals media, school, vriendengroep, kerk, politie en verenigingen die ons leven
bepalen (hoe werken ze, hoe houden ze de maatschappelijke orde in stand, hoe worden conflicten
opgelost)
statussymbool = een teken dat niet functioneel wordt gebruikt (zoals het uniform van een politieagent), maar als
verwijzing naar rijkdom, macht, prestige
Voorbeelden vandaag: speciale koffiedranken (matcha, dirty chai), festivalervaringen met luxe (geursprays,
driegangenmenu’s), hardloop-lifestyle en verre reizen, jongeren uit meer geprivilegieerde gezinnen doen sporten